In een opiniestuk in NRC stelt Arabist Maurits Berger (Universiteit Leiden) dat de nasleep van 9/11 ‘de rechtsstatelijkheid heeft uitgehold, en moslims ten onrechte in het verdomhoekje gezet.’
Maurits Berger breekt een lans voor een fundamentele herbezinning op de manier waarop het Westen heeft gereageerd op terrorisme en op de manier waarop islam en moslims sindsdien zijn geframed.
De Leidse wetenschapper beschrijft hoe hij de aanslagen destijds vanuit Damascus volgde, waar de eerste reacties volgens hem ’tweeledig’ waren, schrik en mededogen, maar ook een zekere gelatenheid omdat mensen in het Midden-Oosten hier al vele jaren mee te maken hadden. In Nederland merkte hij juist hoe fel de emoties opliepen. Nederlanders van Marokkaanse afkomst die zeiden dat ze de aanslagen ‘wel begrepen’ konden volgens Berger ‘zelf op geen enkel begrip rekenen.’
Berger bekritiseert vervolgens de westerse ‘war on terror’. Zijn kritiek richt zich allereerst op de oprekking van rechtsstatelijke principes. Berger wijst in zijn opinieartikel op de martelingen in Guantánamo Bay, een Amerikaanse legerbasis die buiten de Amerikaanse jurisdictie valt. Dat andere westerse landen wegkeken noemt hij veelzeggend. ‘Blijkbaar is de ervaring van een terroristische aanslag nodig om het vernis van beschaving te laten verdwijnen.’
Ook heeft Berger kritiek op de eenzijdige focus van de media, de politiek en de veiligheidsdiensten. Zij richtten zich vrijwel volledig op islam en moslims als bron van het probleem. Aannames dat ‘de islam gewelddadig zou zijn’ of dat moslims zich ‘makkelijk laten ophitsen door radicale imams’ noemt hij historisch onjuist. In Nederland vermengde de angst voor aanslagen zich met het integratiedebat, waardoor het islamdebat volgesns hem uitsluitend over twee assen verliep: radicalisering en integratie.
Berger stelt dat dit denken sindsdien is vastgevroren in beleidstermen als ‘salafisme’ en ‘anti-integratief’, terwijl de werkelijkheid van moslims in Nederland inmiddels sterk is veranderd. Het gevolg is volgens hem dat ‘met name het niet-islamitische deel van Nederland is blijven vastzitten in de angsten en beelden van vijfentwintig jaar geleden’, wat heeft bijgedragen aan de normalisering van islamofobie en moslimdiscriminatie.


