De Gouden Eeuw: weg ermee?

Jaime Donata
Jaime Donata
Journalist gespecialiseerd in kunst & cultuur en politiek.

Lees meer

Het Amsterdam Museum kondigde onlangs aan definitief afscheid te nemen van het begrip Gouden Eeuw, omdat deze periode voor veel mensen allesbehalve ‘goud’ was, maar juist een tijd van slavernij en bittere armoede. Is het panel het hiermee eens? Moeten we van de Gouden Eeuw af?

Vinay Kalpoe (25), zanger in de Hindoestaanse gemeenschap in Nederland en Suriname

‘Het verhaal heeft twee kanten. In de Gouden Eeuw hebben heel veel mooie en gunstige ontwikkelingen plaatsgevonden, maar de slavernij was er ook. En niet zo’n beetje. Dat is een stukje duistere geschiedenis waar niet heel veel aandacht voor is. Het ‘goud’ dat er toen was, was kortom niet het eigen goud, maar geroofd van anderen.

‘De Gouden Eeuw was gewoon de eeuw van de elite’

Dus nee, ik vind ook niet dat je die eeuw dan een Gouden Eeuw mag noemen. De Gouden Eeuw was gewoon de eeuw van de elite, de mensen die goed voor hun eigen hachje zorgden. Aan die waarheid mag wel wat meer aandacht besteed worden. Eigenlijk zouden we de 21e eeuw de Gouden Eeuw moeten noemen, maar dan omdat iedereen nu zo verblind is door geld.’

Ibrahim Özgül (35), finance- en project professional

‘Ik vind het een beetje dezelfde discussie als die rondom Zwarte Piet en de Coentunnel. Sommige mensen worden op een positieve manier geraakt, andere mensen op een negatieve manier. Volgens mij zei Sylvana Simons in dat kader ‘even doorbijten’ – en ik denk dat het inderdaad zo is. Zelf heb ik helemaal geen positieve of negatieve gevoelens bij de Gouden Eeuw, maar ik snap de argumentatie van de tegenstanders wel.

Er zijn misdaden tegen de menselijkheid gepleegd door mensen die vroeger als nationale helden werden gezien. Waarom kunnen we daar niet op terugkomen met de kennis van nu? Dit alles staat voor mij los van de vraag of het andere mensen nu kwetst of niet. We openen toch ook geen Hitler-tunnel meer? Ik zeg niet dat we hele tijdvakken uit de geschiedenis moeten poetsen. De geschiedenis moet niet worden uitgewist, maar moet genuanceerd gebracht worden. Het waren geen helden.

‘Wie mag dingen zeggen, wie moet zijn mond houden?’

Ik denk dat veel tegenstanders van verandering niet helemaal rationeel in de discussie staan. Er speelt bij hen een ander sentiment mee. ‘Kijk die buitenlanders. Die komen hier binnen en veranderen dingen.’ Ik denk dat de pijn van veel tegenstanders zit bij het feit dat mensen met een andere etnische achtergrond opeens ruimte willen voor hun verhaal in de geschiedenis. Dat is symbolisch voor andere maatschappelijke veranderingen.

In Turkije is symboolpolitiek daarom ook zo belangrijk, voor iedereen. Voor Turken, voor Koerden, religieuzen en kemalisten. Kijk naar de moord op de Armeniërs. Is dit een genocide of niet? Of kijk naar de vraag of bruggen Koerdische namen mogen krijgen of niet. Ook hier zie je dus dat de discussie over de naamgeving een afspiegeling is van reële machtsverhoudingen – en dat geldt ook voor de discussies in Nederland. Wie mag dingen zeggen wie moet zijn mond houden?’

Stephano Stoffel (56), ZZP’er, bestuurder en columnist

‘Kijk, ik ben opgegroeid met de term de Gouden Eeuw en heb het uitentreuren moeten leren op school. Een deel van mijn leven heb ik in Suriname gewoond en zelfs daar moest ik het leren voor toetsen. Als kind en jongvolwassene was ik mij niet bewust van het feit dat het een beladen term is. Toentertijd kon ik de link niet leggen met wat er allemaal was gebeurd met mijn voorouders in die periode. De Gouden Eeuw was, zo leerde ik op school, een geweldige tijd voor Nederland. Alles wat er Nederlands uitzag was goed.

‘Mijn voorouders hebben geleden onder de Gouden Eeuw’

Maar toen het Amsterdam Museum aankondigde de term te schrappen, wist ik even niet wat ik ermee moest. Totdat ik de achterliggende historische gedachte vernam, en toen was ik helemaal om. Maar moest het zo radicaal? Het museum had er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen de term Gouden Eeuw te behouden, maar de term van tekst en uitleg te voorzien. Maar het probleem is dan weer of de lezer het nieuwe historische perspectief wil accepteren. Je gooit niet snel overboord wat je op school en thuis hebt geleerd.

Mijn voorouders hebben geleden onder de Gouden Eeuw en ik ben het product daarvan. Mijn oorspronkelijke Afrikaanse familienaam en de Afrikaanse plaats waar mijn familie vandaan kwam zijn gewoon van de aardbodem gewist! Wie wil dat nou meedragen? Ik niet! Maar helaas is dat wel het geval in mijn situatie. De glorie voor anderen en de gevolgen van de Gouden Eeuw draag ik altijd met mij mee. Dat is onomkeerbaar.’

Salma Karim (25), CEO en graphic designer

‘De Gouden Eeuw is een term die we op de lagere school hebben geleerd. Waarom heet de zeventiende eeuw zo? Omdat het in die tijd heel erg goed ging met Nederland. Althans met de economische groei. Ik denk dat we in de lesstof de slavernij wel wat meer naar voren kunnen brengen. Het wordt wel genoemd in de schoolboeken, maar er is niet echt een hoofdstuk aan gewijd. Althans niet bij ons op school. Op school gaat de Gouden Eeuw vooral over de economische bloei van de Republiek.

‘We kunnen best vasthouden aan de oude naam’

Toch vind ik de beslissing van het Amsterdam Museum wel wat overtrokken. Ik vind dat er aandacht moet komen voor de schaduwzijden, maar dat we best kunnen vasthouden aan de oude naam. Ik heb mijn zwarte vrienden eigenlijk nog nooit iets horen zeggen over de Gouden Eeuw. Wel over Zwarte Piet trouwens. Eigenlijk denk ik dat ze hetzelfde zouden zeggen als ik: er moet meer aandacht komen voor de erge dingen die óók plaatsvonden in de Gouden Eeuw, zoals armoede en slavernij.’

Lourdes Boasman (69), gepensioneerd en taalvrijwilliger

‘Hoezo Gouden Eeuw? Wat was dat eigenlijk voor een periode? De economie floreerde, de Republiek werd één van de machtigste staten in de toenmalige westerse wereld. Dit kwam trouwens mede door vluchtelingen, die onder andere uit de Spaanse Zuidelijke Nederlanden kwamen. Na de val van Antwerpen in 1585 vluchtten Antwerpse kooplieden naar het noorden en belandden in Amsterdam en andere Hollandse steden. En honderd jaar later kwamen daar de calvinistische Hugenoten bij, die vluchtten voor de geloofsvervolging van koning Lodewijk XIV.

‘We moeten aandacht besteden aan de minder fraaie kanten’

De parallellen tussen toen en nu zijn duidelijk: bij hoog en laag wordt ons voorgehouden dat de Nederlandse economie floreert. Maar wie durft de eerste twee decennia van deze eenentwintigste eeuw een gouden tijd te noemen? Veel mensen merken niets van de welvaart. Met sommigen gaat het goed, maar met lang niet iedereen. Lonen groeien niet of nauwelijks mee, gepensioneerden met alleen een AOW profiteren niet mee. In de ‘Gouden Eeuw’ was het niet veel anders. Alleen de bovenlaag van Nederland profiteerde van de economische groei. De meeste mensen waren arm. En dan hebben we het niet eens over de misdaden van de VOC en de WIC, de handelsoorlogen met Engeland, moordpartijen in Indonesië door Jan Pieterszoon Coen en de trans-Atlantische slavenhandel.

Het begrip Gouden Eeuw is misleidend, het is een holle frase. Waarom is er dan toch zo’n weerstand, als een museum besluit om van deze misleidende benaming af te stappen? Overgevoeligheid misschien? We moeten het verleden meer van een afstandje bekijken, niet als een verleden dat ons tot voorbeeld dient, waar we onze identiteit op baseren. Distantie bevordert het vermogen om kritisch te kijken naar het verleden, om te erkennen dat de mensen van toen soms minder fraaie dingen hebben gedaan. We moeten aandacht besteden aan de minder fraaie kanten van vroeger, zoals de slavernij. Gouden Eeuw? Weg ermee!’

- Advertentie -

1 REACTIE

  1. Ondanks dat een aantal leden van het panel een opleiding hebben gevolgd in Nederland, heeft niet iedereen het begrepen.
    Zelfs het bestuur van het Amsterdams Museum snappen de term niet. Mijnheer Stoffel en mevrouw Boasman komen in de buurt,
    mevrouw Karim komt erg dicht bij de kern. De term ‘Gouden Eeuw’ verwijst naar een periode van voorspoed die inderdaad bij de
    rijke burgers veel vermogen bracht. Als een gevolg daarvan was er veel geld beschikbaar voor kunst en cultuur en voor het
    bouwen van grachtenpanden en buitenhuizen zoals langs de Vecht. Het afschaffen van de term is dus erg dom en kortzichtig.
    Zoals de heer Stoffels aangeeft : men had er uitleg bij moeten geven. Het was zeker niet alles goud dat er blonk. Duizenden gewone
    Nederlanders zijn omgekomen onderweg, gewoon om een boterham te verdienen voor hun gezin. Vaak kwamen ze nooit terug en
    leefden hun vrouw en kinderen in bittere armoede. Er was toen geen bijstand of uitkering. Zelfs geen voedselbank.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here