17.7 C
Amsterdam

Last van minder vinkjes? We vroegen het ons multiculturele panel

Lees meer

Joris Luyendijk wordt zowel geprezen als gehekeld vanwege zijn boek De zeven vinkjes. Goed dat eindelijk een ‘zevenvinker’ de eigen privileges ter discussie stelt, vinden sommigen. Maar hij loopt nu wel, als toch al welgestelde witte man, binnen met een kopie van het werk van mensen van kleur, zeggen anderen. We vroegen ons maandelijkse panel: wat vind jij? En hoeveel vinkjes heb jij eigenlijk zelf; iets daarvan gemerkt in je eigen loopbaan?


Leontine Vreeke (45), salesmanager, wijkraadslid Katendrecht-Wilhelminapier Rotterdam, zangeres

‘De kritiek op Joris Luyendijk is terecht. Het is natuurlijk goed dat hij vanuit zijn bevoorrechte positie aandacht weet te generen voor dit onderwerp. Hij wordt meer geloofd, want hij is een witte man. Maar tegelijkertijd geeft hij niet de credits aan Kimberlé Crenshaw, de zwarte vrouw die het begrip intersectionaliteit dertig jaar geleden heeft gemunt.

‘Het is pijnlijk om te zien dat wat al die jaren door experts verkondigd is nu opeens wordt gekaapt door een witte man, die doet alsof hij het wiel heeft uitgevonden. Ik zie Luyendijk op een rijdende trein springen, in plaats van dat hij de rijdende trein is. Het zou veel beter zijn geweest als Luyendijk dit boek had geschreven met iemand met minder vinkjes, die meer verstand heeft van dit onderwerp. Professor Gloria Wekker bijvoorbeeld, of journalist Zoë Papaikonomou. Nu is er echt sprake van whitesplaining: een witte man met een heleboel privileges die ons uitlegt hoe het precies zit.

‘Ik zie Luyendijk op een rijdende trein springen’

‘Of ik zelf nadeel ondervonden heb van het feit dat ik als zwarte vrouw veel minder vinkjes heb dan Luyendijk? Heb je even? Ik kreeg, ondanks het feit dat ik genoeg studiepunten had gehaald, een negatief studieadvies van de decaan op de HES (een hogeschool in Rotterdam, red.). Ik werd geadviseerd om naar het MBO te gaan. Ik week uit naar Inholland om uiteindelijk met een tien voor mijn scriptie af te studeren. En in mijn zoektocht naar mijn eerste bijbaan kreeg ik vaak bij aanvang van het sollicitatiegesprek opeens te horen dat de functie al was vervuld. Dat is me meerdere malen overkomen. Na een tijdje begreep ik dat ik gediscrimineerd werd omdat ik een zwarte vrouw ben.’

Anushka Soekhradj (28), sociaal werker

‘Ik ben een vrouw van kleur, mijn ouders zijn allebei in Suriname geboren en niet hoogopgeleid. Maar voor iemand die welgeteld twee vinkjes heeft ben ik best goed terechtgekomen, vind ik zelf. Ik heb moeten knokken, maar het was wel een strijd van drie stappen vooruit en één terug. Ik moest mij telkens opnieuw bewijzen, mijn charmes in de strijd gooien, zodat ik werd gezien.

‘Mensen nemen mij vaak niet serieus. Ze zien mij als een klein bruin schattig meisje. Totdat ik begin te praten, dan zijn ze vaak verbaasd. Stonden mijn werkervaring en diploma’s, sociale vaardigheden of iq op mijn voorhoofd geschreven, dan was ik anders benaderd. Zo jammer.

‘Mijn Surinaamse accent heb ik nu wel afgeleerd’

‘Soms krijg ik ook racistische complimenten. Bijvoorbeeld dat ik zo goed Nederlands spreek. Terwijl ik deze taal mijn hele leven al spreek. Hierachter zit het vooroordeel dat ik niet echt Nederlands ben. Als kleuter had ik trouwens een onwijs Surinaams accent. Daar was ik mij niet bewust van. Op de lagere school had ik discussies over hoe je elastiek moet uitspreken. Ik zei ‘elestiek’. En in Suriname zeggen ze ‘zeuven’ in plaats van ‘zeven’. Mijn Surinaamse accent, dat ik van mijn ouders heb meegekregen, heb ik nu wel afgeleerd. Vaak denken we dat mensen die goed ABN spreken slimmer zijn.

‘Met het boek van Joris Luyendijk ben ik blij. Hij mag dan misschien een witte man zijn, maar hij is er wel een die bewust is van zijn witte privilege en dit problematiseert. We moeten ons focussen op zijn boodschap.’

Abdessamad Taheri (43), manager arbeidsontwikkeling

‘Tijdens een studieweekend deden we de ‘Privilege Walk’. Je moest dan een stapje vooruit zetten als je een bepaald privilege had, en blijven staan als je dat privilege niet had. Dus als man en hetero deed in een stapje vooruit, maar ik moest blijven staan toen ze vroegen naar onze etnische achtergrond. Ik deed echter twee stappen terug toen het ging over de opleiding van onze ouders. Mensen zeiden tegen mij: ‘Nee, je snapt het niet.’ Maar ik antwoordde: ‘Mijn ouders waren analfabeet.’ Opleiding is echt een hele belangrijke factor.

‘De analyse van Joris Luyendijk moet genuanceerd worden. Ik ben lid van de PvdA, waar vrouwen een streepje voor hebben omdat men een lijst wil die een goede weerspiegeling geeft van de maatschappij. Vrouwen zijn in de politiek minder goed vertegenwoordigd, dus maak je meer kans om hoger op de lijst te belanden. Toch is positieve discriminatie geen slechte zaak, want het doel is om structurele ongelijkheid recht te trekken.


‘Bij mijn PvdA hebben vrouwen een streepje voor’

‘Het is niet zo dat als je minder vinkjes hebt je niks kan bereiken. Ik ken ook oud-klasgenoten met een Marokkaanse achtergrond die nu een topfunctie hebben. Maar weer anderen zijn junk geworden, of zwerver. Zulke grote verschillen in één klas zie je onder autochtone Nederlanders misschien minder snel.

‘Hoewel het systeem waarin je opgroeit je leven voor het grootste deel bepaalt, heb je ook eigen verantwoordelijkheid. Dus ja: de overheid moet actief discriminatie bestrijden, maar tegelijkertijd ontslaat het je als individu niet van jouw verantwoordelijkheid zelf iets van jouw leven te maken. Kritisch zijn op het systeem is prima. Nog belangrijker is dat je niet bij de pakken gaat neerzitten en iets van je leven maakt.’

Dimple Sokartara (29), communicatieadviseur

‘Ik ben hetero en ik heb een universiteitsdiploma. De rest kan ik allemaal niet afvinken. Ik weet 100 procent zeker dat een universiteitsdiploma mij verder heeft geholpen in het leven. Maar ook de weg naar het diploma toe heeft mij enorm geholpen. Dankzij mijn studies heb ik stages mogen lopen, ben ik in het buitenland geweest en heb ik veel kunnen netwerken. Ik denk dat je die toegang tot bepaalde netwerken ook wel kan krijgen als je geen universitaire studie doet, maar dan moet het meer uit jezelf komen. Dan word je niet ‘gedwongen’ om voor je studie bepaalde activiteiten te doen die je toegang geven tot dat soort netwerken.

‘Tijdens mijn HBO- en WO-opleiding heb ik wel heel veel aan netwerken gedaan, en ik denk eerlijk gezegd dat ik dat niet zou hebben gedaan als ik een MBO-opleiding had gedaan. Een WO-diploma leidt ook tot een goede salaris, want zo werkt het systeem voor veel banen.

‘Bicultureel zijn werkte positief voor mijn carrière’

‘Of het moeilijker voor mij was geweest als ik niet hetero was? In de professionele sferen waarin ik mij bevind, denk ik niet dat het een issue was geweest als ik niet hetero was. Dat had niet uitgemaakt. Dat ik een vrouw ben, maakt voor mijn werkgevers ook niets uit.

‘Dat ik bicultureel ben, is wel iets dat positief heeft gewerkt voor mijn carrière. Ik heb wel het gevoel dat er een ‘positieve’ discriminatie bestaat voor het feit dat ik bicultureel ben. Het heeft dan niet zozeer met mijn huidskleur te maken, maar wel met mijn wereldbeeld. Ik kan mijn weg gemakkelijk vinden in Aziatische culturen, maar ook in Westerse culturen. En dat is waardevol bij veel banen die ik heb gehad.’

Ibrahim Özgül (38), finance- en project professional

‘Ik heb twee of drie vinkjes. Niet zo veel, dus. En dat heb ik aan het begin van mijn studie gemerkt. Ik had een duale studie, dus ik studeerde naast een baan. Om een stageplek heb ik wel tweehonderd accountantskantoren gebeld en gemaild. Maar voor de rest heb ik er persoonlijk geen last van gehad.

‘Ik vind het alleen maar goed dat Luyendijk dit doet. Het probleem in Nederland zijn voornamelijk witte mannen met die zeven vinkjes, die alles beter denken te weten hoe alles in Nederland hoort te zijn. Betweterige types die moeite hebben met luisteren naar Nederlanders – van kleur – met minder vinkjes. Hij is er één van en schrijft er een boek over.

‘Om een stageplek heb ik wel 200 keer gebeld en gemaild’

‘Nu kan je zijn intentie met het boek nooit goed meten of achterhalen. Doet hij uit opportunisme in deze diverse tijden, of is het echt oprecht? Misschien is dat achteraf wel op te maken. Maar toch is het winst dat het probleem vanuit dergelijke witte of zevenvinkjesmannen wordt benoemd.

‘Het is nou eenmaal krachtiger als witte mannen het probleem in Nederland van witte mannen aankaarten. Ik geef ze het voordeel van de twijfel. En ik zou ook niet willen twijfelen aan de intenties van mensen, omdat het moeilijk te meten is en dit dus niet objectief kan. Zelfs als het vanuit een slechte intentie is gedaan, denk ik dat het helpt. Als hij hiermee al tien mensen wakker maakt, is dat al een kleine stap in de goede richting.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -