Kindereuthanasie toestaan is geen oplossing

Azzedine Karrat
Azzedine Karrat
Imam, theoloog en onderzoeker.

Lees meer

Kindereuthanasie… Toen ik het pleidooi van D66 voorbij zag komen had ik mijn oordeel al klaar: ‘Wat een onzin!’  Toch bracht dat pleidooi mij kort terug naar 2011, toen ik mijn zoontje naar de huisarts bracht.

Hij had opgezwollen lymfklieren. De huisarts zei dat er bloed geprikt moest worden. Een dag later kregen we de uitslag: ons zoontje had te veel witte cellen in zijn bloed. De arts vertelde ons dat het er niet goed uit zag, maar hij hield een slag om de arm. Ik vroeg de huisarts: ‘Waar denkt u dan aan?’ Hij antwoordde: ‘Ik zie veel witte cellen in het bloed en we kunnen niet uitsluiten dat het leukemie is.’

Het kwam binnen als een donderslag bij heldere hemel. Alleen dat besef al, dat jouw kind mogelijk door deze vreselijke ziekte getroffen is, doet je wereld schudden op haar grondvesten. Vanwege de onzekerheid gingen we door een hel. We wisten niet wat ons overkwam. Op dat moment gaat er van alles door je hoofd.

Gelukkig kregen we na een grondig onderzoek te horen dat het om een virus ging dat binnen enkele dagen zou verdwijnen. We kregen medicijnen, en inderdaad: na een week was het over. Een enorme opluchting! Ik kan mij goed herinneren dat mijn vrouw en ik ons kind knuffelden alsof we hem voor het eerst zagen. Wát waren we God dankbaar.

Maar terug naar 2019. Afgelopen zaterdagavond zond Nieuwsuur een hartverscheurend item uit over het uitzichtloze lijden van ongeneeslijk zieke kinderen. Omdat zij wilsonbekwaam zijn komen zij, anders dan dementerende ouderen,  per definitie niet in aanmerking voor euthanasie.

In de uitzending zagen we het verhaal van Nuria. Een verhaal dat mij, als mens én als ouder, diep heeft geraakt. Mijn Almachtige, die arme ouders die hun kind op deze manier moeten laten gaan. Afschuwelijk. Wat hartverscheurend om je kind te laten sterven. Wat moet dat een pijnlijk proces zijn geweest, zowel voor de ouders als voor het kind.

Sinds deze uitzending vraag ik mij af wat dit besluit heeft gedaan met de ouders. Zijn zij, voor zover dat kan in deze vreselijke context, nu ‘gelukkiger’? Voelen zij een zekere mate van verlichting? Achtervolgt dit besluit de ouders? Of lijden zij aan een ander soort pijn of verdriet? Vele persoonlijke, menselijke en vooral ook ethische vragen zijn in de uitzending echter onaangeroerd gebleven.

En dat is ook het element dat ik in dit Nieuwsuur-item miste: tegenargumenten. Het nieuwsitem was te eenzijdig en had geen aandacht voor de ethische kant van het verhaal. De vraag die mij relevant lijkt: hoe gaan deze ouders door het leven? Met welke gemoedstoestand doen ze dat? En waarom? We hebben het hier niet over een eenvoudig besluit. Het gaat om het sterven van een kind dat juridisch gezien wilsonbekwaam is.

Je denkt natuurlijk dat de ouders die zo’n zwaar besluit nemen het ‘voor het kind doen’, maar in hoeverre is dat het geval? Niet iedereen heeft dezelfde intellectuele en emotionele intelligentie om goed met dit soort complexe situaties om te gaan. Wat als de ouders te snel besluiten om de stekker er maar uit te trekken, omdat hun emoties hen te machtig worden? De ethische kant van de zaak is te zwaar en te gewichtig om slechts beperkt aan te stippen. Het gaat hier immers om een onomkeerbare beslissing, over leven en dood.

God neem het besluit over leven en dood

De zorg voor ernstig zieke kinderen is complex en zwaar. Het kan gepaard gaan met veel pijn en verdriet. Maar euthanasie introduceren versimpelt het ethische dilemma niet. Euthanasie toestaan is geen oplossing, maar een extra ‘optie’.

In mijn ogen betekent euthanasie niet dat je iemand ‘op een menswaardige manier laat sterven’. Met euthanasie vertel je dat er in het leven een moment bereikt kan worden waarop het leven het niet langer waard is om geleefd te worden. En, aanvullend, dat de beslissing genomen kan worden om het leven te beëindigen.

Vanuit islamitisch standpunt is er consensus onder de geleerden dat euthanasie op geen enkele manier is toegestaan, anders dan abortus en palliatieve sedatie. Over deze laatste twee is er binnen de theologie ruimte voor discussie. Actieve euthanasie uitvoeren is echter simpelweg verboden.

De mens is niet in staat leven te scheppen. Hij kan zichzelf niet creëren, maar ook geen ander leven. De mens mag daarom ook niet ‘nemen’. Het besluit over leven en dood neemt God. De mens dient niet te interveniëren. Niemand kan het leven en de dood uitstellen of versnellen, behalve als God het wil.

De voorgestelde vorm van euthanasie zal in de praktijk gebaseerd zijn op ons gevoel en op onze perceptie, niet op die van het kind. Ook ben ik, op basis van de consensus onder islamitische geleerden, geen voorstander van euthanasie bij volwassenen.

De meeste patiënten waarover – en in sommige gevallen ook waarmee – gesproken wordt over euthanasie lijden ook geestelijk ernstig als gevolg van hun ziekte. Het bieden van psychologische, geestelijke en spirituele zorg kan een betere optie zijn dan hen te doden.

Laten we als meelevende maatschappij investeren in palliatieve zorg en trachten het leed voor de kwetsbaren in dit leven te verzachten. Laten we vooral niet voor het relatieve ‘gemak’ kiezen wanneer anderen onze hulp het meest nodig hebben.

De Profeet, v.z.m.h., heeft gezegd: ‘Allah de Almachtige toont Zijn barmhartigheid slechts aan de barmhartigen. Wees barmhartig voor degenen op de Aarde, zodat degenen in de Hemelen barmhartig zullen zijn voor jou’ (Tirmizi, Birr 16; Ebu Davud, Edeb 66).

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here