Na jarenlange discussie wil de VVD nu wettelijk vastleggen dat buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) geen religieuze uitingen meer mogen dragen tijdens hun werk, zo melden verschillende media.
Hiertoe wil VVD-kamerlid Claire Martens een wetsvoorstel gaan indienen, dat een wetswijziging mogelijk zou maken.
Momenteel hanteren gemeenten verschillende regels met betrekking tot klederdracht van boa’s. In tegenstelling tot politieambtenaren die vallen onder de landelijke gedragscode voor lifestyleneutraliteit, krijgen boa’s in verschillende gemeenten de ruimte om hun geloof te uiten. In gemeenten als Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Tilburg mogen boa’s een hoofddoek, keppeltje of kruisje dragen als onderdeel van hun uniform. Dat stuit op verzet bij rechtse partijen, die willen dat er een totaalverbod op de hoofddoek komt voor boa’s.
Martens vindt dit verschil tussen gemeenten ongewenst. In plaats hiervan zouden medewerkers met een publieke handhavingstaak overal in Nederland aan dezelfde uniforme regels moeten voldoen. Ook bij politie en defensie zijn religieuze uitingen tijdens de dienst niet toegestaan, voert Martens aan. ‘Bij een uniform in een seculier land horen geen religieuze uitingen’, zei Martens tegen De Telegraaf.
Het wetsvoorstel moet volgens de VVD bijdragen aan de herkenbaarheid en uniforme uitstraling van handhavers in de openbare ruimte. Gemeenten kunnen dan niet meer afwijken van dit beleid, zoals nu het geval is.
In maart dit jaar kondigde de VVD al aan dat zij een landelijk verbod op religieuze uitingen bij boa’s wilde afdwingen. Het CDA steunde dit plan. In december 2021 stemde een Kamermeerderheid voor een motie van de PVV voor een verbod op het dragen van de hoofddoek voor boa’s.
Volgens tegenstanders is een dergelijk verbod in strijd met artikel 1 van de Grondwet, het non-discriminatiebeginsel.
Het wetsvoorstel zal eerst worden voorgelegd aan de Raad van State voor advies. Eerdere pogingen om met landelijke regelgeving te komen, mislukten, onder meer na kritiek van dit hoogste adviesorgaan van de regering.
Na het advies zal het achtereenvolgens door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. Mocht het voorstel door beide Kamers worden aangenomen, dan moeten alle boa’s zich aan dezelfde regels houden rond het dragen van religieuze uitingen zoals hoofddoeken.


