11.6 C
Amsterdam

Bij gendervragen zijn we zelden consequent

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Het zal u misschien verbazen, maar er zijn allerlei maatschappelijke thema’s waarover ik niet zo’n uitgesproken mening heb. Er worden ook allerlei keuzes gemaakt waarvan ik zelf geen voorstander ben, maar die ik daarom nog niet meteen wil verbieden. Of waarbij ik de facilitering van overheidswege niet als een onoverkomelijke knieval beschouw.

Speciaal is dat het geval als het gescheiden of gemengd gebruik van publieke faciliteiten door beide geslachten betreft, wat dan snel aan ‘islamisering’ gekoppeld wordt. Voor sommigen is dat een reden om er met grote gretigheid op te duiken en wellustig op alle gevoelige tenen te springen, voor anderen om angstvallig de boot af te houden uit angst ook maar één overgevoelige teen te bezeren.

De kwestie van aparte zwemuren voor (moslim)vrouwen is er zo eentje. Jolande Withuis kaartte dat op 18 september in haar Volkskrant-column aan, vanwege een D66-voorstel om dat in een Amsterdams zwembad te faciliteren. Bij haar speelt het emancipatoire argument een belangrijke rol: wanneer ‘manloos zwemmen mogelijk is, verliezen vrouwen van welk geloof dan ook tegenover behoudende familie en vrienden een goed argument om gemengd baantjes te mogen trekken’.

Vooropgesteld: het is volkomen legitiem om dit ter discussie te stellen. Maar het is, met een blik op een heel wat langer ingeburgerde Nederlandse c.q. westerse praktijk, wel wenselijk om dat zonder al te grote woorden te doen. Want als het de scheiding der geslachten betreft, zijn wij namelijk allang zo inconsequent als de pest.

In het zeer seculiere VVD-dorp waar ik vandaan kom, beschikte het onverwarmde natuurzwembad tot de sluiting in de jaren ’70, lang voordat tussen de villa’s de eerste moslim werd gesignaleerd, over een apart damesbad. Dat het weinig gebruikt werd, kwam vooral omdat het in de schaduw van hoge dennen lag en zo enige graden koeler was.

Zelfs bij schaken zijn grote kampioenschappen nog steeds apart

Het is niet het enige voorbeeld. Sportwedstrijden: nog steeds als vanouds in beginsel gescheiden, met uitzondering van korfbal en paardensport. In het laatste geval zijn niet alleen de ruiters, maar ook de paarden gemengd. Maar zelfs bij schaken zijn grote kampioenschappen nog steeds apart, terwijl je toch geacht wordt hooguit op het speelbord de dame van je tegenstander te slaan, en niet je tegenstander zelf.

Gymnastiek op school: in mijn jeugd was dat ‘uiteraard’ gescheiden (ongeacht of het bijzonder of openbaar onderwijs betrof), tegenwoordig niet meer. Maar juist op sommige moderne scholen wordt nu, omgekeerd, geëxperimenteerd met gescheiden klassen voor sommige reguliere vakken vanwege een (vermeende?) andere leerstijl.

Toiletten: vanouds in publieke gelegenheden ‘vanzelfsprekend’ gescheiden, maar thuis even vanzelfsprekend genderneutraal. Behandeling door artsen: mannelijke gynaecologen vinden we normaal. Maar fouillering door politieagenten of douanepersoneel van het andere geslacht niet, ofschoon een medisch onderzoek toch veel langduriger intiem fysiek contact kan impliceren dan het vluchtige tweede.

Jeugdherbergen: in Duitsland nog altijd strikt gescheiden, in Engeland tot voor kort ook, in Nederland nu niet meer, maar je kunt er wel nog steeds een aparte damesslaapzaal boeken. In Zwitserland allang overal vanzelfsprekend gemengd – net als in berghutten waar iedereen bij een overaanbod aan gasten al sinds vele decennia op een Matratzenlager gewoon maar wat moet indikken. Misschien ook omdat je na duizend meter klimmen toch zo uitgeput bent dat ook de seksuele lust volledig is uitgedoofd en samen slapen zo vooral op slapen neerkomt. Maar gymnastiek op school is dáár dan weer nog steeds apart.

Meisjes- en jongensinternaten gelden thans als achterlijk (behalve in Engeland, daar is het juist chique), maar eigen vrouwencafés en aparte vrouwenparkeerplaatsen weer als vrouwvriendelijk modern. Zowel in het seculiere Japan en Mexico als in de theocratieën Israël en Iran zijn er ook in bussen (vaak) aparte vrouwenplaatsen, om diametraal tegenovergestelde redenen (emancipatoire veiligheid versus orthodoxe preutsheid). Gevangenissen zijn bij ons nog steeds gescheiden, ook al heeft (vrijwel) iedereen een eigen veilig afsluitbare cel.

Stuk voor stuk valt voor alles best een goede legitimatie te geven, maar de argumenten voor de ene keuze zouden ook waar net andersom gekozen wordt niet bij voorbaat onzin zijn. Wat daarbij opvalt, is dat felle feministische kritiek op gescheiden zwemmen soms moeiteloos met dito anti-transgenderhysterie inzake gedeeld toiletgebruik gepaard kan gaan. Ofschoon daar toch ook iedereen een eigen afsluitbaar hokje heeft.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -