23.5 C
Amsterdam

Istanbul heeft vele gezichten

Hizir Cengiz
Hizir Cengiz
Publicist.

Lees meer

‘Mag ik iets heel geks, iets persoonlijks vragen?’, zeg ik tegen de parfumverkoper in het Engels. Hij heeft een rond gezicht, een strak en getrimd baardje en draagt een bril met een dun zwart motief. Hij rekent uit hoeveel een geurtje in euro’s zou zijn. ‘Neyse’, voeg ik er meteen aan toe, ‘laat maar zitten’ die vraag, en ik maak een wegwerpgebaar. ‘Doet u maar uw werk’. Hij draait de rekenmachine naar mij. ‘Seventy-eight euros.’

Hij spreekt vloeiend Turks en Engels met een aangezet Brits accent. Al zeven jaar woont hij in Istanbul. Hij is geboren in Syrië, in Damascus. Toen ik vroeg wat hij daar had gedaan, antwoordde hij meteen dat hij niet had gevochten. Ik onderbrak hem en vroeg naar zijn werk en studie. Engelse literatuur.

Voor het eerst ben ik in Istanbul. Met een vriendin. Al jaren ben ik überhaupt niet in Turkije geweest. Ik had gezworen pas als ik heenga weer te komen in Turkije.

Verward loop ik er de eerste dagen rond. Ik snap niet waarom winkelmedewerkers zo jagen, stoor me aan de Turkse vlaggen en wil maar niet begrijpen hoe in een land waar de meerderheid de AK-partij van Erdogan aanhangt tegelijkertijd Atatürk, die het secularisme predikte, zo veelvuldig een plek aan de muur geeft.

Istanbul is vluchtig, wispelturig en heeft vele gezichten en is daarom ongrijpbaar. Misschien, bedenk ik me op de derde dag, in een taxi, moet ik de wens Istanbul te vangen in een woord loslaten. Pas door dat te doen voel ik me op mijn gemak.

Het is elf uur ‘s avonds geweest als die vriendin en ik in de parfumerie staan. We zijn de enige klanten. In het halfuurtje dat we daar zijn lopen louter twee blonde vrouwen binnen.

Ervaart de parfumverkoper iets van die wrok jegens Turkse Arabieren?

Wat voor raars wilde ik weten, vraagt hij. Ik vertel hem dat de paar Turken met wie ik in gesprek ben geraakt en vraag naar het leven in Istanbul snel beginnen over de vele Arabieren. Hun ongenoegen over hen uiten. Eerder op de dag bijvoorbeeld zaten die vriendin en ik op een terras, naast een gemeenteambtenaar (v) en strafrechtadvocaat (m). Ik sprak hen aan en vroeg naar hun baan, of ze in Istanbul wonen en hoe het leven hier is. De man antwoordde elke keer, ook als ik de vrouw aankeek. De stad is veranderd, zei hij, door Arabieren, door vluchtelingen die hier tijdelijk zouden komen maar niet teruggaan. Het oude Istanbul is er niet meer.

Dat sommige Turken klagen over vreemdelingen was te zien op sociale media. Maar het verbaast me dat het zo steen en been gebeurt. Ervaart de parfumverkoper iets van die wrok jegens Turkse Arabieren?

Natuurlijk, antwoordt hij, en hij glimlacht. Wij, die vriendin en ik, zouden toch moeten weten hoe het is om in een vreemd land te leven? Maar hij redt zich wel, juist omdat hij het Turks machtig is. Al neemt hij in het openbaar vervoer, als familie belt, nooit zijn telefoon op. Hij heeft geen hekel aan mensen, wel aan hun onwetendheid. Hij vreest extreem-rechtse politici én de oppositie die teren op vreemdelingenhaat.

De grootste fout die hij heeft gemaakt, zo zegt hij, is dat hij niet naar Europa is gegaan. ‘I am fool.’ Al zou hij Europa niet overleven door ‘de regenboogpropaganda’. Ik begreep hem aanvankelijk verkeerd en dacht dat hij bedoelde dat hij als lhbtiq+-persoon juist in een Europees land heerlijk zou vertoeven en wilde hem corrigeren. Maar hij bedoelde dat het volgens zijn religie verkeerd is. Dat als iemand aan zijn gender wil sleutelen, dat dat… ‘een zonde is?’, voeg ik toe. ‘Een mentale ziekte’, zegt hij. Ik verkramp.

Geen enkel gesprek, geen enkele ontmoeting, geen enkel beeld, zo zeg ik tegen mezelf als ik de parfumerie uitloop, doet recht aan Istanbul.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -