Een parlementaire eendentest

Azzedine Karrat
Azzedine Karrat
Imam, theoloog en onderzoeker.

Lees meer

De ‘Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen’ is klaar met haar openbare verhoren. ‘Gedurende twee weken vinden er openbare verhoren van deskundigen en getuigen plaats. De opgeroepenen zijn verplicht te verschijnen en staan onder ede’, schrijft de commissiewebsite.

Maar wanneer ik op de lange verhoren terugblik, blijft van de bedoelde ‘deskundigen- of getuigenverhoor’ weinig over. De vorm en de inhoud van de vragen creëerden een enorm grimmige sfeer. Sommige ondervraagden werden behandeld als criminelen die door de rechter aan de tand worden gevoeld.

Neem bijvoorbeeld de vragen die werden gesteld aan Jacob van der Blom, de voorzitter van de Blauwe Moskee in Amsterdam. Het kost weinig moeite om te zien dat het wantrouwen van die vragen afspatte. Veelzeggend is dat Van der Blom keer op keer in de rede werd gevallen door onder andere VVD-kamerlid Aukje de Vries.

Als laatstgenoemde vraagt naar het contant geld dat bezoekers traditiegetrouw in de collectebus van moskeeën stoppen, reageert Van der Blom met de terechte opmerking dat de verhoren behoren te gaan over internationale financiering. Van die opmerking was mevrouw De Vries niet zo gediend. ‘Ik stel hier de vragen.’ Ik vind het bizar dat parlementsleden in een beschaafd land als Nederland op deze manier omgaan met onze burgers.

Zoals ik het zie, heeft de ondervragingscommissie zich merendeels gebaseerd op uitspraken van voormalig MIVD’er Ronald Sandee. Volgens hem heeft de Moslimbroederschap de term ‘islamofobie’ in de media gehouden. Daarnaast zou de Moslimbroederschap de Blauwe Moskee in Amsterdam in handen hebben, geld ontvangen uit Qatar en Turkije en zou het de sharia in Nederland willen invoeren. Het zijn harde beschuldigingen, maar bewijs heeft Sandee niet.

Al deze ongefundeerde beschuldigingen werden door hem verdedigd met de zogeheten ‘eendentest’: ‘Als iets eruitziet als een eend, zwemt als een eend en kwaakt als een eend, dan is het waarschijnlijk een eend.’ Maar zo werkt dit natuurlijk niet.

In een rechtsstaat hanteren we geen eendentest, maar de wet. De handhaving hiervan geschiedt door de aangewezen instanties, waaronder onze veiligheidsdiensten en het OM. Die taak ligt staatsrechtelijk bekeken niet op het bordje van het parlement – en al helemaal niet op die van de heer Sandee.

De strafrechtelijke onschuldpresumptie brengt met zich dat eenieder onschuldig wordt geacht en alleen gestraft kan worden als een strafbaar feit wettig en overtuigend is bewezen. Het behoeft geen betoog dat een eendentest niet volstaat. Het ongecontroleerd rondslingeren van ongefundeerde beschuldigingen past daarom niet in Nederland. In woorden van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb: kom met bewijzen’.

Meer in Koranische termen: ‘Wanneer een losbandige met een mededeling tot jullie komt, zorg dan dat jullie duidelijke inlichtingen inwinnen, opdat jullie niet in onwetendheid mensen treffen en wroeging krijgen over wat jullie gedaan hebben.’ (Koran 49:6)

Ook binnen de moslimgemeenschap werden de verhoren als vernederend en discriminerend ervaren. ‘Vernederende week voor moslims in Nederland’, kopte een vlog van de bekende YouTuber Salaheddine.  ‘Kijk hoe deze islamitische bestuurder ondervraagd wordt door die domme PVV’er’, reageerde een Facebookgebruiker. Verder zag ik allerlei reacties voorbijkomen waarin ontevredenheid en boosheid over deze onverkwikkelijke gang van zaken de boventoon voerden.

In een rechtsstaat hanteren we geen eendentest, maar de wet

Van der Blom blikte, een dag na zijn verhoor, terug met de volgende woorden: ‘Heel mooi om te zien hoeveel mensen vandaag – tijdens het vrijdaggebed – speciaal naar de moskee zijn gekomen naar aanleiding van de belachelijke ondervraging gisteren. De reacties waren unaniem geschokt over de vorm en inhoud van de ondervraging, en allemaal strijdbaar.’

Tevens onderschrijf ik de zorgen van Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR), die vreest dat door deze parlementaire ondervragingscommissie het maatschappelijk debat en het parlementaire debat na de presentatie van het eindrapport verharden, waardoor de tegenstellingen en de polarisatie in onze samenleving worden vergroot. Zelf had ik het niet beter kunnen verwoorden.

Bovendien vrees ik dat jongeren hierdoor juist vatbaarder zullen worden voor extremistische ideeën. Radicale predikers praten jongeren aldoor aan dat ze niet welkom zijn in Nederland en dat de overheid maar één doel voor ogen heeft: het bestrijden van de islam en het loslaten van het geloof door moslims.

Wel ben ik vanzelfsprekend voorstander van meer transparantie en duidelijkheid binnen moskeeorganisaties. Daar heeft iedereen baat bij. Ongewenste invloeden uit het buitenland willen moslims simpelweg ook niet. Wij zijn geen kudde zonder geweten, maar mensen met een zuiver verstand.

Ik – en velen met mij –  zijn de mening toegedaan dat een gedwongen maatregel niet de juiste oplossing is en ook niet kan zijn. Er zal een professionaliseringsslag moeten plaatsvinden, ook binnen moskeeorganisaties.

Bevorder daarom het zelfreinigend vermogen van de moskeeën en creëer succesvolle samenwerkingen met andere religieuze instellingen en de (lokale) overheid. Dat schept meer vertrouwen en stelt de gemeenschappen in staat om weerbaarder te worden tegen radicale ideeën. Daarbij zie ik het als een taak van de moslimgemeenschap om een visie te ontwikkelen en voor onszelf te bepalen wat wel en niet wenselijk is – mits dat binnen de wettelijke kaders plaatsvindt.

In die context ontkomen we niet aan de erkenning dat er ideologieën worden verspreid die, op zijn zachtst gezegd, schadelijk zijn voor Nederland en zijn moslims. Zo werden fatwa’s uitgebracht waarbij het moslims werd afgeraden om te stemmen en het studenten werd afgeraden om rechter of advocaat te worden.

Ook uitspraken als ‘Je mag niet bevriend zijn met een ongelovige’ of ‘Dit is niet jouw land’ zijn zorgelijk en mogen wat mij betreft niet op de Nederlandse bodem belanden. Als dat wel gebeurt, dan dienen we dat als gemeenschap te bestrijden.

Ook roep ik moslims op om niet naar andere geloofsgemeenschappen te wijzen. Als ons als moslimgemeenschap iets treft wat we niet wenselijk of rechtvaardig vinden, dan zouden we dat ook niet voor anderen willen. Onderstaande vers vind ik daarom erg toepasselijk:

‘Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen.’ (Koran 5:8)

Moge Allah ons allen in staat stellen om de broederschap te versterken en de saamhorigheid te realiseren. Moge Allah Nederland beschermen tegen alle kwade bedoelingen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -