Den Haag moet Rabats invloed terugdringen

Foto: Facebook

Eén van de onvoorziene bijeffecten van grootschalige immigratie is dat het nieuwe vaderland daarmee ook interne conflicten uit het oude vaderland importeert. Vraagstukken van buitenlandse politiek worden zo ook automatisch vraagstukken van binnenlandse politiek. Dat zien we al langer bij de Israëlisch-Palestijnse kwestie, waar veel inwoners van Nederland afhankelijk van hun etnische (en religieuze) achtergrond verschillend tegenaan kijken.

En de afgelopen jaren hebben vooral in het teken gestaan van de tegenstellingen binnen Turkije, eerst vooral tussen Turken en Koerden en meer recent tussen seculiere tegenstanders en religieuze aanhangers van Erdogan. Sommige moskeeën blijken, als gevolg van de wijze van financiering en de werving van imams, min of meer als verlengde van de Turkse staat te fungeren, wat niet alleen het onderlinge wantrouwen, maar ook dat van de Nederlandse autoriteiten heeft versterkt.

De laatste weken zijn echter plotseling ook de Marokkaanse Nederlanders in het middelpunt van de belangstelling komen te staan. Dat als gevolg van de onlusten in het vooral door Berbers bewoonde Rif-gebied, waar veel Marokkaanse Nederlanders hun wortels hebben. Zoals de Koerden zich in Turkije, zo voelen de Berbers in Marokko zich door de nationale overheid achtergesteld, verwaarloosd en onderdrukt.

De huidige koning Mohammed VI mag dan wel modern ogen – zeker vergeleken bij zijn zeer tiranniek opererende vader (berucht vanwege geheime gevangenissen) – en in het Westen als een baken van stabiliteit in een onrustiger regio gelden, veel recente ‘democratische’ moderniseringen, die hij onder indruk van de ‘Arabische Lente’ heeft doorgevoerd, zijn toch vooral uiterlijke schijn. Ook aan de autoritaire positie van de koning in religieuze zaken is niets veranderd: zoals – de nog altijd gekozen – Erdogan een sterke greep heeft op de islam in Turkije, zo heeft – de langs erfelijke weg op de troon belande – Mohammed VI dat op die in zijn land.

Dat is vorige week gebleken, toen de imam van de Amsterdamse moskee al-Ihsane Marokkaanse Nederlanders verbood om te demonstreren tegen het brute optreden van de politie tegen demonstranten in het Rif-gebied, waar sommige plaatsen nu al vele dagen in een soort staat van beleg verkeren. Zoals in 2011 in Tunesië de vlam in de pan sloeg nadat een fruitverkoper zichzelf uit protest tegen de voortdurende chicanes van de autoriteiten in brand had gestoken, zo is dat nu in Marokko gebeurd na de dood van een visverkoper, wiens koopwaar door de politie in een vuilniswagen was gedeponeerd. De houding van de imam herinnert aan die van sommige Turkse moskeebesturen in Nederland, die Erdogans heksenjacht op andersdenkenden steunden.

Inmiddels is dat verbod de imam op de nodige kritiek uit eigen Marokkaans-Nederlandse kring te komen staan: zoals de mislukte coup tegen Erdogan deed met de Turks-Nederlandse gemeenschap, splijt de opstand in de Rif nu de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. Daarbij hebben de tegenstanders van Rabat het nu in zekere zin moeilijker dan die van Ankara, omdat in Turkse kring zowel seculieren als Koerden meer gewend zijn oppositionele standpunten in te nemen. Dat als gevolg van een oudere democratische traditie. In het Marokkaanse geval dankt de koning zijn macht formeel niet aan de steun van het volk. Hij beschikt mede vanwege zijn religieuze positie over een veel vanzelfsprekender autoriteit dan de gekozen, en dus in de toekomst in theorie dus ook wegstembare, Turkse president. Wie zich tegen Mohammed VI keert, keert zich daarmee directer tegen de fundamenten van het staatsbestel, dan wie Erdogan bekritiseert.

De oplossing van het aan de onvrede ten grondslag liggende kernprobleem kan Nederland uiteraard niet oplossen. Die heeft te maken met de corrupte cliëntelistische cultuur in Marokko zelf, die dat land met de buurlanden in Noord-Afrika deelt. Het recht functioneert voor de gewone bevolking niet als gegarandeerd recht, maar te veel als een gunst, waarbij ongeschreven relaties belangrijker zijn dan geschreven regels. Aan een goede betrekking kom je niet op grond van je eigen competenties, maar op grond van je contacten. Je krijgt niet iets voor elkaar omdat een objectieve wet je iets garandeert, maar bijvoorbeeld omdat je de vrouw van de buurman van de burgemeester kent.

Veel hoogopgeleide jongeren – en dat is in veel Arabische landen hoofdoorzaak van de onvrede – zijn daardoor werkloos of moeten zich met schnabbelbaantjes in leven zien te houden, terwijl de elite de lucratieve functies voor zichzelf reserveert. Het aantal goedverdienende banen is voor die elite te gering om, nadat ook de allerlaatste kneusjes in eigen kring aan bod zijn gekomen, nog veel ruimte voor anderen over te laten.

De onmogelijkheid om dit kernprobleem van buitenaf aan te pakken, impliceert dat de mogelijkheden voor Den Haag beperkt zijn, om te voorkomen dat de spanningen vanuit Marokko naar de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap overslaan. Helemaal zonder wapens zit de Nederlandse overheid echter niet. Net als in het Turkse geval zal aan de Marokkaanse autoriteiten duidelijk gemaakt moeten worden dat in Nederland demonstratievrijheid bestaat en dat die ook voor Nederlanders van Marokkaanse afkomst geldt. En tevens zal de directe (financiële) afhankelijkheid van Marokkaanse moskeeën in Nederland van de Marokkaanse overheid, waarmee die forse invloed binnen onze grenzen verworven heeft, teruggedrongen moeten worden.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.