Ook dit jaar vond er in Den Haag een alternatieve dodenherdenking plaats, met beduidend minder bezoekers dan vorig jaar en onder hoogspanning door de bekladding van het monument op de Dam. Bezoekers reflecteren op dat incident en op de vraag hoe het verder moet met de verdeelde herdenkingen.
‘In een tijd waarin oorlog terugkeert in Europa, de internationale rechtsorde onder druk staat en wereldwijd burgers slachtoffer worden van geweld, vinden wij het belangrijk om het jaarlijkse ritueel van herdenken te verbreden’, staat op de website van de organisatie 4 Mei Inclusief.
Die boodschap wordt daar verder toegelicht: ‘Herdenken betekent niet alleen terugkijken, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor het heden. Op deze dag willen we expliciet ruimte maken voor empathie met álle slachtoffers van oorlog en geweld. Want de impact van oorlogsleed kent geen grenzen.’
Dit jaar is de herdenking verplaatst van het serene grasveld van de Koekamp naar het statige Lange Voorhout. Eveneens een prachtige plek, onder de grote, monumentale bomen, maar toch trekt deze herdenking slechts enkele honderden bezoekers, terwijl er vorig jaar duizenden mensen op de alternatieve herdenking afkwamen.
Gemengde gevoelens
Dat maakt het belang van deze herdenking voor de aanwezigen niet minder. Een van hen is de pro-Palestijnse activist José van Leeuwen, die aan het begin van het Lange Voorhout staat te wachten met haar fiets. Ze staat er met ‘gemengde gevoelens’, zegt ze.

‘Eigenlijk is 4 mei altijd zo’n zware deken, maar ik vind dat nu nog zwaarder dan anders. Omdat we niet leren. We hebben nooit geleerd van het verleden. Kijk naar Congo, naar Soedan, naar Palestina. En onze overheid doet eigenlijk niets tegen welk conflict of genocide dan ook. Toch doen ze vanavond weer alsof ze beschaafd zijn.’
Ze is nooit bij de herdenking op de Dam geweest en zou daar ook nooit willen zijn. ‘Als je niet openstaat voor andere conflicten en ander leed in de wereld, en zelfs aan sommige genocides deelneemt, dan moet je je afvragen of je daar wel op de juiste plek bent’, zegt ze.
‘Het standbeeld op de Dam is voor de doden van toen’
De gedachtengang van de pro-Palestijnse bekladders van het monument op de Dam verschilt wellicht niet zo veel van die van Van Leeuwen. Hoe werd zij vandaag wakker?
‘Ik vind die actie contraproductief. Die teksten en verf had je ook op de grond kunnen aanbrengen.’ Op de vraag of dat tot een andere reactie in de politiek had geleid, antwoordt Van Leeuwen met advies voor de activisten. ‘Het standbeeld op de Dam is voor de doden van toen, die kunnen er niets aan doen wat er nu gebeurt. Wij moeten leren van het verleden, dus je moet het standbeeld met rust laten. Doe het op de grond, precies daar waar iedereen staat’, herhaalt ze. ‘Nu gaat het de hele dag niet over de boodschap van de alternatieve herdenking, bijvoorbeeld over onze betrokkenheid bij de genocide in Palestina, of over Sudan en Congo, maar om een beetje verf. Dit hadden ze kunnen verwachten, en daarom vind ik het contraproductief.’
Ze gelooft er niet in dat het ooit nog goedkomt met het Comité 4 en 5 mei. ‘Ik zie het niet gebeuren dat mensen van die organisatie hier optreden of andersom. Ze hebben ook rapper Sef geweigerd vanwege zijn uitspraken over Palestina. Die herdenking op de Dam is besmet door het exclusieve karakter ervan. De pijn van de wereld is veel breder, toch?’

Verderop loopt een oudere man, Edjo Frank, met een vriend naar het podium. Hij zet nog net zijn keppeltje op voordat hij even stopt voor een paar vragen van de Kanttekening. Ook hij meldt dat hij hier staat met gemengde gevoelens.
‘Aan de ene kant is dit een dag waarop ik heel speciaal denk aan een paar honderd familieleden die vermoord zijn in Auschwitz en Sobibor, het grootste deel van mijn familie. En tegelijkertijd moet ik denken aan wat er nu in de wereld gebeurt, specifiek aan Israël-Palestina. Het is heel dubbel wat ik voel.’
Toch heeft hij ervoor gekozen om hier te zijn. ‘Ja, juist vanwege die gemengde gevoelens’, zegt hij. De bekladding op de Dam vindt hij ‘verschrikkelijk’.
‘Ik kan me voorstellen wat de beweegredenen zijn, maar ik vind de daad verkeerd. Zelfs in de moeilijkste situaties is het heel belangrijk om je menselijkheid niet te verliezen. Als je alleen je emotie de vrije loop laat, kan dat omslaan in het tegendeel. Dat zie je nu bij een deel van de Israëlische bevolking dat is doorgeslagen en misdaden begaat. Ze maken het erger.’
Is het niet tijd voor een goed gesprek tussen de organisatoren van 4 Mei Inclusief en het Comité 4 en 5 mei?
‘Ik heb begrepen dat dat gesprek wel plaatsvindt, maar dat het comité, dat ik ook ken vanuit mijn activiteiten rondom antisemitisme en racisme, niet te bewegen is. Ze hebben andere belangen en zijn heel stroef. Hoe harteloos kun je zijn als je enerzijds begaan bent met wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd en anderzijds onze koning zonder duidelijke instructies naar het Witte Huis stuurt, vanwaar de meest verschrikkelijke dingen over de wereld worden verspreid?’
Ingewikkeld
Het programma is al begonnen wanneer de Haagse Fatos met haar man arriveert. Die laatste maakt zich snel uit de voeten.
‘Natuurlijk wil ik wel praten, maar ik sta hier echt met veel verdriet’, zegt Fatos. ‘Ik ontwijk zulke gelegenheden normaal gesproken, want ik word altijd een beetje ziek van. Het is allemaal heel ingewikkeld’, vervolgt ze met een bedrukt gezicht.
Het incident op de Dam snapt ze wel. ‘Ik denk ook: doe nou niet zo aso. Het is niet mijn manier, maar ik snap het wel. Mensen zijn radeloos door de willekeur. Dat is wat er aan de hand is. Ook dat sommige buitenlandse conflicten, zoals Oekraïne, wel aandacht krijgen en andere niet. Ik ben hier voor alle oorlogsslachtoffers en ben tegen alle oorlogen.’
‘Mensen zijn radeloos’
Ze denkt niet dat 4 Mei Inclusief en het Comité 4 en 5 mei ooit tot verzoening zullen komen. ‘Het is net als dat gesprek destijds tussen Hedy d’Ancona en Frits Barend. De één staat open voor verandering, de ander luistert gewoon niet. Dit is zijn herdenking en daar moeten anderen vanaf blijven. Er moet nog veel gebeuren voordat dat goedkomt. Misschien maken onze kinderen en kleinkinderen het nog mee.’

Ze oogt aangeslagen. ‘Ik was vroeger gek op Anne Frank. Ik heb haar dagboek zo vaak gelezen op de middelbare school. Maar mijn naïviteit is verdwenen. “Dit nooit meer” heeft voor mij geen betekenis meer. Het zijn holle woorden geworden. Ik heb soms bijna spijt dat ik kinderen heb gekregen’, zegt ze bedroefd.
Taboe op verzetsrol van de CPN
Op het podium spreekt onder anderen Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid. ‘Ik bepleit niet alleen omzien, maar vooral om ons heen zien. De internationalisering en actualisering van de Dodenherdenking maken deze herdenking tot een dynamisch en levend antwoord op verleden en heden, en dat is een rijkdom’, zegt hij.
‘De Tweede Wereldoorlog, de brute dictatuur van de naziterreur, moet ons morele vertrekpunt zijn en blijven, maar mag niet ons eindpunt zijn.’
Hij pleit eveneens voor inclusiviteit, maar stelt ook kritische vragen over de herdenking op de Dam. ‘Waarom is het koningshuis zo prominent aanwezig? Weerspiegelt die rol tijdens de jaarlijkse herdenking wel correct de rol die het huis speelde tijdens de vijf jaren van naziterreur? Waarom zijn uniformdragers elk jaar zo dominant op de Dam en als eerste aan de beurt bij het leggen van hun erekransen? Dit vergeleken met het eerbetoon van en aan gewone burgers, waaraan mijn ouders en vele anderen hun leven in die vijf barre jaren mede te danken hebben gehad. Waarom is het nog steeds bijna taboe om de verzetsrol van de Communistische Partij Nederland, de CPN, te eren?’
Prikkelende vragen waar het Comité 4 en 5 mei een jaar lang op kan reflecteren.
Gevlucht uit Gaza
Na Hamburger komt de Palestijnse overlevende Ahmed Abu Artema aan het woord. Hij is schrijver en activist, geboren en getogen in Gaza, en was acht maanden getuige van de verschrikkingen daar. Hij wist uiteindelijk te vluchten en vertelt onder meer over zijn zoon Abdullah, die, zoals zoveel Palestijnen, is vermoord door het Israëlische regime.
‘De pijnlijke ironie is dat de dader een koloniaal regime is dat zijn narratief heeft opgebouwd op slachtofferschap. Vanaf het allereerste begin was het duidelijk dat het noodzakelijk was om een thuisland voor Joden te vestigen in ons land, Palestina, om te voorkomen dat zulke misdaden tegen Joden ooit nog zouden gebeuren’, zegt hij, en later: ‘Al bijna acht decennia lang zijn bloedbaden, gedwongen verdrijving, landonteigening, bezetting, het bouwen van muren en hekken, raciale discriminatie, detentie en dagelijkse vernedering de constante strategie geweest om Israëls bestaan en dominantie te behouden. De slachtoffers hiervan zijn het gehele Palestijnse volk.’
‘Jongeren kijken er natuurlijk anders tegenaan’
Jannie en Marion luisteren aandachtig. ‘Ik vind het wel goed om alles erbij te betrekken en om het breder te doen, mits dat zonder dwang gebeurt. Het moet geleidelijk groeien’, zegt Marion. ‘De jongeren kijken er natuurlijk anders tegenaan’, vult Jannie aan. ‘Maar wij zijn nog echt opgegroeid met de verhalen van onze ouders, onze oma en opa over de oorlog. En ik denk dat die generaties daarna, die weten ervan, maar het is toch een ander gevoel dan wij, die de verhalen uit de eerste hand hebben gehoord. Mijn vader is 89, die vertelt heel vaak over wat wij hebben meegemaakt. Dus dat moet ook een plek blijven houden.’
Maar ze zijn toch hier, bij de alternatieve herdenking. Zichtbaar in twijfel kan Marion even niet de woorden vinden. Jannie merkt dan op dat ze hier zijn om ‘de warmte van deze herdenking’ op te zoeken. ‘En dat voelt mooi en goed’, zegt Jannie. Marion knikt, nog met twijfel in haar ogen.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

