Hoe de mislukte staatsgreep in Turkije het leven van Gülen-sympathisanten voorgoed veranderde

Lees meer

Tien jaar geleden mislukte in Turkije een staatsgreep. Daarna werden honderdduizenden mensen vervolgd, onder wie veel vermeende Gülen-sympathisanten. Vier van hen vertellen hoe die avond hun leven voorgoed veranderde. ‘Nederland is voor ons een nieuw thuis geworden.’

Op 15 juli 2016 vond in Turkije een mislukte staatsgreep plaats. Het was een bepalend moment in de carrière van president Recep Tayyip Erdogan. Hij gebruikte de couppoging als aanleiding om honderdduizenden mensen te vervolgen en op te sluiten. Daarmee gaf hij het startschot voor het autoritaire bewind dat op dag van vandaag critici en de oppositie zonder pardon oppakt.

Erdogan wees direct naar de Gülenbeweging als verantwoordelijke voor de staatsgreep. De islamitisch spiritueel leider Fethullah Gülen ontkende echter iedere betrokkenheid en pleitte voor een onafhankelijk onderzoek, maar dat kwam er niet. Volgens verschillende analyses waren naast gülenisten ook kemalistische en andere officieren bij de staatsgreep betrokken. De precieze toedracht van de coupnacht is dan ook nooit volledig opgehelderd.

Turkse staatsmedia

De Turkse staatsmedia besteden al wekenlang veel aandacht aan de mislukte coup van 15 juli. Niemand in Turkije ontkomt aan termen als het ‘kwaadaardige terreurnetwerk FETÖ’. Dit jaar bedacht de staatszender TRT zelfs de nieuwe term ‘Fetönyahu’, waarmee wordt gesuggereerd dat Gülen-sympathisanten handlangers zijn van het zionistische regime in Israël en de VS. Zo doen nog altijd allerlei complottheorieën over 15 juli 2016 de ronde. In die wirwar van verhalen en de officiële staatsvisie is er nauwelijks ruimte voor de zware gevolgen die gewone Gülen-sympathisanten sinds die dag ondervinden.

‘15 juli 2016 staat voor altijd in mijn geheugen gegrift’

De Kanttekening sprak met twee Nederlandse Gülen-sympathisanten, beiden ondernemers, en twee gevluchte docenten uit Turkije, die hun leven ondanks alle ontberingen weer hebben opgepakt. Terwijl de een zich, voor zover mogelijk, ‘volledig herpakt’ heeft en is uitgegroeid tot een succesvol zakenpersoon, is voor de ander de pijn van 15 juli nog altijd een dagelijkse realiteit. Hoe komen zij deze dagen door en hoe blikken zij terug op het afgelopen decennium?

Ahmet Taskan

‘15 juli 2016 staat voor altijd in mijn geheugen gegrift’, zegt Ahmet Taskan, de Turks-Nederlandse zakenman met meerdere bedrijven op zijn naam. ‘Ik was onderweg naar huis in Utrecht toen ik werd gebeld door een autochtone Nederlandse vriend. Hij vertelde mij dat er in Turkije een staatsgreep gaande was. Dat bericht kwam als een donderslag bij heldere hemel. Eenmaal thuis zette ik direct de televisie aan. De beelden van tanks op de Bosporusbrug en laag overvliegende gevechtsvliegtuigen maakten al snel duidelijk dat er iets zeer ernstigs aan de hand was.’

Terwijl nationalistische Erdogan-aanhangers, na een oproep van de president, de straat op gingen om het regime te verdedigen, spreekt Taskan tien jaar later zijn twijfels uit over de gang van zaken.

‘Bij eerdere militaire interventies in Turkije werden doorgaans eerst de media en communicatiemiddelen uitgeschakeld, maar deze keer bleven televisie, internet en sociale media gewoon functioneren. Ook het tijdstip voelde opmerkelijk. Historisch gezien vonden militaire ingrepen meestal diep in de nacht plaats, wanneer de bevolking sliep, niet in de avond wanneer het leven nog op volle toeren draait. Daarnaast werd slechts één rijrichting van de Bosporusbrug afgesloten, terwijl de andere gewoon toegankelijk bleef. Ik vroeg mij af wat daarvan de militaire meerwaarde kon zijn. Hoe langer de avond duurde, hoe meer vragen er ontstonden. Verwarring en onzekerheid overheersten’, aldus Taskan. Kritische overpeinzingen die ook in het Turkije van Erdogan worden geuit, bijvoorbeeld door DEM-parlementariër Ömer Faruk Gergerlioğlu. Volgens Taskan kunnen mensen die zulke vragen stellen achter de tralies belanden.

Taskan wil dat toch nog steeds kwijt. ‘Zo verdween het rapport van de Turkse parlementaire commissie die de couppoging onderzocht uit de openbaarheid. Voorstellen van oppositiepartijen voor een nieuw parlementair onderzoek werden door de regeringspartijen AKP en MHP verworpen. Daarna volgden grootschalige arrestaties en lange gevangenisstraffen. Mensen werden soms veroordeeld voor handelingen die destijds volledig legaal waren, zoals het hebben van een rekening bij Bank Asya. Voor mij laten deze ontwikkelingen zien hoe Turkije zich de afgelopen tien jaar steeds verder heeft verwijderd van de democratische rechtsstaat.’

Spanning binnen de Turkse gemeenschap

De Turks-Nederlandse artiest Suvari Öztürk, die zijn muziek heeft gewijd aan mensenrechten en in het bijzonder aan de rechten van kinderen, heeft eveneens twijfels. ‘Op 15 juli 2016 was ik op bezoek bij mijn ouders. We zaten thuis televisie te kijken toen we rond 22.00 uur colonnes auto’s met toeterende bestuurders, Turkse vlaggen en luide Turkse muziek door de straten zagen rijden. Diezelfde avond werd de Gülen-beweging al aangewezen als verantwoordelijke voor de gebeurtenissen.’

Hij herinnert zich vooral de dag erna, 16 juli. ‘De spanning binnen de Turkse gemeenschap was om te snijden. Ik zag hoe families en vriendschappen uit elkaar vielen. In de tien jaar die volgden heb ik veel leed onder onschuldige mensen gezien. Tienduizenden mensen werden gevangengezet. Er zijn gedocumenteerde berichten over marteling in detentie en er zijn mensen omgekomen tijdens hun vlucht, onder wie gezinnen met kinderen die de oversteek naar Griekenland probeerden te maken.’

Taskan spreekt over een ‘compleet nieuwe werkelijkheid’ die op 16 juli begon. ‘Vrijwel direct na de mislukte staatsgreep werden aan de Turkse overheid gelieerde instellingen, stichtingen en verenigingen ingezet om namen te verzamelen van mensen in het buitenland die in verband werden gebracht met de Hizmet-beweging. Via de Turkse ambassade kwamen deze lijsten uiteindelijk in Turkije terecht. Tot mijn verbijstering bleek ook mijn naam daarop te staan. Van de ene op de andere dag werd ik bestempeld als staatsgevaarlijk.’

Dat voelde extra ‘wrang’, omdat ik enkele weken daarvoor nog op de Turkse ambassade was geweest en met de ambassade had samengewerkt bij de organisatie van bijeenkomsten. ‘De toenmalige ambassadeur had mij tijdens zijn afscheid zelfs publiekelijk bedankt voor mijn inzet, onder andere rond de viering van vierhonderd jaar diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Turkije.’

‘Mensen die mij jarenlang hadden gekend, namen ineens afstand’

Wat Taskan het pijnlijkst vond, was niet het bestaan van die zogenoemde Gülen-lijsten, maar de snelheid waarmee mensen veranderden. ‘Mensen die mij jarenlang hadden gekend, namen ineens afstand. Sommigen wilden niets meer met mij te maken hebben. Er ontstond een sfeer van angst, wantrouwen en uitsluiting, vooral op sociale media. Mensen werden geweerd uit moskeeën, sociale contacten werden verbroken en complete gemeenschappen raakten verdeeld. Ondanks alle druk heb ik bewust besloten mijn leven zo normaal mogelijk voort te zetten. Ik wilde niet dat angst mijn leven zou bepalen.’ Later kreeg hij ook te maken met doodsbedreigingen, waarvoor één persoon werd veroordeeld.

Öztürk wil na tien jaar leed graag meer hoop zien. ‘Ik vind dat echter wel moeilijk. Naar mijn overtuiging wordt een groot deel van de Turkse samenleving nog altijd sterk beïnvloed door polarisatie, desinformatie en diepgeworteld wantrouwen. Ik hoop dat er ooit ruimte ontstaat voor waarheid, rechtvaardigheid en verzoening, maar op dit moment zie ik die ontwikkeling nog onvoldoende.’

Taskan wil ook niet eindigen met uitsluitend verlies en pijn. Hij is iets optimistischer gestemd. ‘De afgelopen tien jaar zijn voor mij ook een periode van herbezinning en wederopbouw geweest. Zakelijk heb ik een volledig nieuwe koers gekozen. Met veel inzet heb ik inmiddels onder meer twee goed draaiende kleine ondernemingen opgebouwd. Dat geeft voldoening en vertrouwen in de toekomst.’

Een ander positief effect van de periode van vervolging is dat zijn blik op de wereld is verbreed. ‘Waar we vroeger vrijwel ieder jaar onze vakanties in Turkije doorbrachten, zijn we andere landen gaan ontdekken. Daardoor hebben we veel nieuwe ervaringen opgedaan en andere culturen leren kennen. Misschien wel de belangrijkste les die ik uit deze periode heb getrokken, is de waarde van de democratische rechtsstaat. Pas wanneer je ervaart hoe kwetsbaar vrijheid, onafhankelijke rechtspraak en fundamentele rechten kunnen zijn, besef je hoe onmisbaar ze zijn.’

Van de nood een deugd

Er zijn meer Gülen-sympathisanten die van de nood een deugd hebben gemaakt en sterker uit het trauma van tien jaar geleden zijn gekomen, al duurt dat voor velen nog altijd voort.

Neslihan Özcan Sahin, docent aan de Apolloschool in Amstelveen, en Melek H., wiskundedocent, behoren tot die groep. Beiden vluchtten in de nasleep van de couppoging, toen Turkije op basis van nooddecreten werd geregeerd, uit Turkije en hebben hier met bloed, zweet en tranen een nieuw bestaan opgebouwd.

Neslihan Özcan Sahin

Maar eerst terug naar hoe zij 15 juli beleefden. Sahin werkte destijds als wetenschapsdocent op een middelbare school in Adana. Haar man was industrieel ingenieur. ‘Tijdens de coupnacht waren we op bezoek in Gaziantep. We gingen met familie picknicken in een afgelegen gebied, waar onze telefoons geen bereik hadden. Tot ongeveer tien uur waren we daar. Toen we teruggingen, viel me al op dat de militaire politie controles uitvoerde en mensen aan de kant zette. We waren erg verbaasd. Pas toen we thuiskwamen en naar het nieuws keken, begrepen we enigszins wat er aan de hand was.’

Over 16 juli is Sahin duidelijk. ‘Dat was een complete hel voor ons. Ik gebruik die term bewust. Ons hele leven werd overhoopgehaald en we zouden het nooit meer terugkrijgen. We hebben alles verloren.’

Sahin kwam in 2018 met haar gezin naar Nederland via de beruchte Griekenlandroute, over de rivier de Meriç (Evros). ‘Tien jaar later doet het nog steeds veel pijn. Door een kapotte boot hebben we onze zoon zelfs even aan de Turkse kant van de rivier moeten achterlaten. Dat zou ik nooit meer doen.’

Ze heeft geen hoop meer voor Turkije, maar wel voor zichzelf en haar kinderen in Nederland. Terugkijkend geeft ze haar komst naar Nederland een religieuze betekenis. ‘Dit was een gedwongen migratie. Ik hoop dat het een hidjra (migratie omwille van God) is geweest.’

‘Juist door die gedwongen verhuizing ontstond er weer hoop. Vooral als je kijkt naar onze kinderen en naar het feit dat zoveel mensen nu in Europa, Amerika en andere landen wonen. Dat mensen de Gülen-sympathisanten op deze manier beter leren kennen, vind ik hoopgevend.’

‘Zouden ze accepteren dat iemand als ik lesgaf aan hun kinderen?’

Ze werkt inmiddels als docent nask (natuur- en scheikunde) op een middelbare school in Amsterdam. Die positie heeft ze niet zonder slag of stoot bereikt. ‘Terugkijkend was de vlucht naar Griekenland, over de rivier de Evros, het zwaarst. Mijn zoon was toen 9 jaar en mijn dochter 5. Mijn dochter hield ik voor dat we meededen aan Survivor, het televisieprogramma waarin deelnemers allerlei fysieke en mentale uitdagingen aangaan. Ik zei dat ze een pop zou krijgen die ze heel graag wilde.’

Na die beproeving begon in Nederland de strijd die uiteindelijk leidde tot haar docentschap, dat voor Neslihan veel meer is dan alleen een beroep. ‘Het is echt een passie, net als het leren van de Nederlandse taal’, zegt ze. ‘Ik wilde zo snel mogelijk Nederlands leren, wat eerlijk gezegd erg moeilijk is. We kwamen in 2018 aan. In 2020 kregen we een eigen woning en deed ik mee aan het project Statushouders voor de Klas. Ik móést weer voor de klas staan. Dat was mij afgenomen en daar had ik veel verdriet van.’

Ze vertelt dat op school soms werd uitgelachen om haar Turkse accent. ‘Het was het een pijnlijk proces. Ik heb lange tijd slapeloze nachten gehad, vooral voor ouderavonden. Ik vroeg me af: hoe zouden ouders op mij reageren? Zouden ze accepteren dat iemand als ik lesgaf aan hun kinderen? Gelukkig is dat nooit een probleem geworden.’

Neslihan maakt zich nog steeds zorgen over haar beheersing van de Nederlandse taal, maar zegt ook veel steun te hebben gekregen van haar schoolleiding. ‘Dat was ontzettend belangrijk voor mij. Ze hebben vertrouwen in mij en ik ben zelfs mentor geworden.’

Jaren in Irak

Voor Melek H. is een terugblik op 15 juli automatisch ook een terugblik op haar trouwfeest. Ze werkte destijds als docent wiskunde in Irak, maar was teruggekeerd naar Turkije om te trouwen. De bruiloft vond plaats op 19 juli, in een sfeer van angst. ‘Nog voordat we precies wisten wat er was gebeurd, werd de hele Gülen-beweging als dadergroep aangewezen. Toen wisten we dat er voor ons een zeer moeilijke periode zou aanbreken. Na ons trouwfeest zijn we meteen weer naar Irak vertrokken en nooit meer naar Turkije teruggekeerd. Dat is nu precies tien jaar geleden.’

Ze bleef nog enkele jaren in Irak, omdat ze daar een verblijfsvergunning had. Toen ze zwanger werd en haar ongeboren kind moest inschrijven, was een bezoek aan het Turkse consulaat noodzakelijk. Dat durfden zij niet aan. ‘We wilden de toekomst van ons ongeboren kind niet riskeren en hebben daarom een visum voor Nederland aangevraagd. Hier kregen we versneld een verblijfsvergunning. Mijn man ging na een IT-opleiding aan het werk en ik moest eerst de taal leren voordat ik weer als wiskundedocent aan de slag kon.’

Ook voor haar verliep die weg niet zonder obstakels. ‘De weg naar het docentschap liep parallel aan onze verblijfsprocedure, die gelukkig vrij snel werd afgerond. Daarna wachtten we op een woning van de gemeente Amsterdam. In die periode volgde mijn partner een IT-opleiding, terwijl ik voor onze baby zorgde. Toen we eenmaal een woning hadden, ben ik me volledig gaan richten op het leren van de Nederlandse taal.’

Terwijl haar partner aan de slag ging als softwareontwikkelaar, volgde H. een taalcursus en nam ze deel aan een traject om weer voor de klas te kunnen staan. Ze liep direct stage op een school. ‘Aan het einde van dat jaar was mijn Nederlands op voldoende niveau en begon ik te solliciteren.’

‘Nederland is voor ons een nieuw vaderland en een nieuw thuis geworden’

Ook dat bleek een uitdaging. ‘Ik was nog maar net in Nederland en hoewel mijn taalniveau officieel B2+ was, voelde dat in de praktijk nog niet zo. Daardoor waren scholen soms terughoudend om mij aan te nemen. Uiteindelijk kreeg ik de kans om wiskundeles te geven. Sindsdien heb ik zonder onderbreking gewerkt. Volgend schooljaar begin ik aan mijn zesde schooljaar in het onderwijs. Intussen hebben we, na vijf jaar, onze inburgeringsexamens gehaald en de Nederlandse nationaliteit gekregen. Daarna zijn we verhuisd naar ons eigen huis en sindsdien voelen we ons hier echt thuis.’

Haar dochter is in Nederland geboren en gaat binnenkort naar groep 6. ‘Door haar zijn we hierheen gekomen en hebben we voor onszelf een volledig nieuw leven opgebouwd. Nederland is voor ons een nieuw vaderland en een nieuw thuis geworden. Via dit interview willen wij al onze Nederlandse vrienden, leraren en buren bedanken die ons hebben geholpen, de weg hebben gewezen en ons hebben begeleid. We zijn er trots op deel uit te maken van deze samenleving en ons ervoor in te zetten.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -