7.3 C
Amsterdam

De sympathie voor de Joodse staat ebt weg

Lody van de Kamp
Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

Het is de avond van 7 oktober 2023. Israël moet verder leven met de wetenschap dat 253 van zijn burgers over de grens van Gaza zijn meegenomen om als gijzelaars te dienen. En met het besef dat meer dan twaalfhonderd van zijn burgers die dag zijn gedood.

Verder leven? Ja, maar wel in de realiteit van het voeren van een verschrikkelijke oorlog. Een oorlog waarvan het einde nog steeds niet in zicht is.

Over de grenzen van die oorlog heen worden nu plannen gemaakt van herbouw en herstel, voor het moment dat de wapens eindelijk kunnen gaan rusten. Onze eigen voormalige minister Sigrid Kaag is inmiddels benoemd door de Verenigde Naties om als speciale gezant de humanitaire hulp en wederopbouw van Gaza te coördineren.

En hoe zit het met het herstel aan de Israëlische kant?

Aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw sierden blauwwitte stickers de achterbumpers van heel veel auto’s in Nederland. ’Ik sta achter Israël’, luidde de tekst op die plakkers. Nederland stond achter Israël. Met ‘het voordeel’ van een schuldcomplex over het droeve lot van meer dan 100.000 Nederlandse Joden tijdens de Holocaust kon de jonge Joodse staat bijna niets verkeerds doen in Nederlandse ogen. En dan tierde in die tijd ook nog eens het internationaal terrorisme welig. Vliegtuigkapingen op weg naar Israël, aanslagen op synagogen en de moord op olympische sporters in München schiepen zo een situatie dat het kiezen voor solidariteit voor de Joodse Staat ten koste van de Palestijnse zaak meer dan voor de hand lag.

Deze situatie van verbondenheid bleek echter geen eeuwigheidswaarde te hebben. Nieuwe oorlogen, nieuwe geweldsexplosies en defensieve invallen over de grenzen van het eigen Israël heen zorgden ervoor dat de sympathie voor de Joodse staat wegebde.

De huidige oorlog tussen Hamas en Israël in Gaza lijkt een definitieve streep door de overgebleven sympathie voor de Joodse staat.  Dat is nu een gepasseerd station. Wat ooit begon als het twintigste-eeuwse Beloofde Land is nu een soort schurkenstaat geworden, in de ogen van velen.

Een aantal van de oud-ambassadeurs ken ik persoonlijk als volstrekt integere landsdienaren

Deze week verscheen in de pers een oproep van een twintigtal Nederlandse topdiplomaten, allen voormalig ambassadeurs, gericht aan onze regering. ‘Houd vast aan de eigen principes waar het het handhaven van de grondwet betreft en de internationale rechtsorde en maak geen uitzondering voor het misdadige optreden van Israël.’

In die eerste dagen na 7 oktober leek het nog mogelijk met de antisemitismekaart te zwaaien, wanneer iemand kritiek leverde op het zo zwaar getroffen Israël. Dat is nu voorbij. We moeten wel van hele goede, of beter van hele slechte huize komen, om al diegenen die hun handtekeningen hebben gegeven aan deze verklaring te beschuldigen van antisemitisme. Een aantal van de oud-ambassadeurs ken ik persoonlijk als volstrekt integere landsdienaren, die in betere tijden hecht waren verbonden met hun Israëlische collega’s.

Hoe gaat dit beeld van Israël ooit weer gekanteld worden? Welk herstel is hier nog mogelijk?

En dan die andere schade. Israël meent dat al die bommen en beschietingen zouden leiden tot vrede en veiligheid. Maar tussen de bomkraters en de afgrijselijke oorlogsellende in Gaza rest alleen nog maar een geradicaliseerde vijandschap en haat tegen de Israëlische burgers.

Hoe wordt deze schade ooit hersteld? Welke gezant kan dit repareren? Er bestaat een mooie uitdrukking: de tijd heelt alle wonden. Maar klopt dit wel?

Er moeten stappen genomen worden. Wij mensen die zich, van welke kant ook, betrokken voelen bij wat zich voor onze ogen afspeelt, moeten hele grote vredesstappen durven nemen. Deze keer kunnen we het niet aan de tijd overlaten. Er is maar één partij in onze mensenwereld die echt herstel kan brengen. En inderdaad, dat zijn wij, de mensen zelf.

Door met bovenmenselijke lef en moed die grote vredesstappen te durven nemen die hiervoor noodzakelijk zijn.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -