Turkije heeft de Israëlische luchtaanvallen op de militaire luchtmachtbasis Abu al‑Duhur in de Syrische provincie Idlib scherp veroordeeld. De basis ligt minder dan honderd kilometer van de Turkse grens.
Volgens Syrische bronnen werd de locatie meerdere keren getroffen. Onder meer de start- en landingsbaan en een verlaten gebouw in een hangar zouden beschadigd zijn. Voor zover bekend zijn er geen slachtoffers gevallen.
Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken stelt dat Israël met de aanvallen de territoriale integriteit en eenheid van Syrië schendt. Ankara roept de internationale gemeenschap op op te treden tegen de Israëlische acties.
Ook de Amerikaanse gezant voor Syrië en ambassadeur in Ankara, Tom Barrack, sprak zijn ‘diepe bezorgdheid’ uit. Volgens hem draagt de Israëlische aanval niet bij aan regionale stabiliteit en is een diplomatieke aanpak volgens de Verenigde Staten noodzakelijk.
De nieuwe aanval heeft plaatsgevonden tegen de achtergrond van de toenemende Israëlische militaire aanwezigheid in Syrië sinds de val van het regime van Bashar al‑Assad. Tegelijkertijd is ook de invloed van Turkije in Syrië groeiende. Ankara zou het Syrische leger trainen en betrokken zijn bij de bouw van de nieuwe luchtbasis. Israël beschouwt die Turkse rol als problematisch.


