17 C
Amsterdam

Recensie: Adriaan van Dis mept vooral zelf terug

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Het is ook en vooral het verslag van een bekering: het jongste boekje van Adriaan van Dis, De kolonie mept terug. Het is daarbij ook en vooral Van Dis zélf die lekker terugmept. Hij mept, uit naam van de kolonie, op het Nederlandse koloniale verleden en dan met name op de jarenlang eenzijdige kijk daarop in Nederland zelf, en daarmee ook direct op zijn eigen familieverleden.

Het boekje vormt een uitgebreide versie van een voordracht op 1 november, de tiende – en laatste, zoals er een beetje omineus aan wordt toegevoegd – Rudy Kousbroeklezing. Die had hij eigenlijk al drieëneenhalf jaar eerder moeten houden, maar toen kwam corona ertussen. Dat gaf met alle lockdowns Van Dis ruim de tijd om een hele boekenkast aan recente historische literatuur over de kolonisatie en dekolonisatie van Nederlands-Indië door te werken, waarmee zijn eigen familiegeschiedenis nauw verwezen is, net als van de naamgever van de lezing, Rudy Kousbroek (1929-2010).

Samengesteld Indisch gezin

Het verschil: Kousbroek was een halve generatie ouder en heeft zelf als jongen met zijn ouders in een Japans kamp gezeten. Van Dis, in 1946 geboren, is een nakomertje in een samengesteld Indisch gezin. Zijn moeder was eveneens met haar dochters geïnterneerd. Haar eerste man was een Molukse KNIL-militair die door de Japanners werd onthoofd, haar tweede man – Adriaans vader – had als krijgsgevangene dwangarbeid moeten verrichten.

Na de Oorlog was de familie Van Dis in een repatriëringshuis aan de Noord-Hollandse kust beland, waar Adriaan is geboren en opgegroeid. Zijn ouders droegen de last van een onverwerkt oorlogstrauma mee – de peilloos diepe val vanuit de bovenkant van de koloniale samenleving naar de barre omstandigheden van een gevangenenkamp – waarvoor zij in Nederland weinig gehoor vonden. Dat zat met zijn eigen oorlogstrauma, waardoor voor andermans trauma geen plaats meer was. De Indische Nederlanders met etnisch gemengde wortels vielen tussen wal en schip: ginds werden ze sinds de Indonesische onafhankelijkheid met de nek aangekeken, het Europese ‘moederland’ – dat velen nog nooit eerder gezien hadden – zat niet op hen te wachten.

Zijn ouders droegen de last van een onverwerkt oorlogstrauma mee

Dat leidde tot twee reacties, zoals Van Dis benadrukt. Enerzijds een strijd om een hogere plaats in de ‘leedhiërarchie’, die hier ook al bestond. Was elk oorlogsslachtoffer gelijk? Wat ons is aangedaan is niet minder erg dan wat jullie is aangedaan: de Japanse interneringskampen voor Nederlanders werden zo al snel met de Duitse concentratiekampen voor Joden gelijkgesteld. Ook Van Dis kreeg die boodschap van huis uit mee. Het was een stelling waartegen Kousbroek zich al vroeg had gekeerd en waarmee die zich de haat van vele Oud-Indischgasten en hun nazaten op de hals had gehaald.

Gesteund door prins Bernhard – diens zoveelste foute keuze – wisten die keer op keer met veel kabaal te verhinderen dat kritischer naar het eigen koloniale verleden gekeken werd. Want dat, zoals Van Dis terecht benadrukt, was het punt: men koos voor een slachtofferrol, van enige zelfreflectie was geen sprake. Wie daartoe een poging deed, kreeg een hoop agressie over zich heen – van Joop Hueting, die het in 1969 ‘waagde’ op tv over excessen tijdens de zogeheten ‘politionele acties’ te spreken, tot Poncke Princen, die nog op hoge leeftijd in 1994 bijna belet werd om als ‘landverrader’ Nederland te betreden. En hierbij was de VVD – laf als altijd – het liefst voor de dreigementen uit oud-koloniale hoek door de knieën gegaan.

