De Spaanse premier Pedro Sánchez ligt onder vuur. Een politierapport wijst naar Marokkaanse betrokkenheid bij de ‘invasie’ van Ceuta. Eind juli trokken tienduizenden jonge Marokkanen de grens van de Spaanse exclave over, met als doel een beter leven in Europa te zoeken.
De Spaanse premier Pedro Sánchez bleef lange tijd volhouden dat de Marokkaanse overheid niet betrokken was bij deze ‘invasie op Spaans grondgebied’. Een politierapport lijkt echter toch te wijzen op betrokkenheid van de Marokkaanse staat bij de gebeurtenissen. Dit kan de premier de politieke kop kosten, zo meldt NRC.
De roep om het aftreden van de premier klinkt steeds luider, maar Sánchez blijft vechten voor zijn positie. Uiterst rechtse partijen beschuldigen de premier nu ook van ‘medeplichtigheid’ en stellen hem medeverantwoordelijk voor de komst van tienduizenden Marokkaanse migranten naar Spanje.
Wat oppositiepartijen in het bijzonder hekelen, is dat Sánchez Marokko de hand boven het hoofd lijkt te houden. Voor de ultrarechtse partij Vox is het overduidelijk dat de Marokkaanse overheid achter de massale instroom zit. ‘De operatie is in Marokko ontstaan, werd door Marokko goedgekeurd, en er zijn aanwijzingen dat Marokko de coördinatie ervan op zich nam’, zei een politicus van de partij. Premier Sánchez wijst juist op de betrokkenheid van trollenaccounts, die gelieerd zijn aan Russische en pro-Israëlische media.
De lezing van Sánchez wordt in twijfel getrokken door een rapport van het Nationaal Centrum voor Immigratie en Grenscontrole (CENIF), onderdeel van de nationale politie. Hieruit blijkt wel degelijk de rol die de Marokkaanse grensautoriteiten zouden hebben gespeeld. Maar hoe groot die rol is blijft vooralsnog onduidelijk.
Volgens het rapport was Marokko niet de organisator van de massale oversteek, maar wel de ‘facilitator’. ‘Op basis van een analyse van media-interviews met migranten, beelden en berichten op sociale media stellen zij vast dat Marokkaanse agenten in burgerkleding en grenswachten in uniform aanwijzingen gaven aan migranten over de obstakels die ze moesten overwinnen en dat zij grote voertuigen vol migranten toegang verschaften tot het grensgebied’, schrijft NRC.
Bij Sánchez leidt deze nieuwe informatie overigens niet tot een herziening van zijn migratiebeleid. ‘We kunnen een muur van honderd meter bouwen, maar er zullen altijd mensen zijn die de zee op willen om over te steken’, zei hij, verwijzend naar het grote verschil in inkomen per hoofd van de bevolking tussen Ceuta en Marokko. ‘We moeten onze fysieke grens versterken, maar we moeten ook een legaal en reëel alternatief bieden aan degenen die in ons land willen komen werken.’
De spanning rondom Ceuta en Melilla is diepgeworteld. Deze twee Spaanse exclaves aan de Noord-Afrikaanse kust worden door Marokko geclaimd en vormen een overblijfsel van de koloniale periode.


