Filmmaker Ton van Zantvoort maakte een film over inburgering: een portret van bureaucratisch goedbedoeld Nederland en de manier waarop nieuwkomers dit traject ervaren.
‘Kijk, je doet eerst zo met je hand, daarna met je armen en dan draai je om je as. Zo doe je de vogeltjesdans, legt een zeer enthousiaste meneer uit aan een groep nieuwkomers die zojuist bijeen is gekomen voor een opstartklas in Breda.
Het is een van de eerste scenes in de film De Klantreis. In deze film neemt regisseur Ton van Zantvoort de kijker mee in het inburgeringstraject van twee families, vanaf het moment van aankomst in de stad waar ze mogen gaan wonen en gedurende de twee jaar die volgen. Het is een film over de hoeveelheid regels die we in Nederland kennen, de manier waarop nieuwkomers dit binnen korte tijd eigen moeten maken én de moeite die talloze betrokkenen nemen om deze haast onmogelijke taak te vervullen, vat hij samen.
Geen makkelijk script dus, geeft hij gelijk toe. ‘Het is makkelijker om een film te maken over één personage, waar je als kijker van houdt en die obstakels tegenkomt. Ik wilde een film maken van een traject, waarin bovendien ruimte is voor de ambtenaren die dit proberen vorm te geven. Maar hoe film je een traject?
Breda
In januari 2022 trad een nieuwe inburgeringswet in werking. Vanaf dat moment werden gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van hun inwoners. Breda ontwierp hiervoor de ‘klantreis inburgering’; een groot, ingewikkeld schema dat met kleurtjes en pijltjes inzichtelijk moet maken welke stappen de nieuwkomers belopen tijdens het traject.

‘Ik wilde iets doen met inburgering. Er is steeds meer polarisatie in de samenleving en ik dacht: zit niet juist de sleutel in de inburgering, ontstaat hier dan wederzijds begrip? Ik vroeg me af door welke hoepels nieuwkomers moeten springen. Wat moeten ze doen om in te burgeren en wanneer hoor je er dan bij, als dat al ooit lukt? Toen ik dat schema zag, dacht ik: dat wordt de film’, vertelt Van Zantvoort.
In de film wordt de klantreis in een vergaderruimte stap voor stap doorgenomen door de ambtenaren. Tegelijkertijd kijk je mee naar de werkelijke ‘reis’ van twee families; een Syrisch gezin van zeven en twee zussen uit Somalië die in Saoedi-Arabië woonden, en daar geen fijn leven hadden vanwege hun seksuele geaardheid. Deze contrasterende verhalen lopen door elkaar heen, als een constante weerspiegeling van hoe een reis bedacht binnen de kantoormuren werkelijk kan verlopen.
‘Ik wist van tevoren niet hoe hun traject in Nederland zou verlopen. Het was een gok om voor deze families te kiezen’, legt Van Zantvoort uit. De zussen uit Somalië landen relatief goed; ze zijn gemotiveerd, leren de taal en gaan aan het werk om zo snel mogelijk een eigen leven op te bouwen. Het Syrische gezin gaat minder goed. Terwijl ze gemotiveerd beginnen, raken ze steeds meer bedolven onder de regels en verplichtingen. Bovendien ontstaan er gaandeweg spanningen in het gezin waardoor alles nog veel ingewikkelder wordt.

Regels en nog eens regels
‘Het was geen makkelijke film om te maken’, zegt Van Zantvoort. ‘De film begint als de families een huis krijgen. Maar daarvoor was ik al een jaar bezig om toegang te krijgen tot alle instellingen in het traject.’ De personages leerde hij pas twee weken van te voren kennen. Hij volgde ze, maar ook dat bleek niet altijd even makkelijk. ‘Al bij de eerste draaidag stond ik op de zussen te wachten bij de taalles, maar ze kwamen niet. Toen ik hen belde, bleken ze op hetzelfde moment ook een afspraak te hebben bij de gemeente. Er was voor hun een dubbele afspraak gemaakt op exact dezelfde tijd.’
Het geeft volgens Van Zantvoort goed weer met welke enorme informatiestroom de nieuwkomers te maken krijgen. De overvloed aan informatie loopt als een rode draad door de film: afvalverwerking, toeslagen aanvragen, de bus nemen, Nederlands spreken, huurvoorwaarden, op tijd komen, rekeningen betalen, ga zo nog maar even door.
‘In een les wordt uitgelegd dat we in Nederland afval scheiden in drie verschillende bakken. Een van de hoofdpersonages heeft net haar nieuwe woning geverfd en wil weten waar ze de verfrestanten moet laten, maar dan blijken er toch tal van uitzonderingen: voor glas, voor chemisch afval en dan zijn er nog 12 containers bij de milieustraat.

‘Het inburgeringstraject is niet zozeer ingewikkeld, maar onze hele samenleving. Toch moeten de nieuwkomers het uitgelegd krijgen, want als je je afvalzak naast de container zet, krijg je een boete’, zegt de filmmaker.
‘De film is een portret van bureaucratisch goedbedoeld Nederland’, gaat hij verder. ‘Iedereen probeert de regels uit te leggen, maar eigenlijk komen we daar niet goed uit. Als je er als Nederlander al een tijdje in zit, ga je het normaal vinden, maar het is niet normaal. Als je een keer een mailtje over het hoofd ziet, kun je gelijk een boete krijgen. Als je een ergens vinkje verkeerd zet, wordt jij het slachtoffer. Je kunt nauwelijks je gelijk halen, kijk maar naar de toeslagenaffaire.’
Voer voor de populisten
Van Zantvoort heeft nooit een film willen maken over de ‘goede integratie van nieuwkomers’, vertelt hij. Hij wist immers niet van tevoren hoe het de personages in zijn film zou vergaan. De twee zussen waren dan misschien een schoolvoorbeeld met hun denkbeelden over vrijheid en gelijkheid, maar het Syrische gezin was eigenlijk helemaal geen modelgezin; de moeder klaagde veel over de grootte van het huis en wilde weten of ze bij voorbaat geen recht hadden op de voedselbank.
De film zou dan ook voer voor populisten kunnen zijn, vonden sommigen. ‘Ik heb hier wel mee geworsteld. Tegelijkertijd is dit een waarheid, dit is gebeurd en er was weinig ruimte om dingen uit te leggen. Waarom vonden ze het te klein? Het gezin heeft bovendien een lange, vervelende periode in Turkije achter de rug voordat het naar Nederland kwam. Dit zit allemaal niet in de film.’

Iedereen ziet in de film wat ze willen zien, vertelt hij. ‘Hoewel vrijwel iedereen die de film ziet enorm lovend is, kreeg ik ook haatberichten via sociale media. ‘Ook jullie zijn schuldig aan iedere verkrachting van vrouwen in Nederland door vieze terroristen uit het Midden-Oosten’, schreef iemand bijvoorbeeld. ‘Dan denk ik: je hebt de film niet gezien. Deze film gaat over inburgering, dus als die beter kan, is dat toch in ieders voordeel? Daarnaast is het vooral ook een film over onszelf en onze Nederlandse cultuur.’
‘De hoofdpersonen in de film waren erg blij met de film, omdat het goed weer zou geven hoe moeilijk het voor hen is, en de ambtenaren waren ook blij, omdat uit de film blijkt hoe hard hun best zij doen’, vertelt hij verder.
‘Mijn stijl is observerend. Ik probeer de kijker er op het moment bij te laten zijn, zonder interviews of voice over. Ik maak ook geen films over goed en slecht. Ik was oprecht geïnteresseerd in wat men moet doen om in te burgeren.’
‘Ik sprak nieuwkomers die moesten huilen, omdat het zo herkenbaar was’
Toch heeft hij wel degelijk iets willen bereiken met de film. ‘Ik heb hier bijna 4 jaar keihard aan gewerkt, dan wil je wel dat de film iets doet. Kort gezegd was het doel van deze film betere inburgering; meer begrip voor nieuwkomers en betrokken instanties. De mensen die betrokken zijn hebben vaak geen idee wat iemand anders doet, en hoe het hele systeem eruit ziet. Zo’n film laat dat wel zien.’
Dit doel is deels al bereikt, vertelt Van Zantvoort. ‘Er zijn vertoningen die vol zitten met mensen uit het hele werkveld: beleidsmakers, uitvoerders maar ook nieuwkomers. Ik sprak nieuwkomers die moesten huilen, omdat het zo herkenbaar was. Er zaten ook mensen van gemeenten met plaatsvervangende schaamte. Maar er wordt ook enorm veel gelachen.’
De film gaat verder dan inburgering en het sociaal domein, concludeert Van Zantvoort. ‘Het zet de samenleving breed aan tot denken. Als de vertoningen geweest zijn, gaan we met de gemeentes aan de slag. De film zal gebruikt worden bij impactprogramma’s, om te zien wat ambtenaren bij zichzelf herkennen en hoe dit beter kan. De film is een vertrekpunt.’
De film, een productie van NEWTON film, draait momenteel in 70 filmhuizen in Nederland. Bekijk hier waar de film bij jou in de buurt draait.

Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

