Juist stilzwijgen voedt het idee dat men gruweldaden kan herhalen

armeense-herdenking-reuters.jpg
Foto: © Reuters

Als enige Nederlandse politicus heeft ChristenUnie-fractievoorzitter Arie Slob vorige week in de Armeense hoofdstad Yerevan de 100-jarige herdenking van de Armeense genocide (1915-1923) bijgewoond. Vergeefs had hij aangedrongen dat ofwel een lid van het kabinet, ofwel een lid van het Koninklijk Huis eveneens zou zijn meegegaan. Zijn commentaar: “Het kabinet loop hiervoor weg om Turkije niet te veel voor het hoofd te stoten.”

Voor zijn kritiek valt zeker wat te zeggen, temeer daar Nederland in dat opzicht sterk met twee maten meet: het openlijke oordeel van Den Haag over politieke misdrijven in verleden en heden wordt sterk bepaald door de vraag of een land nu even als tegenstander of als bondgenoot geldt. Mensenrechtenschendingen in Iran worden (terecht) gehekeld, precies dezelfde mensenrechtenschendingen in Saoedi-Arabië of Egypte worden doodgezwegen, want ginds valt olie te halen of een wapenvoorraad te verkopen. Daarvoor wordt dan zelfs een officiële handelsmissie opgetuigd, met het staatshoofd als goedverkopend boegbeeld voorop. Dat was al zo met koningin Beatrix, en wordt met Willem-Alexander, die ook persoonlijk graag als de koning-koopman paradeert, alleen maar erger.

Dat is inmiddels immers ook het standpunt van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra: als er een nucleair akkoord met de democratisch gekozen Iraanse president Rohani komt, is dat, blijkens een ingezonden stuk in de NRC, qualitate qua een bedreiging voor de vrede, als de Egyptische president Sisi bij de staatsgreep die hem aan de macht helpt 1.000 mensen laat vermoorden dient dat, blijkens een interview met dezelfde Zijlstra in De Volkskrant, de stabiliteit.

Precies om die reden klinkt de kritiek op de afwezigheid in Yerevan juist dezer dagen uit Slobs eigen mond tamelijk ongeloofwaardig. Dezelfde dag dat hij deze uitte, schaarde Nederland zich namelijk achter een Europees initiatief om voortaan producten afkomstig uit de door Israël bezette Palestijnse gebieden als zodanig te etiketteren. De furieuze reactie van de zijde van de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Avigdor Lieberman, was uiteraard voorspelbaar, maar ook de SGP en de ChristenUnie eisten boos van minister Koenders dat hij op zijn schreden terug zou keren. Beide partijen zijn op theologisch-traditionele gronden – de oude Nederlandse Republiek werd na de 80-jarige Oorlog als een ‘tweede Israël’ gezien, en het joodse Oude Testament speelt bij calvinisten een veel belangrijker rol dan het christelijke Nieuwe Testament – verblinde adepten van de huidige staat Israël, dat zich immers ook graag als opvolger van het oudtestamentische koninkrijk Israël van David en Salomo presenteert.

Maar je kunt niet als vrome christen enerzijds de met massamoord gepaard gaande etnische zuivering van de Armeniërs door de Ottomaanse autoriteiten bekritiseren en anderzijds bij de sluipende etnische zuivering van de Palestijnen door de Israëlische autoriteiten anno 2015 stelselmatig wegkijken. Nee: met doelbewuste massamoord gaat deze niet gepaard, dat blijft een essentieel verschil, maar wel met grootschalige schending van het volkenrecht, in de vorm van voortdurende detentie zonder rechtsgang van duizenden Palestijnen en met systematische landroof. En het einddoel van Lieberman, waar die zelf ook niet omheen draait, is een van niet-joden gezuiverd Israël dat het hele territorium van het oude mandaatgebied Palestina beslaat. Slob komt bovendien – terecht – regelmatig op voor de nu door fanatieke IS-aanhangers (maar ook anderen) in Irak en Syrië vervolgde christenen, maar wenst kennelijk niet te zien dat een deel van de door Israël onderdrukte Palestijnen ook christenen zijn.

Dat alles laat uiteraard anderzijds onverlet, dat de reactie van Ankara op de erkenning van de Armeense genocide door steeds meer Europese landen bijna hysterisch is. Waarom is het zo onverteerbaar om onder ogen te zien waaraan Ottomaanse machthebbers in een ver verleden zich schuldig hebben gemaakt, en wordt dat door de officiële autoriteiten meteen als een aanval op de ‘Turkse identiteit’ uitgelegd? Voor alle duidelijkheid: niemand kan de thans levende Turken persoonlijk moreel aansprakelijk houden voor wat toen is aangericht. Alle daders van toen zijn ook allang dood. Daarin schuilt een verschil met de Israëlische weigering de met massale moord en verdrijving gepaard gaande Nakba als grootschalig onrecht te erkennen – of het Nederlandse geworstel met de eigen oorlogsmisdaden in Indonesië in de jaren na 1945. Ook in het laatste geval is een deel van de daders nog in leven, wat mede het jarenlange laffe gedraai van de Nederlandse overheid verklaart – de toenmalige daders zijn kiezers, de slachtoffers niet.

Maar evenmin als Israël (of Nederland) hiermee mag wegkomen, kan Turkije, als het ooit deel wil uitmaken van een Europese waardegemeenschap, weigeren de pijnlijke kanten van het eigen nationale verleden te aanvaarden. In dat opzicht kan het een voorbeeld nemen aan de Duitsers. Het was Hitler, die in 1939 zijn plan de Polen uit te roeien, beargumenteerde door te zeggen: “Wie spreekt er vandaag nog van de Armeense genocide?” Zoals paus Franciscus recent terecht opmerkte: die werd de eerste van een gruwelijke reeks. Juist het stilzwijgen daarover voedde – en voedt – het idee dat men die straffeloos kan herhalen, van de Rode Khmer in Cambodja tot Saddam en Assad senior plus junior, of de uitmoording van de Tutsi’s door de Hutu’s in Rwanda.

Thomas von der Dunk is publicist en cultuurhistoricus.

DELEN
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.