‘Geweld vervreemdt Koerden van Turkije’

Foto: Berge Arabian. Martin van Bruinessen (Schoonhoven, 1946) is antropoloog, gespecialiseerd in Koerdische gemeenschappen. Hij is emeritus hoogleraar Vergelijkende Studie van de Moderne Islamitische Samenlevingen (Universiteit Utrecht), in het bijzonder de koerdologie. Zijn andere expertises zijn Turkse en Indonesische gemeenschappen. Hij doceerde Koerdische en Turkse studies aan de Universiteit Utrecht en Sociologie van Religie aan het Staatsinstituut voor Islamitische Studies in Yogyakarta. Hij verrichte antropologisch veldwerk in Turkije, Iran, Irak, Syrië, Indonesië en Afghanistan. Zijn eerste veldonderzoek voerde hij uit binnen Koerdische gemeenschappen in Turkije, Iran, Irak en Syrië, in het midden van de jaren zeventig.
‘De Turkse staat, de PKK en andere Koerdische groepen moeten op de één of andere manier om tafel gebracht worden, om het decenniadurende conflict vreedzaam op te lossen.’

Zelfmoordaanslagen, moorden, verdwijningen, protesten die met harde hand de kop worden ingedrukt, arrestatiegolf na arrestatiegolf. Na decennia van geweld lijkt een oplossing voor het Turks-Koerdische conflict verder weg dan ooit. De Kanttekening sprak erover met de gerenommeerde koerdoloog Martin van Bruinessen.

De Turkije-rapporteur van het Europees Parlement, Kati Piri, waarschuwde onlangs voor een burgeroorlog in Turkije. Terecht?
‘Burgeroorlog is niet het juiste woord, maar feit is dat het vertrouwen tussen een groot deel van de Koerdische bevolking en de staat zeer zwaar is ondermijnd. Er is sprake van toenemend geweld. Velen spreken van een terugkeer naar de jaren negentig, een heel gewelddadige periode. Maar er was toen geen burgeroorlog, maar een oorlog tussen twee gewapende groepen. Aan de ene kant stond de staat en aan de andere kant de guerrilla’s van de PKK (Koerdische Arbeiderspartij, red.). De burgers, en dan vooral de Koerdische burgers, zaten daar een beetje tussenin. Burgers vochten niet met elkaar, en doen dat nu ook niet. Er was wel aan beide kanten een sterk groeiend gevoel dat ze elkaar niet konden vertrouwen. De eerste tien jaar (2002-2012, red.) van het bewind van de regerende AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, red.) was een periode van verbetering van de mensenrechtensituatie, het opnieuw opbouwen van wederzijds vertrouwen. Er was vrede in de Koerdische gebieden, waardoor eindelijk weer min of meer een normaal bestaan opgebouwd kon worden. En er was heel veel hoop. Het vredesproces (tussen de staat en de PKK, gestart in 2013 door de AKP, red.) heeft mensen enorm veel hoop en optimisme gegeven. Toen dat ophield was daarmee het vertrouwen in de toekomst ook een beetje verdwenen.

Hoewel er nog steeds geen sprake is van een burgeroorlog, is het wel zo dat heel veel Koerden waarnemen dat de staat niet alleen tegen PKK-militanten vecht, maar dat ook de gewone Koerdische bevolking doelwit is van zeer bruut geweld. Veel Koerden denken dat de staat niet alleen de PKK, maar alle Koerden wil vernietigen.

Sinds het einde van het vredesproces (in juli 2015 laaide het geweld tussen de staat en de PKK weer op, waarna het vredesproces werd beëindigd, red.) zijn een paar honderd burgerdoden gevallen in de Koerdische gebieden. Volgens reports zijn mensen levend verbrand. Of het waar is of niet, dat weten we nog niet. Er zijn verbrande lijken gevonden, die zo verbrand waren dat ze niet meer geïdentificeerd konden worden. Ze zijn door middel van DNA-samples geïdentificeerd. Familieleden krijgen die verbrande mensenresten te zien en die verhalen verspreiden zich natuurlijk. Dat vervreemdt een groot deel van de Koerdische bevolking van de staat. En dat de Turkse bevolking nauwelijks belangstelling toont voor wat er gebeurt, is ook niet goed voor het vertrouwen van de Koerden in Turkije.’

Waarom spreken zo weinig mensen zich uit tegen het geweld?
‘Er zijn wel mensen die zich er tegen uitspreken, maar die vormen een minderheid, en vanwege de breideling van de pers horen we daar ook weinig over. De meerderheid van de mensen weet absoluut niet wat er in het zuidoosten gebeurt, omdat ze alleen maar door de regering gecontroleerde televisiezenders en kranten lezen. Regeringsmedia reppen met geen woord over levend verbrande mensen. Ze geven een volstrekt verkeerd beeld van de werkelijkheid. Media in het land zijn onbeschaamde propagandamachines van de regering geworden. Zo schrijven ze de verwoesting van de Koerdische steden toe aan de PKK in plaats van het leger, dat maandenlang met tanks en artillerie op woonwijken heeft geschoten. De verwoeste moskeeën en kerken in Diyarbakir, dat zou door de PKK gedaan zijn, maar feit is: de PKK’ers in die steden zijn voornamelijk licht gewapende jongens en mannen, zij hebben niet de zware wapens om dat te kunnen doen.’

Turkije beschouwt de Syrisch-Koerdische PYD (Democratische Eenheidspartij) als een terroristische organisatie die gelieerd is aan de PKK. De VS beschouwt de PKK wel, maar de PYD niet als terroristisch. Hoe ziet u het?
‘De PYD heeft natuurlijk heel nauwe banden met de PKK. De PYD is ontstaan uit de Syrische vleugel van de PKK. Er zijn ongetwijfeld Turkse Koerden die actief zijn voor de PYD in Syrië en Syrische Koerden die actief zijn voor de PKK in Turkije. Kortom, de PKK en de PYD zijn ideologisch heel nauw verwant en er zijn allerlei personele banden tussen de organisaties. Bovendien vormt de KCK (Unie van Gemeenschappen in Koerdistan, red.) de koepel oftewel het overkoepelend bestuur van de PKK en de PYD, maar ook van twee Koerdische politiek-militante organisaties in twee andere landen in de regio, te weten de PJAK (Partij voor een Vrij Leven in Koerdistan, red.) in Iran en de PCDK (Democratische Oplossing Partij Koerdistan, red.) in Irak.

De PYD houdt zich niet bezig met activiteiten die je terroristisch kunt noemen. De organisatie vecht tegen IS, probeert een nieuwe samenlevingsvorm en een gedecentraliseerd bestuur op te bouwen in Syrië en heeft geen doelstellingen buiten dat land. Bovendien zijn geen bewijzen geleverd die aantonen dat bijvoorbeeld wapens die door de Amerikanen aan de PYD zijn gegeven, in Turkije zijn terechtgekomen. Dat is wat de Turkse regering beweert, maar ze heeft daarvoor geen bewijs geleverd en de Amerikanen niet overtuigd. Er lijkt dus wel een scheiding te bestaan tussen de activiteiten van de PYD en die van de PKK.’

Sommigen vinden dat de PKK geschrapt moet worden van de Europese terreurlijst. Wat vindt u daarvan?
‘Als we even afzien van de bomaanslagen in Ankara van 17 februari en 13 maart en de rol van de PKK daarin, dan moeten we vaststellen dat de PKK van nu een andere organisatie is dan die van de jaren tachtig en negentig. In die jaren voerde de PKK tal van acties uit die onder de definitie van terrorisme vallen, al was ze altijd al meer dan alleen maar een terroristische organisatie. De PKK is sinds haar oprichting immers ook een politieke beweging.

Het zag er lang naar uit dat via een vredesproces waarbij de PKK en de AKP betrokken waren, er een acceptabele oplossing voor het al zo lang slepende conflict zou kunnen komen. Aan het vredesproces kwam een eind in het voorjaar van 2015. De partijen geven daarvan elkaar de schuld. Midden vorig jaar nam de PKK de wapens weer op, nadat de Turkse luchtmacht PKK-kampen in Noord-Irak had gebombardeerd. Maar ook het PKK-geweld na midden vorig jaar was niet tegen burgers gericht, maar tegen militaire doelen, tegen militairen en politieagenten die tegen de PKK werden ingezet. Dat is toch iets anders dan wat we doorgaans onder terrorisme verstaan. Ook het opwerpen van barricaden in volkswijken om de politie en het leger te weren, de meest spectaculaire actie van de laatste maanden, had geen terroristische doelen, al leidde het tot bloedige taferelen toen het leger met veel meer geweld dan verwacht optrad in deze wijken. De PKK heeft wat dat betreft een ernstige misrekening gemaakt en draagt zeker medeverantwoordelijkheid voor de vele slachtoffers die er zijn gevallen.

De PKK is in de jaren negentig op de lijsten van terroristische organisaties gezet en in diverse landen in het Westen verboden. Daar zal ze niet zo snel van afgehaald worden. Maar als die lijsten in de jaren 2000 zouden zijn opgesteld, zou de PKK er waarschijnlijk niet op gezet zijn. In de meeste Europese landen kunnen verenigingen die ideologisch verbonden zijn met de PKK zich openlijk manifesteren, al worden ze nog wel door de inlichtingendiensten in de gaten gehouden.’

De TAK (Vrijheidsvalken van Koerdistan) heeft recent twee zelfmoordaanslagen gepleegd in Ankara, op 17 februari en op 13 maart, waarbij bijna zeventig mensen om het leven zijn gekomen en bijna tweehonderd mensen gewond zijn geraakt. Enkele dagen voor de aanslag van 13 maart waarschuwde de militaire leider van de PKK, Cemil Bayik, dat het overal in Turkije oorlog zal zijn. Zinspeelde Bayik daarmee op een strategiewijziging van de PKK?
‘Turkije gaf voor de eerste aanslag aanvankelijk de schuld aan de PYD, omdat dat politiek goed uitkwam, maar kon zijn bondgenoten, met name de VS, daar niet van overtuigen. De dader bleek iemand van de TAK te zijn, die een afsplitsing van de PKK beweert te zijn. De TAK zegt dat ze de PKK te vriendelijk vindt en het geweld naar de steden in het westen van Turkije wil brengen. De TAK lijkt enigszins onafhankelijk te opereren, maar wel af te wachten tot ze groen licht van de PKK-leiding krijgt. Je zou de TAK een terroristisch filiaal van de PKK kunnen noemen. De aanslag van 13 maart in Ankara, waarvan alle slachtoffers burgers waren, wekt de indruk van een beleidswijziging waarbij gewone burgers als legitieme doelwitten worden gezien. Bayik zinspeelde daarop, als wraak voor de vele burgerdoden in Cizre, Sur, Silopi en andere Koerdische steden.’

Streeft de PKK naar de oprichting van een onafhankelijke Koerdische staat?
‘De PKK wilde een onafhankelijk Koerdistan stichten en voerde daartoe een guerrillaoorlog, maar sinds al meer dan tien jaar heeft de beweging een ideologische koerswending gemaakt en zoekt naar een oplossing binnen de grenzen van de bestaande staten. Ze heeft in dorpen en in wijken in de steden in de Koerdische gebieden een eigen, parallelle bestuursorganisatie geprobeerd op te zetten, om zo vorm te geven aan een ideaal van organisatie van de samenleving van onderop, waarbij de bevolking zichzelf organiseert en op lokaal niveau meer te zeggen heeft. Een van Turkije afgescheiden gebied vormen is daarbij niet aan de orde. Een gevaar van de huidige gewelddadige confrontatie tussen de staat en een deel van de Koerdische burgers, die na de beëindiging van het vredesproces oplaaide, is echter dat veel Koerden het gevoel krijgen dat zij binnen de bestaande staat nooit echt veilig zullen zijn. Dat zal het gevoel van veel Koerden dat zij toch een onafhankelijke politieke eenheid nodig hebben, versterken.’

De band tussen de HDP (Democratische Partij van de Volkeren) en de PKK, hoe zit dat precies? De HDP wordt ervan beschuldigd een verlengstuk van de PKK te zijn. Klopt dat?
‘Abdullah Öcalan (de gedetineerde leider van de PKK, red.) heeft een grote invloed op de HDP, maar het programma van de HDP is niet hetzelfde als dat van de PKK. De HDP is veel breder dan de PKK. Binnen de HDP zijn ook politici met een duidelijke moslimsignatuur, zoals Altan Tan en Dengir Mir Mehmet Firat, die voorheen voor de AKP in het parlement zaten, en daarnaast politici die uit de Turkse linkse beweging afkomstig zijn. De HDP is dus zeker niet zomaar een woordvoerder van de PKK. Je zou zelfs kunnen zeggen dat er tussen Selahattin Demirtas (één van de twee leiders van de HDP, de andere leider is Figen Yüksekdag, red.) en Öcalan een zekere rivaliteit is. Demirtas kan zich zeker niet zeer scherp tegenover Öcalan opstellen. Hij moet heel voorzichtig laveren. Demirtas is een politicus die uitstekend in het bestaande politieke stelsel kan opereren, maar wat er het afgelopen halve jaar is gebeurd, heeft hem in een bijna onmogelijke positie geplaatst. Hij kon moeilijk heel harde kritiek op het beleid van de PKK uiten. Hij heeft het wel voorzichtig gedaan, hij heeft vanaf het begin steeds zowel de regering als de PKK opgeroepen het geweld te beëindigen. Hij heeft niet keihard het PKK-beleid willen bekritiseren. Dat kon hij ook niet doen denk ik, omdat hij dan een belangrijk deel van zijn achterban van zich zou vervreemden.’

Welke rol speelt de KCK voor Koerdische politiek-militante organisaties in de regio, in landen als Turkije, Syrië en Iran?
‘De KCK ontstond toen de PKK een heel andere ideologie aannam. Vroeger wilde de PKK een groot verenigd Koerdistan stichten. Ze wilde alle Koerdische gebieden in Turkije, Iran, Irak en Syrië verenigen tot één staat. Ze heeft echter afstand genomen van het idee van een onafhankelijke Koerdische staat en heeft een ideologie aangenomen die de staat niet meer zo belangrijk vindt, en die ook veel minder nationalistisch is. Volgens de nieuwe ideologie gaat het niet meer zozeer om de staat, maar om de organisatie van de bevolking op lokaal niveau, zelfbestuur in de vorm van raden, waarbij een gelijke rol is weggelegd voor alle mensen, of zij nu Koerdisch, Turks, Arabisch, christelijk, islamitisch of iets anders zijn. De nieuwe ideologie erkent etnische verschillen. In die raden worden de verschillende etnische groepen in de regio vertegenwoordigd. Of dat in de praktijk gaat werken weten we niet, maar dat is de ideologie. En de KCK is dan de koepel die al die verschillende zelforganisaties vanaf de basis coördineert. En daar zitten civil society-organisaties bij, maar ook militaire en politieke groeperingen. Vrouwenorganisaties hebben overigens ook een aparte vleugel binnen de KCK. Dat alles wordt gecoördineerd vanaf de top. Dus in theorie is dit allemaal organisatie aan de basis en een vertegenwoordiging naar boven toe. In de praktijk is er nog een vrij strakke leiding aan de bovenkant waar de PKK’ers van de oudste generatie in zitten.’

Toch vrezen Turken dat een Koerdische staat wordt opgericht in Noord-Syrië. Daarom bestookt het Turkse leger PYD-doelen in het gebied. Waar is die angst op gebaseerd?
‘Je kunt dat niet bespreken zonder te kijken naar de ervaring van Iraaks-Koerdistan. In 2003 vielen de Amerikanen Irak binnen. Turkije besloot toen niet mee te doen aan de invasie. De Turkse regering denkt: daarom slaagden de Iraakse Koerden erin een hoge mate van autonomie af te dwingen en hebben ze nu een eigen vlag, regering en leger, en straks misschien een volledig onafhankelijke staat. Turkije is bang dat in Syrië iets soortgelijks zal gebeuren en dat dat veel Turkse Koerden zal triggeren om ook op Turks grondgebied te strijden voor onafhankelijkheid.’

Wil de PYD een onafhankelijke Koerdische staat oprichten in Syrië?
‘Als we nu kijken naar de ideologie en ook de praktijk van de PYD, die wel een vorm van zelfbestuur wil, maar geen afscheiding van Syrië, dan lijkt dat een heel andere situatie dan in Iraaks-Koerdistan. De PYD vertegenwoordigt een heel andere soort opvatting over de organisatie van de Koerdische samenleving, en van heel Syrië, dan de regerende partij in Iraaks-Koerdistan, de KDP. Iraakse Koerden geloven heel sterk in onafhankelijkheid, ze streven naar een duidelijk omlijnd gebied dat Koerdistan heet. De PYD streeft niet naar onafhankelijkheid, maar naar zelfbestuur op lokaal niveau en ze werken daarin graag samen met de bestaande overheid. De PYD zal haar organisatiemodel waarschijnlijk graag naar heel Syrië uitbreiden, zoals ze nu al Arabieren, Turkmenen en christenen laat deelnemen aan zelfbestuur.

De PYD is de enige van die grote bewegingen die eigenlijk geen problemen heeft met de Syrische overheid. De PYD heeft nooit tegen de Syrische overheid gevochten. Ze heeft bezwaar tegen het autoritaire stelsel en wil niet terug naar een volledige onderwerping aan de centrale overheid, maar ze bestrijdt niet de eenheid van Syrië. Ze wil binnen Syrië, op lokaal niveau, in de eigen regio, een samenleving opbouwen die zichzelf bestuurt: een zelfbestuur waar vertegenwoordigers van de verschillende bevolkingsgroepen in de regio, zoals de Koerden, de Armeniërs, de Assyriërs, de Turkmenen en de Arabieren, aan deelnemen.’

Erdogan heeft de VS opgeroepen te kiezen tussen Turkije en de Koerden. Internationale betrekkingen-analist Stanley Weiss pleit er in The Huffington Post voor dat de VS voor de Koerden moet kiezen en Turkije de NAVO moet uitknikkeren. Verstandig?
‘De Turkse staat, de PKK en andere Koerdische groepen moeten op de één of andere manier om tafel gebracht worden, om het decenniadurende conflict vreedzaam op te lossen. Ook meningsverschillen tussen Europa, de VS en andere landen en groepen die actief zijn in Syrië aan de ene kant en Turkije, IS en andere landen en groepen aan de andere kant, moeten opgelost worden door middel van dialoog. Europa en de VS moeten er groot belang aan hechten om de banden tussen Turkije en radicale jihadistische bewegingen in Syrië zo veel mogelijk of helemaal af te snijden en Turkije binnen de internationale gemeenschap te houden. De Turkse regering volgt een erg avonturistisch buitenlandbeleid, dat heel gevaarlijk is, niet alleen voor Turkije zelf, maar voor heel de regio. Turkije afstoten zou niet verstandig zijn. Het Westen moet Turkije juist proberen over te halen tot het voeren van een gezamenlijk beleid.’

The New York Times stelt in een editorial dat Erdogan zijn problemen met de Koerden vooral zelf gecreëerd heeft. Hoe ziet u dat?
‘Daar ben ik het mee eens. Het tragische is dat Erdogan juist de enige Turkse politicus is sinds Turgut Özal (voormalig premier en president van Turkije, red.) die een acceptabele oplossing van de Koerdische kwestie had kunnen realiseren. Het zag er een tijd lang goed uit, men had het vertrouwen dat er met Erdogan te praten en te onderhandelen viel en er een vreedzame oplossing gevonden zou kunnen worden. We hebben allemaal gezien hoe Erdogan geleidelijk is veranderd, hoe zijn manier van spreken is veranderd, hoe zijn manier van politiek voeren is veranderd en hoe hij geobsedeerd is geraakt door macht, door het behouden van zijn machtspositie, al is het maar uit angst dat hij anders in de gevangenis terechtkomt. Die obsessie staat in de weg van oplossingen en de democratische ontwikkeling van Turkije.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, extremisme en Turkije. Eindredacteur van de Kanttekening.