Hoe meer Europa inbeukt op Erdogan, hoe sterker hij thuis staat

Foto: Reuters
Was dit het Goejanverwellesluis-moment in de relatie tussen Nederland en Turkije? Op die plek in de polder even ten westen van Utrecht werd in 1787, op weg naar Den Haag, de koets van prinses Wilhelmina tegengehouden, de echtgenote van de naar Nijmegen uitgeweken stadhouder Willem V, die met die tocht een vergeefse, want door de Nederlandse autoriteiten ongewenste poging deed de macht van haar man over zijn Nederlandse onderdanen te herstellen.

Nu was het de Turkse minister van Familiezaken Kaya die per auto vanuit Duitsland naar Rotterdam was gereisd en een vergeefse poging deed het Turkse consulaat in de stad binnen te komen om zo het gezag van haar grote held, president Erdogan , over zijn vermeende Turks-Nederlandse onderdanen, te herstellen. Pas na het dreigement van de politie, de minister met auto en al door een kraanwagen van voor de poorten van het consulaat de stad uit te zullen laten slepen, gaf zij tierend haar poging op. Daar moet toch een aardig script voor een film inzitten.

In 1787 leidde deze ‘belediging’ tot militair ingrijpen van Wilhelmina’s broer, koning Frederik Willem II van Pruisen, waarna het Nederlandse bewind van haar tegenstanders instortte en de stadhouder in zijn macht werd hersteld. Zover zal het nu wel niet komen, ofschoon het demissionaire kabinet Rutte-II al op zijn laatste benen loopt, en Erdogan , niet minder beledigd dan de Pruisische koning indertijd, al met economische sancties heeft gedreigd en de – toevallig net in Turkije absente – Nederlandse ambassadeur de terugkeer naar Ankara weigert.

Of de soep uiteindelijk ook zo heet gegeten wordt, is een tweede, maar duidelijk is dat de kwestie diplomatiek volledig is ontspoord. Den Haag heeft daarbij in de beginfase ook niet al te handig geopereerd, maar nadat Ankara met bewuste provocaties olie op het vuur had gegooid, kon ook Nederland niet anders dan zich schrap zetten; in die omstandigheden is dat de enige taal die Erdogan verstaat. Het tegendeel zou nu een beloning zijn voor diens bullebakkerige intimidatiepolitiek. Zeker nadat hij de Nederlandse regering van nazigedrag beticht had, maar misschien moet Nederland dat, aangezien Erdogan zelf eens eerder het bewind van Hitler als voorbeeld van een effectief presidentieel systeem de hemel in had geprezen, maar gewoon als een compliment opvatten.

Dat het zo snel op zo’n rel is uitgelopen, heeft evident – want dat verklaart waarom beide partijen er zo met gestrekt been in zijn gegaan – electorale redenen. Als wel vaker, versterken de extreme reacties elkaar. Door ferm te zijn, heeft het kabinet, met de hete adem van Wilders in de nek laten zien dat het echt niet over zich heen laat lopen. Hoezeer de eigen verkiezingen een rol speelden, illustreerde het Haagse verzoek aan Ankara toch vooral niet vóór 15 maart te komen.

En omgekeerd, is elke tegenstand die Erdogan in Europa ondervindt, weer koren op zíjn molen. Het zal ongetwijfeld veel nationalistische Turkse kiezers, zowel in Turkije zelf als in Europa, die zich nu geschoffeerd voelen, bij het referendum in april in het ja-kamp drijven, en het daarmee mogelijk de overwinning bezorgen, die tot nu toe lang niet zeker was. Hoe meer Europa inbeukt op Erdogan , hoe sterker hij thuis staat, hoe meer hij zijn tegenstanders als met Europa heulende landverraders kan wegzetten en het door zijn tegenstanders bepleite nee-stem als een poging Turkije te verzwakken. Door met sancties te dreigen, poseert Erdogan nu als sterke man – precies zoals Rutte dat ook doet, door niet voor die dreigementen te wijken. De nieuwe ‘vijand’ kwam Rutte electoraal van pas. Hetzelfde geldt nu voor Erdogan .

Opvallend is, dat – anders dan alle Nederlandse politieke partijen die zich mede uit Wilders-angst achter het kabinet hebben geschaard – de meeste grote kranten in hun hoofdcommentaar de Nederlandse weigering om Turkse ministers toe te laten juist hebben bekritiseerd: de vrijheid van meningsuiting geldt ook voor ongewenste meningen, en de Turkse ministers deden niets illegaals. Is nu niet ook een D66-Kamerkandidaat in het buitenland onder Nederlandse expats op stemmenjacht?

Nederland voegt zich in dat opzicht naar de onwil die even eerder al Duitsland en later Oostenrijk betoonde, waar Frankrijk de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Çavu?o?lu gewoon in Metz heeft laten landen. Die kon daar gewoon een weinig opzienbarend praatje houden. Als dat zonder alle voorafgaande ophef ook bij ons was gebeurd, dan had er vermoedelijk geen haan naar gekraaid.

De cruciale vraag is daarbij wel, of de Nederlandse vrijheid van meningsuiting ook zomaar gebruikt mag worden voor pleidooien om die in Turkije af te schaffen. Want daarop komt het ‘ja’ voor het presidentiële stelsel dat Erdogan in wil voeren, natuurlijk feitelijk neer. Dat maakt in elk geval de verontwaardiging van Ankara, en het gescherm met democratische waarden en vrijheden door Erdogan , volslagen hypocriet. Hoe ongehoord het in diplomatiek opzicht ook mag zijn dat de minister van een (nog altijd!) bondgenoot als ongewenste vreemdeling het land wordt uitgezet – zij kon wel ongeschonden vertrekken. Haar was, net zomin als overigens Wilhelmina in 1787, fysiek geen haar gekrenkt. Zij is niet opgesloten, zoals Erdogan in eigen land massaal met critici doet.

Hoe nu verder? Van belang is dat Europa in dit soort kwesties één lijn leert trekken, opdat het niet meer door potentaten-met-lange-tenen als Erdogan (of Poetin) uit elkaar gespeeld kan worden. Tegenover Ankara staat Den Haag in zijn eentje zwak, en alleen samen met Brussel sterk: die sancties waarmee Erdogan dreigt, zouden automatisch de hele Europese Unie betreffen – en daarmee schiet hij zichzelf economisch toch wel echt in eigen voet. Als iets de noodzaak van Europese samenwerking illustreert, dan is het wel een rel als deze.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.