Het kabinet wil asielzoekers die volgens Europese regels in een ander land hun aanvraag moeten laten behandelen vaker in detentie plaatsen. Vervolgens, zo is het plan, zullen ze worden overgeplaatst naar het land waar ze asiel hebben aangevraagd.
Het gaat om zogeheten Dublinclaimanten, schrijft NRC. Dit zijn mensen die eerder in een ander EU‑land asiel hebben aangevraagd en daarom dáár de procedure moeten doorlopen. Veel van hen reizen echter door, onder meer naar Nederland. Ons land moet deze groep vervolgens terugsturen naar het eerste Europese land van aankomst, maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet.
Om de kans op overdracht te vergroten start het kabinet daarom een pilot. Dublinclaimanten komen daarbij in een instelling terecht waar beter zicht op hen is. Of detentie in dit geval ook betekent dat hun bewegingsvrijheid daadwerkelijk wordt beperkt, blijft in de berichtgeving echter onduidelijk.
Volgens NRC verblijven momenteel zo’n 3.300 mensen in de asielketen die volgens de Dublinverordening in een ander land zouden moeten zijn. Het kabinet stelt dat detentie in sommige gevallen noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat overdracht daadwerkelijk plaatsvindt. De asielketen is zwaar overbelast en de beschikbare plekken moeten volgens het kabinet toekomen aan mensen die recht hebben op een verblijfsvergunning in Nederland.
De maatregel past binnen de strengere koers van het kabinet op het gebied van asiel en migratie. Tegelijkertijd roept het vaker vasthouden van asielzoekers vragen op over proportionaliteit en de omstandigheden waaronder mensen hun vrijheid verliezen. Ook bestaat het risico dat Dublinclaimanten juist proberen uit beeld te blijven, om zo detentie te voorkomen.


