14.5 C
Amsterdam

Waarom brengt een corruptieschandaal van miljarden Erdogan niet aan het wankelen?

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Historicus en journalist.

Lees meer

Een beleggingsschandaal van 20 miljard euro raakt mensen rond president Erdogan. Toch wankelt zijn regime niet. Hoe kan dat?

Het beleggingsschandaal in Turkije, waarbij naar schatting 20 miljard euro gemoeid is, lijkt het regime van Erdogan steeds harder te raken. Voormalig AKP-minister Fatma Kaya heeft ontslag genomen als presidentieel adviseur en wordt dagelijks samen met haar man op sociale media bespot. Volgens sommige analisten hoort corruptie bij de Turkse cultuur, terwijl anderen een afrekening zien tussen Erdogan-vertrouwelingen die zich opmaken om de macht na Erdogan over te nemen. Hoe zit het nou?

Erdogan sloeg deze week hard om zich heen bij de opening van het politieke jaar in het Turkse parlement. ‘Niemand heeft het recht om van het volk te stelen’, zei hij zonder blikken of blozen. Dit terwijl bijna elke dag berichten binnenkomen over de enorme reikwijdte van het schandaal. Bedrijven die dicht bij zijn regime staan, zouden met voorkennis aandelen hebben verkocht, niet lang voordat de waarde van die aandelen kopje-onder ging.

‘Dubieuze fondsen, die het vermogen van bijna een half miljoen beleggers beheerden (onder wie doodgewone ‘hardwerkende Turken’), bleken onwaarschijnlijk hoge rendementen te hebben geboekt met marktmanipulatie en andere schimmige praktijken’, schrijft de Volkskrant. Met Turkije-kenners blikken we vanuit een historisch en sociologisch perspectief terug op het zoveelste corruptieschandaal in Turkije. Hoort corruptie nou eenmaal bij de Turkse cultuur?

Corruptieschandaal van 2013 was groter

De Turkse schrijver en politicoloog Cengiz Aktar is totaal niet verbaasd over het beleggingsschandaal. Hij wil er daarom ook niet te veel woorden aan vuil maken. ‘De corruptie uit 2013 was veel groter dan die van nu. En daar waren Erdogan zelf en zijn directe familie ook bij betrokken. Toen hebben Turken ook niet gereageerd. En dat zal nu ook niet gebeuren’, zegt hij pessimistisch.

‘Ten minste een derde van de bevolking staat nog achter het regime’

Aktar gaat ver terug om de hardnekkige corruptie binnen het Turkse systeem te verklaren. ‘Sinds de Armeense Genocide [waarbij bezittingen van vermoorde en weggevoerde christenen massaal werden geconfisqueerd door de Osmaanse staat, red.], waar nog steeds geen enkele rekenschap voor is afgelegd, is de Turkse maatschappij van binnen diep verrot’, zegt hij. ‘In die zin verdienen Turken ook een Erdogan. Ze hebben geen principes. Ten minste een derde van de bevolking staat nog achter het regime. En of de rest spiksplinternieuwe democraten zijn, is zeer de vraag.’

Daarom gelooft hij er niet in dat Erdogans regime wankelt. ‘Dit zal straks ook makkelijk vergeten worden’, aldus Aktar.

Verschil met Poetin en Trump

Emeritus hoogleraar Martin van Bruinessen is ook weinig hoopvol. ‘Vroeger dacht ik, net als veel mensen, dat de corruptie het werk was van sluwe lieden die zich onder de paraplu van de AKP verscholen en dat Erdogan zelf er niets van wist. Totdat Fethullah Gülens politiemensen die schoenendozen vol dollars vonden die Bilal [de zoon van Erdogan] niet op tijd wist te verstoppen’, zegt hij, refererend aan het corruptieschandaal van 2013.

‘Het hele systeem is gebaseerd op zelfverrijking van een relatief kleine groep oligarchen en kleinere kruimels die worden toegeschoven aan een islamitische middenklasse die niet protesteert omdat ze onder vorige regimes nooit aan de bak kwamen’, legt hij uit. Hij wijst verder op een verschil met Poetins Rusland of Trumps Amerika: ‘De Turkse oligarchen hebben geen echte politieke macht, want Erdogan houdt ze goed onder controle, hoewel minder hardhandig dan Poetin tegenwoordig doet.’

‘Turkse oligarchen hebben geen echte politieke macht’

Politicoloog Safak Topkaya denkt dat zelfs in het oude, kemalistische Turkije een corrupte politicus of regering allang gevallen zou zijn. ‘Tegenwoordig maakt het niet uit hoe hard de oppositie haar stem verheft: het regime gebruikt de rechterlijke macht en de media als een vrijwel ondoordringbaar schild om die stemmen het zwijgen op te leggen.’

Volgens haar kan men nu met recht spreken van een eenpartijstaat. ‘Wanneer een politicus opstaat en zegt: “Dit is diefstal”, kan hij de volgende ochtend voor de rechter staan of zelf het doelwit zijn. Politiek is voor ons niet langer een terrein waar oplossingen worden gezocht, maar is bijna veranderd in een strijd om te overleven en jezelf te beschermen.’

Oud-minister Fatma Kaya

Gevluchte journalist Bülent Kenes, oud-hoofdredacteur van de Turkse krant Zaman, meent in het ontslag van en het onderzoek naar ex-minister Fatma Kaya ook een zekere berekening van Erdogan te zien.

‘Kaya en haar echtgenoot zijn door het Erdogan-regime uitgekozen als zondebokken om de schade te beperken die is ontstaan door een veel groter schandaal. Ze zijn daarbij voor het publiek gebracht als doelwitten van woede en haat. Alle bewijzen en aanwijzingen wijzen er echter op dat de belangrijkste betrokkenen bij het schandaal – waarbij naar schatting 500.000 kleine beleggers voor maar liefst 20 miljard euro zijn opgelicht – afkomstig zijn uit de inner circle van Erdogan, zijn partij en zijn regime.’

Ook de gevluchte journalist Can Dündar opperde deze lokaastheorie op zijn YouTube-kanaal. Binnen het AKP-regime zouden verschillende groepen verwikkeld zijn in een machtsstrijd over de opvolging van Erdogan. Daarbij worden onder anderen minister van Justitie Akin Gürlek en minister van Buitenlandse Zaken Hakan Fidan genoemd. Fatma Kaya zou in die strijd door een van de kampen zijn opgeofferd als waarschuwing aan de anderen. Ook doen berichten de ronde dat de oud-minister dreigt uit de school te klappen over de behaalde rendementen binnen het Erdogan-regime als ze door het Turkse OM wordt opgeroepen om te getuigen.

‘Binnen het regime is de vraag wie aan de macht komt na Erdogan’

De journalist Adem Yavuz Arslan gelooft eveneens dat er een machtsstrijd gaande is binnen de AKP en dat hierdoor informatie naar buiten is geglipt. ‘Een van de meest kritieke punten binnen het regime is de vraag wie aan de macht komt na Erdogan. Enerzijds zijn er analyses dat Erdogan de macht binnen de familie wil houden door zijn zoon Bilal naar voren te schuiven, terwijl anderzijds Hakan Fidan naar voren komt als een mogelijke opvolger. Dit zijn geen vaststaande feiten, maar mijn inschatting is dat het fondsschandaal kan uitgroeien tot een instrument voor afrekeningen binnen deze machtsstrijd. Het gaat daarbij niet alleen om geld, maar ook om de vraag wie na Erdogan de controle over de staat en haar middelen zal overnemen.’

Hij is niet zo pessimistisch over het Turkse volk als enkele analisten hierboven. ‘Het probleem is niet de zogenoemde principeloosheid van de Turken. Het probleem ligt bij de toegang tot informatie, organisatie en het feit dat het ter verantwoording roepen van machthebbers systematisch wordt bemoeilijkt’, zegt hij en vult aan dat dit een uitgelezen kans is voor buitenlandse media om hun rol als waakhonden van de democratie te vervullen.

‘In een land waar ongeveer 90 procent van de nationale media onder controle van de machthebbers staat, kunnen mechanismen van checks-and-balances en democratische controle niet goed functioneren’, verklaart hij zich nader.

Morele erosie

Kenes is minder optimistisch. ‘Het probleem is breder, en een groot deel van de omvang ervan komt voort uit het feit dat een aanzienlijk deel van de Turkse samenleving corruptie, misstanden en omkoping niet voldoende beschouwt als ernstige morele en politieke problemen. Anders gezegd: het diepere probleem ligt in de morele erosie van de Turkse samenleving; het corrupte Erdogan-regime is een volkomen natuurlijk en rechtstreeks gevolg van die erosie.’

Ook deelt Kenes flink uit tegen de oppositie, die geen vuist meer kan maken tegen Erdogan. ‘Een aanzienlijk deel van de oppositie is in een positie gekomen waarin zij feitelijk als onderdeel van het regime functioneert. Aan de andere kant zien de oppositie dat het publiek onvoldoende belang hecht aan deze kwesties. Daardoor zijn zij geneigd onderwerpen als corruptie, omkoping en illegale verrijking te beschouwen als politiek weinig lonende thema’s om centraal te stellen in hun agenda.’

Topkaya ziet in alle gebeurtenissen in Turkije geen principeloosheid, maar eerder ‘uitputting en machteloosheid’.

‘Van iemand die dagelijks bezig is met brood op de plank krijgen, verwachten dat hij op straat revolutionair reageert op miljardenfraude, zou naïef zijn. Daarom vind ik oordelen dat het Turkse volk de leider krijgt die het verdient, onrechtvaardig. Geen enkel volk verdient armoede, corruptie en onrecht’, aldus Topkaya.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -