‘Nederlanders moeten accepteren dat Nederland verandert’

Foto: Corbino
‘Je kunt niet verwachten, en dat moet je ook niet eisen, dat mensen hun eigen cultuur afzweren, omdat ze in het Westen leven’, zegt Jozias van Aartsen. ‘De mensen met een niet-westerse achtergrond zullen zich gaandeweg ook meer aanpassen aan een nieuwe vorm van samenleven hier in West-Europa, maar dat heeft tijd nodig.’

VVD-senator Pauline Krikke volgde onlangs haar partijgenoot Jozias van Aartsen* op als burgemeester van Den Haag. Van Aartsen was sinds 2008 burgemeester. Op zijn afscheidsreceptie kreeg hij veel lof van verscheidene sprekers, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA). Koenders noemde Van Aartsen een ‘verbinder’ en een ‘bemiddelaar’ die voor het belang van de stad als geen ander altijd bereid was de partijpolitieke scheidslijnen te overstijgen. Van Aartsen kreeg als burgemeester uiteraard ook kritiek, vooral in de zomer van 2014, toen betogers met vlaggen van de terreurgroep IS zwaaiden bij een anti-Israël-demonstratie in de Schilderswijk. De Telegraaf uitte felle kritiek op de burgemeester, die niet zou hebben ingegrepen, omdat hij nog op vakantie was, en op Twitter werden berichten gedeeld met de hashtag WaarIsJozias. De Kanttekening sprak Van Aartsen op zijn laatste dag als burgemeester, onder meer over de Schilderswijk, het salafisme, nationalisten, integratie en alternatieve feiten.

Wat is de belangrijkste kracht van Den Haag?
‘De kracht van Den Haag zit in het feit dat we een hele groene stad zijn. We hebben de zee, met een kustlijn van ongeveer veertien kilometer. Daarnaast kun je zeggen dat Den Haag een stabiel stadsbestuur heeft gehad over de gehele periode sinds na de Tweede Wereldoorlog. Den Haag ontwikkelt zich van een stad die draaide op (rijks)ambtenaren en de diplomatie tot een stad die steeds internationaler wordt. De stad herbergt heel veel internationale instellingen, niet enkel de klassieken, zoals het Internationaal Gerechtshof, maar sinds een aantal jaar ook bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof, Europol, Eurojust, diverse instellingen van de Verenigde Naties en er zijn heel veel ngo’s die hier neerstrijken. We zijn ook een centrum geworden op het gebied van cyber security. We mogen er blij mee zijn dat we als stad op tijd internationaler zijn geworden, want dat is het werk van de éénentwintigste eeuw. Daar moet de stad het straks van hebben. Het cliché van Den Haag als ambtenarenstad geldt nauwelijks meer. We hebben natuurlijk wel de rijksoverheid in huis, maar die krimpt alleen maar. Dat is overigens goed hoor, dat geeft niet zo veel.’

Iedereen moet normaal doen, vindt uw partijgenoot Mark Rutte. Doen Hagenaars normaal?
‘De Hagenaars die ik heb ontmoet doen normaal, ja. Er zijn natuurlijk ook Hagenaars die zich een beetje apart gedragen. Dat zien we wel eens bij demonstraties in de stad. We zijn absoluut de demonstratiehoofdstad van Nederland; er vinden hier zo’n 1.500 demonstraties per jaar plaats en vaak zitten aan een aantal daarvan ingewikkelde kantjes. Door de bank genomen zijn Hagenaars, Hagenezen en vooral Scheveningers, heel kritische mensen, ze kunnen enorm kankeren. Nu moet ik er wel bij zeggen dat dat in Amsterdam ook zo is, dus misschien is het wel een beetje Nederlands. Maar meestal zijn het mensen waar ik heel goed mee overweg kan.’

Er is al jaren veel kritiek op de Schilderswijk, waar een soort parallelle samenleving zou bestaan. Doen Schilderswijkers ook normaal?
‘Ik sta erom bekend dat ik dat verhaal, over kritiek op de Schilderswijk, gewoon niet wil horen. Ik ken de Schilderswijk en de nabijgelegen wijk, de Transvaal, goed. Er wonen veel mensen die het niet altijd gemakkelijk hebben. Het is geen rijke wijk, maar er zit ongelofelijk veel energie en ambitie. Als je naar de jongere generatie kijkt, dan zie je dat er velen zijn die je op weg moet helpen, maar dat is niet uniek voor de Schilderswijk. De Schilderswijkers zelf hebben het idee opgepakt om zelf meer voor hun eigen wijk op te komen om het goed te laten functioneren. Daar hebben de opéénvolgende colleges ook achteraan gezeten. Ik kan zo kwaad worden als iedere keer maar weer de bekende clichés over de Schilderswijk over tafel gaan. Wanneer een gemiddeld parlementslid over de Schilderswijk praat, gebeurt dat vaak op een negatieve manier. Dat doet heel veel onrecht aan de mensen die er wonen. Het creëert problemen voor hen, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, omdat er sprake is van arbeidsdiscriminatie. Zo is het voor iemand die Fatima heet en in de Schilderswijk woont, soms net wat ingewikkelder een baan te krijgen dan iemand met een Nederlandse voornaam. De gemeente doet er heel veel aan om dat een halt toe te roepen, door middel van bijvoorbeeld het systeem van anoniem solliciteren.’

Hoewel sommige partijen, zoals VVD en Denk, er tegen zijn, schijnt anoniem solliciteren een groot succes te zijn. De gemeente Den Bosch heeft onlangs bekendgemaakt ‘het succesvolle voorbeeld van Den Haag’ te volgen. Mogelijk volgen binnenkort meer grote steden. Bent u trots op dit Haagse idee?
‘Ja, we zijn er zeker trots op. We lopen op wel meer dingen voorop. Het is overigens wel een beetje een algemeen kenmerk van Den Haag dat ze net iets te bescheiden is, daar heb ik dan ook negen jaar tegen gestreden. Anderen zijn soms net iets slimmer in het verkopen van Haagse ideeën.’

Toch nog even door op de Schilderswijk. Sommige mensen zijn bezorgd, omdat ze de wijk beschouwen als een bastion van het salafisme. Is die angst dan nergens op gebaseerd?
‘Het is een PVV-verhaal, dat niet waar is. Het probleem is dat vaak niet duidelijk wordt gemaakt wat het salafisme precies is, dat zie je ook weer terugkomen in debatten van de afgelopen weken. Ik denk dat er evenveel uitleg over is als over wat moslims in Nederland zijn. Grofweg genomen is er een vorm van de orthodoxe islam, zo’n orthodoxe stroming bestaat ook binnen het protestantisme in Nederland en zelfs binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Het salafisme wordt vaak verward met het gewelddadig jihadisme of radicale stromingen die aangehangen worden door mensen die niet bereid zijn te integreren en zelfs vijandig staan ten opzichte van de samenleving. Beelden van de as-Soennah-moskee van tien jaar geleden worden tot op de dag van vandaag voorgeschoteld aan mensen, terwijl die moskee nu totaal anders is dan tien jaar geleden. Zo zie je hoe lang het doorwerkt. Daar kan ik af en toe zo kwaad over worden.’

Ook de wat ‘mildere’ stromingen van het salafisme zijn echter vrij extreem, vooral naar westerse maatstaven. Dat zorgt voor frictie.
‘Het klopt dat het salafisme een heel orthodoxe vorm van de islam is, en ik heb er zelf niets mee, net zoals ik niets heb met het orthodox-protestantisme. Maar we hebben in dit land vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Daar moet de overheid zich niet te veel mee bemoeien, tenzij er mensen zijn die dit land of deze stad afschuwelijke dingen willen aandoen. In dat geval moet er keihard repressief worden opgetreden. Dat heeft het Openbaar Ministerie dan ook gedaan naar aanleiding van de ronselpraktijken van al die ronselaars in de Schilderswijk. Dat is in 2013 begonnen en het heeft tot zware veroordelingen geleid.’

Sommigen kunnen er maar moeilijk mee omgaan dat Nederland verandert. Wat is uw boodschap aan hen?
‘In algemene zin is het zo, en dit heb ik vaak gezegd, dat Nederlanders moeten accepteren dat Nederland totaal aan het veranderen is. Het land heeft een grote moslimbevolking en het is fout om te denken van ‘we zijn tolerant ten opzichte van moslims’. Nee, ze horen er helemaal bij! Het zijn Nederlandse staatsburgers! Met rechten en plichten. Het is belangrijk om dat uit te stralen, en niet zoiets te hebben van ‘ze zijn er wel, maar ik wil ze niet zien’. De Nederlandse samenleving verandert fundamenteel.’

Uw partijgenoot Ybeltje Berckmoes wil de grenzen sluiten voor jonge mannen uit het Midden-Oosten en Afrika. ‘De wijze waarop zij dit zegt, verklaart waarom ze niet op de lijst (kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart, red.) staat’, reageerde VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Wat vindt u van Berckmoes’ uitspraak?
‘Ik ben het eens met Zijlstra.’

De VVD stelt dat de grenzen dicht noch wijd open moeten, maar dat er grenzen gesteld moeten worden. Wat vindt u daarvan?
‘Ik heb verantwoordelijkheid voor Den Haag gedragen als burgemeester, niet als VVD’er. Ik ben wel een VVD’er, maar als burgemeester sta je absoluut boven de partijen. Ik heb me de afgelopen jaren dan ook redelijk terughoudend uitgelaten over allerlei nationale politieke aangelegenheden. Desalniettemin sluit ik niet uit dat ik dat in de toekomst wel ga doen, maar nu, als burgemeester, doe ik dat niet.’

U zei onlangs in een toespraak dat nationalisten ‘simplistische, panklare oplossingen’ bieden. ‘Achter de radicale uitspraken gaapt een enorme leegte’, verklaarde u. Wie biedt wel échte oplossingen, de VVD?
‘Laat ik maar even bij Den Haag blijven. We doen veel om mensen te integreren en aan het werk te krijgen. De jeugdwerkloosheid is enorm. Samen met wethouder Rabin Baldewsingh hebben we in Den Haag een vorm van het arbeidsbureau teruggebracht, dicht bij de mensen, in onder meer de Transvaal. Daar ben ik erg trots op. We geven een enorme hoeveelheid geld uit aan werkgelegenheidscreatie. We geven veel geld uit aan onderwijs, aan voorscholen. Dat is erg belangrijk. Ik betreur het dan ook dat de nationale overheid er niet voor zorgt dat mensen die dit land binnenkomen en hier mogen blijven, kosteloos de taal kunnen leren. In Duitsland worden de kosten daarvoor bekostigd door de overheid, in Nederland moeten mensen daarvoor een lening afsluiten. Het is ongelofelijk dom van de overheid om die kosten niet te dragen, want je krijgt het altijd later op je bord. Zonder taal sta je met twee linkerhanden in een samenleving. In Duitsland zie je dat mensen met een migratieachtergrond vaak perfect Duits spreken, dat bewonder ik. In Nederland is het nog steeds een groot probleem; het feit dat de overheid de taaltraining niet bekostigd heeft daar veel mee te maken.’

U had het ook over ‘het tijdperk van de alternatieve feiten’, een verwijzing naar onder meer de retotiek van de Amerikaanse president Donald Trump. ‘Maar uiteindelijk zullen de rede en het optimisme overwinnen’, verklaarde u. Hoe gaat dat gebeuren?
‘Het is een kwestie van gezond verstand, rede en ratio. In veel speeches heb ik Spinoza, de grote filosoof uit Den Haag, aangehaald. In zijn tijd schreef hij onder grote druk van een samenleving die geïmpregneerd was met protestants denken, dominees lieten ook niet veel ruimte over voor andersdenkenden. Toch kwam Spinoza toen al op voor rede, vrijheid, vrijheid van denken. Uiteindelijk is dat de grootste kracht in de samenleving, als je de samenleving tenminste vrijheid geeft. Dat is de grootste zorg die we nu hebben over bijvoorbeeld Turkije, waarover bonskanselier Angela Merkel onlangs terecht kritische opmerkingen over heeft gemaakt. Maar de kracht van de rede en de vrijheid is zo sterk, het heeft de kracht van de zee, daarom komt het goed.’

Veel Turkse Nederlanders zijn slecht geïntegreerd, hoor je nu vaak, vooral sinds de mislukte staatsgreep afgelopen juli in Turkije. Sommigen stellen zelfs dat de integratie compleet is mislukt. Maar er is ook een ander geluid: antropoloog Thijl Sunier bijvoorbeeld zegt dat we geduld moeten hebben en dat het uiteindelijk wel goed komt. Wat is uw visie op deze kwestie?
‘Ik ben het eens met Sunier. Wij hebben overigens in Den Haag niet dezelfde fenomenen meegemaakt als in Rotterdam, zoals de pro-Erdogan-demonstraties. Toen ik in de Tweede Kamer zat als fractievoorzitter van de VVD, ben ik beziggeweest met dit vraagstuk. In die tijd heb ik mij redelijk verdiept in de situatie in Frankrijk. In Parijs heb ik gesproken met een politicoloog die veel onderzoek heeft gedaan naar integratie. Ook hij stelde dat het proces van integratie tijd nodig heeft. Het is een kwestie van tijd. Je kunt niet verwachten, en dat moet je ook niet eisen, dat mensen hun eigen cultuur afzweren, omdat ze in het Westen leven. Iedereen heeft een eigen culturele achtergrond waarmee die in het leven staat; dat geldt voor jou en ook voor mij. Laat wat dat betreft mensen hun eigen weg kiezen, dat geldt voor het geloof, maar ook voor de manier waarop zij hun leven willen inrichten. De Nederlandse samenleving verandert door de komst van mensen met een niet-westerse achtergrond. De mensen met een niet-westerse achtergrond zullen zich gaandeweg ook meer aanpassen aan een nieuwe vorm van samenleven hier in West-Europa, maar dat heeft tijd nodig. Helaas zijn er ook mensen die denken dat een radicale vorm van geloof, met gebruik van geweld, hier misschien ook zou passen, maar zij maken geen kans. Tijd is in ieder geval erg belangrijk in deze kwestie.’

Moeten we de Nederlandse cultuur verdedigen?
‘Dan komen we bij het thema van koningin Máxima: wat is de Nederlandse identiteit? Zij heeft gelijk, dé Nederlandse identiteit bestaat niet, want die identiteit verandert continu. Heel Europa is continu in verandering. Als je veertig jaar terug kijkt zou je een heel andere definitie van de Nederlandse identiteit geven. Als je naar de jaren dertig van de vorige eeuw kijkt, zie je totaal andere opvattingen en gevoelens dan nu. In die tijd was Nederland zeer doordesemd van christelijke waarden, zo ook de verkiezingsprogramma’s. Dat is er nu niet meer, of ja, het is er nog wel, maar het doordesemt de samenleving niet meer. Een samenleving is continu in verandering en het is niet altijd gemakkelijk om daar mee om te gaan, maar het is een gegeven. Daarom is er kritiek op de koningin, omdat je tot op de dag van vandaag best kunt zeggen wat Nederland nou tekent. Dat is namelijk het water, de zee, de strijd tegen het water. Daar verdienen we ook een ongelofelijke hoeveelheid geld aan, dus het is een economisch belangrijk aspect. Na de orkaan Katrina in Orlando gingen Nederlandse ingenieurs naar de Verenigde Staten om daar te helpen. Ook Jakarta en New York zijn plaatsen waar de Nederlanders hielpen bij waterproblematiek. Dat is wel heel Hollands. Het mooie ervan is vooral dat Nederland er tot op de dag van vandaag, ook voor een deel economisch, op draait. Het is iets dat volgens mij bijna iedere Nederlander mooi vindt.’

*Na het behalen van het diploma gymnasium-A op het Christelijk Gymnasium Sorghvliet studeerde Jozias van Aartsen (Den Haag, 1947) enige tijd rechten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Van 1970 tot 1974 was hij medewerker van de Tweede Kamer-fractie van de VVD. Tot 1979 was hij directeur van het wetenschappelijke bureau van de VVD, de Teldersstichting. Vervolgens trad hij in dienst bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en was hij tot 1983 hoofd van het bureau secretaris-generaal, tot 1985 plaatsvervangend secretaris-generaal en tot 1994 secretaris-generaal. Na 1994 was hij onder meer voorzitter van het beraad van het College van Secretarissen-Generaal, commissaris van de N.V. RCC (Rijkscomputercentrum), commissaris van de N.V. SDU (Staatsdrukkerij/Uitgeverij), voorzitter van het bestuur van het jeugdtheatercentrum Stella en voorzitter van het bestuur van het Nederlands Instituut voor Kunsteducatie. Van 1994 tot 1998 was hij minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het kabinet-Kok II. In 1998 ging hij namens de VVD de Tweede Kamer in, waar hij enkele jaren fractievoorzitter (2003-2006) en politiek leider (2004-2006) van zijn partij was. Van 1998 tot 2002 was hij minister van Buitenlandse Zaken (1998-2002) in de kabinetten Kok II en Balkenende I. Van 2008 tot 2017 was hij burgemeester van Den Haag. In 2011 was hij betrokken bij de oprichting van The Hague Institute for Global Justice, een internationale denktank. Hij heeft verschillende prestigieuze onderscheidingen gekregen, waaronder Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1994) en Officier in de Orde van Oranje-Nassau (2002). Zijn vader Jan van Aartsen was minister van Verkeer en Waterstaat in de kabinetten Drees III en Marijnen en later commissaris van de Koningin namens de Anti-Revolutionaire Partij. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen.

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, extremisme en Turkije. Eindredacteur van de Kanttekening.