Aanpassen was de boodschap die Van Dis meekreeg

Met dat gebrek aan zelfreflectie ben ik ook ooit zelf eens geconfronteerd, toen ik in 2015 in Bronbeek – het bekende KNIL-veteranenhuis in Arnhem – een lezing moest houden. Op de voorste rij zaten twee nors kijkende dochters van oud-kolonialen, toen ik van het intrinsiek raciale karakter van de koloniale standensamenleving repte. Na afloop meldde zich, vanachter uit de zaal, een oude Indische vrouw, die ter bevestiging vertelde hoe vernederend haar vader het gevonden had dat hij als huisbediende vanwege zijn etnische achtergrond altijd een apart toilet gebruiken moest. Snibbige reactie van het duo op de voorste rij: U moet niet van alles een punt maken. Tja…

Haar familie had zich zowel daar als hier ongetwijfeld altijd vooral moeten aanpassen. Aanpassen: dat was de tweede reactie, aanpassen aan Nederland. Altijd maar aanpassen: dat was ook de boodschap die Van Dis in zijn jeugd meekreeg, aanpassen aan de heersende normen en opvattingen dáár.

En nu – en dat is de rode draad door Van Dis’ betoog – is het Nederland als geheel dat zich moet aanpassen: aanpassen aan een snel veranderende wereld. Een wereld, waarin niet alleen het Westen niet langer meer dominant is, maar China en India, puur op basis van demografisch getal, weer op plaats één en twee komen. Precies zoals vanaf het begin van onze jaartelling achttien eeuwen lang het geval was – tot door de industriële revolutie een paar rare kleine landjes aan de uiterste westrand van het Euro-Aziatische continent die positie even overnamen.

Aanpassen een wereld, waarin niet alleen het Westen als zodanig niet langer dominant is, maar dat daarmee ook geldt voor het westerse wereldbeeld en de westerse kijk op de geschiedenis. Niet in de laatste plaats de kijk op de koloniale. Die vormt voor de rest van de wereld de historische bril waardoor men naar het Westen kijkt: en de kolonie mept nu terug. Dat is een boodschap die zeker aan de thans in aanbouw zijnde Wilders-coalitie, die juist in benepen geschiedsnostalgie zwelgt, niet besteed is.

Dat is wel vaker zo: zij die er geestelijk het meeste baat bij zouden hebben willen daarvan het minste weten. Speciaal voor hen zou Van Dis’ boekje echter zeer geschikt zijn. Dus als Martin Bosma straks door zijn gedichten heen is kan hij beginnen met een citaat dat ook voor Caroline van der Plas een nuttige waarheid bevat: ‘Totdat de dieren hun eigen geschiedschrijvers hebben, zullen in de jachtverhalen de jagers worden geroemd.’

Nieuwe generatie

Wat dat aanpassen van ons historische wereldbeeld betreft, bekritiseert Van Dis terecht dat het wel zeer lang heeft geduurd totdat dat ook onder historici zélf werd bijgesteld. Eigenlijk is dat pas iets van de laatste vijftien jaar, mede te danken aan een nieuwe generatie Nederlandse onderzoekers, die nu voor het eerst hun oor ook bij de gejaagden te luisteren heeft gelegd. Dat hadden vorige generaties inderdaad sterk nagelaten: door zich vooral op Haagse ambtelijke bronnen te richten werd automatisch het perspectief van de jager gekozen. Het koloniale beleid en de dekolonisatie alleen aan de hand van rapporten van Nederlandse gezagsdragers bestuderen: dat is toch een beetje alsof je kennis over de Duitse Bezetting slechts op de dagboeken van Arthur Seyss-Inquart en Anton Mussert baseert.

Adriaan van Dis, De kolonie mept terug, Atlas Contact, 96 blz., €12,99.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -