9.7 C
Amsterdam

‘Ik vecht niet alleen voor de vrijheid van Oeigoeren’

Lees meer

De Oeigoerse activist Abdurehim Gheni Uyghur werd tijdens Chinees Nieuwjaar aangevallen door Chinees beveiligingspersoneel en stapte naar de politie. ‘Elke dreiging die jullie uiten, wordt officieel vastgelegd.’

De brute aanval die op 14 februari op mij werd gepleegd door een groep Chinese nationalisten tijdens de viering van het Chinees Nieuwjaar, georganiseerd door de Chinese ambassade in het stadhuis van Den Haag, was geen incidenteel geweld. Het was niet alleen een aanval op mijn persoon, maar een terroristische aanslag op de Nederlandse democratie, de vrijheid en de rechtsstaat.

Op 11 maart informeerde de Nationale Politie mij dat er een officieel strafrechtelijk onderzoek is gestart op basis van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht. Vervolgens nam Slachtofferhulp Nederland contact met mij op voor een officieel gesprek op 7 april. Deze ontmoeting markeert een cruciaal keerpunt en een belangrijke stap in mijn lange zoektocht naar gerechtigheid.

Tijdens ons gesprek heeft de organisatie toegezegd mijn wettelijke rechten volledig te ondersteunen. Zij hebben beloofd nauw contact te onderhouden met de politie om het onderzoek naar de Chinese aanvallers te monitoren. Bovendien verzekerden zij mij dat, zodra het Openbaar Ministerie een besluit heeft genomen na het onderzoek, er een systematisch programma voor fysieke en psychologische ondersteuning zal worden opgezet.

Mijn rechten

In een officiële kennisgeving bevestigde de instantie dat ik als slachtoffer van een strafbaar feit recht heb op de volgende wettelijke bepalingen:

  1. Recht op informatie: het recht om volledig op de hoogte te worden gehouden van het proces en alle juridische stappen.
  2. Recht op gratis hulp: het recht op professionele en kosteloze ondersteuning van organisaties zoals Slachtofferhulp Nederland.
  3. Recht op bescherming: het recht op staatsbescherming om verder slachtofferschap te voorkomen.
  4. Recht op het doen van aangifte: het recht om strafrechtelijke vervolging voort te zetten.
  5. Recht op juridische hulp en een tolk: het recht op een advocaat en de diensten van een tolk.
  6. Recht op schadevergoeding: het recht om een schadevergoeding te eisen van de Chinese aanvallers.
  7. Recht op een respectvolle behandeling: het recht om gedurende het hele proces met waardigheid te worden behandeld.

Van deze rechten is het ‘recht op bescherming’ voor mij het meest essentieel. De dreiging die ik ervaar is geen willekeurig straatgeweld, maar een systematisch gevaar dat wordt aangestuurd door een staatsapparaat.

Iraanse activist doodgeschoten

Tijdens het gesprek heb ik ook gewezen op een ander ernstig incident: op 19 februari werd de Iraanse dissident Siamak Tadebbi op klaarlichte dag doodgeschoten in de straten van Schoonhoven. De brute liquidatie van een Iraanse activist die jarenlang in Nederland woonde en actievoerde, heeft een zware psychologische druk op mij gelegd.

Iran is wereldwijd minder machtig dan China, en toch durven zij hun dissidenten op Europese bodem te elimineren. Als dat het geval is, wie kan dan garanderen dat China — de machtigste dictatuur ter wereld — mij niet als doelwit zal kiezen, aangezien ik een doorn in hun oog ben geworden?

Vrijheid van Oeigoeren

Ik ben een politiek activist die consequent zijn stem verheft tegen de bezetting en de systematische genocide door de Chinese overheid in Oost-Turkistan, van Amsterdam tot Genève en van Parijs tot het Nederlandse parlement. Mijn acties zijn een krachtig wapen tegen de valse propaganda van China.

Ik vecht niet alleen voor de vrijheid van de Oeigoeren; ik probeer de wereld te waarschuwen voor de Chinese dreiging en hun misleidende praktijken, zodat anderen niet hetzelfde lot ondergaan. De genocide waar de Oeigoeren nu onder lijden, is de prijs die wordt betaald voor het misplaatste vertrouwen van de wereld in de leugens van China. Om deze reden heeft het Chinese regime mij tot hoofddoelwit gemaakt en proberen zij mij herhaaldelijk het zwijgen op te leggen via doodsbedreigingen en geweld.

‘Ik ben geen hulpeloos slachtoffer dat zich uit angst verstopt’

Daarom spreek ik niet enkel vanuit ‘angst’, maar stel ik een juridische eis: het ‘recht op bescherming’ dat de Nederlandse overheid mij heeft verleend, mag geen belofte op papier blijven; het moet fungeren als een reëel schild dat mijn leven beschermt tegen de extraterritoriale vervolging door China. Ik ben geen hulpeloos slachtoffer dat zich uit angst verstopt; ik ben een rechtmatige bewoner die vertrouwt op de wetten van het land dat mij opvangt, en ik eis dat de staat zijn plicht nakomt om mij te beschermen.

‘Wij zullen niet zwijgen’

Het Chinese regime moet begrijpen: jullie ‘lange arm’ kan mij niet het zwijgen opleggen. Ik sta niet alleen. Achter mij staan de Nederlandse democratische wetten, de politie en officiële instanties die zich inzetten voor mijn rechten. Elke dreiging die jullie uiten, wordt officieel vastgelegd door de gerechtelijke autoriteiten.

Ik hoop dat de Nederlandse regering een voorbeeld zal stellen voor andere westerse landen door de ‘lange arm’ van China binnen haar territorium af te snijden. Wij zullen niet zwijgen; integendeel, wij zullen de roep om rechtvaardigheid alleen maar luider laten klinken. Sterven voor de vrijheid van je natie is het meest eervolle einde. Ik zal nooit stoppen met mijn strijd op het pad van waarheid en gerechtigheid.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -