8 C
Amsterdam

Patroon

Tineke Bennema
Tineke Bennema
Journalist en historicus.

Lees meer

Het was een klein berichtje van CNN over Shireen Abu Akleh, de gerenommeerde Palestijnse journaliste die deze maand een jaar geleden werd doodgeschoten bij Jenin. Het trok nauwelijks aandacht. En met recht. Bij het lezen ervan moest ik denken aan de strijdbare woorden van de Amerikaanse schrijfster en Nobelprijswinnares Toni Morrison in 2015, na de moord op drie zwarte ongewapende mannen door witte politieagenten: ‘Ik wil een agent zien die een witte ongewapende tiener in de rug schiet. En ik wil een witte man zien die wordt veroordeeld voor het verkrachten van een zwarte vrouw. Als je me dan vraagt ‘Is het voorbij?’, dan zal ik zeggen: ja.’

Zeker, de Amerikaanse situatie is niet gelijk aan de oorlog die woedt in Israël en Palestina. Maar het onverteerbare meten met twee maten hebben ze gemeen. En daar gaat dit stuk over.

Bijna dagelijks deed Abu Akleh verslag op de tv-zender Al Jazeera. Toen ik op de westelijke Jordaanoever woonde, vormden haar reportages een belangrijke informatiebron voor mij als journalist. Eenmaal terug in Nederland was een schotelantenne zowat het eerste dat we kochten om het Palestijnse nieuws te volgen. Haar dood was een klap voor iedereen die nog gelooft dat journalisten de vierde onafhankelijke macht zijn om de democratie en het rechtssysteem te controleren, met feiten en double checks. Niet de journalisten zijn in oorlog, stelt de Nederlandse Al Jazeera-correspondent Step Vaessen in haar indrukwekkende persvrijheidslezing op 11 mei. Niet zij vormen de bedreiging, maar de ongecontroleerde macht.

Inmiddels is de lijst met onderzoeken naar de oorzaak van Abu Aklehs dood steeds langer geworden, van het Nederlandse Bellingcat, het Committee to Protect Journalists (CPJ), CNN en AL Jazeera tot de Amerikaanse overheid zelf. Uit de feiten blijkt dat een aanwezige Israëlische scherpschutter verantwoordelijk was voor haar dood. Abu Akleh was duidelijk herkenbaar aan helm en kogelvrijvest met PRESS erop, en identificeerde zichzelf er eerst mee, midden op straat. Een gehelmd open vizier dus.

‘Haar dood was een klap voor iedereen die nog gelooft dat journalisten de vierde onafhankelijke macht zijn”

Ook de lijst van het Israëlische leger met uitleg is uitgebreid. Eerst heette het dat Abu Akleh zelf was ‘bewapend met camera’s’. Vervolgens zouden Palestijnse militanten haar hebben doodgeschoten. Daarna volgde een glasharde ontkenning. Inmiddels geeft Israël toe dat Abu Akleh ‘misschien’ en ‘per ongeluk’ is doodgeschoten door hun soldaten. En dan nu is er de verklaring in dat berichtje aan CNN van legerwoordvoerder Daniel Hagari: ‘De dood van Shireen Abu Akleh spijt ons. In Israël waarderen we onze democratie en in een democratie zien we een hoge waarde van journalistiek en de vrije pers. We willen dat journalisten zich veilig voelen in Israël, vooral in oorlogstijd, zelfs als ze ons bekritiseren.’ Kortom, wel spijt, geen schuld.

Over de veiligheid van journalisten die in Israël en bezet gebied werken, publiceerde het internationale CPJ onlangs een vernietigend rapport. In de afgelopen twintig jaar zijn er ten minste twintig journalisten doodgeschoten, van wie achttien Palestijns. Het CPJ is vlijmscherp. Het rapport bewijst dat ze alle twintig zijn gedood door Israëlische kogels. Maar nog nooit is een militair veroordeeld of verantwoordelijk gehouden voor deze doden. Het CPJ spreekt zelfs van een ‘dodelijk patroon’ als het leger een journalist heeft doorgeschoten. Intern onderzoek dat jaren duurt, als het al plaatsvindt, wordt niet naar buiten gebracht. Bewijsmateriaal en getuigenverklaringen worden niet erkend. De reactie op het doodschieten van Abu Akleh past in dat patroon: Israël stelt dat er geen aanklacht of strafvervolging komt tegen de betrokken soldaten.

Al Jazeera herkende het patroon en vond het ‘sorry’ van Hagari niet nieuwswaardig om te publiceren. De collega’s van Abu Akleh hebben de zaak eind vorig jaar bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag aanhangig gemaakt. Verstandig. De uitkomst van het onderzoek is internationaal van belang voor alle journalisten. In tijden waarin overheden zich direct bemoeien met nieuws, zelf alternative facts verspreiden, en waarin meer journalisten te maken krijgen met bedreiging, moet het duidelijk zijn dat er niet gemarchandeerd mag worden met de uitoefening van hun werk. Landen die hieraan alleen lippendienst bewijzen, hebben veel te verbergen en verdienen veroordeling.

En dan de ironie. Dat ik hier toch over het CNN-bericht schrijf, komt omdat Israëlische ordetroepen in bezet Oost-Jeruzalem de CNN-verslaggever Ben Wedeman hebben aangevallen. Enkele dagen nadat de Israëlische woordvoerder de loftrompet stak over journalisten. Het zou westerse regeringen sieren als ze de moed van journalisten volgden om op te komen voor de persvrijheid en veiligheid in bezet gebied. Nee, inderdaad, inbreuken daarop zijn ook nog lang niet voorbij.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -