Na pleidooien voor een verbod op versterkte islamitische gebedsoproepen in Europa wil de extreemrechtse Israëlische minister Itamar Ben Gvir eenzelfde verbod invoeren in bezet Palestijns gebied. Palestijnen zien dit als een regelrechte inbreuk op hun culturele identiteit en godsdienstvrijheid, zo meldt de Arabische nieuwssite Middle East Eye.
Ben Gvir staat bekend om zijn extremisme tegenover Palestijnen. Zo pleitte hij onlangs voor de doodstraf, uitsluitend voor Palestijnen, en liep hij demonstratief met een galg-speldje in de Knesset, het Israëlische parlement. Aan die onverzoenlijke reputatie kan hij nu opnieuw een wapenfeit toevoegen. In een wetsvoorstel wil hij de politie de bevoegdheid geven om luidsprekers op moskeeën te verbieden en hoge geldboetes uit te schrijven bij een ‘overtreding’.
Alleen met een vergunning van de Israëlische staat zouden uitzonderingen mogelijk zijn. Daarvoor gelden wel strikte criteria, zoals het volumeniveau, dempingsmaatregelen en de locatie van een moskee, waarbij ook de nabijheid van woningen en ‘de impact’ op omwonenden (lees: Israëlische kolonisten) worden meegewogen. Met andere woorden: de Palestijnse godsdienstvrijheid wordt aan Israëlische banden gelegd.
In het wetsvoorstel wordt gesproken van ‘onredelijk lawaai’ door de muezzin, diegene de islamitische gebedsoproep uitvoert. Palestijnen zien dat helemaal niet op die manier en beschouwen het wetsvoorstel als opnieuw een poging van Israël om de Palestijnse religieuze en culturele identiteit uit te wissen.
‘Dit gaat niet om lawaai. De gebedsoproep is geen lawaai’, zegt Khaled Zabarqa, een Palestijnse mensenrechtenactivist, tegen Middle East Eye. ‘De gebedsoproep bestaat al eeuwenlang, en dus veel langer dan de staat Israël. Daardoor kan zij niet plotseling tot lawaai zijn veranderd.’
Volgens hem komt het lawaai juist vanuit de Israëlische staat, die de gehele openbare ruimte wil ‘judaïseren’ door alles wat niet-Joods is uit de bezette Palestijnse gebieden te verwijderen.
‘De afgelopen weken moesten mijn zussen, broers en vrienden in Zuid-Kivu vluchten voor hun leven’, schrijft Magendane. ‘M23 (een Congolese rebellenbeweging, red.) heeft de Ruzizi-vallei en de stad Uvira overgenomen. Mijn zus verblijft nu met haar drie kinderen in een vluchtelingenkamp. De VN heeft geen middelen meer, dus zij is volledig afhankelijk van mijn gezin geworden. Mijn twee broers, voor wie ik jarenlang volledige universitaire studies financierde – studiekosten, levenskosten, huur – zien hun diploma’s waardeloos worden. En ook zij kunnen niet zonder mijn hulp overleven. Docenten en artsen vluchten het land uit. Studiejaren dreigen verloren te gaan.’
Magendane heeft de laatste jaren geprobeerd om zijn familie zelf te onderhouden, maar het wordt te duur. Daarom is hij nu deze actie begonnen, zodat hij met het geld dat hij via de crowdfunding ophaalt zijn familie alsnog kan blijven helpen.
Magendane probeert 12.500 euro in te zamelen om zijn familie en vrienden, die zich in uiterst kwetsbare omstandigheden bevinden, te ondersteunen. Met dit bedrag kunnen zijn zus van 25 en haar kinderen zes maanden overleven in het vluchtelingenkamp, krijgen zijn twee broers van 22 en 23 de stabiliteit die ze nodig hebben om hun universitaire studies in oorlogstijd af te ronden, en kan zijn jongste broertje van 17 – sinds de dood van hun moeder zonder veiligheid of vangnet – eindelijk hulp krijgen. Ook wil Magendane een goede vriend en diens gezin helpen, die noodgedwongen terugkeerden naar het oorlogsgebied nadat er in het vluchtelingenkamp in Burundi geen onderdak of voedsel beschikbaar was voor hun twee zieke kinderen. Daarnaast is er geld nodig voor de meest basale levensbehoeften.
De teller staat nu op 12,399 euro.
Kiza Magendane schrijft voor de Groene Amsterdammer en NRC. Hij was eerder columnist bij de Kanttekening.
Een vriend gaf mij een lift naar het Colindale Station in Londen. Onderweg vertelde hij over een trucje onder medische academici. ‘Wanneer je een ziektebeeld ziet dat niet eerder beschreven is, schrijf je een wetenschappelijk artikel waarin je dat beschrijft. Daarna schrijft een collega een tweede artikel waarin hij naar jou refereert en dat beeld naar jou noemt. En zo komt je naam in de medische literatuur.’
Een paar dagen geleden kreeg ik een geluidsbericht met een noodkreet van een bezorgde persoon over een gezin met de ziekte van Krabbe. Of er behandelmogelijkheden waren. Ik had niet eerder van dit ziektebeeld gehoord. Was ik in de collegebanken in slaap gevallen? Het was een ernstig beeld waaraan kleine kinderen konden doodgaan. Ik sluisde de vraag door naar een grote groep medici. Daar was gelukkig een dokter die over de ziekte van Krabbe wel verstandige dingen kon zeggen. Helaas was het verhaal niet zaligmakend.
Nu vraag ik me af of meneer Krabbe ook het trucje heeft toegepast om eeuwige roem te verkrijgen. Laten we voor meneer Krabbe hopen dat dat niet het geval is. Je gaat toch niet willens en wetens je naam verbinden aan een ziekte waaraan kinderen doodgaan. En als het ongewild is geweest, had meneer Krabbe daar beter bezwaar tegen kunnen maken.
Voor remedies is dat anders. Stel je voor dat een medicijn of een behandeling naar je genoemd wordt. Dat is pas eeuwige roem. Ik weet niet of Ozempic een persoon is. Maar als dat zo is, is meneer Ozempic nu dik tevreden.
Waar ik blij van word? De spelers van Zuid-Afrika die in koor zingen als ze door de gangen van het voetbalstadion lopen op weg naar de kleedkamers. Straks spelen ze hun eerste wedstrijd op de Africa Cup. Heerlijk om naar te kijken. Zingen ze om de druk te te verminderen? Zingen om het groepsgevoel te verstevigen? Zingen omdat het leuk is? Wat het ook is, het is mooi.
Waar ik ook blij van word, is het concert van meesterluitist Anouar Brahem met het orkest van Talinn, vorig jaar in Carthago, Tunesië. Geconcentreerd laat Anouar de noten van zijn luit vallen, zijn het vreugdetranen of gelukstranen die ik daar hoor. Anouar Brahem zag ik ooit spelen in Den Haag, op het Crossing Border-festival. Het was onvergetelijk Luisteren was als medicijn. Een medicijn tegen de haat, de verstikkende polarisatie, het dodelijke zwart/wit-denken.
Schoonheid brengt ons naar een betere plek
Hetzelfde gebeurt wanneer ik dafspeler Farid Sheekh hoor spelen terwijl op de achtergrond Iris van der Sar als een dansende derwisj eindeloos rondjes draait. Het beeld is magisch, kijk maar op Instagram! Samen brengen ze een hymne aan het oneindige verlangen dat geen begin of einde kent. Dat van ons allemaal is. De lange vingers van Sheekh verleiden de hemel om naar beneden te komen. Het is van een pure schoonheid omdat het een lange reis heeft moeten maken om ons onmiddellijk te raken.
Kunst komt altijd aan ook wanneer het niet aankomt. Schoonheid brengt ons naar een betere plek. En ik kom weer tot de conclusie dat er in de mens meer te bewonderen dan te verachten valt; de conclusie die de hoofdpersoon van Albert Camus’ De Pest aan het einde van het boek ook trekt.
Ik word blij van mijn dochter die een tekening maakt van zichzelf met haar moeder. Als ik haar vraag waar papa op de tekening is gebleven, antwoordt ze dat ik eventjes weg ben met Amber, onze andere dochter. Ze denkt even na en besluit mij er bij te tekenen, toen ik nog een baby was.
Ik word blij van kunstenaar Abdellah Kairouni die schilderijen maakt van de literaire en muzikale helden van Tanger. Hij is docent Engels op een lyceum waar hij klassen van vijftig leerlingen heeft. Maar hij is geenszins geïntimideerd door het aantal. Het geeft hem juist energie. Het vereist een speciaal soort instelling zegt hij met een grijns. Dan neemt hij me mee naar zijn atelier, in een buitenwijk van de stad. Het papier dat hij uitrolt toont de creatieve mens in al zijn glorie. Grote mensen als kinderen die iets moois willen maken. Zijn tekeningen zijn een ode aan het naïeve, het zoete, een wereld waar het veilig is. Ik houd ook van kunst die ons verschrikkingen laat zien maar deze ship of fools, van muzikanten, verhalenvertellers, schrijvers en paradijsvogels geeft me energie.
Ten slotte vallen mijn ogen op een prachtige fotoreportage van de vrouw van de burgemeester van New York, illustrator Rama Duwaji. Ze staat in een doos, in een zwarte lange overjas, op zwarte puntschoenen staande op een kruk, haar hoofd raakt het plafond. De foto transporteert me naar een andere wereld. Haar wereld waar binnen de restricties van de doos toch alles mogelijk is, als je maar durft om Anders te zijn. Duwaji deelt op haar Instagram-account kunstenaars en voorwerpen die haar inspireren om Anders te zijn. En Anders te blijven.
Het is niet erg om Anders te zijn, Anders-zijn is leuk. Anders-zijn is een geschenk van de wereld. Dus mag ik een nieuwjaarswens doen dan is het dat we volgend jaar ons Anders-zijn gaan vieren. Niet om politieke munt uit te slaan, niet omdat het nodig is. Maar omdat het mag. Omdat het Andere de wereld optilt. Roffelende vingers op een daf.
Christenen vieren met Kerstmis de geboorte van Jezus, in de nacht van 24 op 25 december. In de Koran wordt dit verhaal ook verteld, maar dan gaat het net iets anders.
Volgens de Bijbel krijgt Maria, een jonge vrouw, op een onverwacht moment bezoek. In haar huis hoort zij plots een stem die haar geruststelt en haar vertelt dat zij door God is uitverkozen. Wanneer zij opkijkt, ziet zij de engel Gabriël voor zich staan, gekleed in een stralend wit gewaad.
De engel zegt dat Maria niet bang hoeft te zijn en brengt haar een bijzondere boodschap van God: zij zal een zoon krijgen en hem de naam Jezus geven. Deze zoon zal later een grote koning worden, net als David, en zijn heerschappij zal nooit eindigen.
Maria begrijpt dit niet meteen en vraagt hoe dat mogelijk is, omdat zij nog niet getrouwd is. De engel legt uit dat God zelf voor dit kind zal zorgen. Daarom zal het geen gewoon kind zijn, maar een heilig kind dat Gods Zoon genoemd zal worden.
Enige tijd later vertrekken Maria en Jozef, met wie ze pas gehuwd is, naar Bethlehem, de stad waar hun familie vandaan komt. Zij moeten zich daar laten registreren, omdat de keizer wil weten hoeveel mensen er in zijn rijk wonen. De reis is lang en vermoeiend. Wanneer zij aankomen, is het al laat en blijkt er nergens plaats om te overnachten. Uiteindelijk vinden zij onderdak in een lege stal.
In die nacht wordt Jezus geboren. Omdat er niets anders is, leggen zij hem in een kribbe, een voederbak voor dieren, en wikkelen hem in doeken. Niet ver daarvandaan waken herders over hun schapen. Opeens worden zij omringd door een fel licht en verschijnt er een engel. Hij vertelt hun het goede nieuws: Jezus, de Heer, is geboren, en zegt waar zij hem kunnen vinden.
Daarna verschijnen er duizenden engelen aan de hemel, die een prachtig lied zingen. Wanneer de stilte terugkeert, gaan de herders meteen op weg naar Bethlehem. Zij vinden het kind in de kribbe en knielen eerbiedig voor hem.
Wanneer de bevalling begint, leunt zij uitgeput tegen een palmboom
Ook in de Koran speelt Maria, daar Maryam genoemd, een centrale rol. In de soera Maryam verschijnt de engel Gabriël aan haar in de gedaante van een perfecte man. Hij vertelt dat hij door God is gestuurd en brengt haar het bericht dat zij een zoon zal krijgen. Verbaasd en geschrokken vraagt Maryam hoe dat mogelijk is, omdat zij nooit met een man is geweest en altijd een zuiver leven heeft geleid.
Na deze boodschap raakt Maryam zwanger van het kindje dat Isa zal heten. Zij trekt zich terug op een eenzame plek, ver weg van andere mensen. Wanneer de bevalling begint, leunt zij uitgeput tegen een palmboom. In haar wanhoop wenst zij dat zij vergeten zou worden. Op dat moment hoort zij een stem die haar troost en moed inspreekt en haar verzekert dat Allah voor haar zal zorgen: ‘Wees niet bedroefd. Allah heeft bij je voeten een beekje laten ontstaan. Schud aan de stam van de palmboom, dan zullen er verse, rijpe dadels op je neervallen.’
Isa spreekt al bij zijn geboorte. Daarmee beschermt hij zijn moeder Maryam tegen boze tongen en valse beschuldigingen. Hij spreekt de vredesgroet over zichzelf uit en zegt:
‘Vrede zij met mij op de dag dat ik werd geboren,
op de dag dat ik zal sterven
en op de dag dat ik weer tot leven zal worden gewekt.’
De nadruk in de twee verhalen verschilt: de Bijbel richt zich vooral op de geboorte van Jezus, de Koran meer op Maryam, haar beproeving en haar vertrouwen in God. Maar ook los van geloof kunnen deze verhalen je raken, door hun ouderdom en de troost die generaties erin vonden. Het beeld van een moeder en een kind blijft herkenbaar. Merry Christmas!
Design Museum Den Bosch presenteert tot en met 6 april 2026 de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka. Deze expositie belicht het leven en werk van architect Mahmoud Bodo Rasch, een Duitse bekeerling die voor de islam ging bouwen.
Rasch werd geboren in 1943 in een Duits kunstenaarsgezin met sterke banden met Bauhaus, een Duitse ontwerp- en kunststroming uit de Weimarperiode (1918-1933) die eenvoudige, functionele en moderne vormgeving centraal stelt. Na zijn architectuuropleiding werkte hij samen met Frei Otto, bekend om zijn lichte en natuur-geïnspireerde constructies.
In de jaren zeventig raakte Rasch betrokken bij ontwerpopgaven rond de hadj in Saoedi-Arabië. Hij bekeerde zich tot de islam en richtte het Hajj Research Center op, waarin hij de pelgrimstocht benaderde als een stedenbouwkundige en logistieke uitdaging.
In de tentoonstelling zijn meer dan tweehonderd objecten te zien, waaronder maquettes, tekeningen en foto’s. Centraal staan ontwerpen die gericht zijn op veiligheid en comfort van pelgrims, zoals grote uitvouwbare parasols en overspanningen bij moskeeën in Medina en Mekka. Daarnaast toont het museum werk van jonge ontwerpers uit West-Azië en Noord-Afrika die zich bezighouden met de relatie tussen traditie en moderniteit.
Met de tentoonstelling wil het museum laten zien dat Europees modernisme en islamitische architectuur minder tegengesteld zijn dan vaak wordt aangenomen.
De partijleiders van D66, VVD en CDA sluiten de laatste onderhandelingsronde voor de feestdagen af met de boodschap dat de formatiegesprekken de afgelopen dagen duidelijk vooruitgang hebben geboekt. Dit bericht de NOS.
Na tien dagen intensief overleg zien de drie partijen voldoende ontwikkeling op alle hoofdthema’s, waaronder de financiële paragraaf. De gesprekken worden nu tijdelijk stilgelegd tot begin januari.
Informateur Letschert heeft de partijen gevraagd de kerstperiode te benutten om te reflecteren op mogelijke uitbreiding van de coalitie. Hoewel eerder werd gehoopt op een nieuw kabinet vóór de kerst, is dat doel niet haalbaar gebleken. De drie partijen rekenen er nu op dat er eind januari een definitief akkoord ligt en dat er in de tussentijd ook gesprekken plaatsvinden met potentiële partners die kunnen bijdragen aan een meerderheid, hetzij door deelname aan het kabinet, hetzij via andere vormen van samenwerking.
Het voornemen blijft om vóór de voorjaarsvakantie een nieuw kabinet te presenteren. Volgens de betrokken partijen liggen de onderhandelingen op schema, al blijven de financiële dossiers complex. De sfeer aan de onderhandelingstafel wordt omschreven als constructief, en er wordt overwogen om opnieuw buiten Den Haag te vergaderen, zoals eerder op landgoed De Zwaluwenberg.
Tijdens de feestdagen krijgen de partijen huiswerk mee. Ze moeten bepalen of een vierde partij moet aanschuiven en welke dat zou moeten zijn. De VVD ziet het liefst dat de radicaal rechtse partij JA21 deelneemt aan de gesprekken, terwijl D66 die optie minder aantrekkelijk vindt. Een samenwerking met GroenLinks-PvdA ligt eveneens gevoelig, omdat de VVD die combinatie uitsluit.
De hoogste chef van de Libische strijdkrachten, Mohammed Ali Ahmed al-Haddad, is gisteren samen met vier andere topmilitairen omgekomen bij een vliegtuigcrash in Turkije. Niemand aan boord overleefde het ongeluk.
De privéjet stortte neer in de regio Haymana, nabij de Turkse hoofdstad Ankara, kort nadat het toestel was opgestegen van Esenboğa Airport. Dat meldt de nieuwssite Turkish Minute.
In Libië is drie dagen van nationale rouw afgekondigd, bericht de Arabische nieuwszender Al Jazeera. ‘Met diepe droefheid en groot verdriet hebben wij kennisgenomen van het overlijden van de chef-staf van het Libische leger, luitenant-generaal Mohammed al-Haddad’, zo reageerde de Libische premier Abdulhamid Dbeibah op het incident.
De Turkse autoriteiten hebben een onderzoek aangekondigd, maar ze sluiten sabotage nu al uit en spreken van ‘technische mankementen’. Op sociale media doen, zoals vaker in Turkije, wilde complottheorieën de ronde over het ongeluk. Het neerstorten van het vliegtuig wordt zelfs gelinkt aan de top die eergisteren plaatsvond tussen Israël, Cyprus en Griekenland, waar de Israëlische minister-president Benjamin Netanyahu in verhulde termen Turkije zou hebben gewaarschuwd voor neo-Ottomaanse fantasieën.
‘We wachten op de conclusies van het Turkse onderzoek, maar het lijkt erop dat het vliegtuig door een technisch mankement is neergestort’, reageerde Walid Ellafi, de Libische woordvoerder voor communicatie en politieke zaken.
Libië is sinds de Arabische Lente in 2011 feitelijk opgesplitst in twee delen: het westen, dat door de Verenigde Naties wordt erkend, en het oosten, waar kolonel Khalifa Haftar de macht heeft. Turkije onderhoudt nauwe banden met West-Libië en ondersteunt het gebied economisch en militair.
België steekt vlak voor kerst de Palestijnse slachtoffers van het Israëlische regime een hart onder de riem, door zich aan te sluiten bij de genocidezaak bij het Internationaal Gerechtshof. Dat meldt de Arabische nieuwszender Al Jazeera.
België heeft zich officieel aangesloten bij de Zuid-Afrikaanse genocidezaak tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof. Daarmee maakt het land deel uit van een bonte en uitdijende stoet landen, waaronder Brazilië, Ierland, Spanje en Turkije. Deze landen houden Israël verantwoordelijk voor genocide in Gaza, waarbij volgens de nieuwste schattingen minimaal 100.000 Palestijnen zijn vermoord.
De zaak loopt sinds december 2023, toen Zuid-Afrika Israël formeel aanklaagde voor genocidale misdaden in de oorlog die uitbrak na de gebeurtenissen van 7 oktober dat jaar. Maar Israël ontkent alle aantijgingen en president Benjamin Netanyahu doet er alles aan om het Internationaal Gerechtshof te ondermijnen.
In Gaza is het geweld, ondanks het staakt-het-vuren, nog lang niet gestopt. Er vallen niet alleen doden door bombardementen, maar ook door de blokkade die Israël handhaaft. Zo is er een tekort aan alles, waaronder medicijnen. Het Gazaanse ministerie van Volksgezondheid spreekt van een ‘verschrikkelijke situatie’. Duizenden patiënten die onmiddellijk behandeld moeten worden, riskeren te sterven. Onder aanvoering van de journalist Mounir Samuel is met de Kerstdagen een giftcard-actie voor Gazaanse Artsen in Nood gestart.
In de Verenigde Staten, de belangrijkste bondgenoot van Israël, wordt verder de druk op critici van Israël opgevoerd. Ook rechtse journalisten die weigeren nog langer Israël te blijven steunen worden belaagd, zoals journalist Tucker Carlson. Een zionistische groep bombardeerde hem tot ‘antisemiet van het jaar’.
Daraya, ooit een bruisende stad net buiten Damascus, is vandaag de dag grotendeels verwoest. Toch keren bewoners terug naar de met puin bezaaide straten, om er opnieuw een leven op te bouwen. Majorie van Leijen bracht een bezoek aan de Syrische stad.
Als je de stad vanuit het oosten binnenrijdt, is de eerste indruk die van een spookstad. Deze kant van de stad is onbewoond, en met goede reden. De huizen zijn, op een paar uitzonderingen na, met de grond gelijk gemaakt. De weinige overgebleven gebouwen zien eruit alsof ze elk moment kunnen instorten.
Maar als je verder rijdt, verandert het straatbeeld. In het stadscentrum, minder beschadigd maar niettemin diep getekend door de oorlog, ademen de mensen hoop. Ze wonen, werken en gaan naar school tussen het puin. Hier zijn mensen begonnen aan de wederopbouw van hun leven voor de oorlog.
Een van hen is Abu Mohamad (42), eigenaar van een bandenreparatiewinkel in het centrum van Daraya. Zijn winkel ligt tegenover de grote rotonde – ooit een bruisend kruispunt. Hij is een van de weinige inwoners die, samen met zijn jonge gezin, gedurende de oorlog in Daraya is gebleven. ‘Op een gegeven moment was er niemand meer. Maar ik weigerde mijn stad te verlaten.’
Abu Mohamad in zijn bandenreparatiewinkel
Daraya, een voorstad ten zuiden van Damascus, maakt deel uit van de Ghouta – een gebied dat bekendstaat om zijn felle verzet tegen het Assad-regime tijdens de veertien jaar durende oorlog. De protesten in Daraya begonnen vreedzaam, maar in 2012 vielen regeringsstrijdkrachten de stad binnen. Binnen slechts vijf dagen werden minstens 280 mensen gedood – velen geëxecuteerd. In 2016 werd de stad belegerd, waardoor de inwoners werden afgesneden van voedsel, water en energie.
‘In die jaren leefden we van één maaltijd per dag, soms alleen maar salade. Ik haat salade nog altijd’, lacht hij bitter. ‘Soms betaalde ik een bewaker om een stuk brood. We hadden twee kinderen te voeden. Ik geloof dat we het hebben overleefd dankzij de genade van Allah. Mijn geloof gaf me hoop en kracht.’
Een appartement in het gebouw van Abu Mohamad
Abu Mohammad loopt mank – hij werd in zijn knie geschoten. Op een normale dag loopt hij maar twee keer de trap op en af naar zijn appartement op de vijfde verdieping, maar vandaag maakt hij een uitzondering. Het is moeilijk te geloven dat er iemand in het gebouw woont. Een gapend gat markeert de plek waar de lift ooit was, ramen ontbreken. Veel appartementen zijn onbewoonbaar, maar voor het appartement van Abu Mohammad vertellen talloze kleurrijke schoenen op de deurmat een ander verhaal.
Minimale leefomstandigheden
‘Mensen hier zijn bereid om zeer basale leefomstandigheden te accepteren’, zegt Munther Bulad van de Syrische non-profitorganisatie Social Development International (SDI). ‘Sommigen woonden in vluchtelingenkampen en wilden daar niet langer blijven. Ze hebben hun huizen een klein beetje gerepareerd om er kunnen leven, en nu wachten ze op hulp.’
Een stadsdeel dat nu onbewoonbaar is
Hulp komt eraan, er zijn inmiddels verschillende ngo’s actief in Daraya. Maar de uitdagingen zijn enorm. Een rapport van de Wereldbank uit 2022 schatte dat 43% van de woningen in de stad is verwoest. Ongeveer 88% van de gezondheidszorgvoorzieningen is beschadigd, evenals 7% van het wegennet en 43% van het rioleringssysteem. Van de oorspronkelijke 79 waterputten zijn er nog maar 13 over. De meeste inwoners zijn nu afhankelijk van mobiele watertanks.
‘Toen we aankwamen, zagen we wijdverspreide verwoesting en heel weinig hulp’, zegt Bulad. ‘We hebben de meest dringende behoeften in kaart gebracht en geconcludeerd dat mensen prioriteit gaven aan scholen en gezondheidszorg. Daarom zijn we begonnen met de restauratie van het grootste ziekenhuis van de stad, dat niet meer functioneerde.’
Een stadsdeel dat nu onbewoonbaar is
Ondertussen zijn 33 van de 40 scholen in Daraya heropend, dankzij de herstelwerkzaamheden van andere organisaties. ‘Deze basisvoorzieningen helpen mensen om terug te keren. Dit gebeurt niet in grote aantallen, maar de straten worden al weer drukker’, zegt Bulad.
Er zijn geen officiële cijfers beschikbaar over het huidige inwonertal van Daraya. Vóór de oorlog telde de stad ongeveer 250.000 inwoners. Tijdens het beleg was de stad bijna leeg. Volgens een schatting van de UNHCR uit maart zijn sindsdien meer dan 15.000 intern ontheemden teruggekeerd. Abu Mohammad denkt dat sommigen ook vanuit het buitenland terugkeren, met name uit Turkije.
De prijs van terugkeer
Toch is het aantal mensen dat wegblijft waarschijnlijk hoger. De meeste huizen hebben uitgebreide reparaties nodig – iets wat velen zich niet kunnen veroorloven. Neem bijvoorbeeld Arab Adi (49), een architect en vader van vier kinderen, die in 2012 zijn huis verliet en nu in een huurappartement in het centrum van Damascus woont. Bij een bezoek aan zijn voormalige woning zijn de littekens van de oorlog overal zichtbaar.
Slogans op de muur van Arab
‘Mijn appartement werd tijdens de oorlog door beide partijen gebruikt: het Vrije Syrische Leger en het leger van Assad’, zegt hij. Hij wijst naar de teksten op de muur. Sommige slogans prijzen de revolutie; andere verheerlijken het regime. Gaten in de muur – verstevigd met zijn oude boeken – suggereren dat het appartement als schuilplaats voor sluipschutters werd gebruikt. Het grootste deel van het interieur is verdwenen. ‘Kijk, ze hebben zelfs het aanrechtblad meegenomen. Alles wat te verkopen was, is weg.’
In het appartement van Arab
‘Eerlijk gezegd had ik erger verwacht’, geeft Adi toe. ‘Ik was verbaasd dat ons gebouw er nog stond. Ik zou er dolgraag weer wonen. Dit is mijn thuis, ik wil mijn kinderen hier zien opgroeien. Maar de renovatiekosten zijn hoog. Ik zou ongeveer 35.000 dollar nodig hebben, geld dat ik gewoon niet heb.’
Adi is hierin niet de enige. De Syrische economie is ernstig verzwakt door meer dan tien jaar burgeroorlog, economisch wanbeheer en sancties. Volgens het Wereldvoedselprogramma leeft 90 procent van de Syriërs nu in armoede. Terwijl de openbare infrastructuur langzaam wordt hersteld, komen reparaties aan privé-eigendommen voor rekening van de bewoners zelf – en weinigen kunnen zich dat veroorloven.
‘Het gaat niet alleen om geld’, legt Bulad uit. ‘Eigendomsrechten zijn een groot probleem. Sommige huizen zijn tijdens de oorlog in beslag genomen, de oorspronkelijke bewoners eisen hun eisen nu weer terug. Bovendien zijn veel gebouwen gewoon veel te beschadigd en moeten ze worden gesloopt. Alleen huizen die kleine reparaties nodig hebben, kunnen op dit moment worden gerestaureerd.’
Een stadsdeel dat nu onbewoonbaar is
‘Wat we nodig hebben, is dat Syriërs in het buitenland naar huis komen’, zegt Abu Mohammad. ‘Zonder hen kunnen we deze stad niet herbouwen. Zolang ze weg zijn, zullen deze huizen niet worden gerenoveerd.’ Zelf heeft hij zijn appartement volledig gerenoveerd. Een jaar geleden werden hij en zijn vrouw gezegend met een tweeling, een jongen en een meisje. Ze kruipen rond in de modern ingerichte kamers, zich nauwelijks bewust van de offers die hun ouders hebben moeten brengen.
‘De leefomstandigheden zijn zwaar, maar de mensen van Daraya zijn erg actief’, zegt Bulad. ‘Er is hier meer gemeenschapszin dan waar dan ook in Syrië. Maar zoals het er nu voorstaat, zal de wederopbouw van de stad jaren duren. De overheid is nog niet in staat om ngo’s te steunen, en de internationale gemeenschap is zich niet bewust van onze problemen. Mensen denken dat het goed met ons gaat nu de oorlog voorbij is, maar ze weten niets van plekken zoals Daraya.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.