15.1 C
Amsterdam

Ik leerde dat een essentiële handeling ontbreekt in mijn leven: spelen

Süheyla Yalcin
Redacteur de Correspondent en podcast Fufu & Dadels.

Lees meer

Afgelopen zomervakantie kreeg ik de unieke kans om een verdiepend project te volgen. Hier heb ik totaal geen spijt van, omdat ik hierdoor juist heel veel heb kunnen leren. Ook over mijzelf en over wat ik doe met mijn werk als crossmediale maker.


Het was geweldig om hard aan de slag te gaan en te voelen dat ik echt iets had bereikt in mijn beroepsleven. Maar tegelijkertijd had ik het gevoel dat er iets ontbrak. Midden in de drukte begon het me langzaam te dagen: succesvol zijn betekent voor mij niet almaar doorwerken. En unieke kansen bestaan niet, of zijn in ieder geval niet zo uniek zoals ze worden verkocht.

‘Hard werken’ en ‘unieke kansen’ zijn in wezen voorgehouden worsten die beslist minder smaken wanneer je ze dan eindelijk eens proeft. Sowieso zijn ‘hard werken’ en ‘unieke kansen’ niet de enige ingrediënten voor een prettig en creatief maakproces.

Door drukte verlangde ik terug naar mijn kind-zijn. Naar de tijd toen ik nog onbezonnen door de wereld fladderde en niks afwist van gemoedstoestanden zoals stress en piekeren.

In Brene Brown’s De moed van imperfectie las ik over het belang van spelen. De ondertitel van hoofdstuk zeven luidt: ‘Laat uitputting als statussymbool en productiviteit als maatstaf voor eigenwaarde los.’ Ouch!

Brown gaat in haar boek op zoek naar de betekenis van een bezield leven. Ze is een wetenschapper – gefascineerd door mensen en gedrag – die er heilig in gelooft dat ervaringen en emoties ook data zijn.

Op een gegeven moment zegt ze tegen een collega: ‘Die bezielde mensen besteden nogal wat tijd aan maar een beetje rondklooien’.

Collega: ‘Je bedoelt hobby’s?’

Brown: ‘Ja hobby’s, maar dan minder georganiseerd’.


En daar, in die zin, realiseerde ik me datgene wat is gemist had. Ik heb geen hobby’s waar ik niet de beste van de beste hoef te zijn. Ik heb geen hobby’s die ik enkel en alleen doe voor mijn plezier.

Het gebrek aan tijd voor spelen is niet het enige dat plezier in de weg staat. Dat het moeilijk kan zijn om als maker van kleur ook werk te maken óver plezier leerde ik deze zomer tijdens een gesprek met producer en schrijver Massih Hutak.

Begin vorige maand interviewde ik hem tijdens het Leiden Short Festival. Het panelgesprek ging over de kracht van visuele storytelling in de journalistiek. Hutak vertelde over zijn nummer Zomerstroom, dat gaat over plezier en een fijne zomer. Ironisch genoeg precies wat ik dus had gemist. Geen zoet verhaal voor mij, zoals we horen in het lied. Aan de andere kant herken ik wel de struggle om dingen te maken die over blijdschap gaan.

Ergens in mijn gedachteproces plaats ik leed vóór plezier, en maak ik het eerste belangrijker dan het laatste

Als maker van kleur voel ik een sterke verantwoordelijkheid om mijn stem te gebruiken voor het goede. En dat goede betekent voor mij de dingen die er echt toe doen. Ergens in dat gedachteproces plaats ik leed vóór plezier, en maak ik het eerste belangrijker dan het laatste.

De druk die makers als ik ervaren kan ik het best omschrijven als een intern verantwoordelijkheidsgevoel, een gevoel dat gevoed wordt door de beroepsmatige verwachtingen van buitenaf. Je hebt nu eindelijk dat podium bereikt – gebruik je stem dan ook voor het allerbelangrijkste, fluistert het stemmetje in mijn hoofd.

En dat stemmetje wordt gevoed door het sociale weefsel waar ik als mediamaker onderdeel van ben. Als mij het podium geboden wordt, dan moet het wel gaan over zware onderwerpen als representatie en onderdrukking.

De lens waarmee het werk van makers als ik word bekeken is daardoor heel minuscuul. En we weten allemaal dat de call for justice niet snel genoeg gerealiseerd wordt.

Maar het kan dus ook langs elkaar bestaan: werk maken puur voor het plezier én over plezier, en werk maken voor radicale gelijkwaardigheid. Ik vraag me af wie ons ooit anders heeft doen laten geloven.

Geïnspireerd door de woorden van Brown stap ik een dag na het lezen de hobbywinkel binnen en koop ik drie grote witte canvas doeken. Ook koop ik een collectie verftubes. Goed schilderen kan ik niet, maar plezier heb ik er wel in.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -