Kabinet keek in 1988 weg bij levering gifgassen aan Irak

Lees meer

Wat Iraakse Koerden al decennialang beweren, wordt bijna veertig jaar na de genocide in Halabja in 1988 bevestigd door journalisten van Follow the Money. Nederland wist dat Irak onder Saddam Hoessein plannen had met gifgas, dat vervolgens volop werd ingezet tegen Koerden en Iran. Toch liet de regering grondstoffen hiervoor leveren door chemische bedrijven, aldus de NOS.

Pas in 2005 werden hierover de eerste Kamervragen gesteld. Toen heeft het kabinet-Balkenende de Tweede Kamer onjuist en onvolledig geïnformeerd.

In de VN-Veiligheidsraad werd in 1984 al vastgesteld dat Irak chemische wapens inzette in de oorlog tegen Iran. Toch werd Saddam Hoessein in het Westen destijds nog beschouwd als een nuttige, seculiere dictator tegenover het religieuze ayatollag-regime in Iran.

De VVD’er Frits Bolkestein was uiteindelijk de man die de levering van grondstoffen aan Irak vrijwel ongehinderd liet doorgaan. Hij vond dat het Nederlandse bedrijfsleven anders te veel schade zou lijden.

Een van die stoffen was dimethylamine, dat nodig is voor de productie van zenuwgassen. Een onderzoeksgroep had voor deze stof gewaarschuwd, maar Bolkestein wist die van de lijst af te krijgen. ‘Nog tot mei 1985 ging maandelijks 10 tot 20 ton dimethylamine van het chemische bedrijf KBS Holland in Terneuzen naar Irak’, schrijft de NOS.

Bij een aanval met mosterd- en zenuwgassen op de Koerdisch-Iraakse stad Halabja vielen 5.000 doden.

 

- Advertentie -