Terrorisme is niet iets dat uit de lucht komt vallen

Ruben Gowricharn
Ruben Gowricharn
Emeritus hoogleraar Indiase Diaspora Studies (Vrije Universiteit Amsterdam). Schrijver.

Lees meer

Sinds 11 september 2001 leeft het Westen met de angst voor terroristen. Dat komt ook tot uiting in media en films waarin de VS en Europa ‘het goede’ voorstellen en moslimterroristen ‘het kwade’. De Indiase filmindustrie daarentegen kenmerkt zich door een alternatieve voorstelling van zaken, waarin moslimterroristen meestal niet worden geportretteerd als slechteriken. Hun motieven en achtergronden komen ook in beeld. Dat gooit de Westerse voorstelling van ‘de goeden tegen de kwaden’ overhoop.


Hoewel er ondertussen veel Hindifilms over dit onderwerp zijn verschenen, zoals bijvoorbeeld Dokha (2007), Wednesday (2008) en Kabul Express (2006), komt deze Indiase voorstelling vooral goed tot uiting in de film New York (2009). Ook bijzonder is dat de hoofdrolspelers, inclusief de onmisbare agent, moslims zijn. De dialogen in deze film zijn niet tussen westerlingen en niet-westerlingen, maar tussen Amerikaanse moslims onderling.

Waar gaat de film over? New York speelt zich, hoe verrassend, af in New York. Sem (John Abrahams) en Maya (Katrina Kaif) zijn twee studenten van Indiase afkomst. Ze zijn zorgeloze en vredelievende allochtonen die zich Amerikaan voelen. Na 2001 wordt Sem, op grond van enkele foto’s van de Twin Towers die hij had gemaakt voor een werkstuk en zijn islamitische naam, door de FBI opgepakt, vernederd en gemarteld, samen met enkele duizenden andere moslims.

Elke rechtsbescherming wordt hem onthouden, evenals contact met de buitenwereld. Negen maanden later wordt hij, gebroken, angstig en ontdaan van alle bravoure die hem kenmerkte, wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. Hij wordt opgewacht door Maya, met wie hij kort daarna trouwt. Ze krijgen samen hun zoon Danyal, die graag honkbal speelt. Maar is Sem nog wel dezelfde?

De film bevat drie belangrijke boodschappen. Ten eerste: terroristen ontstaan niet zomaar, ze worden tot terrorist gemaakt. Dat wordt duidelijk wanneer Sem aan zijn vriend Omar (Neil Mukesh) bekent dat hij leiding geeft aan een slapende cel van moslimterroristen. Hij kwam daartoe door het gevangenschap en de martelingen. Deze achterliggende ervaring laat de mens in de terrorist zien.

Terrorisme heeft sociale en politieke wortels die kunnen groeien

Wat mij betreft is dit de belangrijkste boodschap van de film, simpelweg omdat de achtergrond van terroristen in Westerse weergaves nauwelijks aan de orde komt. Terrorisme is niet iets dat uit de lucht komt vallen: het heeft sociale en politieke wortels die kunnen groeien.


Ten tweede: het Westen heeft fouten gemaakt door onschuldige moslims op te sluiten, te martelen en hun waardigheid te ontnemen, maar dat geeft terroristen nog niet het recht om aanslagen te plegen. De fout van de een kan geen rechtvaardiging zijn voor een fout van de ander.

Sem was geen terrorist toen hij door de FBI werd opgepakt – wat fout was -, maar hij is het ondertussen wel geworden. Daardoor vormt hij nu een gevaar voor de samenleving. Hoe het kwam dat hij terrorist werd, is niet meer belangrijk.

Er is een scène waarin Omar, de vriend van Sem, aan FBI-agent Roshan vraagt: ‘Doet het je niets dat moslims worden onderdrukt?’ Roshan kijkt even weg. ‘Als moslim zie ik het onrecht dat ons wordt aangedaan. Maar veel ervan is ver weg, in de landen waar wij vandaan komen. Hier moet ik de waarden verdedigen die ook moslims beschermen.’ Roshan geeft alle fouten van het Westen die Omar hem voor de voeten werpt volmondig toe, maar benadrukt dat op eigen bodem een gevaar op de loer ligt dat bestreden moet worden.

Tijdens een mislukte actie om het FBI-hoofdkwartier op te blazen komen Sem en zijn vrouw Maya om het leven. Omar neemt de zorg van hun zoon Danyal op zich. Enkele maanden na hun dood zoekt FBI-agent Roshan Omar op tijdens een honkbalwedstrijd waarin Danyal speelt. Danyals ploeg wint de wedstrijd en hij wordt door z’n medespelers op de schouders gedragen. Roshan wijst naar het tafereel. ‘Kijk’, zegt hij tegen Omar, ‘daar zie je de zoon van een moslimvader en terrorist die als kampioen wordt gevierd. Dat is alleen in deze samenleving mogelijk. Dat moeten we beschermen.’

Dit is de derde les van de film: alleen een Westers land biedt je deze kansen en mogelijkheden.

Per saldo helt het oordeel van de filmmaker naar het morele gelijk van het Westen. Maar het bijzondere aan dit type Indiase films is dat de terrorist niet wordt gedemoniseerd. Het is een perspectief op een wereldwijd vraagstuk dat het Westen aan het denken mag zetten.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -