‘Wij-zij-denken duwt mensen in isolement’

Foto: D66. Ingrid van Engelshoven (Delfzijl, 1966) beheert sinds 2010 als wethouder van Den Haag de portefeuilles onderwijs, deconcentratie en stadsdelen. Ze groeide op in Vlaardingen en woonde geruime tijd in België. Ze studeerde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (beleids- en bestuurswetenschappen) en de Universiteit Leiden (Nederlands recht). In haar studententijd was ze voorzitter van de afdeling Nijmegen van D66. Ze stond op plek acht op de kandidatenlijst van D66 voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2006, maar werd niet verkozen. Ze was van 2007 tot 2013 partijvoorzitter van D66.
‘De PVV slaat wild om zich heen, drijft mensen uit elkaar en heeft nog nooit een probleem tot een oplossing gebracht.’

Wethouder Ingrid van Engelshoven is de lijsttrekker van D66 in Den Haag bij de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart. In een interview met deze krant roept ze Hagenaars op goed na te denken over in wat voor stad ze op 20 maart wakker willen worden. ‘Wil je wakker worden in een stad waar mensen tegenover elkaar staan of een stad waar mensen met elkaar optrekken?’

Er zijn veel zwarte scholen in Den Haag. Ben je van plan maatregelen te nemen om segregatie in het onderwijs tegen te gaan?
‘Het bestrijden van zwarte scholen is voor mij geen doel op zich. Wel vind ik het belangrijk dat een school qua ‘populatie’ een afspiegeling is van de wijken waar die staat. En dan is het helaas zo dat er in Den Haag heel witte en zwarte wijken zijn. Dat zie je ook terug in de scholen in die buurten. Maar voor mij is het belangrijkste dat scholen kwalitatief goed zijn. Wij proberen ervoor te zorgen dat elke school in Den Haag kwalitatief een goede school is. Een mooi voorbeeld is de Van Ostadeschool in de Schilderswijk, een zwarte school die zowel in 2012 als 2013 als enige Haagse school het predicaat ‘excellente school’ heeft gekregen. Verder is het ontzettend belangrijk, zeker als het gaat om basisonderwijs, dat een school ook een functie heeft binnen de buurt. Wij werken dan ook bewust aan het uitrollen van brede buurtscholen, omdat de school de verbinding kan leggen tussen kinderen, het gezin en de buurt.’

Sommigen politieke partijen beschouwen zwarte scholen als een obstakel voor integratie. Een argument dat vaak aangehaald wordt, is dat door het bestaan van zulke scholen autochtone en ‘nieuwe’ Nederlanders niet of nauwelijks met elkaar in contact komen waardoor ze zich vervreemden van elkaar. Is integratie zonder gemengde scholen onmogelijk?
‘Er zijn steden waar een soort gedwongen menging is in het onderwijs. Daarbij wordt, onder meer, gebruik gemaakt van twee wachtlijsten per school, één wachtlijst voor ‘achterstandsleerlingen’ en één voor leerlingen zonder achterstand. Daar ben ik geen voorstander van, omdat het ten koste gaat van de vrije schoolkeuze van ouders. Wat wij wel hebben ingevoerd in Den Haag is de Eén Aanmeldleeftijd-regeling, waardoor alle ouders dezelfde kans hebben om hun kinderen op de school van de eerste voorkeur terecht te laten komen. Daarnaast proberen we door het stimuleren van allerlei verschillende activiteiten ieder kind een brede oriëntatie op de stad en wereld te geven. Ik zou het ook mooier vinden als wijken in Den Haag veel meer gemengd zouden zijn. Dat dat niet zo is heeft deels ook te maken met hoe de woningvoorraad in elkaar zit, maar ook met de keuzes van mensen, die het recht hebben ervoor te kiezen om dicht bij herkomstgenoten te wonen. Dat neemt niet weg dat contact tussen kinderen met verschillende achtergronden, gestimuleerd moet worden. In Den Haag worden, bijvoorbeeld, stedelijke cultuureducatieve projecten en activiteiten en sporttoernooien georganiseerd. Op die manier worden kinderen met verschillende achtergronden met elkaar in aanraking gebracht. Maar het belangrijkste blijft echter kinderen goed basisonderwijs mee te geven, op basis waarvan ze met goede sociale vaardigheden vol zelfvertrouwen in de wereld kunnen staan. Dat is belangrijker dan het op een geforceerde manier bij elkaar brengen van kinderen uit verschillende bevolkingsgroepen.’

Een artikel in Trouw waarin een deel van de Schilderswijk de shariadriehoek wordt genoemd, leidde vorig jaar tot een gespannen publiek debat over de islam, integratie en segregatie. Bestaan er shariawijken in Den Haag?
‘Ik vind het nogal een opgeklopt verhaal. We hebben in Den Haag, helaas, een grote PVV, die dit soort signalen bewust uitmelkt om mensen tegen elkaar op te zetten. Waar het om gaat is: wil je een stad waar mensen naast elkaar of tegenover elkaar staan? De PVV probeert ervoor te zorgen dat mensen tegenover elkaar komen te staan door scherpe tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen te creëren en alles wat met de islam te maken heeft af te schilderen als slecht en negatief. Natuurlijk zijn er zeker ook in Den Haag mensen die een orthodoxe vorm van de islam aanhangen en daardoor mensen met andere overtuigingen en een andere levensstijl, onder druk zetten. Maar ons antwoord blijft: investeren in goed onderwijs, ondernemerschap en werkgelegenheid en het verbinden van mensen met elkaar. Het creëren van tegenstellingen, het wij-zij-denken duwt mensen in isolement.’

Hoe ziet het dagelijkse leven in de vermeende shariadriehoek eruit? Wat voor mensen wonen er?
‘Ik kom regelmatig in de vermeende shariadriehoek, want daar staat Het Startpunt, één van de leukste basisscholen in de stad. Wat ik daar zie zijn ouders die willen dat hun kinderen de kans krijgen om zich te ontwikkelen. Ze willen zich verbinden met de samenleving, maar het feit dat ze dag in dag uit, in een hoek worden gedrukt, maakt dat veel lastiger en moeilijker dan nodig is. Daarom vind ik het heel belangrijk dat bij de komende gemeenteraadsverkiezingen, de Hagenaar daartegen stelling neemt. Ik wil niet wonen in een stad waar mensen tegen elkaar worden op- gezet. Problemen in deze stad kunnen niet worden opgelost door de PVV. De PVV slaat wild om zich heen, drijft mensen uit elkaar en heeft nog nooit een probleem tot een oplossing gebracht. Op de Haagse Hogeschool sprak ik onlangs een paar jonge, ambitieuze Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Ze vertelden me dat ze hard studeren en een mooie toekomst willen opbouwen. Ze vertelden me echter ook dat ze zich steeds minder welkom voelen in Nederland en daarom overwegen te emigreren naar Turkije of Marokko. Dat is schrijnend, ik vind het pijnlijk om dat te horen van mensen die hier geboren zijn. Ik zal me dan ook, met al mijn kunnen, verzetten tegen de politieke mentaliteit die daar verantwoordelijk voor is.’

Zit de PVV er vollédig naast of heeft de partij ook bepaalde punten die we serieus moeten nemen?
‘Het is voor een deel puur populisme. Kijk maar naar wat de PVV-fractie in de Haagse gemeenteraad heeft gedaan. Ze hebben niets bereikt. Ik heb ook niet de indruk dat ze dat belangrijk vinden. Ze doen ook geen enkele poging om samen te werken met andere partijen. Wat we ons moeten aantrekken is dat de PVV een grote groep Hagenaars weet te mobiliseren. Dat zijn mensen die angstig zijn, onzeker zijn over hun toekomst en ontevreden zijn over bepaalde dingen die in de stad gebeuren. Wat ik die mensen duidelijk wil maken is dat mopperen over nieuwkomers geen zin heeft. Hun problemen worden niet opgelost door met de vinger te wijzen naar de ander. Als je met de vinger naar de ander wijst, dan moet je niet verrast opkijken als de ander terugwijst. Problemen oplossen doe je niet door moslims en andere groepen de schuld te geven. Wel door constant te zoeken naar manieren om wijken te verbeteren en leefbaarder te maken. Eén van de manieren om dat te doen, is investeren in verbinding tussen mensen, zodat ze elkaar beter leren kennen. Den Haag is een fantastische stad, een internationale stad van vrede en recht waar bijna 170 nationaliteiten wonen. We leven niet meer in de Den Haag van de jaren vijftig en dat komt ook nooit meer terug.’

Vorig jaar wees Lodewijk Asscher in een opiniestuk op negatieve neveneffecten van het vrije werkverkeer, zoals verdringing tot uitbuiting, en kondigde zelfs een ‘code oranje’ af voor het vrije werkverkeer binnen de Europese Unie. Overdreven of gepast?
‘Zwaar overdreven. Vooral zijn ‘code oranje’. Hij gebruikt verkeerde woorden. Als het over mensen gaat moet je de termen die je wil gebruiken zorgvuldig uitkiezen. Als je naar de migratiecijfers in Den Haag kijkt, dan vallen de aantallen best mee. Het is niet zo dat per 1 januari hordes Roemen en Bulgaren deze kant op zijn gekomen. Dus het beeld dat Nederland overspoeld zou worden met arbeidsmigranten, klopt niet met de feiten. Wat er wel moet gebeuren is dat ervoor gezorgd moet worden dat die mensen niet uitgebuit worden. Dus moet er, bijvoorbeeld, voor gezorgd worden dat ze werken op basis van goede, degelijke arbeidsvoorwaarden, dat ze niet de dupe worden van schijnconstructies en dat ze niet geëxploiteerd worden door huisjesmelkers.’

Wat is je boodschap aan Hagenaars die nog niet weten op wie ze gaan stemmen op 19 maart?
‘Ga vooral stemmen. Laat je stem horen. En denk goed na over in wat voor stad je op 20 maart wakker wil worden. Wil je wakker worden in een stad waar mensen tegenover elkaar staan of een stad waar mensen met elkaar optrekken?’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, moslimextremisme en Turkije. Eindredacteur van de Kanttekening.