8.9 C
Amsterdam

Op de bres voor onze persvrijheid

Mehmet Cerit
Hoofdredacteur.

Lees meer

Vandaag is de internationale persvrijheidsdag. Nederland staat op plaats zes van de jaarlijkse persvrijheidsindex van Reporters Without Borders die onlangs uitkwam. Een feitje waar je als chauvinist in eerste instantie nog best trots op kunt zijn, zo lijkt het. Alleen: wij stonden in 2016 nog op de tweede plek. Sinds drie jaar dalen wij steeds een plek. Dit, terwijl de wereldwijde trend er dus al een is van steeds minder persvrijheid.


Maar dan nog, kun je misschien zeggen: we zijn gelukkig geen Marokko (nummer 136 op de lijst) of Turkije (153). Daar kunnen kritische journalisten al vanwege een Twitterberichtje opgesloten worden. Of neem EU-landen als Polen (64) en Hongarije (92), waar het nu ook die kant op gaat. Nee, dan mogen wij van geluk spreken. Toch?

Het probleem is dat zo’n aanname het zicht op een trieste werkelijkheid vertroebelt. Omdat de persvrijheid in Nederland absoluut leek – en in landen om ons heen absoluut niet -, wanen we ons een kikker in kokend water.

Ja, velen schrokken toen de NOS het logo van haar busjes afhaalde. Maar dit deed de NOS na jaren van aanhoudende bedreigingen. En ja, wie het filmpje zag van de fotojournalist in Lunteren die met zijn auto over de kop sloeg, kon alleen met afschuw reageren. Maar zoals de fotograaf de avond erna bij Op1 zei: de doodsbedreigingen waren er al jaren.

In 2016 werden wijzelf, toen nog Zaman Vandaag geheten, bedreigd en geïntimideerd vanuit fanatieke Turks-islamistisch-nationalistische hoek. Ik zou betrokken zijn bij de coup in Turkije. Adverteerders werden geboycot en geïntimideerd en liepen weg, uit angst. Abonnees durfden geen Zaman Vandaag meer op de mat te ontvangen, bang om verklikt te worden en niet meer naar Turkije te kunnen. Onze uitgever trok, vanwege financiële nood en aanhoudende intimidaties, de stekker eruit.

Noodgedwongen moesten wij het roer omgooien en besloten we, met een stuk minder middelen en in afgeslankte vorm, de Kanttekening op te zetten. En gelukkig bestaan we nog steeds. Maar dit voorbeeld laat wel zien hoe kwetsbaar media kunnen zijn, dat ‘Turkse toestanden’ ook in ons land denkbaar zijn. Nog steeds word ik geïntimideerd en bedreigd. En ik ben zeker niet de enige.


Terwijl politiek en justitie stappen hebben genomen tegen geweld en bedreigingen tegen journalisten, nemen deze zaken vooralsnog juist toe. We mogen echter nooit toe naar een klimaat waarin de mogelijkheid op klappen een acceptabel beroepsrisico is voor journalisten. Dat je van goeden huize moet komen om journalist te durven zijn. Of zoals een studente, die misschien journalist had willen worden, mij vertelde na het geweld in Krimpen en Urk: ‘Mij niet meer gezien.’

De mogelijkheid op klappen mag nooit een acceptabel beroepsrisico voor journalisten worden

Des te kwalijker is het daarom dat FvD-leider Thierry Baudet het kerkgangers-geweld niet veroordeelde, maar juist de journalisten. De man die bij WNL het ‘fake news’-journaal van de NOS mocht aankondigen en riep dat we ‘worden ondermijnd door onze journalisten’, stelt samen met vakbroeder Geert Wilders een verkeerde prioriteit door à la Trump de media constant verdacht te maken.

Maar de vrije pers wordt niet alleen bedreigd vanuit populistische zijde. De overheid reageert permanent te laat op informatieverzoeken, lakt gevraagde documenten volledig zwart of levert incomplete informatie. Een zeer uitgeklede Wet Open Overheid, door de gevestigde partijen kapotgeamendeerd en nu in behandeling in de Eerste Kamer, gaat hier weinig aan veranderen.

‘News is something somebody doesn’t want printed; all else is advertising, zei de legendarische krantenmagnaat William Randolph Hearst. Misschien wat overtrokken, maar ‘echt nieuws’ schuurt onvermijdelijk vaak voor betrokkenen. En inderdaad: in die vorm maakt de pers haar pretentie als noodzakelijke vierde macht wel het meeste waar.

We moeten deze cruciale democratische functie van de journalistiek, als extra controle op de macht, niet alleen met de mond belijden, maar ook actief ondersteunen. Daarin ligt een taak voor politici, de overheid, de pers zelf, maar eigenlijk wij allen. Al is het maar door gewoonweg onze handen af te houden van journalisten.

Nederland werd eeuwenlang geroemd om de vrijheid van drukpers en meningsuiting. Hier werden boeken en tijdschriften gedrukt die in andere landen verboden waren. Laten we de lat hoog leggen en geen genoegen nemen met de zesde plek op de persvrijheidsindex. We moeten gaan voor de hoofdprijs, weer een pioniersfunctie vervullen. Dat is hoognodig in deze tijd van toenemende desinformatie, onvrede en aanvallen richting journalisten. Hierin ligt een belangrijke opgave voor het volgende kabinet – over macht en tegenmacht gesproken.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -