10.6 C
Amsterdam

Markuszower, vergeet uw familiegeschiedenis niet

Lody van de Kamp
Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

Beste meneer Markuszower,

Als parlementariër kiest u voor het publieke debat. Ook wanneer het gaat om harde standpunten. Zelfs wanneer deze ook door uw collega’s in de Tweede Kamer als verwerpelijk worden ervaren.

Uw aanwezigheid bij de recente protesten tegen de komst van azc’s in ons land en uw, wat mij betreft, ongenuanceerde uitspraken over de ‘komst van asielzoekende Palestijnen naar ons land’ beschrijven voor mij nog eens hoe ver wij ideologisch van elkaar afstaan.

U kiest voor het publieke debat. Lang heb ik getwijfeld of ik dit vandaag ook naar u zou doen.

Wat ik u wil voorleggen heeft namelijk alles te maken met de voorgeschiedenis van onze Joodse gemeenschap, waar u ook duidelijk mee verbonden bent. Moet ik dit doen via een privébericht? Of zal ik u volgen in het publieke debat? Ik kies voor dat laatste.

Meer dan honderd jaar geleden vonden groepen Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa gestaag hun weg naar het vissersdorp Scheveningen. Het waren onze geloofsgenoten die zich gedwongen zagen hun huis en haard in Rusland en Polen te verlaten vanwege vervolgingen en de bekende pogroms. Zowel vóór als tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen er nog meer. Waaronder ook mijn, maar ook uw familiegenoten.

Het waren onze geloofsgenoten die zich gedwongen zagen hun huis en haard in Rusland en Polen te verlaten

Het typisch Oost-Europees-Joodse gemeenschapsleven kwam met hun komst hier in Nederland tot bloei. In de jaren direct voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog groeiden hun aantallen nog verder.

Twee Scheveningse synagogen, één aan de Havenkade 19 en de andere aan de nabijgelegen Harstenhoekweg 44, werden vanwege de komst van deze nieuwkomers, die wij tegenwoordig asielzoekers zouden noemen, opgericht. Twee Joodse gebedshuizen in dit dorpje aan zee, dat zelf een zwaar christelijke signatuur uitstraalde, werden een begrip. Zij voldeden volledig aan de religieuze behoeften van onze nieuwe geloofsgenoten in dit land, die hier als vluchtelingen de grens over konden steken.

Meneer Markuszower, dat alles ging niet vanzelfsprekend. Enkele dagen na de afschuwelijke Kristallnacht, in de nacht van 9 november 1938 in Duitsland, stonden veel van onze mede-Joden voor de grens van Nederland. Doodsangsten hadden zij uitgestaan in de achter hen liggende uren van barbarisme in nazi-Duitsland. Onze eigen minister-president Hendrik Colijn nam het woord: ‘Geen enkele samenleving is vrij van antisemitisme. Ook onze Nederlandse samenleving niet. Om te voorkomen dat dit nog erger wordt, moeten wij niet nog meer Joden in ons land toelaten. Met meer Joden worden de anti-Joodse gevoelens alleen maar erger. Dus geef ik nu opdracht aan onze Marechaussee om onze grenzen nauwlettend in de gaten te houden en geen Joden meer vanuit Duitsland toe te laten. En indien zij toch de grens passeren, hen desnoods met geweld terug te sturen.’ Ja, ‘desnoods met geweld’, meneer Markuszower. Ook uw woorden.

Terug naar Scheveningen. Met de komst van die eerste generatie Oost-Europese Joodse nieuwkomers van de vorige eeuw was het nog niet gedaan met hun vluchtelingenbestaan. In de meidagen van 1940, toen Nederland bezet werd door nazi-Duitsland, stroomde de haven van Scheveningen vol met angstige burgers die probeerden vissers te bewegen hen over te brengen naar Engeland. Onder die burgers waren ook veel Joodse Scheveningers die nog maar enkele jaren daarvoor hier waren gekomen. Als asielzoekers. Deze keer wisten maar weinigen de dans te ontspringen; weinig vissers durfden uit te varen. En degenen bij wie het niet lukte? Wij weten maar al te goed dat hun lot voor een groot deel eindigde in Auschwitz, Sobibor of Treblinka. Net zoals het de Joden verging die door de Marechaussee in opdracht van onze minister-president ‘desnoods met geweld’ over de grens werden gezet.

Het vluchtelingenverhaal, meneer Markuszower, ging voor een deel van de Scheveningse nieuwkomers nog even door. U weet het. Sommige families hebben verwoede pogingen ondernomen in die oorlogsjaren om opnieuw de mantel van het vluchteling-zijn aan te trekken. Als vluchteling kwamen zij aan in het neutrale Zwitserland. Het lukte er maar weinigen. Dichte grenzen zijn dichte grenzen. Voor Joden was Europa ‘overvol’.

Meneer Markuszower, ik ben er bijna. Nog een laatste persoonlijke noot. Natuurlijk boterde het niet altijd even goed tussen de gevestigde ‘Nederlands-Joodse Gemeente’ in Den Haag en de hier zojuist beschreven Oost-Europese gemeenschap in Scheveningen.

Soms liep het stroef. Maar dan was er altijd één man die er op zijn eigen zachtzinnige en liefdevolle manier in slaagde de plooien weer glad te strijken. Iedereen kende hem daarom. Een meneer Isi Kornmehl met zijn vrouw Rita Jeret. Beiden afkomstig uit families waarin de term ‘vluchteling’ helemaal was ingeburgerd, maar die hier toch een thuis mochten vinden.

Altijd dat ellendige lidwoord DE

Ten slotte, weet u eigenlijk waarom onze eigen vijanden zo’n gruwelijke hekel hadden aan ‘de Joden’? Omdat er altijd wordt gesproken over DE Joden. Het generaliseren van een groep. Altijd dat ellendige lidwoord DE.

Zoals u dit maar al te goed kent wanneer het in uw debat gaat over DE moslims, DE Palestijnen, DE dit of DE dat.

Wanneer wij in staat zijn dit ene lidwoord in deze context af te schaffen, vinden wij elkaar misschien ook nog wel eens.

Sowieso wordt het in ons land dan in ieder geval een stuk veiliger en humaner. Dan wordt ook uw Nederland weer de plek waar mensen, naar het voorbeeld van onze eigen voorouders, gedwongen door de omstandigheden een veilig en gezegend heenkomen mogen vinden.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -