‘Kijk eerst naar jezelf voordat je de ander veroordeelt’

Foto: Jitske Schols
‘In de islam is het belangrijk dat je rekenschap geeft van je eigen daden’, zegt Kamel Essabane. ‘Kijk eerst naar jezelf voordat je de ander veroordeelt. Die gedachte zit ook in het christendom: de splinter in andermans oog wel zien, maar niet de balk in het eigen oog.’

‘Tweede en derde generatie moslims zijn steeds hoger opgeleid en nieuwsgieriger naar hun roots. Islamitische filosofie is de verzamelnaam voor het denken uit het islamitische cultuurgebied’, vertelt filosoof en religiewetenschapper Kamel Essabane (1977), docent aan de Thomas More Hogeschool in Vlaanderen, in een interview met deze krant. ‘De bloeitijd lag tussen de negende en vijftiende eeuw. Kenmerkend is de transcendente God, die de bron is van alles. Tegelijkertijd is het pluralistisch, er zijn meerdere wegen naar de waarheid. De filosofische weg is daar net als de religieuze weg een van.’ Ook de religieuze gerichtheid van moslims wordt groter. In het SCP-rapport De religieuze beleving van moslims in Nederland van afgelopen voorjaar staat dat moslims steeds religieuzer worden. ‘Een verklaring kan zijn dat de samenleving hen afwijst. De niet-islamitische omgeving is steeds kritischer over bepaalde aspecten van hun geloof’, zegt Essabane. ‘Ze hebben het gevoel dat hun identiteit wordt aangevallen en willen zich er meer in verdiepen.’

Ik denk dat veel buitenstaanders deze toegenomen religiositeit van moslims niet zo fijn vinden. Hoe kan dat?
‘Aan de ene kant zijn we voor vrijheid en diversiteit, maar ondertussen willen we graag dat we allemaal een beetje hetzelfde worden. We hebben in het Westen het idee dat we onze vrijheid hebben bevochten op de kerk en van religie zullen losraken. Dat is een sterke dominante gedachte, maar hij klopt niet. Onderzoek toont aan dat de maatschappij niet perse minder religieus wordt, de religiositeit neemt alleen andere vormen aan. De westerse liberale betekenis van vrijheid is dat je je losmaakt van je religieuze en culturele traditie. Neem de filosoof Kant, hij is van grote invloed op ons denken. Bij hem staan waarden als individuele vrijheid en autonomie centraal, ‘niet de kerk maar jijzelf moet je regels maken’.’

Hoe wordt er in het islamitische denken naar vrijheid gekeken?
‘Volgens de onlangs overleden Amerikaanse antropologe Saba Mahmood kun je ook op andere manieren invulling geven aan vrijheid. Het kan ook betekenen dat je juist kiest voor traditie, omdat die regels en discipline jou helpen tot ontplooiing te komen. Die regels zijn niet bedoeld om te beknellen, maar juist om te bevrijden, maar dan op een meer religieus, spiritueel niveau. Mahmood ontdekte dat een grote groep jonge goed opgeleide vrouwen in Egypte zich van de moderniteit afkeerde. Deze vrouwen gingen opeens een hoofddoek dragen en verdiepten zich in het geloof. Tegelijkertijd verstoorden ze daarmee de bestaande orde. Ze eisten hun eigen plek op in de moskee, wat vooral een plaats voor mannen was. Mahmood concludeert dat deze vrouwen een ander vrijheidsconcept hebben. Bij hen betekent vrijheid dat je de traditie gebruikt om jezelf te ontwikkelen.’

Zijn ze feministen?
‘Ja, maar niet zoals seculiere westerse feministen. Ze willen zich ontwikkelen op religieus gebied. Dat ze daarmee ook het patriarchaat omverwerpen is een bijeffect. Je ziet dat ook bij Rabia al-Adawiyya, de soefileidster uit de achtste eeuw. Door zich spiritueel te ontwikkelen kreeg ze vrouwelijke én mannelijke volgelingen. Zij werd een autoriteit, maar dat was nooit haar doel. In de islamitische wereld heb je meerdere vormen van islamitisch feminisme. Amina Wadud die uit de Amerikaanse vrouwenbeweging komt, vindt het patriarchaat echt een probleem. Voor haar is de strijd religieus. Ze onderscheidt zich daarmee van seculiere feministen voor wie de motivatie om te strijden vrouwenrechten zijn. In Nederland zie je dat ook. Sommige moslimvrouwen willen geen theologische discussie, ze willen gewoon kunnen studeren en werken, en een gelijkwaardige relatie hebben met hun echtgenoot. Maar er zijn ook moslima’s die de feministische strijd tegen het patriarchaat iets westers vinden. Bij hen gaat het erom dat je een goed moslim bent. Maar indirect zijn zij toch ook bezig om ruimte te creëren. Ze vinden dat ze belemmerd worden in hun geloof. Ze vragen om een mooiere vrouwenruimte in de moskee en vrouwelijke moskeebestuurders.’

Maar waarom willen ze dan niet tegen het patriarchaat strijden?

‘Ze zijn vaak traditioneel, ze geloven dat vrouwen en mannen andere taken hebben. Ze vinden het geen probleem dat er een bepaalde rolverdeling is in het gezin, dat een vrouw vaker kookt en de was doet. Doorgaans vinden ze ook dat de man wat dominanter mag zijn in een relatie. Maar ze willen zich religieus gezien niet bekneld voelen. Een man mag niet bepalen hoe ze de hoofddoek dragen. Daar begint voor hen de eigen manier van spiritueel ontwikkelen. Ik denk ook dat ze bang zijn dat feminisme zal leiden tot secularisatie. Het Westen is een schrikbeeld. Ze zijn bang dat ze loskomen van hun traditie.’

Waarom is dat erg?
‘Omdat ze veel belang hechten aan hun godsdienst. Ze zijn bang dat als de structuren wegvallen het een hellend vlak wordt. Dat ze in een strijd tussen mannen en vrouwen alles zullen verliezen. Het is net als bij de Zwarte Piet-discussie. Voorstanders van Zwarte Piet zijn bang dat straks de Nederlandse cultuur niet meer bestaat. De angst van veel mensen vaner komen steeds meer religieuzen om mij heen’, die voelen zij ook. In het SCP-rapport staat ook dat steeds meer Turken zich geen moslim meer noemen. Dat kan ook bedreigend zijn. Mensen die publiekelijk afstand nemen van de islam krijgen vaak een podium in de media. Dat versterkt het gevoel dat leeft: ‘zij’ willen dat wij afstand nemen van de islam. En dat klopt ook, er is een dominante stroming in onze samenleving die dat wil.’

Mooi aan de islam, vind ik, de nadruk op introspectie. Elke avond hoor je na te denken over je daden van die dag.
‘Klopt. In de islam is het belangrijk dat je rekenschap geeft van je daden. Nia (intentie, red.) en muraqaba (reflectie, red.) zijn belangrijke begrippen. Fouten kun je herstellen door het goed te maken of door iets slechts niet meer te doen. Kijk eerst naar jezelf voordat je de ander veroordeelt. Die gedachte zit ook in het christendom: de splinter in andermans oog wel zien, maar niet de balk in het eigen oog (over kleine fouten van een ander vallen, terwijl de eigen grote fouten niet worden gezien, red.). Je moet op de barmhartigheid van God vertrouwen en tegelijkertijd het maximale uit jezelf halen.’

Daar kunnen we allemaal wel iets van leren toch?
‘Ja, maar bij veel moslims uit zich dat vooral in het naleven van regels. Dit mag niet, dat moet. Moslims hebben in onze samenleving veel verschillende keuzen. Ze maken voortdurend de afweging: is het wel islamitisch, is het niet islamitisch? Van mij mag het nog wel veel kritischer. Ze blijven nog erg hangen in identity politics. Zo van het vlees moet halal zijn, wat is dan halal? Nou, dan zit er een keurmerk op. In welke omstandigheden het beest geleefd heeft, die hele bio-industrie, daar letten ze te weinig op.’

Hoe komt dat?

‘Omdat ze bang zijn hun identiteit te verliezen. De kritiek van de buitenwereld op onverdoofd slachten bijvoorbeeld, voelt als een grote bedreiging. Terwijl er vanuit het oogpunt van de islam best wat te zeggen is over dierenwelzijn en hoe je slacht. Het onderwerp blijft in een te strikte opvatting hangen, van wij zijn moslims en slachten doen wij volgens deze regel.’

Ze denken niet na?

‘Nee inderdaad, ze denken onvoldoende na over de bio-industrie. Maar dat heeft met meer dingen te maken. Veel moslims zijn van het platteland van Marokko en Turkije opeens in de McDonald’s-maatschappij terechtgekomen, waar vlees massaal wordt geproduceerd. Veel moslims hebben die slag nog niet gemaakt. Ze blijven hangen in de rituelen.’

Geldt dit ook voor klimaatverandering?
‘Ja, ook. Religie behoort in onze samenleving tot de privésfeer. Veel moslims zijn daar in meegegaan. Ze zijn streng op rituelen en uiterlijkheden maar maatschappelijke zaken als klimaat, dierenwelzijn en armoede, die eigenlijk tot de kern van religie horen, zien ze niet als religieus. Moslims zouden de geloofsopvatting breder mogen trekken. De filosoof Ibn Tufayl (1105-1185, red.), afkomstig uit Andalusië, islamitisch Spanje, vond dat we niet meer van de natuur mogen nemen dan nodig is en waarschuwde voor de uitroeiing van diersoorten. Hij schreef de filosofische roman Hayy ibn Yaqzan over een jongen die opgroeit op een onbewoond eiland, vriendschap sluit met een gazelle en de natuur leert respecteren. Ibn Tufayl laat zien dat de islam ook een wereldbeeld is dat je kan inspireren. Bewust worden van zorg voor de natuur, dieren en andere zaken die ons allemaal raken. Religie is voor mij dat je vanuit de bronnen open bent naar de maatschappij. Je inzet voor de hele wereld en je niet afzondert en isoleert. De media en het Sociaal en Cultureel Planbureau nemen die afzondering waar. Dat is wat ze bedoelen met: ze worden steeds religieuzer. Ik denk dan, werden ze maar echt religieus.’

Dit artikel kwam tot stand dankzij een subsidie van de Stichting Maand van de Filosofie.

DELEN
Mariska Jansen
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie.