13.2 C
Amsterdam

Samira Bouchibti: ‘Samenleven is een werkwoord. Veranderen kan’

Gijs de Swarte
Journalist. Schrijver. Filmmaker.

Lees meer

Discriminatie, als thema is het meer in de media dan ooit. Hoe gaan we er mee om? Wordt het beter? Wordt het slechter? Tijd om de tijdgeest te toetsen. Gijs de Swarte spreekt ervaringsdeskundigen en topwetenschappers over de stand van zaken en persoonlijke pijnpunten.


Samira Bouchibti (Fez, Marokko, 1970) is schrijver, trainer, gastdocent, projectleider bij het mentorproject tegen radicalisering One-on-One en werkzaam als adviseur Jeugd voor de Gemeente Amsterdam. Ze was Kamerlid (PvdA), Amsterdams gemeenteraadslid (VVD) en publiceerde onder meer De moslim bestaat niet: Een zoektocht naar de islam en Nederland is van ons allemaal.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen wat zijn de meest pijnlijke momenten die u zelf heeft meegemaakt?

‘Wat ik heb meegemaakt verschilt in essentie niet van wat op dit moment bijvoorbeeld LGBTQ-, Caribische, Marokkaanse en Turkse Nederlandse kinderen meemaken. Als kind werd ik vaak uitgescholden voor ‘vieze Turk’, ‘Tamil’ of ‘bootvluchteling’. Ik dacht altijd: wat bedoelen ze nou, ik kom toch uit Marokko? En als er iets speelde of er was ruzie, dan moest ik ook altijd ‘terug naar mijn eigen land’. Dat is tegenwoordig niet anders: check Twitter.

‘Wat ik nooit zal vergeten is het moment dat mijn vriendinnetjes mijn zakken doorzochten omdat er iets kwijt was. ‘Jullie moeten in de zakken van Samira kijken, zij heeft het gedaan’. Ik was tien, elf toen. Het pesten, buitengesloten worden, het ‘anders’ zijn in de ogen van de grotere groep. Ik ben niet iemand met trauma’s en ik houd niet van gezeur. Maar het is goed om het te benoemen, want het is een kerf in je ziel. Die krijg je als je jong bent, het wordt onderdeel van jezelf en het gaat nooit meer helemaal weg.’

Hoe komt het dan terug?

‘Voor veel jongeren is het als ze wat ouder worden: ‘Oké, jullie willen mij niet, dan wil ik ook niet bij jullie horen.’ Vooral onder jongens. En wat mij betreft? Een tijdje geleden bijvoorbeeld, ik gaf een gastcollege democratisch burgerschap, kwam er na afloop een man op me af. Die zei: ‘In de Tweede Kamer gezeten, gemeenteraadslid geweest, u heeft boeken geschreven. Echt knap hoor… voor een Marokkaan.’

Hoe reageerde u?

‘Ik heb hem laten staan. De optie ‘m’n schoen uittrekken en hem met de hak op zijn hoofd slaan’, die liet ik maar even passeren.’


Iets zeggen is ook een optie…

‘Klopt, maar de riedel die volgt als je in discussie gaat met zo iemand… Marokkanen, criminaliteit, islam, vrouwenonderdrukking, hoofddoek… Daar moet je maar tijd voor – en zin in hebben. En dat had ik even niet.’

Soms worden de reacties op deze interviews naar me doorgestuurd. Het valt me op, ook op social media, dat er vooral veel bijval is voor geïnterviewden die iets zeggen als ‘Ik heb geen tijd voor al dat discriminatie-gedoe, want ik moet verder met mijn leven’. En die bijval komt veelal van goed opgeleide witte mensen. Zou er bij die groep iets van discriminatiedebat-moeheid aan het ontstaan zijn?

‘Dat soort reacties is me natuurlijk bekend. Men geeft ook altijd voorbeelden van mensen uit minderheidsgroeperingen die alle kansen ‘wel’ gegrepen hebben. Het zegt me niet zo heel veel. Naar anekdotes moet vooral geluisterd worden, maar ze moeten niet tot bewijsvoering verheven worden. Ik kijk naar de wetenschap, de cijfers, de feiten. Nee, niet elke witte Nederlander is een racist, maar dat er sprake is van institutioneel racisme en discriminatie staat vast. Discriminatie op sociale media, op de arbeidsmarkt, bij het zoeken naar een stage of een woning. Vooral jongeren hebben het gevoel dat ze minder kansen krijgen om iets waardevols neer te zetten, omdat ze worden beoordeeld op hun huidskleur of hun culturele of religieuze achtergrond.

‘Tegenover de Grondrechten staat een Grondplicht om op open, vredige en democratisch wijze vorm te geven aan de toekomst van ons land’

‘Ik houd van artikel 1 van de grondwet. ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Zolang dat artikel aantoonbaar op grote schaal geschonden wordt, zeg ik: houd die discussie over discriminatie gaande.’

Welke oplossingen ziet u?

‘Helaas is het ‘wij-zij-denken’ gemeengoed geworden. Ik hoop dat de heer Rabin Baldewsingh, de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, een potje gaat breken en met voorstellen en een kritische analyse komt over het thema. Vergeet niet dat hier in Nederland vrouwen tot 1956 handelingsonbekwaam waren volgens de wet. En dat tot ver in de jaren zestig homoseksualiteit in Nederland strafbaar was. Discriminatie vanwege seksuele geaardheid werd verboden door het aannemen van de Algemene Wet Gelijke Behandeling in 1993. Op 1 april 2001 werd het burgerlijk huwelijk opengesteld voor partners van het gelijke geslacht. Veranderen kan.’

De mens discrimineert per definitie. Hoe stelt u zich een betere wereld op dit gebied voor?

‘Tegenover de Grondrechten staat mijns inziens een Grondplicht: de plicht om op open, vredige en democratisch wijze vorm en inhoud te geven aan de toekomst van ons land. Ik houd me vast aan mensen als Nelson Mandela en Martin Luther King en zijn droom van een samenleving zonder discriminatie en ongelijkheid. Samenleven is een werkwoord. En zoals ik al zei: veranderen kan.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -