Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Maar gebeurtenissen uit deze oorlog verdwijnen onvermijdelijk naar de achtergrond, terwijl nieuwe oorlogen de aandacht vragen. Wat betekent dit voor de dodenherdenking?
Rabbijn Lody van de Kamp (77) herinnert zich de beladen avonden van 4 mei uit zijn jeugd nog goed. Al even voor achten kwamen auto’s tot stilstand en verstomde het geluid op straten en pleinen. Om acht uur was het oorverdovend stil.
De eerste vrouw van zijn vader en hun twee zoontjes, zijn halfbroertjes, werden vermoord in Auschwitz. Ook zijn grootouders en veel andere familieleden kwamen om.
‘Mijn ouders stonden om acht uur voor het raam van ons huis in Enschede en staarden naar buiten. Mijn zus en ik zaten op de bank en hoorden hen snikken’, vertelt Van de Kamp. Toen hij ouder werd, liep hij mee in de stille tocht naar het oorlogsmonument.
In zijn jeugd was er relatief weinig aandacht voor de Joodse slachtoffers. Die eerste jaren na de oorlog lag de nadruk bij de nationale herdenking vooral op verzetsstrijders en militairen. Pas vanaf de jaren zestig werd de plechtigheid breder en kwam er meer aandacht voor de slachtoffers van de Holocaust. Nog later werden op de Dam ook de Nederlandse militairen herdacht die na de oorlog zijn omgekomen in vredesmissies.
Tegelijkertijd klinkt steeds vaker de roep om de herdenking uit te breiden naar slachtoffers van andere oorlogen. Dat speelde al tijdens de Joegoslaviëoorlog, en sinds de genocide in Gaza en de oorlog in Oekraïne is de discussie opnieuw actueel. Moeten slachtoffers van nu ook een plek krijgen bij de ceremonie op de Dam?
Van de Kamp vindt van wel en schreef er recentelijk in de Kanttekening een column over. ‘Er is zoveel leed in de wereld, mensen willen daar bij stilstaan’, licht hij telefonisch toe. ‘Na tachtig jaar is het onvermijdelijk dat de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog langzaam naar de achtergrond verdwijnen. Dat is nu eenmaal het lot van de geschiedenis.’
Daphne Meijer (64), bestuurslid van Een Ander Joods Geluid, een stichting die kritisch is op het Israëlische regeringsbeleid, is terughoudend als het gaat om het uitbreiden van de nationale herdenking. Ze vindt het verstandiger om daar nog even mee te wachten ‘De polarisatie is nu te groot; voor je het weet zit iedereen weer in de loopgraven.’
Ze vertelt dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dat de herdenking op de Dam organiseert, enkele jaren geleden liet onderzoeken of ook andere groepen slachtoffers een plek zouden moeten krijgen. ‘Daaruit kwam eigenlijk een middenweg: voorlopig houden we het zoals het is, maar er komt wel meer ruimte voor lokale initiatieven.’ Zo ontstond bijvoorbeeld ‘Theater Na de Dam’: voorstellingen over de Tweede Wereldoorlog die na de officiële herdenking in het hele land worden opgevoerd, waarin ook ruimte voor verdieping is.
Volgens Meijer leidt het heropenen van de discussie over wie wel en niet op de Dam en de Waalsdorpervlakte herdacht mag worden vooral tot oplopende spanningen. ‘Ik ben bang dat mensen dan afhaken en dat 4 mei zijn betekenis verliest, terwijl het juist iets is wat ons nog verbindt.’
‘Het staat iedereen vrij om tijdens die twee minuten stilte aan iets anders te denken’
Er is op 4 mei genoeg ruimte voor persoonlijke invulling, vindt ze. ‘Het staat iedereen vrij om tijdens die twee minuten stilte aan iets anders te denken. Je hoeft je niet per se te laten leiden door wat officieel zou moeten.’ Zelf gaat ze naar een kleine, lokale herdenking bij haar om de hoek, in de Amsterdamse Indische Buurt georganiseerd door buurtbewoners. ‘Heel klein, een beetje knullig, maar juist daarom zo ontroerend.’
Daarnaast ziet ze ruimte voor eigen initiatieven. ‘Je kunt zelf een herdenking organiseren, bijvoorbeeld rond Gaza of Libanon, daar ben ik ook voor. Hoe meer variatie, hoe beter. Dan kun je herdenken wie jij belangrijk vindt, zolang je elkaar maar niet in de weg zit.’
Een voorbeeld van zo’n plechtigheid is de alternatieve dodenherdenking in Den Haag, die dit jaar voor de tweede keer wordt georganiseerd. Vorig jaar trok de herdenking duizenden belangstellenden.
De organisatoren zijn oud-diplomaten en ambtenaren van Haagse ministeries. Sommigen kennen elkaar van een wekelijkse sit-in bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, uit protest tegen het Nederlandse beleid rond Gaza. Ze hebben voor hun activiteiten de stichting Comité van Waakzaamheid Nu opgericht, geïnspireerd op het Comité van Waakzaamheid, een groep Nederlandse schrijvers en denkers uit de jaren dertig die zich verzetten tegen de opkomst van het fascisme en nationaalsocialisme in Europa.
‘We willen stilstaan bij wat nu gaande is’, zegt woordvoerder Angélique Eijpe (54) over de aanstaande herdenking op het Lange Voorhout. ‘Het internationaal recht wordt steeds vaker genegeerd en er wordt meer gesproken over het inperken van grondrechten. We willen een tegengeluid laten horen en mensen samenbrengen die die zorgen delen.’
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft een specifiek mandaat: de Tweede Wereldoorlog en een aantal latere conflicten waar Nederland bij betrokken was, zoals vredesmissies’, vertelt Eijpe (54). ‘Wij zeggen: geef ook ruimte aan andere slachtoffers van oorlog, vervolging en genocide, zoals uit Gaza, of Iran en Libanon.’
‘Op de Dam staan regeringsvertegenwoordigers die begrip hebben uitgesproken voor de militaire agressieoorlog van Trump tegen Iran en nog steeds geen maatregelen nemen tegen Israël. Dat is voor ons moeilijk te rijmen met ‘Nooit meer’. Wij zeggen: ‘Nooit meer’ is nu, trek die les door naar vandaag.’
De alternatieve herdenking heeft een andere opzet dan de nationale herdenking op de Dam. De officiële herdenking is plechtig met kransleggingen en de aanwezigheid van het staatshoofd. ‘Wij willen juist een herdenking waarin gedeelde rouw en emotie centraal staan.’
‘Vorig jaar werd onze herdenking al snel als polariserend neergezet’, zegt Eijpe. ‘Ook vanuit de politiek. Terwijl ons doel juist het tegenovergestelde was. In de media leek het soms alsof het een herdenking tegen Joden was. Daarom zijn we het gesprek aangegaan met het comité om die spanning eruit te halen. Binnenkort spreek ik met iemand uit de Joodse gemeenschap met wie we eerder tegenover elkaar zijn gezet. We proberen juist bruggen te bouwen, want onenigheid is het laatste wat we willen.’
Van de Kamp begrijpt de behoefte aan een alternatieve herdenking, maar vindt het jammer dat het zo loopt. De nationale herdenking op de Dam is volgens hem juist belangrijk omdat die zo zichtbaar en groot is. Al gaat hij er zelf niet naartoe.
Hij kiest meestal voor een kleinschalige plechtigheid, bijvoorbeeld in het Amsterdamse Amstelpark, bij een plek waar in de oorlog gijzelaars zijn gefusilleerd. Dit jaar gaat hij samen met jongerenwerker Saïd Bensellam, met wie hij zich al jaren inzet tegen polarisatie, naar een herdenking in de wijk Bos en Lommer. Daar zullen ze kort iets zeggen over het omgaan met verschillende opvattingen. Ook het heden komt dan aan bod. ‘Herdenken is niet alleen stilstaan bij het verleden, je trekt dan geen conclusies naar het nu.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

