‘De wereld kan nu niet meer wegkijken’

Lees meer

De oorlog in Joegoslavië en de kanker die ze daaraan overhield, hebben Leila gevormd tot de maatschappelijk betrokken verhalenverteller die ze nu is. ‘Met geweld en haast is nog nooit een blijvend resultaat geboekt.’

Leila vluchtte met haar ouders en broertje uit Joegoslavië tijdens de oorlog daar. Ze was toen elf jaar. Doordat ze speelde tussen de tanks, kwam ze bloot te staan aan straling die later kanker veroorzaakte. De kanker, die inmiddels in remissie is, heeft haar alleen maar wijzer en strijdlustiger gemaakt: ‘We moeten de verhalen blijven vertellen voor de mensen die dat niet meer kunnen’.

Leila: ‘Van de ene op de andere dag was het oorlog. Ik was met een vriendinnetje in de bergen, toen er allemaal mannen langs kwamen rennen dat de oorlog was begonnen en dat iedereen weg moest gaan. Voor alle zekerheid gingen we toch in de auto naar huis, waar mijn ouders dachten dat het allemaal wel meeviel. Maar een hoop van onze buren en mensen uit Doboj (tegenwoordig in de Servische Republiek in Bosnië en Herzegovina, red.), de stad waar wij woonden, vertrokken halsoverkop. Ze pakten snel wat spullen in en waren weg. Er was zelfs een jongetje vergeten; hij bleef alleen achter, werd opgevangen en later herenigd met zijn ouders. Mijn ouders bleven volhouden dat het wel meeviel, we gingen niet weg, want dit zou wel overwaaien. Het zouden alleen wat opstootjes zijn, hoe erg kon het worden? De mensen waar je naast woont, worden niet van de ene op de andere dag je vijanden, alleen maar omdat ze een andere etnische achtergrond hebben. Wij woonden vlak achter de moskee, mijn ouders wisten wel dat we daar beter niet konden blijven, omdat de moskee al snel een doelwit zou worden om op te blazen. Het duurde twee weken voordat onze stad was gevallen, in die tijd zaten we in een flat ondergedoken met een tante bij haar familie. Maar toen Doboj gevallen was, ging het gewone leven weer door. Wij gingen weer naar huis, ondanks dat er een bijl in de voordeur zat en de muren waren ingesmeerd met eigeel. We gingen ook weer naar school, ondanks dat we in een oorlogsgebied woonden. Niemand wilde die oorlog, iedereen wilde dat het leven gewoon doorging. Dat duurde helaas maar drie maanden. Mijn vader werkte bij de douane, maar hij moest onderduiken, want hij was zijn leven niet zeker. Ik heb hem een jaar niet gezien.’

Oorlog

‘Door de oorlog leefde iedereen erg met elkaar mee. Er ontstond een ruilhandel in spullen, zodat iedereen voldoende had. De situatie werd er niet beter op. Er waren steeds vaker razzia’s als Serviërs een slag verloren hadden, dat werd op het Bosnische deel van de bevolking afgereageerd. Vrouwen werden verkracht, mijn buurman werd uit het raam gegooid en andere verschrikkelijke dingen gebeurden. Mijn moeder was kapster en zij werd regelmatig gevraagd om ergens te gaan knippen om de hygiëne te bewaren. Wij gingen de bergen in en kwamen aan bij een ouder echtpaar. Ik mocht aardbeien gaan plukken, terwijl mijn moeder hun haar deed. Ze nodigden ons uit om te blijven slapen, maar mijn moeder wilde naar huis vanwege mijn broertje. Later hoorden we dat dat echtpaar die nacht was vermoord. Hun lichamen waren gekruisigd als voorbeeld voor anderen. Er gebeurden steeds meer bizarre en beestachtige dingen; onze benedenverdieping was opgeblazen en dat was het sein voor ons om te vertrekken. Mijn vader was inmiddels weer thuisgekomen en we gingen mee met het laatste konvooi. We mochten helemaal niets meenemen. Ik heb daarom geen babyfoto’s meer, maar ik had in mijn rugzakje wat foto’s gedaan en dat is het enige wat meegegaan is. Iedereen werd gefouilleerd, maar de kinderen niet, daardoor konden mijn foto’s dus mee. We kwamen aan in Belgrado. Dat was eigenlijk het hol van de leeuw, maar er was niets te merken van de oorlog, alle winkels en restaurants waren gewoon open. Een vrouw hielp ons om visums aan te vragen voor Nederland. Zij kwam regelmatig bij de douane en had met mijn vader te maken. Zij herkende hem bij ons schuiladres net voor Belgrado. Ze vroeg ‘Wat doe jij hier?’ en mijn vader zei huilend ‘Ik ben op de vlucht met mijn gezin en we gaan naar Zweden, want daar is het veilig’. Zij woonde en werkte in Nederland en vertelde dat Nederland ook een optie was – en dichterbij was dan Zweden. Met de papieren die ze stuurde, konden we een visum krijgen. Twintig jaar later kregen we pas de kans om haar te bedanken, toen haar zus de juf was op de Bosnische school van mijn dochter. We huilden toen we elkaar weer ontmoetten, het was alsof we familie hadden teruggevonden.’

Leila: ‘In Belgrado stonden we vier maanden in de rij voor de Nederlandse ambassade. Iedereen wist welke plek hij had, iedere dag stonden we daar opnieuw. Toen we uiteindelijk aan de beurt waren en het visum kregen, vertrokken we per trein vanuit Belgrado en in drie dagen reisden we naar Nederland. Onze ouders bereidden ons heel erg voor op dit land – we hoorden dat iedereen op klompen liep en dat er overal molens waren. Maar toen we uit de trein stapten, zagen we mensen die net als wij waren – we waren weer een illusie armer. Na wat tijdelijke plekken in asielzoekerscentra, kwamen we in Sassenheim terecht, waar we een huis kregen en naar school gingen. Ik was toen twaalf jaar. Toen we een jaar in Nederland waren, sprak ik al vloeiend Nederlands. Ik heb dat allemaal niet als naar of vervelend ervaren. In asielzoekerscentra wonen was een avontuur, veel kinderen hebben het zo ervaren. Voor mijn ouders was het veel erger, zij gaven hun leven zodat mijn broertje en ik in vrijheid kunnen leven. Hierdoor hebben wij een toekomst gekregen en een heel mooi leven kunnen opbouwen.’

Foto: Leila

Kanker

‘Doordat ik als kind veel rondom tanks speelde en er in de buurt veel granaten neerkwamen, stond ik bloot aan straling. Kinderen hebben minder weerstand en zijn gevoeliger voor straling, ik ben zeker niet de enige uit dat oorlogsgebied die kanker kreeg. Dat bleek achteraf al langer te spelen, maar toen ik zwanger werd en beviel van mijn zoontje – hij is nu twee jaar – kwam ik erachter dat ik ziek was. Het duurde acht weken voordat ze in het ziekenhuis ontdekten wat er aan de hand was. Ik kreeg te horen dat het een zeldzame vorm van kanker was die alleen veroorzaakt wordt door straling en dat ik geen reden had om ziek te zijn, omdat mijn lichaam verder gezond is. ’Je zou nooit ziek zijn geweest als je als kind niet in het oorlogsgebied had gewoond. Je hebt dikke pech gehad’, zei mijn dokter. Voor mij was de kanker geen strijd, ik hoefde geen nieuwe oorlog aan te gaan. Het was en is een nieuwe uitdaging die ik moest aangaan. Deze uitdaging bracht me weer andere inzichten en kennis. Ik ben geen kanker, maar ik had kanker en dat is een groot verschil. Het was wel heftig om weer opnieuw met de gevolgen van de oorlog geconfronteerd te worden. Ik woon in Den Haag, de stad van vrede en recht, waar de misdadigers opgesloten zitten en berecht zijn. Toen ik ze in 2017 veroordeeld zag worden, kreeg ik de diagnose kanker. Vijfentwintig jaar na de oorlog ontdekte ik dat je een kind uit de oorlog kunt halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind? Tijdens een van de rechtszittingen zat ik tegenover Ratko Mladic (tussen 1992 en 1995 opperbevelhebber van de Bosnisch-Servische troepen, werd in 2017 veroordeeld tot levenslang vanwege zijn rol in de Bosnische burgeroorlog, red.) en ik voelde helemaal niets. Toen wist ik dat ik werkelijk vrij was. Tijdens mijn herstel keek ik naar het nieuws en dacht ik: ‘Kinderen in Syrië en Jemen maken nu hetzelfde mee, hen staat hetzelfde lot te wachten’. Veel kinderen komen naar Nederland en ik hoop dat zij goed nagekeken en onderzocht worden. Dat zou de staat veel zorgkosten schelen, maar ik wil ook bewustwording van wat voor troep er op elkaar gegooid wordt en dat dat nooit geoorloofd is.’

Leila: ‘Ik had het geluk dat ik een goede dokter had op een paar minuten van mijn huis en ik besprak met haar wat ik nog wel kon. Zij wilde niet dat ik in grote groepen mensen kwam, want mijn afweersysteem was erg laag. Ik wilde wel gewoon doorgaan met mijn werk als dagvoorzitter en presentator en op scholen kunnen blijven werken. Daar maakten we afspraken over. Gelukkig ging dat prima. Ziek zijn is geen pretje, maar ik wist altijd dat er weer betere tijden zouden komen. Maar ik kon me mijn vrijheid niet weer laten afnemen. Wanneer ik presenteerde, was er altijd iemand anders die met de microfoon naar het publiek ging, zodat ik dat niet hoefde te doen. Als ik dat niet had kunnen doen, had ik me gekooid gevoeld. Ik had gelukkig een arts die met me meedacht en naar oplossingen zocht. Ik wilde mijn leven door laten gaan, ondanks de kanker en de behandelingen. Dat nam mijn arts gelukkig serieus, haar zorg en liefde gun ik iedereen. Hierdoor heb ik zo veel respect voor de mensen in de zorg gekregen, die zich dag en nacht inzetten om je met veel liefde en toewijding te verzorgen. De mensen die nu in mijn leven zijn en dicht bij mij staan, zijn mensen van wie ik geleerd heb dat je er onvoorwaardelijk voor elkaar kunt zijn. Dat komt puur door de kanker. Ik stap met onwijs veel plezier het podium op, ik geniet daar echt van, ook dat ik met mooie mensen aan de slag mag zijn. Want het is allemaal niet vanzelfsprekend.’

Zachte kracht

‘We dragen met elkaar de verantwoordelijkheid voor deze aarde. Ik geloof ook dat we op een keerpunt zitten. Ik zie de jongeren de straat op gaan om te protesteren. We kunnen nu iets betekenen. Ik belichaam veel van de doelen die we willen bereiken in 2030 en het ideaal dat we straks een veel vreedzamer en wederkeriger wereld hebben. Als we maar bereid zijn elkaar te benaderen vanuit overeenkomsten, liefde en empathie. Neem bijvoorbeeld de oorlog die ik heb meegemaakt. Ik zal nooit zeggen ‘Alle Serviërs zijn slecht’, want wij zijn geholpen door Serviërs, met gevaar voor hun eigen leven. Ik kijk daarom liever naar de mensen, dat lijkt mij erg belangrijk en dat is ook de zachte kracht. Mijn ziekte heeft mij geleerd om zacht en liefdevol te zijn voor mezelf, dit kreeg ik ook als doel mee vanuit het ziekenhuis. Daardoor kun je ook veel zachter zijn naar de buitenwereld, want je gaat aan de slag vanuit empathie. Iedereen levert een strijd. Om je heen zie je veel mooie mensen, die ergens hun zachte kracht vandaan halen. Nelson Mandela had in de gevangenis bijvoorbeeld zijn moestuintje. Dat verzorgde hij met liefde en dat was zijn focuspunt.’

Leila: ‘Er zijn genoeg mensen op deze aarde die liefde willen geven en willen delen. Geduld is niet alleen maar kracht uitstralen, maar rustig aan blijvende veranderingen doorvoeren. Met geweld en haast is nog nooit een blijvend resultaat geboekt. Je moet het met elkaar doen, geleidelijk aan en stap voor stap bewuste keuzes met elkaar maken. In dat proces leer je elkaar kennen en ga je zoeken naar de raakvlakken die je hebt en niet naar de verschillen. Voor mijzelf vind ik het van belang om de verhalen te blijven vertellen van de mensen die er niet meer zijn of die het niet kunnen vertellen. Maar ook voor de kinderen die nu in zo’n situatie zitten. Ik heb een talent gekregen, dat is communiceren en verhalen vertellen. In mijn verhalen ben ik heel persoonlijk en kwetsbaar, dat vind ik belangrijk, want we zijn allemaal mensen en dus kwetsbaar.’

Met elkaar de samenleving
‘Mijn leven heeft een full circle ondergaan en dat vind ik heel bijzonder. Het heeft me geleerd dat je altijd opnieuw kunt beginnen en een leven kunt creëren dat jij wilt leven. We maken fouten, leren en streven om iets moois achter te laten op aarde. Dat doe ik voor mijn kinderen, maar ik doe het ook voor alle andere kinderen, want ook die zijn uit liefde geboren. Ik vind het prachtig om met allerlei mensen te praten, bijvoorbeeld nadat ik een lezing heb gegeven. Het geeft me ook veel zelfvertrouwen om in het nu te leven en elkaar te ontmoeten van mens tot mens. Ik geef jongens en meisjes les over emancipatie en gelijkwaardigheid. Ik praat met ze over wat we met elkaar ‘het nieuwe normaal’ vinden. Wat doen we als we naaktfoto’s of vechtpartijen zien op sociale media? Sturen we dat door of gaan we het slachtoffer helpen? Nemen we verantwoordelijkheid voor elkaar? We zijn met elkaar de samenleving. Verder werk ik veel met thema’s als vrede, recht en diversiteit en ik deel veel over mijn achtergrond als ex-vluchteling.’

Leila: ‘We hebben als mensen veel meer overeenkomsten dan verschillen – waar je naar wilt kijken, is een keuze. De wereld kan nu niet meer wegkijken, dat vind ik heel mooi. Iedereen heeft een smartphone en zit op sociale media, waardoor iedereen een verslaggever wordt en kan laten zien wat er bij hem of haar gebeurt. We moeten verantwoordelijkheid nemen voor wat er gebeurt, het is niet meer ‘straks’, maar ‘nu’. Het zou prachtig zijn als we een mooie wereld nalaten aan onze kinderen – een eerlijke wereld waarin mensen zoeken naar de gelijkenissen in plaats van de verschillen.’

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here