11.1 C
Amsterdam
Home Blog Pagina 214

Er is geen oog voor elkaars verdriet

0

Het is duidelijk: de wereld heeft tussen 7 oktober 2023 en 7 oktober 2024 geen vooruitgang geboekt. Behalve een paar bevrijde gijzelaars, zijn de anderen, als ze nog leven, nog steeds overgeleverd aan hun gijzelnemers in Gaza.

Daarnaast begon onmiddellijk na de drama’s van die vreselijke dag een oorlog, die dit jaar alleen maar heviger en dramatischer werd. Een strijd waarin nu, naast Gaza, ook Libanon is betrokken. Sinds 7 oktober leeft de wereld midden in een oorlog waarvan het einde nog lang niet in zicht is.

Met die feiten in gedachten heb ik me de afgelopen dagen afgevraagd waarom er wereldwijd zo uitgebreid wordt stilgestaan bij ‘een jaar later’. Er is niets te vieren, niets af te sluiten. Een rouwproces kan niet eens beginnen. Dag na dag worden op gruwelijke wijze alleen maar nieuwe slachtoffers toegevoegd aan de al enorme aantallen. Wat betekent dan ‘een jaar later’?

Het enige wat de datum 7 oktober bij mij oproept, is de vraag welke verschrikkingen ons vandaag  of op tien of elf oktober te wachten staan. Voor mij is 7 oktober geen markering op de kalender.

Deze persoonlijke beleving van 7 oktober geldt trouwens niet alleen voor wat er op de plek zelf gebeurt. Ik ervaar het net zo hard binnen de betrokken gemeenschappen hier in Nederland.

Joden en moslims, Israël-aanhangers en zij die zich verbonden voelen met Palestijnen en Gazanen, zijn in twaalf maanden geen stap vooruit gekomen. Vorig jaar begon met het zwaaien van vlaggen, elke groep voor zichzelf. Men ging de straat op voor demonstraties: de ene dag voor Palestina, de andere dag voor Israël. Joden likten hun wonden, de anderen treurden om het leed van hun gemeenschap. Er was geen oog voor elkaars verdriet. Het slachtofferschap liet geen ruimte voor compassie voor het verdriet, de boosheid en de zorgen van de ander. We stonden niet naast elkaar, maar tegenover elkaar, als elkaars vijanden, zelfs hier in Nederland.

‘Ook hier staan de Israël-aanhangers aan de ene kant van de samenleving en de Gaza-aanhangers aan de andere kant’

En inderdaad, een jaar later is er niets veranderd. Weer vlaggen, ieder voor zich. Weer alleen maar demonstraties, die goed zijn voor het in stand houden van de wederzijdse vijandigheid. Niet op het slagveld daar, maar opnieuw hier, op de straten en pleinen van Nederland.

Na al het nieuws van deze 7 oktober, een jaar later, op radio, tv, in de kranten en andere media, kom ik tot één conclusie: deze dag in oktober markeert het einde van een verloren jaar.

Vanaf dat eerste moment, nu twaalf maanden geleden, toen de eerste beelden verschenen, lag er eigenlijk iets heel bijzonders in het verschiet voor onze Nederlandse samenleving. Wij hadden de kans om ervoor te zorgen dat de oorlog daar niet zou worden geïmporteerd naar Nederland. Integendeel, het oude conflict daar, rond Israël en Palestina, kunnen wij hier niet oplossen. Dus moeten we ons daar ook naar gedragen. In de vrede die wij hier kennen, was er voldoende basis om elkaar juist op te zoeken. Om die empathie te tonen die alle betrokkenen, aan welke kant van het conflict dan ook, zo hard nodig hebben. Wij zouden ons niet laten verdelen en elkaars vijand worden. We droomden ervan dat, als die vrede daar ginds niet te behouden is, we die hier juist wel zouden koesteren. Na 7 oktober 2023 zouden we de wederzijdse verhoudingen hier alleen maar hechter laten worden.

Helaas is het niet zo gegaan. Ook in Nederland staan de Israël-aanhangers aan de ene kant van de samenleving en de Gaza-aanhangers aan de andere kant. Verstrikt in een hopeloos lokaal conflict. Als gemeenschappen hebben we op een uitzichtloze manier gefaald.

Er is echter een sprankje hoop. Dwars tegen al deze animositeit in, zijn er enkelen die zich niets van deze tweespalt hebben aangetrokken. Zoals die twee gemeenteraadsleden in Amsterdam, een Jood en een moslim, die eensgezind hebben laten zien dat samenwerken het enige is dat zin heeft en vruchten afwerpt. En ook de activiteiten van een aantal jongeren onder de naam ‘Deel de Duif’ zijn een lichtpuntje. Zo zijn er nog enkele bewonderenswaardige activisten die ervoor hebben gekozen om hun 7 oktober-jaar niet zinloos te laten verlopen.

Ja, het is maar een sprankje hoop. Maar juist deze fantastische mensen hebben voldoende kennis en besef om te weten dat uit zo’n klein begin iets geweldigs kan groeien, dat ons allemaal weer dichter bij elkaar zal brengen. Zij laten de grote, falende buitenwereld zien dat een kostbaar jaar zoals dit niet als een verloren jaar in de geschiedenis mag verdwijnen.

Marechaussee en OM doen onderzoek naar mensensmokkel in Afrika

0

Vluchtelingen uit de Hoorn van Afrika die via Libië en Soedan reizen, krijgen nog altijd vaak te maken met geweld, verkrachting en uitbuiting. Om de daders te kunnen berechten, zijn de Koninkijke Marechausse en het Openbaar Ministerie een onderzoek begonnen.

Het gaat om mensensmokkel via de zogenaamde Centraal-Mediterrane Route naar Europa. Deze route wordt bijvoorbeeld gebruikt door mensen uit Eritrea die naar Europa vluchten. Vooral in Libië en Soedan hebben migranten te maken met geweld, aldus de marechaussee.

‘In deze landen worden duizenden mensen opgesloten in kampen. Ze mogen pas verder reizen als familieleden flink betalen. Niet zelden vindt hierbij grof geweld plaats.’

‘We kregen niet voldoende eten en verhongerden. We werden slecht behandeld, geslagen en over het algemeen vernederd’, vertelt een slachtoffer uit Eritrea die nu in Nederland is, over de smokkelaars waarmee hij te maken kreeg in Libië.

Hij vertelde zijn verhaal aan de marechausse en roept andere slachtoffers op hetzelfde te doen, om ervoor te zorgen dat ‘vluchtelingen niet hetzelfde hoeven door te maken als hij’.

De marechausse heeft al eerder verdachten binnen een crimineel netwerk rondom mensensmokkel kunnen aanhouden. Dit nieuwe strafrechtelijk onderzoek richt zich op andere netwerken op deze migratieroute, zodat meer daders kunnen worden berecht.

Onderzoek: illegale migratie naar Europa blijft al jaren gelijk

0

De illegale migratie naar Europese landen is de afgelopen vijftien jaar gelijk gebleven. Dit blijkt uit een groot onderzoek van de organisatie Measuring Irregular Migration and Related Policies (MIrreM), dat gisteren is verschenen.

In het onderzoek, gefinancierd door de EU, wordt illegale migratie onder de loep genomen in twaalf EU-landen. Het aantal mensen dat niet rechtmatig in deze landen verbleef, is van 2008 tot 2023 vrijwel gelijk gebleven. In sommige landen nam het aantal wel toe, maar in Nederland nam het juist af, zo concluderen de onderzoekers. De cijfers over Nederland zijn gebaseerd op de periode 2008-2018, omdat er geen recente cijfers beschikbaar zijn.

Tussen 2016 en 2023 woonden er in de twaalf EU-landen tussen de 2,6 en 3,2 miljoen illegale migranten. Dit is minder dan 1 procent van de totale bevolking van deze landen, stelt het rapport, een percentage dat in deze periode stabiel bleef. Een illegale migrant wordt hier gedefinieerd als een persoon die geen wettelijke basis heeft voor zijn of haar verblijf in een land. Vluchtelingen waarvan de asielaanvraag in behandeling is, vallen hier niet onder.

In Nederland ging het in 2018 om tussen de 23.000 en 58.000 illegale migranten, wat tussen de 0,1 en 0,3 procent van de totale bevolking vertegenwoordigt. Vergeleken met 2008 is dit een afname; in dat jaar ging het om tussen de 62.000 en 131.000 illegale migranten, wat toen tussen de 0,5 en 0,8 procent van de totale bevolking was.

Ook in Finland, Griekenland, Ierland en Polen namen de aantallen af. In Duitsland, Oostenrijk en Spanje namen de aantallen juist toe.

Belang van cijfers

Er is veel discussie over illegale migratie in de EU, waarbij rechtse politici regelmatig wijzen op de risico’s omdat de migranten vrijwel buiten beeld zijn. In Duitsland werd een maand geleden de grenscontrole geïntroduceerd in een poging om illegale migratie tegen te gaan. Ook in ons land wil het kabinet met nieuwe regels mogelijk maken dat afgewezen migranten direct het land uit worden gezet.

Juist vanwege de relevantie van het fenomeen in de politiek en het publieke debat is het van belang om de cijfers boven water te krijgen, stellen de onderzoekers.

De Amsterdamse hoogleraar sociologie, Hein de Haas, meldde vorig jaar in zijn boek Hoe migratie echt werkt al dat de aantallen in Europa redelijk stabiel zijn gebleven. ‘De meeste internationale migranten steken legaal — met een paspoort en visum in de hand — de grens over’, aldus de wetenschapper. ‘De uitvoerige mediaberichtgeving over illegale migratie blaast de ware omvang van dit verschijnsel dus geheel uit proporties.’

Christenen, Joden en moslims houden wake voor slachtoffers in Gaza

0

Afgelopen zondag vond een bijzondere interreligieuze wake plaats voor de slachtoffers van de oorlog in Gaza. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema en wethouder Marjolein Moorman waren ook aanwezig. Aan het einde van de wake legde Halsema bloemen neer voor de kerk.

‘Neem bloemen mee en draag zwart’, stond op de uitnodiging. Niet iedereen hield zich daaraan. ‘Maakt niet uit, het is goed dat jullie er zijn’, zei de organisatie tegen de Kanttekening. Bij binnenkomst kreeg iedereen een kaarsje en een briefje met namen van Palestijnse slachtoffers. Op elk briefje stonden verschillende namen, soms van hele gedode families. Gedurende de hele ceremonie werden de namen van de doden voorgelezen. Naam, gevolgd door ‘less than 1 year old‘, en weer een naam, gevolgd door ‘less than one year old‘.

De man achter de microfoon legde uit dat hij tijdens de vorige wake niet verder kwam dan tweeduizend namen, en dat ze daarom besloten hadden gezamenlijk alle namen voor te lezen.

‘Deze wake biedt een plek om samen te rouwen om de levens die verloren zijn in Gaza, en om onze diepe gevoelens van hopeloosheid, angst en woede te uiten. We zullen bidden voor de mensen die gestorven zijn en voor iedereen die nog vecht om te overleven in zowel Gaza als op de Westelijke Jordaanoever. We zullen bidden voor de dierbaren van Palestijnse en Israëlische gijzelaars’, aldus de toelichting op de website.

Gedurende de ceremonie werd er gezongen en gereciteerd uit de Bijbel, de Koran en de Thora. Theoloog Janneke Stegeman ging voor in een christelijk gebed, waaraan iedereen kon deelnemen.

Er was ook ruimte voor woede, geuit door onder andere de Palestijns-Nederlandse journalist Taghreed El Khodary en publicist Mounir Samuel. De plechtigheid eindigde met het aansteken van kaarsen en ontroerende gezangen van de Syrische Wasim Arslan.

‘We mogen Afghanistan niet vergeten’

0

‘Dat de Taliban nu aan de macht is, daar hebben wij aan bijgedragen’, zegt veteraan Roy Grinwis, die in 2007 in Uruzgan diende. ‘We hebben de Afghanen keihard laten zitten.’

Roy Grinwis (39) werkt tegenwoordig als informatiemanager bij de Koninklijke Landmacht. Tijdens zijn missie in Uruzgan in 2007 raakte hij gewond bij een zelfmoordaanslag. Door scherven in zijn enkel kan hij niet meer worden uitgezonden, maar dat betekent niet dat hij stil zit. Onlangs richtte hij zijn eigen stichting op: Vets4Afghanistan. Middels deze stichting helpt hij Afghaanse vluchtelingen en mensen die er nog wonen.

‘We hebben onlangs geld ingezameld voor een vrouw in Afghanistan om een naaiatelier te beginnen. Ze was eerst politieofficier, maar met de komst van de Taliban moest ze deze functie neerleggen. Het naaiatelier opereert ondergronds.’ Ook met het atelier loopt de vrouw gevaar, maar het is een risico dat ze bereid is te nemen, legt hij uit.

In augustus 2021 kwamen de Taliban aan de macht in Afghanistan. Een kwetsbare samenleving waar langzaamaan lichtpuntjes begonnen te ontstaan, veranderde binnen enkele maanden in een land waar repressie aan de orde van de dag is. Iedereen die zich niet gedraagt volgens de normen van de Taliban loopt gevaar, waarbij vooral vrouwen worden beperkt in hun vrijheden.

‘Ik schaam me dood dat ik Nederlander ben’

Grinwis ziet het met lede ogen aan. De zaadjes die hij en zijn collega’s hebben geplant bij de bevolking hebben geleid tot strijdbaarheid, maar er is maar weinig ruimte voor hun moed, vertelt hij. ‘Je ziet nu dat ze eigenlijk een beetje de hoop opgeven.’

Missie in Uruzgan

Grinwis maakte deel uit van de Battlegroup van Task Force Uruzgan van 2006 tot 2010. Het doel van deze missie was om mensen die opbouwwerkzaamheden verrichtten te beschermen. ‘Dit was in de breedste zin van het woord. Soms waren we bij councils (dorpsraden red.), waar dorpsoudsten en belangrijke mensen uit de regio bij elkaar kwamen. Die mensen moesten we dan beveiligen. Of we gingen langs op meisjesscholen, om te zien wat er beter kon. We hebben zelfs bruggen gebouwd.’

Roy Grinwis in Uruzgan, 2007

Als militair raakte hij enorm begaan met het land en de mensen, vertelt hij. Deze interesse had hij al van jongs af aan en is ook na de missie blijven bestaan. Ondanks de kritiek die er destijds bestond op de missie – bijvoorbeeld dat Nederland zich liet leiden door de Amerikanen, die er met hele andere belangen zaten, heeft hij het gevoel dat ze er echt iets hebben kunnen bereiken.

‘We hebben echt stappen kunnen zetten, zeker wat betreft de vrouwen. We hebben mensen laten zien dat het ook anders kan, dat er ook andere manieren zijn om samen te leven en dingen voor elkaar te krijgen. Dat bewustzijn is er nog steeds. Je ziet dat de vrouwen steeds weer opstaan en blijven vechten tegen wat de Taliban oplegt.’

Amerikaanse leger

De missie in Uruzgan was de grootste missie van het Nederlandse leger in Afghanistan, en ook de gevaarlijkste. Het kostte vijfentwintig militairen het leven. Hierna volgde de trainingsmissie in Kunduz (2011-2013) en vervolgens was Nederland onderdeel van de NAVO-missie Resolute Support in Mazar-i-Sharif, waar Afghaanse militairen en agenten werden getraind. In 2021 werden de Nederlandse troepen teruggehaald, nadat de Amerikaanse regering een deal had gesloten met de Taliban.

‘Opeens was iedereen weg’, zegt Grinwis. ‘Echt iedereen. Dat had nooit moeten gebeuren. Het Afghaanse leger leunde enorm op het Amerikaanse leger, vooral wat betreft de luchtsteun, logistiek en onderhoud. Toen dat wegviel, waren ze opeens afhankelijk van het beperkte aantal vliegtuigen dat het Afghaanse leger had. Iedereen wist dat de veiligheidssituatie toen snel achteruit zou gaan.’

‘Er zijn veel grove fouten gemaakt’

De veteraan is vooral kritisch over de deal die president Trump met de Taliban sloot. Deze vond plaats buiten de Afghaanse regering om, legt hij uit. ‘De regering was helemaal geen partij in deze onderhandelingen. We hebben ze dus gewoon keihard laten zitten, ook wij als Nederland. Dat de Taliban nu aan de macht is, daar hebben wij deels aan bijgedragen.’

‘Natuurlijk begrijp ik dat Nederland het niet voor het zeggen heeft, uiteindelijk waren het de Amerikanen die deze missie leidden en hadden wij er zonder hen niet gezeten. Maar ik heb wel de indruk dat ze zeer weinig tegenspraak hebben gekregen op de beslissing om te vertrekken’, relativeert hij. Als je het Grinwis vraagt, had het Nederlandse leger er nog steeds moeten zijn. In ieder geval tot de Afghanen zichzelf konden redden. ‘Dat konden ze blijkbaar nog niet. Dat hoor ik ook terug van collega’s die tot vlak voor de val van Kabul in Afghanistan waren. Zij trainden de politie, maar die kon nog niet op eigen benen staan. Ze kregen niet eens betaald voor hun werk.’

Waterput

Was het niet naïef om te denken dat er daadwerkelijk iets kon veranderen? Grinwis denkt van niet. ‘Maar we hebben het wel op de verkeerde manier aangepakt.’ Volgens hem waren het vooral de Amerikanen die verkeerd te werk gingen. ‘Die kwamen bijvoorbeeld een dorpje binnenrijden en zeiden: ‘Jullie hebben een waterbron nodig, dus we gaan hier een waterput slaan’. Dan sloegen ze die waterput en gingen ze weer weg. Ik denk dat wij in Uruzgan een betere aanpak hadden. We beschouwden ze meer als mensen. We lieten ze zelf met een oplossing komen, om ze hier vervolgens bij te ondersteunen.’

De Amerikanen zaten er misschien ook anders in, erkent hij. ‘Zij waren echt gedreven door hun strijd tegen het terrorisme. Daardoor werd er ook daadwerkelijk op ze gejaagd. We luisterden wel eens gesprekken af op andere frequenties met onze radio. Dan reden we ergens en hoorden we iemand vragen: zijn het Nederlandse of Amerikaanse militairen die je ziet rijden? Nederlandse? OK, laat ze dan maar gaan.’

De Amerikanen zaten in Afghanistan in een neerwaarts spiraal, zo beschrijft Grinwis. Maar ook de Nederlandse politiek rekent Grinwis dingen aan. ‘Er zijn veel grove fouten gemaakt. Er is bijvoorbeeld heel veel geld in de missie gestoken, zonder dat er werd gekeken waar dat geld naartoe ging. Het kwam vaak bij de verkeerde mensen terecht, de corruptie was daar enorm. Daar heb je als leger helaas geen invloed op.’

Lijsten van mensen die echt gevaar liepen

De regering ging opnieuw de fout in toen het, na de val van Kabul, niet snel genoeg in staat bleek om Afghanen die met de Nederlanders hadden samengewerkt naar Nederland te halen, vindt Grinwis. Tijdens de evacuatie van de tolken werd hij door het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd om mee te werken aan de evacuatie. ‘Er werden lijsten opgesteld van mensen die echt gevaar liepen, maar het ging allemaal veel te langzaam.’ Waar dat aan lag, daar kon hij toen ook al niet echt de vinger op leggen, zegt hij. ‘Soms leek het gewoon alsof ze het niet begrepen. Zo moest een gezin met kinderen uit Uruzgan, om in aanmerking te komen voor de evacuatie, naar de ambassade in Kaboel afreizen om hun paspoorten te laten zien. Allemaal, ook de kinderen. Dat is een enorme afstand en was in die tijd een levensgevaarlijke reis. Je zou denken dat personeel op een Afghaanse ambassade dat wel begrijpt.’

Roy Grinwis praat met Afghaanse kinderen, 2007

De tolken voor wie hij als tussenpersoon verantwoordelijk was, zijn uiteindelijk allemaal naar Nederland gekomen. Dat ging net goed, zegt Grinwis, maar er is ook een grote groep Afghanen die niet naar Nederland kon komen. ‘Die hebben we gewoon laten zitten.’ Dat de beloften om een groep bewakers en hun familie naar Nederland te halen nu niet wordt nagekomen, vindt hij verschrikkelijk. ‘De Afghanen die ons twintig jaar lang hebben bijgestaan, laten we keihard stikken onder de barbaarse Taliban. Beloftes aan hen blijken niets waard te zijn. We laten deze mensen achter in pure ellende. Het maakt me woedend en verdrietig. Hoe kunnen we onszelf nog recht in de spiegel aankijken als we deze mensen compleet in de steek laten? Op dit soort momenten schaam ik me dood dat ik Nederlander ben’, schrijft hij op sociale media.

Vloggen over Afghanistan

Zijn woorden worden opgemerkt. Hij heeft een groot aantal volgers, dat hij dagelijks aanspreekt met nieuws over Afghanistan. Door zijn contacten in het land krijgt hij nog steeds veel mee van wat er gebeurt, en dat is geen overbodige luxe, want de Taliban heeft tegenwoordig ook de journalistiek onder controle waardoor de informatie uit het land beperkt blijft. ‘De Taliban heeft alle journalisten in de zak. Ze doen hun best om geen negatieve publiciteit te krijgen. Er zijn nu veel reisvloggers die naar Afghanistan afreizen, maar die staan daar onder begeleiding van de Taliban, die alleen maar goede dingen ziet.’

Met zijn posts hoopt Grinwis Afghanistan onder de aandacht te houden. Want de aandacht gaat er nu wel een beetje vanaf, zegt hij. ‘De Afghanen beginnen zich ook te realiseren dat er niemand is die ze komt helpen. Ze raken langzaamaan de hoop op een oplossing kwijt. Maar we kunnen ook vanuit Nederland nog steeds helpen. Zo bestaat er bijvoorbeeld een app – de Aseel app – waarop je producten van lokale mensen kunt kopen, of geld kunt doneren om ze te ondersteunen.’

Bovendien vindt hij dat er meer waardering zou mogen zijn voor alle mensen die zich hebben ingezet in de oorlog. Hij lobbyt momenteel voor een monument voor de missie, om al deze mensen te eren. ‘We hebben in Nederland veel aandacht voor ons verleden, maar de oorlog is een stukje moderne geschiedenis, en dat lijkt snel vergeten te worden.’

Wilders wil Palestina-demonstranten uitzetten en burgemeester Halsema mag mee

0

PVV-leider Geert Wilders heeft met een recent sociale mediabericht opnieuw de spanningen in bestuurlijk Nederland op scherp gezet. Op 7 oktober riep hij op tot de deportatie van pro-Palestina-demonstranten in Amsterdam, die hij omschreef als ‘tuig’. Saillant detail: de burgemeester van Amsterdam ziet hij ook het liefst vertrekken.

Wilders deelde de post vermoedelijk vanuit een synagoge waar een herdenkingsplechtigheid voor Israëlische slachtoffers plaatsvond. Hij deelde een foto van de demonstranten met de boodschap: ‘En Halsema mag mee’.

Deze uitspraken lokten scherpe reacties uit, waaronder van VNG-voorzitter en burgemeester van Utrecht, Sharon Dijksma. Zij eist dat het kabinet afstand neemt van Wilders’ uitspraken.

‘Ik vind het volstrekt onverantwoord dat Geert Wilders dit statement maakt ten koste van onze collega Femke Halsema en ten koste van ons als ambtsdragers die naar eer en geweten hun werk doen binnen de grenzen van de rechtsstaat’, schreef Dijksma op sociale media. ‘Dit is ondermijnend voor het gezag van burgemeesters en is volstrekt buiten proportie.’

De relatie tussen Halsema en de regerende coalitie was al gespannen vóór 7 oktober, toen VVD-leider Dilan Yesilgöz pro-Palestina-demonstranten bij voorbaat beschuldigde van antisemitisme. Ze betrok daarbij ook de NS-medewerkers. Halsema verdedigde het demonstratierecht en de rechtsstaat, wat voor Wilders reden was om haar vertrek te willen.

Lees ook: 

NS-personeel bekritiseert Yesilgöz om ‘antisemitisme-aantijging’

PVV’ers wijzen zelf de Nederlandse waarden af

0

Als iemand vraagt waar ik vandaan kom, antwoord ik vrijwel nooit met slechts: ‘Turkije’. Maar ik zeg: ‘Ik ben een Turkse Nederlander.’ Want op die manier benoem ik in ieder geval mijn Nederlanderschap. 

Als middelbare scholier had ik bedacht dat ik Nederlander wilde zijn. Daarvoor trachtte ik onder andere een zo rijk mogelijk Nederlandse woordenschat te hebben. Als ik deze taal uitmuntend beheers en het liefst spreek zonder enige tongval die mijn geboorteplek (of mijn sociale klasse) kan verraden, dan zal ik bij de gemiddelde witte Nederlander, bij mensen die potentieel mijn Nederlanderschap in twijfel kunnen trekken, hoge ogen gooien en mocht dat nodig zijn hen kunnen overrulen met mijn vocabulaire. Dacht ik.

Ter illustratie: op het speeltuintje waar ik haast dagelijks kwam als kind, hoorde ik de meesters die het park schoonmaakten zich groen en geel ergeren – soms met een Haags accent – aan vluchtelingen, allochtonen en islamieten. Ik had me wijs gemaakt dat als ik het Nederlands machtiger ben dan zij, ik in ieder geval niet minder Nederlands ben dan zij. 

En, om Nederlander te worden, wilde ik met volle overtuiging de normen en waarden van dit land omarmen. Want mij werd door die meesters op het pleintje, krantenartikelen, debatten in de Tweede Kamer en Mark Rutte in een advertentie in het Algemeen Dagblad geleerd: Nederlander-zijn omvat waarden als respect, vrijheid, gelijkheid, tolerantie en democratie. Dat waren de maatstaven voor integratie en Nederlanderschap. Eveneens het huidige kabinet staat, aldus zijn regeerprogramma, ‘voor een samenleving waar de overheid streng en onverbiddelijk is richting diegenen (…) die Nederlandse waarden als vrijheid en gelijkheid met voeten treden’. 

We zijn volkomen blind voor de gevaarlijke opvattingen van PVV-stemmers

Jarenlang is er in het publieke debat een vast mantra: Nederland zou naar de knoppen gaan door migranten en asielzoekers met hun achterhaalde opvattingen en manier van leven die haaks staan op de Nederlandse. Keer op keer werd dit benoemd als een gevaar voor de samenleving en Nederlandse identiteit. Marjolein Faber, inmiddels minister van Asiel en Migratie, meende dit jaar tijdens een debat: ‘De open grenzen zijn desastreus voor onze welvaart en welzijn.’ Wilders zei, bijvoorbeeld, dat Nederland door asielzoekers en ‘multiculturele landgenoten’ zou verzieken. ‘Onze vrijheid, onze cultuur, onze westerse manier van leven. Het gaat om niets minder dan de fundamenten van onze samenleving die ook onder druk staan door de vernietigende asiel- en immigratieramp’, dixit Wilders. 

Maar, in de praktijk betreedt de PVV diezelfde Nederlandse normen en waarden met voeten. Neem bijvoorbeeld de rechten van lhbtiq+-personen. De PVV stemt stelselmatig tegen moties die de emancipatie van die groep bevorderen, zoals uit onderzoek van de Gaykrant blijkt. En de partij weigert het Regenboog Stembusakkoord te tekenen. In hun partijprogramma wordt duidelijk gemaakt dat gemeenten vooral niet mee moeten werken aan ‘gendermaatregelen’. En dan is er nog Geert Wilders zelf, die openlijk zijn bewondering uitspreekt voor Viktor Orbán, de Hongaarse premier die homo’s stigmatiseert, de rechterlijke macht ondermijnt en migranten demoniseert.

Het is daarom verwarrend dat Nederlanders en masse de PVV verkiezen en zo dus de Nederlandse waarden afwijzen. 

Gesteld kan worden dat PVV’ers vrezen dat bijvoorbeeld vanwege de radicale islam die verworven waarden en normen zullen verdwijnen en zo de samenleving zal verloederen. En dat men vanwege die angst dus op de PVV stemt. Een volstrekt terechte en begrijpelijke vrees, mijns inziens, maar een stem op een partij die in de praktijk dus zelf die normen en waarden niet voorstaat is volkomen onlogisch. En staatsgevaarlijk.

Het kabinet accepteert het niet dat ‘mensen’ – lees: asielzoekers, migranten(kinderen), vluchtelingen – ‘de Nederlandse waarden zoals vastgelegd in de democratische rechtsorde niet respecteren en onderschrijven’. Dat schrijft het in het regeerprogramma, onder het kopje ‘Integratie en maatschappelijke samenhang’. Daarom wil het kabinet ‘tegenwicht’ bieden aan ‘ondermijnende invloeden’.

Maar als men PVV stemt, dan behoeft dat volgens dit kabinet, menig columnist, politiek duider en talkshowhost geen tegenwicht. Blijkbaar dienen louter nieuwkomers en migranten(kinderen) verantwoording af te leggen voor hoe de verworven vrijheden en waarden te beschermen en behouden. Alsof PVV-stemmers geen ondermijnende invloed uitoefenen. 

We zijn volkomen blind voor de gevaarlijke opvattingen van PVV-stemmers, die gezien en behandeld worden als ‘zorgen’. De reden: PVV’ers worden gezien als minder en zielig, dus als niet-gevaarlijk, nog meer omdat ze een witte huid hebben, ze hier geboren zijn, ze een Hollandsche naam dragen, ze geen Nederlander hoeven te worden. 

7 oktober zorgde voor pijn, woede en machteloosheid

Vandaag is het een jaar geleden dat Hamas een terreuraanslag pleegde in Israël, waarbij ongeveer 1250 mensen stierven en meer dan 250 gijzelaars naar Gaza werden ontvoerd. Dit markeert ook het beginpunt van de oorlog in Gaza, waar al meer dan 42.000 doden zijn gevallen. Hoe hebben Joodse Nederlanders het afgelopen jaar ervaren?


Mirthe Frese (40), het Amsterdamse 4 en 5 mei comité

Mirthe Frese

‘De pijn die ik voel, is diepe machteloosheid’, vertelt de Amsterdamse Mirthe Frese. ‘Soms kan ik heel erg boos worden over het enorme leed dat op 7 oktober de Israëlische burgers is aangedaan. Ik voel daarnaast ook voornamelijk voor de Palestijnse burgers in Gaza, op de Westbank en nu ook voor de bevolking in Libanon. Het maakt me erg boos hoe onze Nederlandse regering de Israëlische regering blijft steunen en zich niet openlijk uitspreekt voor een staakt-het-vuren.

Eenzaam

‘Ik heb me sinds 7 oktober ook vooral eenzaam gevoeld. Mijn Joodse identiteit is erg belangrijk voor me, maar ik kies geen duidelijke kant in dit conflict, en dan sta je al snel alleen. Ik heb ook gemerkt hoe schadelijk ik de zin ‘wie zwijgt is medeplichtig’ vind. Want wat is zwijgen en wat is je uitspreken? Je kunt heel veel doen door met vrienden en familie te praten, door moeilijke gesprekken te voeren en op zoek te gaan naar verbinding waar die niet is. Dat is soms een stuk ingewikkelder dan op sociale media de hele tijd ‘genocide’ te roepen.

‘Er zijn ook lichtpuntjes. Dat is voor mij Chaja Polak, die het essay Brief in de nacht schreef. Zij is mijn morele kompas. Zij gelooft, net als ik, dat Joden juist vanwege hun geschiedenis een extra verantwoordelijkheid hebben om op te komen voor de onderdrukten. Ik hoop dat zulke geluiden, zoals ook Standing Together en andere vredesbewegingen in Israël, meer momentum krijgen. Zij zijn altijd tegen de bezetting geweest en demonstreren sinds 10 oktober voor een diplomatieke oplossing. Ze zorgen er ook voor dat voedseltransporten daadwerkelijk de grens overkomen. Zulke mensen, die letterlijk met hun voeten in de modder staan, geven mij hoop en daar trek ik me aan op. Dan ga ik niet lopen zeuren over hoe moeilijk het is voor mij.’


Ayala Levinger (48), software-ontwikkelaar

Ayala Levinger

Ayala Levinger is geboren in Israël/Palestina, zoals ze zelf zegt. Sinds 2003 woont ze in Nederland. Toen ze op 7 oktober vorig jaar het nieuws zag, was ze eerst vooral ‘onder de indruk’. ‘Ik dacht dat de blokkade van Gaza, die al 17 jaar duurt, ervoor had gezorgd dat het gebied hermetisch was afgesloten, dat er nooit iemand ongemerkt doorheen zou kunnen breken. Daarna kwamen de berichten over het aantal doden en de ontvoeringen. Daar schrok ik van en ik heb gehuild.

‘In Israël heerst de opvatting dat je alleen om Israëlische slachtoffers mag huilen’

‘Ik las de berichten, maar ik keek niet naar de video’s. Ik hoef niet te kijken om te weten hoe vreselijk deze misdaden waren. Maar mijn moeder nam het me kwalijk. Ze vond dat ik daarmee de gebeurtenis ontkende en praatte twee maanden niet meer met me.

‘Ik ontken niets. Maar ik voel ook het leed van de Palestijnse doden. Ik maak geen verschil tussen bloed en bloed. Elk kind is een kind. In Israël heerst echter de opvatting dat je alleen om Israëlische slachtoffers mag huilen. Door mijn standpunten heb ik veel contacten verloren, ook binnen mijn familie. Ze noemen me een ‘nazi’ omdat ik ook huil voor de Palestijnen.

‘Ja, 7 oktober was verschrikkelijk, maar is inmiddels een jaar geleden. Het geweld duurde slechts één dag. Israël heeft sindsdien, bijna 365 dagen lang, Gaza gebombardeerd. Ik ben op condoleancebezoeken geweest bij Palestijnse vrienden in Nederland. Ze hebben soms meerdere familieleden verloren. De bombardementen in Gaza gaan elke dag door, terwijl de wereld toekijkt.

‘Ik was altijd tegen de blokkade en bezetting van Gaza, en tegen de nederzettingen en apartheid in Israël. Het afgelopen jaar heb ik aan demonstraties meegedaan. Ik wil dat Nederland stopt met het steunen van Israël in deze oorlog. De Israëlische regering schrijft een zeer duister hoofdstuk in de geschiedenis.’


Hilla Dayan (52), docent aan het Amsterdam University College 

Hilla Dayan

Hilla Dayan is geboren in Israël en woont nu ruim twintig jaar in Nederland. ‘Ik draag altijd de zware last van woede en schaamte mee over wat de staat Israël doet. Dit jaar is die last bijzonder zwaar. Ik ervaar een onmogelijke dualiteit in mijn gevoelens. Aan de ene kant begrijp ik de oorlogstrauma’s en de gevoelens van onveiligheid bij Nederlandse Joden en Israëliërs. Aan de andere kant heb ik moeite met de weigering om de catastrofe in Gaza te zien en te erkennen.

‘Het is voor mij onbegrijpelijk hoe mensen hier de Israëlische regering steunen, terwijl het de gijzelaars in de steek laat en onze geliefden in verschrikkelijk gevaar brengt door de grenzeloze oorlog. Tegelijkertijd voel ik dat niet veel mensen in Nederland begrijpen hoe Israël tot dit punt is gekomen en hoe ernstig de situatie is, ook voor de gemiddelde Israëliër. Het is een complex verhaal dat beter en genuanceerder verteld moet worden.

‘Niet veel mensen in Nederland begrijpen hoe Israël tot dit punt is gekomen’

‘Extreemrechts in Israël biedt geen oplossingen; hun visie is een fantasie van macht die haaks staat op de realiteit van de regio. Er is een Arabisch vredesinitiatief, dat een simpele en duidelijke formule biedt: een Palestijnse staat in ruil voor volledige normalisatie en steun aan Israël. Dit zou de haat, achterdocht en vijandschap natuurlijk niet in één klap oplossen, maar het is de enige weg naar de beëindiging van deze wrede oorlog en naar regionale stabiliteit.

‘Om Israëliërs te overtuigen dat dit mogelijk is, hebben we internationale steun nodig voor een alomvattend politiek akkoord. Beëindig de bezetting, nu. Maak het Arabisch vredesinitiatief als uitgangspunt, nu. Pas daarna kunnen we werken aan de fase van waarheid en verzoening. Om deze koers te varen, hebben we Nederland en de rest van de wereld nodig.’

Wilders en Orbán bezoeken radicaal-rechtse partijbijeenkomst in Italië

0

Op de jaarlijkse bijeenkomst van de Italiaanse radicaal-rechtse partij Lega waren PVV-leider Geert Wilders en de Hongaarse premier Viktor Orbán ook aanwezig. De radicaal-rechtse leiders lijken verenigd in hun xenofobe afkeer van migranten en moslims, zo meldt le Monde.

Tijdens de bijeenkomst werd er veelvuldig angst gezaaid over een zogenoemde ‘invasie van migranten’ en ‘islamistisch extremisme’. De partijleiders zijn ervan overtuigd dat het ‘hun tijd’ in Europa is en dat Europa een ‘renaissance van patriotisme’ tegemoet gaat. ‘Het gaat ons lukken. Hongarije is het levende voorbeeld dat het mogelijk is’, aldus Matteo Salvini tijdens zijn openingstoespraak.

In Hongarije staat de rechtsstaat al jaren onder druk. Salvini, die vervolgd wordt voor het weren van een migrantenboot, prijst de opkomende nationalistische krachten in Europa en noemt de verkiezingsoverwinningen in Italië in 2022 en in Nederland vorig jaar. Ook de recente successen van de Alternative für Deutschland en de FPÖ in Oostenrijk zorgen voor vreugde.

Geert Wilders prijst op zijn beurt de Italiaanse gastheer. ‘Salvini is een deugdzame man in de strijd tegen de tsunami van massale illegale immigratie die ons in ons eigen huis tot buitenlanders maakt’, aldus Wilders.

Intussen maakt Italië zich op voor de verkiezingen volgende week, en Salvini verklaart dat hij klaar is om Italië te leiden. ‘Voor mij zou het een eer zijn om verkozen te worden’, zegt Salvini.

In de peilingen lijkt de radicaal-rechtse partij Fratelli d’Italia (Broeders van Italië) van premier Giorgia Meloni een kwart van de stemmen te gaan trekken. Lega volgt met 12 procent van de stemmen.

NS-personeel bekritiseert Yesilgöz om ‘antisemitisme-aantijging’

0

‘Hoe durf je? Dat is eigenlijk de enige vraag die ik je wil stellen,’ schrijft NS-medewerker Priscilla emotioneel op X. Ze reageert hiermee op VVD-leider Dilan Yesilgöz, die het toestaan van pro-Palestijnse demonstraties door de NS het ‘faciliteren van antisemitisme’ noemde. Het NS-personeel neemt afstand van deze beschuldiging, aldus de Gelderlander.

Burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema, reageerde gisteren in het tv-programma Buitenhof op de uitspraken van Yesilgöz. Ze stelde dat de VVD-leider hiermee de demonstraties a priori ‘criminaliseert’ en dat het recht op demonstratie ook op 7 oktober geldt.

De indirecte beschuldiging van antisemitisme door de VVD-leider richting de NS viel velen rauw op hun dak. ‘Hoe durf je de goede naam en eer van mijn collega’s en mij te schaden? Hoe durf je anderen, die uw uitspraken lezen, hiermee een reden te geven om ons te beschuldigen van zaken die het daglicht niet verdragen kunnen? Hoe durf je de veiligheid van mijn collega’s en mij nog verder in gevaar te brengen,’ aldus Priscilla.

Vandaag is het precies een jaar geleden dat Hamas een terreuraanval uitvoerde op Israël. Daarbij kwamen meer dan 1.200 Israëliërs om het leven en ontstond er een vernietigende oorlog in Gaza. In deze oorlog zijn al meer dan 42.000 Palestijnen omgekomen.