6.3 C
Amsterdam

Zangeres Noam Vazana: ‘Als we elkaar vaker ontmoeten, worden we minder racistisch’

Remco van Mulligen
Journalist, eindredacteur De Kanttekening

Lees meer

Liefst had zangeres Noam Vazana een ‘wereldpaspoort’ gehad, zonder nationaliteit. Als Israëlische komt ze bijvoorbeeld Indonesië niet in, terwijl ze de mensen daar graag wil ontmoeten. De Joodse artieste zingt op haar nieuwste album in het Ladino, een taal die haar oorsprong kent in Moors Spanje en die tegenwoordig onder andere nog in Turkije wordt gesproken.


Vazana groeide op in Israël, maar woont al jaren in Amsterdam. Haar familie is Marokkaans en Sefardisch joods – een traditionele stroming in het jodendom. Vazana, als singer-songwriter ook bekend als Nani, verenigt meer identiteiten in zich dan veel anderen met een multiculturele achtergrond.

We spreken Noam Vazana in een café in Amsterdam, vlakbij het Waterlooplein. ‘Ik heb de ziekte van Crohn en ze weten wat ik dan wel en niet mag eten’, vertelt ze terwijl ze een salade met kip naar binnen werkt. Ze vertelt openhartig over haar familie in Israël, over haar belevenissen in Marokko en over haar samenwerkingsproject met een Turks koor.

Sinds enkele jaren heeft Vazana een grote passie voor het Ladino, een Joodse taal die in de middeleeuwen ontstond in Spanje en Portugal. Het is een bedreigde taal. In Izmir in Turkije woont op dit moment de grootste Ladino-sprekende gemeenschap. Ooit woonden in die stad dertigduizend Sefardische Joden, tegenwoordig nog maar dertienhonderd. Wereldwijd zijn er nog enkele tienduizenden die de taal spreken, vaak als tweede taal.

Vazana leerde Ladino van haar oma. Op haar nieuwste album, Ke Haber (‘Wat is nieuw’), zingt ze vrijwel volledig in deze taal. Een ‘reddingsmissie’ om de taal levend te houden, vertelt ze. Zondag trad ze in Amsterdam op. In 2023 tourt Nani in diverse landen, waaronder Nederland.

Waarover zing je op dit album?

‘Over hedendaagse onderwerpen: moeder-dochterrelaties, gender, liefde. De melodieën zijn allemaal door mijzelf gecomponeerd en sommige liedjes ook. Maar andere zijn oud, soms zelfs gebaseerd op middeleeuwse poëzie – en dan steek ik ze in een nieuw jasje. Ik ga onder andere tegen de traditie van gearrangeerde huwelijken in.’

In hoeverre speelt dat nu dan nog?

‘In mijn cultuur gebeurt dat nog vaak. Mijn ouders vonden het bijvoorbeeld maar niks dat ik niet voor m’n vierentwinigste trouwde.’

Was hun eigen huwelijk gearrangeerd?

‘Nee, mijn ouders zijn in die zin rebellen. Ik niet, ik was altijd braaf. Mensen noemen mij altijd een rebel, waarschijnlijk omdat ik als persoon krachtig overkom. Maar ik ben gewoon assertief.’

In Turkije is er een Ladino-sprekende gemeenschap. Leeft deze bijna dode taal daar nog wel?

‘Overal is Ladino stervende, maar de grootste gemeenschap die de taal nog spreekt, vind je bij Izmir. Daar heb je zelfs een krant in het Ladino. Ik ben vijf keer in Turkije geweest, maar nooit in Izmir. Het eerste liedje op Ke Haber is gezongen in het Turks en Ladino.’

Waarom wil je zingen in een oude taal die bijna niemand verstaat?

‘Als je kijkt naar de verhalen die in het Ladino verteld worden, zie je dat mensen in alle tijden met dezelfde onderwerpen bezig zijn. Kijk je naar het verleden, dan zie je de toekomst. In de negentiende eeuw ging het al over geslachtsverandering, transgender dus. Onze generatie is helemaal niet origineel. Daarom zing ik over die onderwerpen aan de hand van oude poëzie, waarin dat ook al speelt.’

‘De Verenigde Naties moeten ingrijpen, de wereld moet iets doen aan de situatie in Gaza.’

Ladino is een taal van en voor vrouwen, zeg je. Hoe zit dat?

‘De taal is bedacht door oma’s die thuisbleven toen hun mannen naar de synagoge gingen om Hebreeuws te leren. Hebreeuws was een heilige taal. Vrouwen moesten alles regelen, gingen naar de markt, moesten roddelen – want er was nog geen krant. Onder hen ontstond Ladino, als Joods-Spaanse taal met invloeden van Portugees, Arabisch en Hebreeuws. Moeders leerden de taal weer aan hun dochters.’

Reis naar Fez

Je bent Joods. Heb je een traditionele opvoeding gehad?

‘Als het gaat om de rol van de vrouw wel. Mijn ouders keuren sommige dingen die ik doe af. Ik trouwde pas toen ik drieendertig was en ik woonde toen al zeven jaar samen met mijn vriend. Dat was voor hen onacceptabel. Eerder had ik een Nederlandse vriend, half Surinaams. Vonden ze helemaal niet leuk. ‘Wat is dit? Een goj?’ Ook vonden ze het niet goed dat ik Israël verliet.’

Je herontdekte het Ladino toen je Marokko bezocht. Wat is er gebeurd?

‘Ik was uitgenodigd voor het Tangier Jazz Festival. Toen ik met mijn man rondreisde in Marokko, kwamen we in Fez. Super inspirerend, supermooi. Op straat krijg je inspiratie. Ik had nog nooit zo’n grote medina (het oudste deel van Noord-Afrikaanse steden, red.) gezien. Iedereen was met ezels bezig. Geen asfalt. Alsof je terug in de tijd gaat.

Ik was voor het eerst in het land van mijn afkomst en na twee weken begon zich dat aan me op te dringen. Op gegeven moment hoorde ik in de straatjes van Fez een melodie die ik herkende. Een paar dagen later realiseerde ik me dat dit de melodie was die mijn oma vroeger in het Ladino zong, maar in Fez zongen ze het in het Arabisch.’

Is Marokko, net als Israël, deel van je identiteit?

‘Ik vind dat je je thuis altijd in je draagt, maar ga antwoorden met een verhaal. Mijn vader wilde met mij naar Egypte en ik moest toen een paspoort halen. ‘Mag ik ook een wereldpaspoort?’, vroeg ik. Ik snap het concept van grenzen niet. Een land, een leger, ik begrijp dat niet. Als je dood bent, kun je niets meenemen. Ik mag met mijn Israëlische paspoort niet naar Iran of Indonesië, maar ik wil daar wel heen. Ik wil die mensen ontmoeten.’

Je bent een vrouw met zwart haar, bruine ogen. Word je ook gelabeld in onze samenleving?

‘Als ik optreed, word ik altijd in de rubriek ‘diversiteit’ geplaatst. Als Joodse, Marokkaanse. Mensen zeggen meestal: exotisch. Maar wat betekent dat?’

Onlangs stelde Abdelkader Benali dat Europa nog steeds weinig ruimte geeft aan mensen met niet-westerse wortels. Ervaar jij in Nederland genoeg ruimte om jezelf te zijn?

‘Labeltjes zijn niet te vermijden, want zo werkt ons hoofd. Ik ken één blanke man die weleens naar de Marokkaanse bakkerij gaat, maar hij is de enige. Ik heb in de Bijlmer gewoond en daar zie je ook dat iedereen bij zijn eigen volk wil blijven. We hebben een groep nodig om te kunnen overleven.

Tegelijk hebben we niet door hoe het tussen groepen kan botsen. Daarom hebben we problemen met racisme, discriminatie, gender. Ik hoor mensen spreken over fobieën: xenofobie, homofobie, islamofobie. Het is geen fobie. Want waar ben je bang voor? Dat een homo je bespringt, dat een moslim een aanslag pleegt? Dat achter de hoofddoek een monster zit? Dan heb je niet goed genoeg nagedacht.

Geert Wilders wilde de boerka verbieden. Hij maakte een voorstel om bij de passages van de metro te controleren of iemand met een boerka er doorheen wil, en als dat zo is gaan de poortjes niet open. Hij wilde dit doen met een speciaal it-systeem. Maar dat kon geen onderscheid maken tussen boerka of een afro of een andere vorm van hoofdbedekking.’

Aangevallen tijdens optreden


Vazana heeft diverse malen opgetreden in Marokko, het land van haar ouders. Haar familie is waarschijnlijk cultureel meer Marokkaans dan Sefardisch-Joods, vertelt ze. Haar ouders moesten in de jaren vijftig met hun families vluchten. De Fransen dreven in 1953 sultan Mohammed V in ballingschap. Na diens vertrek viel Marokko ten prooi aan geweld van nationalistische milities, die af wilden van de overheersing door Frankrijk. De Joodse minderheid kreeg intimidatie en aanslagen te verduren.

In die tijd kwam een massale migratie op gang naar Israël. Ook Vazanas ouders en grootouders maakten daar deel van uit. Ze heeft echter geen negatieve gevoelens over Marokko door dit verleden. Bij optredens ontvingen Marokkanen haar positief, herinnert ze zich. Op één keer na, in 2017, toen de Marokkaanse afdeling van BDS, die pleit voor boycot, desinvestering en sancties tegen Israël, een campagne tegen haar startte.

Wat was hun kritiek op jou?

‘Ze verspreidden fake news over mij, dat in de hele Arabische wereld voor ophef zorgde. Daarin beweerden ze dat ik soldaat was in het Israëlische leger en dat ik duizend Palestijnse kinderen had vermoord. Met mijn trombone, blijkbaar, want ik was geen soldaat, maar zat in het orkest van het leger.’

Moet je verplicht in het leger in Israël?

‘Als vrouw moet je twee jaar in het leger, als man drie jaar. Door de campagne van BDS waren er demonstraties, waarbij borden met mijn afbeelding erop zijn verbrand. Als je die video’s kijkt, denk je: het zijn vierhonderd man. Maar er waren slechts veertig demonstranten. Daar stond tegenover dat meer dan duizend Marokkaanse fans een petitie tekenden om mij te steunen.’

‘Zet één Joods persoon alleen in een kamer en je hebt twee tegengestelde meningen.’

Beïnvloedt dit hoe je naar BDS kijkt?

‘Ik vind dat het boycotten van mensen nooit werkt. In Marokko was BDS ook nog eens gewelddadig. Tijdens mijn optreden rende iemand het podium op om mij aan te vallen. Hij bereikte me bijna, op veertig centimeter afstand, toen een beveiliger hem tegenhield. In Nederland doet BDS geweldloze demonstraties, dat is geen probleem. Iedereen mag zijn mening uiten.’

Palestijnse vrienden

Als Israëlische word je vast ook in Nederland aangesproken op wat de regering en het leger van Israël doen. Zoals de kolonisatie en annexatie van de Westelijke Jordaanoever. En de nieuwe regering, waar nogal wat extremisten in zitten. Hoe reageer je daarop?

‘Die discussies had ik in Israël ook, toen ik daar woonde. Ik zie wat er in dat land gebeurt. Ik sta voor mensenrechten en als die worden geschonden, heb ik daar problemen mee.’

Dat doet Israël toch redelijk massaal?

‘Dat gebeurt aan beide kanten. Ik ben nooit in Gaza geweest, want het is afgesloten door Israël, Egypte en Soedan. Op zee wachten schepen uit Qatar de mensen op. De burgers zitten daar in een gevangenis. Ze kunnen er niet weg, zelfs niet via de zee. De VN moet ingrijpen. De wereld moet iets doen.’

Houdt die situatie je bezig?

‘In het verleden, toen ik daar woonde, veel meer. Maar nu in Nederland minder.’

Kan jij als Israëlische goed contact hebben met Palestijnen?

‘Op de Westbank heb ik Palestijnse vrienden. Ook onder Druzen en Bedoeïenen trouwens. Mijn vader is rijinstructeur, geeft les aan Druzen en Bedoeïenen. Hij is racistisch als het op politiek aankomt, maar ook weer niet zo, dat hij hen niet accepteert als leerling. Vooral als het op politiek aankomt, is hij racistisch. Je kunt die politieke ideeën hebben, maar als je Palestijnse buurman aanbelt voor een kopje suiker, geef je het hem. Dat is de weg naar een oplossing.

Als je mensen ontmoet, word je minder racistisch. Ik denk dat er reclames moeten komen: ‘Het is goedkoper om je auto te laten repareren in de Westbank!’ Want iedereen is zuinig. Dan gaan Israëli’s daarheen en ontmoeten ze Palestijnen en gaan ze praten.

Voel je je nog betrokken bij Israël?

Mijn familie woont er nog. Mijn ouders wonen in Beër Sjeva in het zuiden van Israël, waar regelmatig raketten vanuit Gaza neerkomen. Twee jaar geleden viel er een raket twee huizen bij hun huis vandaan. Dat huis was helemaal vernietigd. Dan voel je dat je in gevaar bent. Ik reken niet alle Gazanen af op de terroristen die deze raketten sturen. Je moet alleen de extremisten verantwoordelijk houden.’

Deze week dankte Israël de Marokkaanse koning voor wat zijn opa als sultan tijdens de Tweede Wereldoorlog had gedaan voor de Joden. Hoe ervaar jij dat? Jouw ouders zijn daar juist weggevlucht.

‘Zij vluchtten pas na de oorlog. Tijdens de oorlog zei de koning: we hebben geen Joodse burgers, maar alleen burgers. Dat was toen vooruitstrevend.’

Waarom moesten ze tien jaar later alsnog vluchten?

‘Er was in de jaren vijftig een periode waarin het voor Joden niet goed was. Dat is inmiddels weer veranderd. Mijn ouders vertrokken vanwege het geweld uit Marokko, maar nu er in hun straat in Beër Sjeva weer raketten vallen, gaan ze niet opnieuw weg. Je raakt eraan gewend. En ze denken: je wordt niet twee keer door de bliksem getroffen.’

Eten met een Turks koor

In Nederland probeert Vazana bruggen te slaan naar mensen met andere achtergronden, vooral ook moslims. Vorig jaar componeerde ze een interreligieuze gebedsoproep, waarin onder andere de islamitische adhan, maar ook christelijke en Joodse liederen verwerkt zijn.

Ook zocht Vazana tien jaar geleden met het door haar opgerichte zangkoor Hebrew Groove toenadering tot een Turks-Nederlands koor. Zo komen in Amsterdam moslims en Joden bij elkaar.

Loop je bij die contacten ook tegen tegenstellingen aan?

‘Er zijn niet zoveel verschillen. Aan het eind van de dag wil iedereen hetzelfde: met rust gelaten worden, een goed leven voor je kinderen, een huis en eten.’

Wat houden de ontmoetingen tussen jouw koor en het Turkse koor in?

‘Het is een gemeenschappelijk project. We doen dit voor de leden van die koren – dat zijn bijna allemaal vrouwen. We eten samen: veertig Joodse mensen en veertig Turkse mensen. Samen muziek maken is een excuus voor ontmoeting. Je ziet raakvlakken omdat sommige Hebreeuwse liedjes een Turkse oorsprong hebben – en andersom. We herkennen elkaars melodieën.

Turkse muziek gaat bijna altijd over de liefde. Israëlische muziek zitten veel meer vol met kritiek – op iedereen, ook op elkaar. Ik grap weleens: zet één Joods persoon alleen in een kamer en je hebt twee tegengestelde meningen.

De meeste Joodse mensen die bij deze ontmoetingen aanwezig zijn, hebben geen Turkse vrienden – en andersom hebben ook de Turkse aanwezigen meestal geen Joodse vrienden. Maar nu doen ze samen iets. In tien jaar tijd zijn honderden koorleden en duizenden bezoekers bij de optredens betrokken geweest. Daarmee zijn hun levens hopelijk een beetje verrijkt.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -