‘De repressie in Turkije escaleert in rap tempo’

Foto: Amnesty International. Andrew Gardner (1981) is sinds 2007 verbonden aan Amnesty International. Sindsdien heeft hij gewerkt aan issues als vrijheid van meningsuiting en vergadering, marteling, straffeloosheid voor mensenrechtenschendingen, vluchtelingenrechten en rechten van de LGBTQ+-community. Eerder was hij actief voor civil society-organisaties in Turkije en andere landen. Hij heeft een LLM-titel in Internationale Mensenrechtenwetgeving (Essex University) en spreekt vloeiend Turks.
‘De EU en de VS spreken zich niet genoeg uit tegen de mensenrechtenschendingen in Turkije’, zegt Andrew Gardner. ‘Ze gaan jammergenoeg vaak niet verder dan ‘we zijn bezorgd’ of ‘we roepen Turkije op de mensenrechten te respecteren’.’

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International organiseerde onlangs een informatiebijeenkomst in Amsterdam over de situatie in Turkije na de mislukte staatsgreep van medio juli in het land, onder de naam Turkije na de couppoging: repressie en geweld. De Kanttekening was ook aanwezig en sprak Amnesty’s Turkije-onderzoeker Andrew Gardner, onder meer over de obstakels die het regime van president Recep Tayyip Erdogan opwerpt voor Amnesty en soortgelijke organisaties, de marteling van vermeende verdachten van de couppoging, de onderdrukking van de Turkse persvrijheid, de houding van de Verenigde Staten en Europa tegenover de mensenrechtenschendingen in het land en de situatie in het zuidoosten van het land, waar de bevolking ernstig lijdt onder de strijd tussen het leger en de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die op de Turkse, Europese en Amerikaanse terreurlijsten staat.

Marteling
‘Er zijn wijdverspreide beschuldigingen van marteling en slechte behandeling van mensen die zijn gevangengezet na de couppoging’, zegt Gardner. ‘De martelingen zijn één van de vele zorgwekkende reacties van het bewind op de couppoging. Er zijn martelingszaken die doen denken aan de martelingen van de jaren tachtig en negentig.’

In de jaren tachtig en negentig waren in het zuidoosten van Turkije misdaden zoals martelingen, gedwongen verdwijningen en moorden aan de orde van de dag. De gevreesde ‘contra-terrorisme-organisatie’ van de gendarmerie, de Gendarmerie-inlichtingen en Terreurbestrijding (JITEM), die eind jaren tachtig werd opgericht, wordt verantwoordelijk gehouden voor een groot deel van die misdaden. Het bestaan van de organisatie werd lange tijd ontkend door de staat. Onder anderen oud-premiers Bülent Ecevit en Mesut Yilmaz hebben het bestaan van de organisatie bevestigd.

Toentertijd waren voornamelijk Koerden slachtoffer van marteling, nu worden behalve Koerden ook vermeende verdachten van de couppoging die banden zouden hebben met de Gülen-beweging, gemarteld. Amnesty bracht daarover een onderzoeksrapport uit, anderhalve week na de couppoging. ‘Amnesty heeft bewijs verzameld dat mensen die zijn opgepakt na de mislukte coup in Turkije worden geslagen, gemarteld en in sommige gevallen verkracht’, meldde Amnesty. ‘Uit gesprekken die Amnesty-onderzoekers voerden met advocaten, dokters en een persoon die in een detentiecentrum werkt, komt een schokkend en eenduidig beeld naar voren van mishandeling en marteling in verschillende detentiecentra in het land.’

Amnesty riep het Erdogan-regime op onmiddellijk onafhankelijke waarnemers toe te laten om de situatie te controleren. Het regime ontkende echter de martelingen. Minister van Justitie Bekir Bozdag beschuldigde Amnesty van ‘het verkondigen van propaganda’.

‘Net als bij al onze onderzoeken zijn we ook bij dit onderzoek naar de martelingen zeer zorgvuldig te werk gegaan bij het verzamelen van informatie. Het is gebaseerd op betrouwbare bronnen’, zegt Gardner. ‘Het feit dat de regering het afdeed als ‘totale onzin’ in plaats van maatregelen te nemen tegen de martelingspraktijken, is funest. Het is kenmerkend voor de manier waarop de autoriteiten reageren op kritiek.’

Een monitoringscommissie van advocaten, die lid zijn van de verenigingen Vereniging voor Solidariteit met de Families van Gevangenen (TUAD), Vereniging van Juristen voor Vrijheid (OHD) en Vereniging van Advocaten voor Vrijheid (ODAV), bevestigde na de publicatie van het Amnesty-rapport dat sinds de afkondiging van de noodtoestand na de couppoging, marteling ‘stelselmatig’ en ‘op grote schaal’ plaatsvindt.

Intussen hebben media sinds de couppoging melding gemaakt van vierentwintig vermeende zelfmoorden in gevangenissen van vermeende verdachten van de couppoging, onder wie militairen en docenten. Het gaat om verdachte sterfgevallen. Mensenrechtenactivisten, journalisten en andere waarnemers in Turkije vermoeden dat de vierentwintig gevangenen, of in ieder geval een deel van hen, geen zelfmoord hebben gepleegd, maar zijn vermoord. De Turkse journalist en schrijver Ahmet Aziz Nesin, die in Parijs woont, is er zelfs van overtuigd dat er geen twijfel over mogelijk is dat de vierentwintig personen zijn vermoord in opdracht van president Erdogan. ‘Erdogan en zijn oligarchie had nooit zo veel mensen in zo een korte tijd kunnen veroordelen tot de doodstraf. Daarom laat hij hen vermoorden’, twitterde Nesin op 19 november.

Heeft Amnesty informatie over de vierentwintig zaken? Gardner: ‘We zijn op de hoogte van de verdachte doden. We hebben er onderzoek naar gedaan en blijven dat doen, maar we beschikken momenteel niet over definitieve informatie over de zaken en kunnen dan ook niet bevestigen of mensen zijn vermoord.’

Mediablackout
Omdat er geen waarnemers toegelaten worden tot de gevangenissen, is het voor organisaties als Amnesty moeilijk om de situatie van gevangenen in kaart te brengen. ‘Het is sowieso veel moeilijker geworden voor ons om veldonderzoek te doen’, zegt Gardner. ‘Ook gebieden in het zuidoosten van het land binnenkomen, is een groot probleem. Zo werd mij afgelopen juni de toegang tot Cizre, waar ik veldonderzoek wilde doen, ontzegd. Niet alleen Amnesty, ook onder anderen vertegenwoordigers van Human Rights Watch (HRW) en het Kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties (OHCHR) werden geblokkeerd.’ Gardner wijst erop dat ook het contact met de autoriteiten is verslechterd. ‘Zelfs informatie krijgen van lokale en nationale autoriteiten, is erg moeilijk geworden, omdat ze vaak niet meer met ons willen praten.’

Terwijl organisaties als Amnesty het werken moeilijk wordt gemaakt, gaat de bevolking gebukt onder een ware mediablackout. ‘Nagenoeg alle kritische media zijn gesloten, en dan niet alleen nationale, maar ook regionale media. Van Koerdische tot pro-Gülen en van seculiere tot linkse media, niemand is ontkomen aan de onderdrukking van de persvrijheid. Daardoor hebben mensen nog nauwelijks meer toegang tot informatie over ontwikkelingen in het land. De informatie die de autoriteiten hen voorschotelen, daar moeten zij het voornamelijk mee doen. Ook informatie vergaren op social media wordt steeds moeilijker, omdat vergaande beperkingen zijn opgelegd aan de toegang tot social media-platforms, zoals Twitter en Facebook. De situatie is beangstigend.’

Lijdt Amnesty ook aan de gevolgen van de mediablackout? ‘De persbreidel heeft een netelige situatie gecreëerd voor de bevolking, maar niet zozeer voor Amnesty, aangezien de media nooit Amnesty’s primaire bron van informatie is geweest’, laat Gardner weten. ‘Wij vergaren voornamelijk informatie door middel van veldonderzoek, dus door relevante plaatsen te bezoeken en aldaar mensen te interviewen, hoewel dat nu dus moeilijker is geworden. Daarnaast krijgen we informatie van bijvoorbeeld advocaten.’

Europa
De schending van de democratie bereikte onlangs een nieuw dieptepunt. Eerst werden eind vorige maand journalisten van de laatste grote kritische krant in het land, de linkse, kemalistische Cumhuriyet, gevangengezet. Vervolgens werden begin deze maand parlementariërs en lokale politici van twee linkse pro-Koerdische partijen, de HDP (Democratische Partij van de Volkeren) en de DBP (Partij van de Democratische Regio’s), gearresteerd, onder wie de twee leiders van de HDP, Selahattin Demirtas en Figen Yüksekdag.

Daarop riep de Turkije-rapporteur van het Europees Parlement, Kati Piri, de EU op de toetredingsonderhandelingen met het Erdogan-regime te bevriezen. Een ruime meerderheid van het Europees Parlement stemde donderdag in met die oproep vanwege ‘de disproportionele onderdrukkende maatregelen’ in Turkije sinds de couppoging.

Een dag na het besluit van het parlement dreigde Erdogan vluchtelingen in Turkije naar Europa te sturen. ‘Luister! Als jullie (de Europese Unie, red.) nog verder gaan, worden de grensovergangen opengesteld, weet dat, weet dat, weet dat, ik noch dit volk is gevoelig voor droge dreigementen, weet dat’, zei hij.

Net als de EU maakt ook Gardner zich zorgen over de systematische uitholling van de Turkse democratie. ‘De arrestatie van de HDP-parlementsleden was ronduit shockerend, het is een enorme escalatie van de repressieve maatregelen. Hetzelfde geldt voor de arrestatie van de lokale politici van de HDP en de DBP en de journalisten van Cumhuriyet. Deze ontwikkelingen laten zien dat de repressie in rap tempo escaleert. De arrestatie van pro-Koerdische politici is niet alleen een aanval op hen, maar ook op de miljoenen mensen die op hen hebben gestemd.’

Gardner begrijpt het besluit van het Europees Parlement om de toetredingsonderhandelingen met het Erdogan-regime te staken, maar wijst op het belang van het voortzetten van de dialoog met Ankara om de mensenrechtensituatie in Turkije te verbeteren. ‘Als je kijkt naar de geschiedenis van de toetredingsonderhandelingen, dan zie je dat ze een positief effect hebben gehad op de mensenrechten in Turkije. Maar de huidige stand van zaken in de betrekkingen tussen Turkije en de EU, is ongewenst. Daarmee bedoel ik dat de EU zich in haar relatie met Turkije te veel richt op haar eigen belangen. De moraal in Europa is heel ver te zoeken. Eén van de belangen van de EU is de vluchtelingendeal. De EU heeft Turkije nodig om de vluchtelingenstroom naar Europa tegen te houden, en heeft daarbij te weinig oog voor de mensenrechtensituatie in het land.’

Gardner vindt dat het karakter van de Turks-Europese, maar ook Turks-Amerikaanse betrekkingen moet veranderen. ‘Om een gezonde relatie te kunnen ontwikkelen met Turkije moet de EU haar focus verschuiven van het uitsluitend behartigen van persoonlijke belangen naar mensenrechten’, betoogt Gardner. ‘De EU en de VS spreken zich niet genoeg uit tegen de mensenrechtenschendingen in Turkije. Beide machtsblokken hebben de schendingen wel degelijk veroordeeld, meermaals, maar zonder overtuiging. Ze gaan jammergenoeg vaak niet verder dan ‘we zijn bezorgd’ of ‘we roepen Turkije op de mensenrechten te respecteren’. Het verbeteren van de mensenrechtensituatie in Turkije moet de basis vormen van de Turks-Amerikaanse en Turks-Europese betrekkingen. Dat zou een solide basis zijn voor een harmonieuze relatie waarin persoonlijke politieke, geopolitieke of economische belangen niet botsen met ethische waarden.’

Rechtvaardigheid
‘De onderdrukking is zodanig geëscaleerd dat nu werkelijk álle critici potentiële slachtoffers zijn van het regime’, zegt Gardner. ‘Al ruim voor de couppoging was sprake van een flagrante systematische verplettering van kritische geluiden, zoals de overname van het kritische dagblad Zaman afgelopen maart. Na de couppoging is de onderdrukking van de oppositie verbreed en in een stroomversnelling terechtgekomen. Tot de couppoging waren voornamelijk mensen van de Gülen-beweging het doelwit, nu worden alle critici van het bewind, onder wie linksgeoriënteerden, seculieren en Koerden, onder vuur genomen.’

De oplossing? ‘Rechtvaardigheid’, stelt Gardner. ‘Degenen die verantwoordelijk zijn voor de couppoging moeten vervolgd worden. Het bewind heeft het recht, sterker nog de verantwoordelijkheid dat te doen. Dat staat buiten kijf. Waar het ons om gaat, is dat het bewind daarbij niet buiten de grenzen van de rechtsstaat treedt. Dé manier om bedreigingen aan het adres van de politieke macht, zoals bijvoorbeeld een couppoging, te voorkomen, is de mensenrechten respecteren, de rechtsstaat in stand houden en de democratische instituties versterken.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, moslimextremisme en Turkije. Eindredacteur van de Kanttekening.