Het leven wacht niet op jou. Nieuw leven al helemaal niet. Daarom is een afwachtende houding niet verstandig als je alles uit je relatief korte leven wilt halen. ‘Alles’ hoeft in dit verband, als Nederlanders onderling, geen Hollywoodachtige carrière te zijn. Huisje, boompje, beestje is genoeg. Wanneer dit is bereikt, kan jouw leven wel even wachten om ruimte te bieden aan nieuw leven.
En laat dit nou precies het punt zijn waar het voor veel aspirant-gezinnen in Nederland stukloopt. Huisje, boompje, beestje is niet meer zo vanzelfsprekend als toen onze generatie werd geboren in de jaren tachtig en negentig, toen Nederland qua klasse en kleur gelijkwaardiger was dan nu.
Mijn vader, een aanvankelijk illegale migrant uit Turkije, had voor zijn 35ste al drie kinderen en is meerdere keren verhuisd in Amsterdam. Nu moet je minimaal twintig jaar wachten op een sociale huurwoning, en dan is dat zeker geen 80 vierkante meter met zolder en berging binnen de ring. De wooncrisis gaat gepaard met veel stil leed achter de voordeur: levens die stilstaan en jongeren die in hun krachtigste jaren een depressief bestaan leiden.
‘Hoe kun je hoop houden?’, vraagt een jonge, zwarte vrouw mij tijdens een story circle over gentrificatie in de bieb vorige week. Ik moet het gesprek faciliteren, maar deze vraag kan ik niet onbeantwoord laten. ‘We zijn het aan de jongere generaties verplicht om hoop te houden’, brabbel ik wat, terwijl ik ook verwijs naar escapisme in boeken (zoals die van James Baldwin en Frantz Fanon).
Het is geen bevredigend antwoord, maar even later krijg ik nog een kans. Schaamteloos eisen wat je wilt. ‘Als je je problemen niet durft aan te kaarten, dan komt er sowieso geen oplossing.’ Durf te zeggen, durf kwetsbaar te zijn en vind een vorm om dat zo expliciet mogelijk te doen, zonder je waardigheid te verliezen.
De straat kan emanciperend werken en de babyboomers, die alles in hun leven mee hadden, kunnen misschien ergens denken: oké, misschien moeten we deze jongeren ook ruimte gunnen. Of heeft die generatie haar handen al vol aan haar eigen witte (klein)kinderen? Het hemd is nader dan de rok.
De manier waarop oude en nieuwe levens met elkaar omgaan in de startfase van hun relatie – laten we zeggen de eerste 15 tot 20 jaar – is bepalend voor de rest van je leven. Hoe meer oude lichamen investeren in jong vlees en bloed, des te groter de wederdienst zal zijn op je oude dag. Althans, dat is de hoop.
Het vergt emotionele arbeid om de banden aan te halen met witte Nederlanders
Ik ben zonder witte Nederlanders opgegroeid in Amsterdam Nieuw-West en heb nu op structurele basis – professioneel – contact met ze. Het vergt emotionele arbeid om de banden aan te halen met witte Nederlanders. Arbeid die ik niet hoef te leveren met Turkse Nederlanders en in mindere mate met andere Nederlanders van kleur.
Een voorbeeld: een Turkse man met een volle winkelwagen laat me na oogcontact voorgaan in de Turkse supermarkt. In de Albert Heijn dringt een witte vrouw, zonder me aan te kijken, voor bij de kassa. Het zegt wellicht niets over de houding van Turkse mannen en witte vrouwen in het algemeen (genoeg irritante Turkse mannen en aardige witte vrouwen), maar zulke momenten gaan wel tussen mijn oren zitten.
Zo heb ik nog meer gedachtenkronkels. Bijvoorbeeld als bezwete, fietsende veertiger op doorreis in ‘mijn’ Vondelpark, waar ik hordes (witte) mensen zie die hun sportlichamen groepsgewijs afbeulen. Hoe durven ze dat te doen in mijn park, waar ik destijds, in mijn werkloze jaren, urenlang zaterdagbijlagen zat te verslijten?
Verderop, bij de P.C. Hooftstraat, zie ik de rijkere varianten van een Amsterdams bestaan met luxueuze brillen op hun smetteloos opgemaakte gezichten. Zouden ze ook gelukkig zijn? Dingen die ik me afvraag wanneer ik ‘hen’ zie. Zij die geen onderdeel zijn van mijn leven en ik niet van het hunne.
Zij die Amsterdam opkopen en verhuren aan studenten en almaar rijker worden, en wij, allochtone Amsterdammers, die veertig jaar na onze geboorte in deze stad verspreid leven in andere steden omdat het als middenklassers inmiddels te duur was om een gezin te beginnen in de stadsdelen waar we zijn geboren.
Amsterdam is nu van de anderen, zeg ik als aarzelende Hagenees. Ons Amsterdam is geschiedenis. Pijnlijk om te noteren, maar ik begin er steeds meer vrede mee te hebben. Nederland is groter dan Amsterdam-West. En een mensenleven is te kort om alleen maar te genieten van Amsterdam-West.
Is dit nou van twee walletjes eten of mijn Nederlanderschap opeisen in alle delen van het land? In de blauwe ogen van sommigen ben ik nooit een Amsterdammer geweest, misschien lukt het om Hagenees te worden. Ha!
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

