11.2 C
Amsterdam

De mondhygiënist zong alle Arabische liedjes mee

Lees meer

Als ik de geschiedenis van deze eeuw in zeshonderd woorden zou moeten samenvatten, dan zou ik beginnen in een tandartspraktijk in Amsterdam-Zuid, waar ik me afgelopen maandag meldde voor de halfjaarlijkse controle. Wat daar gebeurde, zou ik dan presenteren als een anekdotisch bewijs voor onze heerlijk rommelige wereld, waarin naast veel ellende en oorlog ook heel wat vrolijkheid te vinden is.

Voorafgaand aan de reguliere controle zou een mondhygiënist zich ontfermen over mijn gebit. Ik geniet van het bezoek aan de tandarts, het licht dat op me schijnt, de instrumenten die in mijn mond glijden, het zachte geluid van de boor – zolang ik me kan herinneren, vond ik het een aangename ervaring. Na het bezoek wrijf ik over mijn kaak, trek mijn jas aan en trek de wereld weer in, als herboren. Een wortelkanaalbehandeling, ik onderga het met genoegen. Innerlijk hum ik Het is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente…

Bij mijn vorige bezoek ontfermde een beeldschone Perzische prinses zich over mijn gebit. Met vijl en draad drong ze diep de grot in, onder mijn gehemelte vloog een engel.

Deze keer zou het anders worden. ‘Meneer Benali?’ Een jongeman met donker, lang haar en een donkere baard heupwiegde voor me uit; op zijn armen tatoeages met Arabische teksten. Hij deed me denken aan de gezichten van sjiitische martelaren die worden meegedragen in processies. Van een Iraakse hardrockzanger had hij ook wel iets.

We liepen de behandelkamer binnen. Hij stelde de gebruikelijke vragen, waaronder of ik drugs gebruikte. ‘Nee, maar zeggen veel mensen ja?’ vroeg ik. ‘Zeker’, zei hij, ‘we zijn tenslotte in Amsterdam.’ Hij sprak Nederlands met een Isfahaans accent.

‘Ik kom uit Iran. Ik spreek zeven talen. Azeri. Turks. Perzisch. Arabisch. Beetje Russisch’

Ik ging liggen. De muziek die zachtjes op de achtergrond had gekabbeld, zette hij wat zachter, waarna Arabische, Perzische en Turkse muziek de ruimte instroomde. En elk lied zong hij mee. De mondhygiënist bleek een human beatbox uit de Oriënt te zijn. Als ik mijn ogen sloot, dan zat ik in een taxi in Damascus, Casablanca of Teheran. Maar ik was in Amsterdam.

De behandeling zat erop, ik mocht weer praten. ‘Kom je uit Syrië? Je zong al die Arabische liedjes mee.’ Hij lachte, deze vraag streelde hem. ‘Ik kom uit Iran. Ik spreek zeven talen. Azeri. Turks. Perzisch. Arabisch. Beetje Russisch.’

Zijn beste vriendin was een Marokkaanse. We verbroederden ter plekke. Hij vertelde over Teheran: ‘Geloof de televisiebeelden niet, het is een moderne stad met een jeugd die zijn leven volop leeft, ze zijn daar vrijzinniger dan hier.’ Ik gaf hem reistips voor Marokko.

Toen kwam de tandarts binnen, die na een korte blik op de röntgenfoto van de kies vertelde dat een serieuze ingreep aanstaande was, een wortelkanaalbehandeling misschien, maar zeker ook een implantaat.

Ik nam afscheid van de vrolijke Pers en reed de avond in. De volgende dag zocht ik verder naar een tandarts in de buurt, een second opinion kan geen kwaad. Tips zijn altijd welkom.

Ik ontdekte dat de as Tanger-Caïro-Damascus-Teheran stevig als een beugel door de tandartswereld loopt. Elke kliniek in Amsterdam en omstreken wordt wel bemand door een veelkleurig team van niet-westerse groeibriljanten; allemaal in het bezit van een uitstekend gebit natuurlijk.

Habibi, ya nour al ‘ain!

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -