Wordt het ook dit jaar weer een ingewikkelde dodenherdenking? Gelden de twee minuten stilte alleen maar voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog hier in Nederland? En over welke slachtoffers hebben we het dan? Over hen die door ‘actief’ handelen zijn omgekomen, zoals de militairen en de verzetsstrijders? Of ook over hen die ‘passief’ tot slachtoffer zijn geworden, zoals de Sinti en Roma, de Joodse burgers of diegenen die onder waren gedoken omdat de bezetter om allerlei redenen naar hen op zoek was?
De meeste van deze vragen werden al gesteld vanaf die allereerste nationale herdenking. Deze vond plaats op 9 mei 1945 in Amsterdam.
Het heeft een aantal jaren geduurd voordat het herdenken bij het inmiddels opgerichte nationale monument op de Dam, daar in het hartje van onze hoofdstad, plaatsvond zoals wij dat nu kennen.
Aanvankelijk werden alleen gesneuvelde militairen, verzetsstrijders en zeelieden herdacht. Later kwamen daar ook burgerslachtoffers bij. Daarbij moeten we denken aan de slachtoffers in de Jappenkampen en van de Hongerwinter. Over de jaren kwamen na veel onwaardig geharrewar ook de slachtoffers van de politionele acties in Nederlands-Indië en van de Koreaanse Oorlog erbij. Weer later mochten de weggevoerde Joden, Roma en Sinti ook herdacht worden, evenals de omgekomen militairen bij buitenlandse VN-missies, zoals in Libanon, Bosnië en Afghanistan.
Nederland leeft, net als de rest van de wereld, met verschrikkelijke oorlogsbeelden die op dit moment de aandacht vragen, zoals die van de slagvelden van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, van de hel in het Midden-Oosten en van tal van andere strijdtonelen in Afrikaanse landen en in andere delen van Azië.
Al meerdere jaren klinkt de roep om juist ook deze slachtoffers mee te nemen in de Nationale Herdenking. Begrijpelijk is aan de ene kant de weerstand tegen deze wens. Op 4 mei hebben we het over de Tweede Wereldoorlog. Deze dag is in onze nationale herinnering gebeiteld.
Maar aan de andere kant mogen we niet wegkijken voor dit verlangen vanuit de samenleving. Allereerst is het een feit dat we ons moeten afvragen in hoeverre de verschrikkingen van de jaren 1940-1945 nog wel breed in het collectieve geheugen van ons Nederlanders verankerd liggen. Na tachtig jaar is het een geschiedkundig gegeven dat ook afschuwelijke feiten gaandeweg naar de achtergrond verdwijnen. Daartegen kunnen we proberen ons te verzetten, maar een feit is het. Het lot van de geschiedenis.
De slachtoffers van het verleden en van het heden verdienen het echter om over die drempel heen te stappen
Daarnaast is het met onze moderne communicatiemiddelen een gegeven dat beelden van ver weg bijna onmiddellijk in alle heftigheid onze woonkamers binnendringen. Bommen op Gaza, raketten op Israël, afschuwelijke slachtpartijen op de slagvelden van Oekraïne, de doden van de burgeroorlog in Soedan spelen zich niet langer af ver weg van ons bed. Met deze beelden voor ogen gaan we ook hier in Nederland slapen en staan we ’s ochtends op.
Met dit alles in ons achterhoofd krijgt de roep om breder te herdenken dan alleen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog een legitimiteit.
We staan twee minuten in doodse stilte. Waar staan die twee minuten voor? Volgens de traditie is de eerste minuut gewijd aan de omgekomenen. De tweede minuut is bedoeld om diegenen te eren die levend zijn teruggekeerd uit de oorlog en voor wie de oorlog nog generaties lang impact heeft.
Al dit herdenken heeft ook een Bijbelse oorsprong. ‘Herinner wat Amalek u heeft aangedaan! Vergeet het niet!’ De bekende rabbijn Jonathan Sacks buigt zich over deze dubbele opdracht: herinneren en niet vergeten. Is dit niet hetzelfde? Nee, herinneren gaat over het verleden, over wat wij mensen elkaar hebben aangedaan. Niet vergeten gaat over het heden en over de toekomst.
Was ooit, direct na de tragiek van nota bene een Tweede Wereldoorlog in één eeuw, het dictum ‘nooit meer!’, nu weten wij, met een blik op de wereld van vandaag, dat dit misschien ooit onze hoop was, maar niet meer is geworden dan een ijdel verlangen. En dat is een reden des te meer om bij het herdenken van toen, en het niet vergeten ten behoeve van vandaag, vooral ook dat heden in ons nationaal herdenkingsbewustzijn mee te nemen.
Het zal allemaal best ingewikkeld zijn. Hoe geven wij op nationaal niveau invulling aan dit nieuwe herdenken zonder te vervallen in politieke controverses en debatten tijdens dat uurtje op de Dam? De slachtoffers van het verleden en van het heden verdienen het echter om over die drempel heen te stappen. Misschien wordt het ‘Nooit weer’ dan toch nog werkelijkheid.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

