Erdogans ongeremd verlangen naar macht

DHA-Erdocraat-Erdogan-Erdocratie-AKP-Tayyip-Recep.png
Foto: © AA

Macht corrumpeert en veel macht corrumpeert veel, aldus een bekend gezegde. En hetzelfde geldt ook voor langdurige macht, zelfs in een democratisch systeem met reguliere verkiezingen. Om die reden heeft men bijvoorbeeld in de Verenigde Staten na de dood van Franklin Delano Roosevelt in 1945 bepaald dat een president na maximaal twee termijnen van vier jaar hoe dan ook voor een ander plaats moet maken.

Wie langer regeert, zo wijst de praktijk uit, begint zelfs in een politiek systeem waar de trias politica naar behoren functioneert – dus waar de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht goed geschei­den zijn – steeds meer autoritair-autistische trekken te vertonen en naast zijn schoe­nen verlopen. Er treedt in zekere zin een verminderd besef van de werkelijk­heid op, en de politicus in kwestie begint zich onmisbaar te wanen. Dat zagen we in Groot-Brittannië op een gegeven moment met Tony Blair, en in Nederland met Ruud Lubbers. Langdurige macht werkt namelijk byzantinis­me bij de omgevinmg in de hand. Als de machthebber onaantastbaar lijkt, is de eigen carrière erbij gebaat om hem naar de mond te praten en vooral geen dingen te laten horen die niet in de smaak zouden kunnen vallen. Dat versterkt dan weer, omgekeerd, het gevoel van uitverkorenheid en het aktijd bij het juiste eind te hebben bij de leider. Dat zien we al bij Geert Wilders.

Een aanmerkelijk zorgwekkender voorbeeld (gezien zijn veel grotere macht) levert dezer dagen de Turkse premier Recep Tayyip Erdo?an – in een land, waar de trias politica, ofschoon op zich in de constitutie veran­kerd, níet naar behoren functioneert. Erdo?an, thans ruim 11 jaar aan de macht, is bezig aan zijn laatste wettelijk toegestane termijn als premier. Maar hij is niet van plan daarna te gaan rentenieren. Hij heeft zijn zinnen nu gezet op het president­schap, dat daartoe van een meer representatief tot een richtingge­vend ambt dient te worden omgebouwd. En daarvoor moet alles aan bestaande belemmerende wetge­ving opzij worden gezet.

Het doet sterk denken aan Vladimir Poetin: in het jaar 2000 ook binnen een formeel democratische structuur aan de macht gekomen, en sindsdien op geen enkel moment van zins om de macht ooit weer uit handen te geven. Toen Poetins maximumtijd als president om was, werd hij even premier en mocht zijn laatste premier Dmitri Medvedev voor hem de presidents­zetel warm houden, tot hijzelf constitutioneel gerechtigd was om na dat korte interval opnieuw president te worden. Ook Poetin heeft de Russische staatsstructuur zoveel mogelijk aan zijn eigen behoeften aange­past.

Sommige van zijn methodes zijn ook zeer leerzaam om Erdo?an optreden te begrij­pen. Een belangrijk parallel: beiden spelen de cultureel-conservatief-reli­gieuze kaart – tegen ‘westerse decadentie’ – uit om aanhang te winnen: het bijzon­dere eigen karakter van Rusland c.q. Turkije staat voorop. Belangrijk verschil: Erdo?an gelooft daarbij zelf wel in zijn islamisti­sche boodschap, waar Poetins omarming van de Russisch-Ortho­doxe Kerk volslagen oppor­tu­nis­tisch is. Belangrijk tweede verschil, dat het eerste verschil verklaart: Poetin is afkomstig uit de KGB, en daarmee een verte­genwoordiger van de oude seculie­re communistische elite van de Sovjet-Unie, met een naadloze carrière omhoog. Hij is als president van bovenaf geparachuteerd. Erdo?an daarentegen is ooit zelf slachtoffer geweest van de oude seculiere Turkse elite – en lijkt, nu hijzelf in zijn levenslange worsteling met die oude elite eindelijk boven ligt, vast van plan daarmee voor altijd af te rekenen. Hij is dankzij een eigen brede achterban onder het electoraat via verkiezingen aan de macht gekomen, dus van onderop in het zadel getild.

Het zorgwekkende is dat, na eenmaal een tijd aan de macht te zijn, Erdo?an desondanks gaandeweg precies in het zelfde wangedrag is verval­len als zijn seculiere voorgangers, die zijn ideologische tegenpolen heetten te zijn. De belofte schoon schip te maken is inmiddels veranderd in een praktijk van moreel bederf. Qua corruptie doet Turkije weer geenszins voor Rusland onder. In beide landen graaien de macht­hebbers er nu schaamte­loos op los. Wat het echter voor Poetin tot nu toe makkelijker maakt om dat ongestraft te doen, is dat hij politie en rechterlij­ke macht geheel aan een touwtje heeft – het is daar eigenlijk nooit anders geweest – terwijl dat voor Erdo?an niet geldt. Met het leger behoren beide instituties eigenlijk tot Erdo?ans traditionele vijan­den. Dat verklaart waarom hij, nu justitie vanwege de corruptie­schanda­len bezig was het net steeds nauwer om hem aan te trekken, hij besloten heeft zich van de belangrijkste figuren te ontdoen door die te laten arreste­ren. Dat verklaart tevens, waarom Erdo?an daarmee bij zijn eigen achterban wegkomt, op grond van de slechte ervaringen die deze met de partijdigheid van de rechterlijke macht in het verleden had.

Gezien de enorme polarisatie, en de verbetenheid waarmee de seculieren indertijd de islamisten hebben vervolgd – tot partijver­boden en halve staats­gre­pen toe – is de bewering van Erdo?an dat hij nu slechts ”een complot” tegen de staat (die in zijn eigen ogen inmiddels bijna met hemzelf samen­valt) heeft opgerold, voor zijn eigen achterban zeer geloof­waardig. Waar zelfs Silvio Berlusconi in Italië, met een ondanks zijn mediamacht nog heel wat vrijere pers, er al in slaagde zijn complottheorieën over de rechterlijke macht die hem op de hielen zat bij brede lagen van de bevolking ingang te doen vinden, is dat voor Erdo?an nog een stukje makkelijker. Zo’n complot versterkt de vastberadenheid van zijn eigen electo­raat om de eigen held vooral niet te laten vallen. Dat maakt een verrassing bij de komende presidents­verkiezingen, in de vorm van een overwinning van zijn tegenkan­didaat, met de dag onwaarschijnlij­ker.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.