16.5 C
Amsterdam

‘Ik denk dat links ook wel eens te weinig kritisch is geweest over islamisme’

Tayfun Balcik
Journalist. Programmacoördinator bij The Hague Peace Projects voor de Armeens-Koerdische-Turkse werkgroep. Lid van de Nieuw Amsterdam Raad (Pakhuis de Zwijger).

Lees meer

In de Amsterdamse Stopera stapt iemand met zwarte Patta-hoodie, spijkerbroek en gympen uit de speciale lift voor bestuurders en medewerkers. Als het niet de wenkbrauwen zijn, dan is het wel de ‘straat’-uitstraling die Rutger Groot Wassink, lijsttrekker GroenLinks en wethouder Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering, kenmerkt. ‘Nooit meer herenschoenen!’, riep hij met één been omhoog bij een eerdere ontmoeting in het stadsarchief. Nikes had hij aan. Just do it! In zijn werkkamer vroegen we hem naar zijn daden in vier jaar wethouderschap. Zo is hij trots op de 24-uursopvang voor ongedocumenteerden. Voor zijn wethouderschap was er alleen de ‘bed, bad en brood’-voorziening, waardoor mensen zonder geld overdag de straat op moesten. En in het algemeen is Wassink trots dat Amsterdam ‘door de crisis is geloodst’.


Waar bent u nog meer trots op, kijkend naar de afgelopen vier jaar?

‘Dat we ondanks corona veel mensen aan het werk hebben kunnen helpen. Bijvoorbeeld via een banenplan in Zuidoost. Helemaal aan het begin van mijn wethouderschap zei de directeur van de Arena dat het toch raar is dat er zoveel jeugdwerkloosheid is in Zuidoost, terwijl ze aan de andere kant van het spoor geen mensen kunnen vinden. Toen hebben we besloten om een banenplan te maken. Het doel is om duizend mensen aan een baan te helpen in vier jaar tijd. Het is nu het derde jaar, en we staan op ruim 700. Ook ben ik trots op het feit dat we de zzp’ers en flexwerkers hebben geholpen in coronatijd. En dat we de randen van de Participatiewet hebben opgezocht, bijvoorbeeld via de bijverdienpremie. Dat is iets meer dan 200 euro per maand. Dit stimuleert bijstandsgerechtigden om uit eigen initiatief uit te stromen. Het ministerie was hierover wel boos, want eigenlijk mag dit volgens de participatiewet alleen tijdelijk’.

De gemiddelde woningprijs is nu 500.000 euro in Amsterdam. En de PVV, Forum voor Democratie, JA21 behaalden in 2021 9 procent van de stemmen in Amsterdam. Dat was in 2017 nog 8 procent. Heeft u niet het gevoel dat u aan het falen bent?

‘Nee, ik weet niet zo goed wat de relatie is tussen die twee dingen.’

Bent u er trots op dat je nu gemiddeld een half miljoen euro moet neertellen voor een woning in Amsterdam?

‘Nee, natuurlijk niet. Wij hebben de afgelopen jaren erg willen inzetten op betaalbaar bouwen. Er is geen college dat zoveel betaalbare woningen heeft gebouwd als wij, maar het blijft inderdaad onvoldoende. De 40-40-20-regeling (40 procent sociale huur, 40 procent middenhuur en 20 procent dure huur, bij alle nieuwbouw in de stad, red.) is wat betreft de middenhuur goed gelukt. Bij het aandeel sociale woningbouw is dat niet goed genoeg gegaan.’

Groot Wassink wijst daarvoor naar de corporaties die sociale huurwoningen verkopen. ‘Ik ben daar persoonlijk tegenstander van’. Over de woningprijs  is het kabinet, ‘dat niet meewerkt’ en de VVD in het bijzonder de gebeten hond. ‘De VVD heeft jaren tegen buitenlandse beleggers gezegd dat ze woningen moeten opkopen, wat een prijsopdrijvend effect heeft gehad.’

Is die 40-40-20-regeling wel representatief voor de Amsterdamse bevolking?

‘Ja.’

Er is toch zoveel armoede in de stad?

‘Jazeker, maar Amsterdam heeft een relatief hoog aandeel in sociale huurwoningen. Je hebt corporatiewoningen en particuliere sociale huur. Dat is iets meer dan 40 procent. Dat is iets te weinig (in relatie tot het aandeel sociale huurwoningen op dit moment, dat volgens berekeningen tussen de 45 en 50 procent zit, red.), maar ongeveer hetzelfde voor mensen die er op basis van hun inkomen recht op hebben.’

Maar kan je deze 40-40-20-regeling wel over de hele stad uitrollen? Een stadsdeel als Nieuw-West heeft een eigen karakter. Als je daar ook 40-40-20 oplegt, dan speel je toch met de sociale structuren van dat gebied?

‘Zeker. Maar in Nieuw-West is het aandeel sociale huur ook hoger.’

En dat krimpt nu dus.

‘Ja, maar dat komt door verkoop door corporaties. 40-40-20 is alleen maar nieuwbouw. Maar ik ben het met je eens. In ons verkiezingsprogramma staat 45-45-10 en dat een kwart van die nieuwbouw ook bestemd moet zijn voor mensen uit de buurt. Wat je niet wilt, is dat er een buurt is met alleen maar dure woningen en een buurt met alleen maar sociale huur. Dat is niet goed. Dus er is menging nodig. Dat er middenwoningen komen in Nieuw-West, Zuidoost en Noord is prima, genoeg mensen kunnen dat opbrengen. Maar de vraag is: doe blijft de stad betaalbaar voor mensen? Wij zeggen dus 45-45-10; de VVD en D66 willen meer dure woningen. Ik geloof daar niet in.’

En toch worden er sociale woningen gesloopt. Mooi dat er meer andere woningen komen, maar als dat ten koste gaat van sociale woningbouw, wat hebben mensen eraan die daarop aangewezen zijn?

‘Ik vind ook dat we kritischer mogen zijn op woningbouwcorporaties. Wij willen niet dat ze woningen verkopen. Dat hebben we tegen hun gezegd, maar ze doen het tóch. En dan wijzen ze naar de verhuurderheffing. Daar hebben ze gelijk in. De verhuurderheffing is voor Amsterdam dramatisch. Het is ook dramatisch dat het nieuwe kabinet pas in 2025, dus als het kabinet weg is, dat helemaal wil afschaffen. Daarom willen wij als GroenLinks een gemeentelijke woningbouwcorporatie oprichten die sociale huurwoningen opkoopt van een corporatie en die woning zelf verhuurt. Als wij ze als gemeente in bezit hebben, dan blijft het tenminste bij de voorraad voor sociale- of middenhuur. Nu zie je dat een sociale huurwoning die door een corporatie wordt verkocht voorgoed weg is.’

Kan je dat nu al als gemeente niet doen?

‘Nee, daar is nu niet voldoende politiek draagvlak voor.’

Ik hoor ook dat corporaties de gemeente chanteren op dit punt: ‘Als jullie komen aan ons recht om sociale huur te verkopen, dan bouwen wij geen huizen.’ Merk jij dat ook?

‘Nee, want er wordt wel gebouwd. Er wordt alleen te weinig gebouwd.’

Kunnen ze dat überhaupt wel maken, dat ze niet of heel weinig bouwen?

‘Nou, we maken als gemeente afspraken met corporaties. Ik vind dat we ze daar de afgelopen jaren te weinig aan hebben gehouden. We moeten strenger tegen ze zijn. Maar het is wel moeilijk om dat te dwingen. Wij zijn jammer genoeg niet de baas van corporaties. Vroeger had je dat natuurlijk wel in Nederland. Nu zijn ze zelfstandig, maar ze moeten wel bouwen wat ze beloofd hebben.’

Hoe gaan we dat regelen? Hoe democratisch zijn die corporaties, als ze niet eens doen waarvoor ze ooit zijn opgericht: namelijk betaalbare woningen bouwen voor het volk?

‘Dat is dus de essentiële vraag: is wonen een markt of een recht? Ik vind natuurlijk dat het een recht is. Een bekend voorbeeld is Wenen, waar een groot gedeelte van de woningen in handen is van de gemeente, en die verhuurt het. In Nederland was dat heel lang zo. Op een gegeven moment – bij de ‘bruteringsoperatie’ in 1995 – zijn die woningbouwcorporaties zelfstandig geworden; toen mochten ze zelfs ook duurdere woningen bouwen. Dat is toen een gedoe geweest. Ik vind dat je je moet afvragen of corporaties hun publieke taak nog voldoende waarmaken. De politiek moet een grotere grip hebben op woningcorporaties, maar dat betekent niet dat je zo zwaar kunt belasten, zoals nu gebeurt.

‘Overigens is het probleem van de woningmarkt ingewikkelder dan enkel op het vlak van de sociale huur. Er zijn natuurlijk ook mensen die aan het begin van hun carrière in een sociale huurwoning kwamen te wonen, dan een partner krijgen en misschien een duurdere woning willen, maar die prijzen zijn zó hoog dat dat toch niet lukt. Het gedeelte van je inkomen dat je kwijt bent aan huur is de afgelopen tijd enorm gestegen. Dat kan echt niet. Dus waar wonen een recht zou moeten zijn, is het voor heel veel mensen nu onbereikbaar geworden.’

‘Ik maak me grote zorgen over hoe salonfähig extreemrechts is geworden’

Oké, en nu die rechtse partijen.

‘Ja, ik zou positief zijn. Als die samen niet eens 10 procent halen, dan betekent dat 90 procent…’

Maar PVV en FvD zijn volgens sommigen niet alleen maar rechts, maar extreemrechts.

‘Ja, helemaal eens.’

Dat is dus groter dan ooit in Amsterdam.

‘Nee, dat denk ik niet. In het verleden is dat wel eens groter geweest. We hebben hier ook de Centrumpartij gehad. Maar ik maak me nog steeds grote zorgen over de opkomst van extreemrechts in de Nederlandse politiek, met name over hoe salonfähig extreemrechts is geworden.’

Voelt u zich daar niet verantwoordelijk voor? Al die demonstraties: extreemrechts loopt bijna elke week mee in demonstraties met twintig- tot dertigduizend mensen. Is dat geen gevaar voor onze democratie?

‘Iedereen heeft het recht om te demonstreren. Ook wappies, extreemrechtse types en racisten. Dat vind ik niet per se een teken.’

En dat ze met Jodensterren lopen?

‘Ja, die vergelijking met de Holocaust is afgrijselijk. Maar laat er geen misverstand over bestaan: ik heb me altijd uitgesproken tegen de PVV en FvD. Dat is echt een gevaar.’

Je ziet ook dat ze aanhang hebben die zich tegenwoordig als ‘echte Nederlanders’ of ‘inheemse Nederlanders’ definiëren.

‘Ja, maar dat soort flauwekul en domheid, daar kan ik helemaal niks mee. Inheemse Nederlanders, die bestaan natuurlijk helemaal niet. Weet je, ik denk dat dit altijd zo was. Ik ben een ouwe lul hè, ik kom uit de tijd van Hans Janmaat (de leider van de extreemrechtse Centrumpartij, red.). Die zat ook gewoon in de Tweede Kamer. Het klopt dat de PVV en FvD groter zijn geworden. Maar komt dat door falend beleid in een stad, of door een heel politiek discours dat de afgelopen decennia naar rechts is opgeschoven? Het is niet zo dat ik nou ontzettend links ben, de wereld is zo rechts geworden! Ook hoe de VVD soms over vluchtelingen praat is onacceptabel. Misschien zeggen ze dit niet omdat ze dat echt vinden, maar om wind uit de zeilen van de PVV te nemen. Het eerste kabinet van Rutte, met gedoogsteun van Wilders, was een schande. Extreemrechts is te lang genormaliseerd, absoluut.’

Femke Halsema is in 2017 ook met Thierry Baudet in debat gegaan.

‘Maar ze gaf hem toen wel een behoorlijk pak slaag in dat debat. Dat was een ontmaskering van Baudet, vind ik.’

Je geeft hem dan wel legitimiteit.

‘In een democratie moet je met partijen die vertegenwoordigd zijn in de Kamer altijd het debat aangaan en altijd hun extreemrechtse bullshit weerleggen. Het gevaarlijkste wat je kunt doen is te doen alsof ze niet bestaan. Je moet ze altijd bestrijden. Het idee dat er een inheemse Nederlander zou bestaan, dat is volstrekte flauwekul. Dan moeten we toch zorgen dat jongeren zulke idiotie niet meer geloven.’

Hoe doe je dat dan?

‘Dit zijn moeilijke dingen. In samenlevingen zul je altijd zien dat er uitsluiting en racisme zal bestaan. We kennen veel uitsluitingsmechanismen. En je hebt natuurlijk ook groepen die het gevoel hebben dat hun wereld enorm verandert. In de wereldgeschiedenis zie je dat het dan altijd makkelijk is om een zondebok aan te wijzen. Dit zal er altijd zijn en ik weet niet of je dat kan uitroeien. Daarom is het belangrijk om in geschiedenisonderwijs en burgerschap te investeren.’

Er komt een slavernijmuseum in Amsterdam. Is het ook niet tijd voor een migratiemuseum?

‘Daar ben ik helemaal voor. In Amsterdam en in veel meer gebieden in Nederland. De geschiedenis van Nederland, die van Amsterdam in het bijzonder, is er een van migratie. Er is hier altijd migratie geweest. Migratie is zo natuurlijk als regen! Het is verbijsterend dat we migratie als iets problematisch en iets geks zien. Hoe is Amsterdam groot geworden? Omdat er migratie uit de zuidelijke Nederlanden was ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Zelfs als je kijkt naar de VOC-schepen. Veel mensen vinden dat iets waar we heel trots op moeten zijn. Maar wie zaten er in de bemanning? Waren dat de Hollanders? Echt niet! Zij waren kapitein. De bemanning bestond uit jongens uit de Baltische staten, Duitsland, Noorwegen, Zweden. Allemaal mensen die hiernaartoe kwamen, die gingen meevaren. Denk je dat zij teruggingen? Nee, natuurlijk niet. Die bleven hier. Zoals de ‘gastarbeiders’, wat ik overigens geen goede term vind. Dus laten we deze mensen gewoon als onderdeel van onze geschiedenis zien. Geen gasten. Het is gewoon precies hetzelfde als wat er al honderden jaren aan de gang is. Er bestaan geen inheemse Nederlanders. Wij zijn altijd gevormd door vele migraties van veel verschillende mensen. Het is cruciaal dat dit, net als het verhaal van de slavernij, opgenomen wordt in het collectieve verhaal van Amsterdam en Nederland. Alleen dan kunnen we begrip kweken voor elkaar.’

De afweerreactie tegenover migratie heeft negatieve gevolgen op de beeldvorming van specifieke groepen migranten uit Turken en Marokkanen. Dan gaat het automatisch ook over islamofobie. Hoe bestrijd je dat dat dan in de maatschappij?  

‘We moeten ook deze migratie als een normale beweging zien die Amsterdam gemaakt heeft tot wie wij zijn. Ik vind overigens moslimhaat een betere term, hoor.’

Daar begint het dus eigenlijk al. Wanneer we het over antisemitisme hebben, dan volgt er geen semantische discussie – terwijl je ook over de term ‘antisemitisme’ kan zeggen: die klopt eigenlijk niet.

‘Nee, dat klopt semantisch ook niet. Dat is Jodenhaat.’

En bij de term ‘islamofobie’…

Ja, met die discussie zijn we klaar. Maar Amsterdam is dus net zo goed gebouwd op de ruggen van Turkse en Marokkaanse arbeiders. Wat het probleem is, en dat zie je bij elke emancipatie, is dat het tot wrijving leidt. Er is niet voor niets hier in de Mozes en Aäronkerk (in 1975, red.) een hongerstaking geweest voor stemrecht en dat je bij de gemeente überhaupt mocht werken. Dat is een hele strijd geweest. Er is kennelijk tijd nodig voor een samenleving om mensen als gelijkwaardige burgers te zien. Als overheid moet je je altijd uitspreken tegen islamofobie, antisemitisme en anti-zwart racisme. Daar moet je als overheid ook normerend in zijn. Moslims en zwarte mensen zijn Nederlanders, en dat betekent dat dezelfde rechten hebben als wie dan ook. Dan moet je dus ook zorgen dat mensen met een migratieachtergrond gelijke kansen hebben op de arbeidsmarkt, net zo goed de vrijheid hebben om hun religie te belijden en dat ze net goed als ieder ander hun plek krijgen in het onderwijs of in een gemeentelijke organisatie. Met Touria Meliani (GroenLinks-wethouder Personeelszaken, red.) hebben we een groot programma gemaakt, omdat we ook zagen dat de gemeente niet een voldoende afspiegeling is van de samenleving. Dat moet dus anders.’

Bent u dan ook voor quota?

‘Wij hebben hier streefcijfers ingevoerd.’

Dat zijn nog geen quota.

‘Het komt op hetzelfde neer. Het gaat overigens niet alleen over migratieachtergrond, ook over gender en mensen met een beperking. Wij zagen bij leidinggevende functies dat de man-vrouw-balans eigenlijk best goed zit, maar dat mensen met een migratieachtergrond onvoldoende doordrongen tot de ambtelijke top. Dat lag niet aan opleiding. Zij zijn net zo talentvol als ieder ander. Maar het had met doorgroeien, begeleiding en selectie te maken. Daar hebben we nu een heel programma voor. En dat werkt goed. Ik vind namelijk: als je als overheid niet eens een afspiegeling van de samenleving bent, hoe kan je dan tegen een bedrijf zeggen dat ze een afspiegeling moeten zijn van de samenleving?

‘De discussie over islamofobie is te weinig gevoerd, maar laten we ons niet vergissen. Ik denk dat, als een soort tegenreactie, links ook wel eens te weinig kritisch is geweest over islamisme. We komen namelijk uit een periode waarin we veel islamitische terreur hebben gezien. We vonden het te ingewikkeld om sommige dingen te bespreken, ook omdat er angst was om voor racist te worden uitgemaakt.’


‘Ik ben helemaal voor een migratiemuseum’

Volgens de Telegraaf heeft u een rapport afgehouden met alarmerende cijfers over homofobie onder mensen met een migratieachtergrond.

‘Dat is gewoon gelul. Ik heb niets achtergehouden en het volgens afspraak naar de raad gestuurd.’

Hoezo?

‘Ik heb een vrij grote aanpak anti-discriminatie. We hebben toen gezegd: We gaan vier actieonderzoeken doen. Naar antisemitisme, anti-zwart racisme, moslimhaat en anti-lhbtiq+. Die rapporten zouden we tegelijkertijd naar de raad sturen voor de zomer. Dat rapport over anti-lhbtiq+ geweld was inderdaad in februari al klaar. Ik heb het toen niet gezien. Ik heb het op 7 juni gezien. Ik las het rapport en in dat rapport staat inderdaad – een interview met vijftien mensen overigens, geen representatief onderzoek – dat in Amsterdam daders vaak jonge mannen zijn met een migratieachtergrond. Ik vond dat niet zo’n verrassende conclusie en daarna is het naar de gemeenteraad gestuurd. Precies volgens de afspraak. Maar de Telegraaf zei: ‘Je hebt die rapporten achtergehouden, want je wil niet erkennen dat bij jongeren met een migratieachtergrond homohaat voorkomt.’ Mijn broek zakte af.’

U heeft het pas in juni gelezen.

‘Ja, wij hebben hier op 1 september heel uitgebreid over zitten discussiëren. Allemaal al behandeld. Dus er is geen enkel rapport achtergehouden. En de suggestie dat ik zou ontkennen dat er bij jongeren met een migratieachtergrond homohaat voorkomt, vind ik bespottelijk. Iedereen in Amsterdam weet dat toch? Bij religieuze jongeren vooral, laten we nou wel wezen. Dat is geen geheim. Niet bij elke stroming van de islam is er tolerantie voor de lhbtiq+ gemeenschap. Zeker niet.’

Dit is inderdaad een gevoelig onderwerp. Maar dit heeft ook te maken met gentrificatie in de stad. Ik woonde tot vorig jaar bij mijn ouders thuis. En daar worden nieuwe grote blokken gebouwd, koopwoningen. Op een dag keek ik van het balkon naar buiten en zag ik een Pride-vlag. Ik voelde me aangevallen.

‘Waarom?’

Een vlag van vrijheid bij een spiksplinternieuw hoog gebouw, terwijl ik op mijn 36ste, terwijl mijn baard grijzer en grijzer wordt, vastzit in de woning van mijn ouders zonder de vrijheid die voor mijn deur wél wordt gevierd. En ik denk dat veel moslimjongeren die geen woning kunnen vinden in hun eigen stad vinden dat hun buurt aan het veranderen is, en dat ze alleen maar kunnen toekijken hoe anderen voortaan de regels bepalen.  

‘En toch is het nooit een excuus.’

Nee, het is een onderbuikgevoel.

‘Ja, maar nooit een excuus om geweld te gebruiken, om mensen uit te schelden.’

Het bredere gevoel is dat de LHBTQ+-rechten worden gebruikt om gentrificatie glad te strijken in buurten waar veel mensen met een migratieachtergrond wonen.

‘Nee, dat geloof ik niet. Maar het is wel een interessant punt. Hier zit bijna in alsof er een concurrentie bestaat tussen uitsluiting en discriminatie van verschillende groepen. En daar zou ik echt van af willen. Ik vind elke vorm van uitsluiting onacceptabel. En het is interessant dat moslimjongeren die zichzelf gediscrimineerd voelen misschien wel, vanwege die redenatie, iemand anders discrimineren. Dat is wel raar.’

Uit recent onderzoek door de Radboud Universiteit Nijmegen bleek dat discriminatie tegen moslims kan leiden tot minder homotolerantie…

‘Ik vind het, nogmaals, geen excuus. En ik neem aan: als je zelf last hebt van een vorm van uitsluiting, dan zou je je in een ander moeten kunnen verplaatsen.’

De Amerikaanse comedian Dave Chappelle vroeg in zijn laatste Netflix-show The Closer aan het publiek: ‘Kunnen homo’s racistisch zijn?’ Hij vertelt dat hij na het maken van bepaalde grappen in de hoek wordt gedrukt als transfoob, terwijl het anti-zwarte racisme waar hij last van heeft terzijde zou worden geschoven.

‘Natuurlijk bestaan er racistische homo’s. Maar dat verband met gentrificatie zie ik niet. Als mensen moeite hebben met een regenboogvlag, dan is mijn reactie toch: wen er maar aan! Kijk, ik respecteer iemand uit de lhbtq+-gemeenschap en ik respecteer ook een moslim, zolang het uitgangspunt is dat we elkaar de ruimte geven. Ik ben er echt van overtuigd dat we, en dat is essentieel, allemaal een beetje inschikken en allemaal dezelfde rechten hebben. Daar zie ik het nu misgaan in de samenleving. Je ziet dat mensen met een migratieachtergrond niet de volledige rechten hebben die ze toekomen op basis van hun burgerschap. En als je kijkt naar de lhbtq+-gemeenschap: er zit heel veel verschil tussen aan de ene kant een witte homoseksuele man en aan de andere kant een transvrouw. Toch hebben ze dezelfde rechten, ook al krijgen ze die niet helaas in de praktijk, bijvoorbeeld door op straat uitgescholden te worden.’

Toen ik die LHBTI+-vlag zag, kreeg ik meteen het gevoel om ook de Turkse vlag te hijsen.

‘Haha. Nou ja, van mij mag dat.’

Daar is men dan weer minder tolerant op. ‘We leven toch in Nederland?’, krijg je dan te horen. Maar die reflex hoort er dus eigenlijk niet te zijn?

‘Precies.’

We kunnen wel zeggen: iedereen heeft rechten en geen enkele uitsluiting is toelaatbaar. Maar hoe kom je daar?

‘Dit gaat eigenlijk in essentie om emancipatie. Dit zijn geen dingen die je bestrijdt met hele simpele maatregelen. Het is essentieel dat jongeren veel meer op school leren dat het heel normaal is dat jij meerdere identiteiten hebt, zoals ik ook meerdere identiteiten heb. En dan kom je uiteindelijk toch weer bij het probleem van religie. En dat is niet alleen bij de islam, maar ook bij strenge christenen zo. Hoe strenger een geloof, des te minder tolerantie voor de lhbtq+-gemeenschap. En het is toch ook belangrijk dat we elkaar kennen, zien, begrip voor elkaar kweken. En dat telkens herhalen.’

Je moet het dus eigenlijk organiseren.

‘Ja, het is heel breed proces. Tegelijk is er ook onderzoek waaruit blijkt dat de acceptatie voor lhtbq+-gemeenschap ook bij mensen met een migratieachtergrond gewoon toeneemt. En dat is denk ik zo omdat mensen met een migratieachtergrond meer onderdeel worden van onze samenleving.’

‘Als mensen moeite hebben met een regenboogvlag, dan is mijn reactie: wen er maar aan!’

Gentrificatie wordt altijd als een sociaaleconomisch ding beschreven, wat het ook in grote mate is…

‘Nou het was grote tijd ook een politiek ding. Vijftien jaar geleden dacht iedereen dat gentrificatie dé oplossing was.’

… maar in gentrificatie zit ook discriminatie naar mensen met een migratieachtergrond. Zo wordt de discriminerende Rotterdamwet ook in Amsterdam Nieuw-West toegepast.

‘Hoe bedoel je?’

In oude gemeentelijke stukken wordt ronduit gesproken over ‘probleemaccumulatie vanwege mensen met een Turkse en Marokkaanse afkomst in Nieuw-West’. Vorig jaar nog was er een advertentie van de woningcorporatie Stadgenoot over Osdorp waaruit bleek dat de corporatie bijhoudt hoeveel ‘mensen van niet-westerse herkomst’ in een wijk wonen of niet. Ook registreert de Leefbaarheidsmonitor mensen met een migratieachtergrond en zonder in een gebied. En bij mensen zonder migratieachtergrond, wordt dit gegeven niet als probleem gezien. Dit lijkt mij racistisch.

‘Eens. Maar de Rotterdamwet is wat erger. Die wet zegt gewoon dat sommige groepen, en dat kunnen dus ook mensen zijn met een lage inkomen, niet welkom zijn. Punt. Die wet is echt een stuk erger.’

Hoe pak je al die corporaties, huisjesmelkers en gentrificeerders aan die al decennialang aan bevolkingspolitiek doen?

‘Voor een groot gedeelte, ten aanzien van beleggers, is dat dus heel moeilijk. En daar hebben we de Rijksoverheid echt bij nodig. Er staan wel wat zinnen in het regeerakkoord, maar ik weet niet wat ze betekenen. Erg vaag. Maar wat betreft speculatie met woningen en de beleggers: die macht zou je natuurlijk willen breken. Daar is misschien niet zozeer sprake van evident racisme, maar wel gaat het erom wie het meest kan betalen. En als je naar de inkomensgroepen kijkt, dan zie dat daar wel degelijk een effect van bevolkingspolitiek uitgaat, hetgeen een effect van winstbejag is. ‘

Laatst zei een oud-stadsdeelwethouder uit Nieuw-West in de Volkskrant dat ze vroeger echt hebben gekeken naar afkomst bij de plaatsing van mensen in wijken…

‘Maar dat kan natuurlijk helemaal niet.’

… en dat gebeurt nu dus eigenlijk nog steeds. Moet er geen onderzoek komen?

‘Ja, daar zou ik ook voor zijn. We hebben ook onderzoek gedaan naar discriminatie op de woningmarkt bij onder andere beleggers. Daaruit bleek dat het voorkwam. Nee, ik zou daar heel graag naar willen kijken. Maar bij corporaties is het toewijzingssyteem veranderd: als je nu als aan de inkomenseisen voldoet, kun je je gewoon kan aanmelden. Daar zit geen extra check op achtergrond.’

Op basis van namen, en dat is onzichtbaar, kunnen ook mensen ingedeeld worden.

‘Maar niet bij de woninginschrijving.’

En bij de toewijzing door corporaties?

‘Nee. Ik wil het best onderzoeken, maar dit lijkt me sterk.’

Dit zei die oud-stadsdeelwethouder uit Nieuw-West in de Volkskrant.

‘Nee, hij zei dat hij het gedaan had. Maar nu is dat niet meer zo.’

Hoe weet u dat zo zeker?

‘Ik wil het best onderzoeken. Kijk, je hebt bij het toeslagenschandaal gezien hoe heftig het kan zijn als mensen op basis van hun achtergrond geprofileerd worden. Dat is echt racistisch. En tegelijk weet ik niet of ik altijd tegen het registreren van een migratieachtergrond ben. Want als je de gemeentelijke organisatie inclusiever wil maken, heeft het ook een voordeel. Ik ben hier dubbel over. Maar je mag het nooit gebruiken om mensen uit te sluiten. Voor iets positiefs gebruiken? Dan vind ik het niet positieve discriminatie, dan vind ik het wegwerken van achterstanden.’

Gentrificatie wordt toegepast in gebieden waar veel sociale huur is, maar waarom niet omgekeerd? Bijvoorbeeld in gebieden met veel koopwoningen zoals Amsterdam-Zuid. Dat de gemeente daar woningen opkoopt en splitst in vier sociale huurwoningen.

‘Het nadeel daarvan is dat er weinig woningen te koop staan in Zuid, want die worden heel snel verkocht. En de prijs is heel hoog.’

Gewoon onteigenen?

‘Hahaha.’

Dat gebeurt nu toch ook met sociale huurwoningen?

‘Die worden niet onteigend. Die worden aan de hoogste bieder verkocht.’

Amsterdammers voor wie de sociale huurwoningen bedoeld is, hebben er geen voordeel aan.

‘Nee, zeker. Daar ben ik het ook met je eens. Dan moeten we dat dus stoppen. Maar onteigenen in Nederland? Poe. Dat ligt moeilijk. Je zou vanuit de mengingsgedachte kunnen zeggen: op plekken waar geen sociale huurwoning ligt, moet meer sociale huur worden gebouwd. Maar onteigenen? Dat houdt bij de rechter geen stand.’

Worden we niet collectief onteigend door corporaties?

‘Dan moet je goed kijken wat onteigening betekent. Dat is dus wanneer de staat iets tot zijn eigen bezit verklaart.’

Doet de markt het nu niet? Een belegger als Blackstone kan dan 1.800 euro vragen voor een voormalige sociale huurwoning.

‘Schandalig, dat ben ik met je eens. Maar het probleem bij het opkopen van koophuizen: de prijzen zijn zo hoog. Laten we eens beginnen met het opkopen van sociale huurwoningen van corporaties, zodat we daar controle over houden. Dat zou ik willen.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -