16.6 C
Amsterdam

Hoe is het gesteld met de persvrijheid in Turkije?

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Historicus en journalist.

Lees meer

Zondag 3 mei is de Dag van de Persvrijheid. Uit de persvrijheidsindex van Reporters without Borders blijkt dat het wereldwijd hard achteruitgaat met de omstandigheden waarmee journalisten te maken hebben.

Steeds vaker worden journalisten beperkt in de uitoefening van hun beroep. Ze krijgen te maken met politiegeweld, politieke onderdrukking en worden zelfs doodgeschoten door het leger (denk aan de honderden journalisten die door Israël worden vermoord in Palestina en Libanon).

In dit stuk zoomen we in op Turkije, dat al decennialang zeer slecht scoort op de persvrijheidsindex en waar eigenlijk nooit echt sprake is geweest van persvrijheid. Turkije is dit jaar weer vier stappen achteruit gegaan. Het staat het op de weinig hoopgevende plek 163 van de 180 landen op de persvrijheidsindex.

Met de gevluchte Turkse en Koerdische journalisten Baki Karadeniz, Erkam Tufan Aytav en Füsun Erdogan maken we de balans op.

Hoe kijkt u naar deze indexering als journalist, en in het bijzonder als journalist uit Turkije?

Baki Karadeniz

Karadeniz: ‘Voor mij is journalistiek meer dan een beroep; het is een strijd om te overleven en een strijd om de waarheid. Ik weet nog goed dat 1994 het kantoor van de Turkse krant Özgür Ülke werd gebombardeerd en collega’s midden op straat werden vermoord. Wat toen staatsbeleid was in de vorm van fysieke vernietiging (zoals de moorden op Musa Anter en Uğur Mumcu), heeft onder de AKP en Erdoğan plaatsgemaakt voor een systematische juridische belegering.

‘Vandaag de dag is Turkije op de Persvrijheidsindex gezakt naar de 163e plaats. Als Koerdische journalist in ballingschap zie ik dat, hoewel de methoden veranderen, de reflex om kritische stemmen het zwijgen op te leggen nooit is veranderd in Turkije.’

Aytav: ‘Dat Turkije op plaats 163 staat wat betreft persvrijheid, is helemaal niet verrassend. Turkije wordt nog steeds bestuurd door een autocratische leider. In zulke regimes is de vrije pers altijd een van de eerste doelwitten. Die wordt als eerste uitgeschakeld, omdat een vrije pers de illusie van autocraten doorbreekt. Vandaag de dag zitten nog steeds veel journalisten in de gevangenis, of zij hebben Turkije verlaten.’

Erdogan: ‘Terwijl regimes wereldwijd steeds verder naar rechts opschuiven, manipuleren machthebbers via hun eigen gecreëerde media de bevolking. Onder deze omstandigheden wordt het steeds moeilijker om echte journalistiek te bedrijven, en worden journalisten onvermijdelijk gedwongen hun beroep uit te oefenen onder druk van censuur en zelfcensuur. De aanhoudende oorlog tussen Rusland en Oekraïne, de verwoesting en bezetting van Gaza door het zionistische Israël, de aanvallen op Libanon, de plannen van de VS en Israël ten aanzien van Syrië, de aanvallen op Iran en de situatie in Sudan, het feit dat in al deze oorlogen en conflicten zoveel journalisten het leven verliezen, moet ook worden gezien als bewijs van hoezeer de persvrijheid wereldwijd wordt vernietigd. Dat Turkije historisch gezien altijd laag scoort, moet worden gezien als een duidelijk bewijs dat er in Turkije geen persvrijheid is.’

Volgens onderzoek past bijna de helft van de Turken zelfcensuur toe uit angst voor de overheid. Hoe is deze situatie volgens u onder Turkse journalisten?

Karadeniz: ‘Dit onderzoek toont aan dat de helft van de bevolking uit angst zwijgt, maar voor journalisten is meer sprake van een zogenoemde ‘overlevingsstrategie’. In een land waar alleen al in het afgelopen jaar meer dan 300 journalisten voor de rechter zijn verschenen, wordt zelfcensuur onvermijdelijk gemaakt. Elk woord op papier staat onder dreiging van gevangenisstraf, ballingschap of hoge boetes. Het autoritaire regime gebruikt de rechtspraak als een knuppel en beperkt journalisten niet alleen in wat ze schrijven, maar zelfs in wat ze niet meer durven op te schrijven via deze geïnternaliseerde zelfcensuur.’

Erkam Tufan Aytav

Aytav: ‘Mensen die in de Republiek Turkije leven, zijn gedwongen zelfcensuur toe te passen. Anders krijgen ze problemen. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor journalisten. Op een andere manier kunnen zij hun werk niet doen. Ze moeten binnen de door het regime

vastgestelde lijnen werken.’

Erdogan: ‘Waar onderdrukking en censuur bestaan, is ook angst voor de macht. In Turkije is er feitelijk sprake van een ‘eenmansdictatuur’, waarin alle bevoegdheden zijn geconcentreerd ie de leider van de AKP en president Recep Tayyip Erdoğan. Al jarenlang durven mensen, wanneer hun een microfoon wordt voorgehouden, de waarheid niet te spreken, en beperken zij zich tot uitspraken die de regering en Erdoğan prijzen. Voor de media geldt hetzelfde. Na de mislukte coup van 2016 zijn kranten, radiozenders, tijdschriften en televisiestations die nog probeerden de waarheid te brengen, in beslag genomen. Journalisten die zich kritisch uitten, werden uit hun functie gezet. Uiteindelijk is zelfcensuur vaak het enige middel om te overleven. Concluderend kan worden gesteld dat er in Turkije geen voorwaarden bestaan om journalistiek op een vrije en professionele manier uit te oefenen. Journalisten die dat wel proberen, krijgen vaak lange gevangenisstraffen, terwijl hun media worden gesloten of financieel onder druk gezet.’

Soms wordt zelfcensuur onder journalisten wel eens verdedigd met ‘we kunnen
tenminste 50 procent van wat we schrijven publiceren.’ Hoe kijkt u hiernaar?

Karadeniz: ‘Dit is geen excuus of verdediging, maar veel eerder een verklaring van capitulatie en corruptie. In de journalistiek bestaat geen ‘halve waarheid’. Die verborgen 50 procent vormt juist het donkerste dossier dat het publiek zou moeten kennen. De mainstream media zijn veranderd in een koor dat de misdaden van de machthebbers verbergt en zelfs maffiafiguren als helden aan de samenleving verkoopt. Dat tijdens de AKP-periode duizenden journalisten zijn vervolgd, bewijst dat deze concessies niemand beschermen, maar juist de duisternis van de macht voeden.’

Aytav: ‘Voor een deel van de journalisten in Turkije geldt dit inderdaad. Maar de journalisten die op televisie verschijnen en invloedrijke posities bekleden, vallen niet in deze categorie. Zij hebben zich onderworpen aan het regime. Met enthousiasme bedrijven zij regimejournalistiek, want anders zouden zij hun positie niet kunnen behouden.’

Erdogan: ‘Toen ik ooit hoofdredacteur was van Özgür Radyo in Istanbul, bevond ik mij in precies diezelfde situatie. Eén enkel woord kon al reden zijn om de zender te sluiten, waardoor wij feitelijk gedwongen waren tot zelfcensuur. Als verantwoordelijke moest ik die keuze maken, omdat sluiting betekende dat het vrijwel onmogelijk zou zijn om opnieuw een zender op te zetten. De keuze was simpel maar hard: stoppen of proberen, binnen de beperkingen, toch zo eerlijk mogelijk verslag te doen en het recht van het publiek op informatie en journalistieke ethiek te beschermen. Met andere woorden: het was kiezen tussen twee kwaden. Vandaag de dag is de situatie nog ernstiger. Zoals collega’s in de mainstream media zeggen: zelfs als 50 procent van wat je schrijft wordt gepubliceerd, is dat al iets. Tegelijkertijd is duidelijk dat dit geen duurzame oplossing is. Misschien is het noodzakelijk om een fundamentelere beweging op te bouwen en collectief ‘nee te zeggen tegen censuur en zelfcensuur.’

Füsun Erdogan

Zijn journalisten uit Turkije wel solidair met elkaar? Of richt iedereen zich vooral op zijn eigen publiek?

Karadeniz: ‘Helaas niet. In Turkije zijn beroepsorganisaties sterk gepolariseerd. Iedereen spreekt zich alleen uit over aanvallen op de eigen ‘achterban’. Terwijl pro-regeringsmedia feitelijk onderdeel van de macht zijn geworden, zit ook de oppositie opgesloten in ideologische getto’s. Zolang een aanval op één journalist niet wordt gezien als een aanval op het hele beroep, is het onmogelijk deze cirkel van repressie te doorbreken. Gebrek aan solidariteit vormt de grootste comfortzone van een onderdrukkend regime.’

Aytav: ‘Helaas is er geen sprake van solidariteit.’

Erdogan: ‘In de jaren negentig en begin jaren 2000 bestond solidariteit vooral onder onafhankelijke journalisten en hun lezers. De machthebbers hebben deze journalisten nooit als echte journalisten erkend. Door hen als ’terroristen’ te bestempelen, konden zij eenvoudig worden gearresteerd, gemarteld en veroordeeld. Opvallend is dat deze journalisten zelden expliciet voor hun journalistieke werk werden veroordeeld, want dan zou het moeilijker zijn geweest om zware straffen op te leggen. Journalisten in de mainstream media namen vaak dezelfde afstand en toonden weinig solidariteit. Pas toen de AKP haar macht verder consolideerde, werden ook mainstream journalisten doelwit van repressie. Toen werd duidelijk dat onafhankelijke journalistiek bedrijven grote risico’s met zich meebrengt.

‘Door de hele moderne geschiedenis van Turkije heen zijn gevangenissen gevuld geweest met journalisten en intellectuelen, en dat is vandaag de dag nog steeds zo, in nog ernstigere mate. Kortom: tenzij journalisten zich openlijk achter de AKP of MHP scharen, is het zeer moeilijk om hun beroep op een ethische manier uit te oefenen. Daarom zou het uitgangspunt moeten zijn dat, zolang er geen sprake is van een daadwerkelijk strafbaar feit, alle gearresteerde journalisten solidariteit verdienen, en dat deze solidariteit moet worden versterkt.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -