12.9 C
Amsterdam

VVD-Kamerlid zorgt voor discussie over politieke neutraliteit van hulporganisaties

Lees meer

De discussie over de politieke rol van ontwikkelingsorganisaties laait opnieuw op in de Tweede Kamer. VVD-Kamerlid Nicole Maes stelde woensdag tijdens een Kamerdebat dat ngo’s die overheidssubsidies ontvangen zich politiek neutraal zouden moeten opstellen.

Maes had de kwestie vorige maand al schriftelijk bij minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sjoerd Sjoerdsma aangekaart. Op 20 augustus stelde zij dat sommige ngo’s te activistisch zijn, terwijl ze voor een deel van hun inkomen afhankelijk zijn van overheidsgeld.

De minister beantwoordde die vragen op 8 september. Hij benadrukte het belang van de mogelijkheid om de macht kritisch te bevragen, ook door ngo’s. Hij stelde bovendien dat ngo’s slechts voor een deel gefinancierd zijn door de overheid. Voor het overgrote deel zijn ze zelf verantwoordelijk voor hun inkomen.

De kritiek vanuit de ngo-sector is scherp. Rolien Strasse, directeur van vredesorganisatie PAX, noemt het idee dat gesubsidieerde ngo’s politiek neutraal zouden moeten zijn een miskenning van de historische reden waarom maatschappelijke organisaties überhaupt door de overheid worden gefinancierd.

‘Voor haar een geschiedenisles’, schrijft Strasse in een post op LinkedIn. Zij wijst erop dat financiering van ngo’s juist is ontstaan vanuit het idee dat deze organisaties een eigen, onafhankelijke rol in de samenleving vervullen en geen verlengstuk zijn van overheidsbeleid.

Volgens Strasse hebben ngo’s daarbij drie belangrijke functies. Allereerst beschikken zij over expertise en internationale netwerken die de Nederlandse overheid zelf niet heeft. In oorlogsgebieden en dictaturen kunnen ngo’s bovendien soms werken op plekken waar de overheid diplomatiek of politiek weinig kan uitrichten. ‘Soms gevoelig’, erkent Strasse, ‘maar nuttig.’

Daarnaast hebben maatschappelijke organisaties volgens haar een onafhankelijke blik op overheidsbeleid. Dat betekent volgens Strasse niet dat ngo’s partijpolitiek bedrijven, maar wel dat zij zich uitspreken over ‘onrecht en ongelijkheid’, de politieke en economische oorzaken van conflicten en manieren om vrede te bereiken.

Ten slotte vertegenwoordigen ngo’s volgens haar een eigen achterban in de Nederlandse samenleving. Zij informeren, organiseren en mobiliseren burgers en dragen daarmee bij aan maatschappelijke betrokkenheid. Dit argument klinkt ook door in het betoog van Sjoerdsma, die stelt dat maatschappelijke organisaties en hun achterban zelf gaan over de doelen die zij nastreven en de manier waarop zij dit doen.

De discussie is overigens niet nieuw. Ook in eerdere Kamerdebatten over ontwikkelingssamenwerking is kritiek geuit op overheidssubsidies aan organisaties die zich activistisch of politiek uitspreken. Zo pleitten rechtse partijen eerder voor het beperken of beëindigen van steun aan wat zij ‘activistische ngo’s’ noemen. In het debat over de ontwikkelingsbegroting voor 2026 werd bijvoorbeeld door de PVV expliciet gepleit voor het stoppen van subsidies aan dergelijke organisaties.

- Advertentie -