Zangeres Samira Dainan vond haar identiteit in de Marokkaanse woestijn

Kaja Bouman
Kaja Bouman
Noord-Afrika-correspondent.

Lees meer

De Marokkaans-Nederlandse zangeres Samira Dainan groeide op in Nederland met een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader. Na haar rechtenstudie ging ze op zoek naar haar roots, en vond die in Marokko en in muziek. Nu toert Dainan met haar kersverse bandformatie Samira’s Blues voor het eerst door de Marokkaanse woestijn.

Samira’s Blues bestaat naast Samira zelf uit een Nederlandse gitarist en twee Marokkaanse muzikanten op basgitaar en slaginstrumenten. De band trad op in Agadir, Ouarzazate en eindigde de toer vorig weekend met een optreden op het grote woestijnfestival Taragalte, in het zuiden van het land. Nu rust de zangeres uit in het stadje Marrakech. ‘Ik vind het hier zó gezellig’, zegt Dainan terwijl ze zich een weg baant door de drukke, toeristische oude stad van Marrakech.

In een koffietentje uitkijkend over een chaotisch plein waar Marokkaanse marktverkopers hun kruiden, tajines en souvenirs opdringen aan passerende toeristen, vertelt Dainan over de toer. “Het Marokkaanse publiek is leuker dan het Nederlandse. In Nederland dien je vaker als een soort achtergrondmuziek, mensen praten soms door je heen. In Marokko begrijpen mensen de muziek beter en zingen ze mee.”

Ook in de boekingen zit volgens Dainan een verschil. ‘In Nederland wordt Marokkaanse muziek vaak over één kam geschoren met Arabisch en Midden-Oosters. Als een podium kortgeleden al een Midden-Oosters bandje heeft geprogrammeerd, zijn ze niet meer geïnteresseerd.’

In Marokko wordt Dainan als ster onthaald. ‘Hier kreeg ik meteen het grootste podium, terwijl ik in Nederland vaak sideprogrammering ben. Ook word je in Marokko sneller geholpen om ergens te komen. Als ze je goed vinden, dan ben je meteen helemaal in. Dat is als beginnende artiest in Nederland wel anders, daar zijn er veel meer tussenstapjes.’

Dainan is om de drie maanden in Marokko. Ze treedt op, onderzoekt de Marokkaanse muziek, bezoekt familie en geniet van de cultuur. Maar echt verhuizen ziet de zangeres voorlopig niet zitten. ‘Amsterdam is beter voor mijn werk, daar is de muziekscene groter. Ook is het in Marokko lastig om als vrouw met Marokkaans roots alleen te wonen, dat kan eigenlijk niet. Dan word je gezien als een soort prostituee of denken ze dat je gek bent.’

Opgroeien in twee werelden

Dainans vader sprak altijd Arabisch, maar toen haar ouders scheidden – zij was zeven jaar oud – viel de Marokkaanse cultuur grotendeels weg uit haar leven. ‘Ik ging bij mijn moeder wonen en kwam lange tijd niet in Marokko. Mijn moeder was ook bang dat mijn Marokkaanse familie me daar zou proberen te houden, Marokko was toen erg anders.’

Vroeger was Dainan minder trots op haar Marokkaanse roots. ‘Ik wilde gewoon net als iedereen zijn, zeker als je in het nieuws negatieve verhalen hoorde over Marokkanen. Ik sprak Nederlands als een Nederlander, maar zag er wel anders uit.”

Jarenlang richtte Dainan zich op school en diploma’s halen. Ze deed het gymnasium en studeerde daarna rechten. ‘Ik denk dat studeren heel erg hielp om me met Nederland te verbinden. Ik ben nu gewoon een Nederlander en niet alleen het kind van een migrant.’

Haar vader heeft daar ook veel aan bijgedragen. Voordat hij ziek werd, was hij kunstenaar, hij schreef veel en werkte daarnaast als kok. ‘Hij hield echt van Nederland en wilde er altijd graag bij horen. Hij wilde blijven, hij wilde niet terug naar Marokko zoals andere gastarbeiders.’

De verbinding met Marokko vond Dainan pas later. ‘Toen ik klaar was met studeren dacht ik ineens: ‘Wie ben ik en wat wil ik eigenlijk?’’ Daarop besloot ze voor het eerst alleen naar Marokko te reizen. Ze ontdekte het land op haar eigen manier, zonder de invloeden van haar familie.

Ook ging Dainan zich meer richten op muziek. Na rechten studeerde ze jazz, waarin ze op zoek ging naar haar eigen geluid. Ze luisterde naar Arabische muziek, zoals van de Libanese zangeres Fairouz en de Egyptische Umm Khulthum, maar vond haar inspiratie vooral in Noord-Afrikaanse muziek zoals de singer-songwriter Souad Massi uit Algerije en Dafer Yousef uit Tunesië.

‘Ik ben gaan reizen om Arabische zang te onderzoeken, maar Fairouz en Umm Khulthum zijn niet Marokkaans en hun manier van zingen is heel klassiek, ik wilde juist mijn eigen roots in mijn muziek verwerken.’

De woestijnblues

Op een festival voor Gnawa-muziek, een spirituele muziekstroming in Marokko, vond Dainan wat nog ontbrak in haar muziek. ‘Er ging een wereld voor me open. Er kwamen zoveel hippiejongeren op af met dreads en afro’s, echte Marokkaanse muziekliefhebbers en zo anders dan de Marokkanen die in Nederland wonen. Geen gympjes en petjes en al die andere vooroordelen’, grapt de zangeres.

‘Toen ben ik me gaan verdiepen in Gnawa-zang en ben ik ook liedjes gaan schrijven in Darija, het Marokkaans-Arabisch. En dat werd goed ontvangen in Nederland.’

‘Marokko is niet perfect, Nederland ook niet’

‘Ik had nooit gedacht dat ik woestijnblues zou gaan maken, want daar liggen mijn roots helemaal niet.’ Via de directeur van het Taragalte-festival kwam Dainan terecht op een festival waar een band uit de Sahara speelde. De band speelde Tuareg blues, een Berberse stroming, maar zong in het Hassania, een Arabisch dialect. ‘Toen ze begonnen met spelen dacht ik gelijk: wauw, ik heb eindelijk de link gevonden.’

Tegenwoordig zingt Dainan – naast in het Arabisch – ook regelmatig in het Tamazight, het Berbers. ‘Mensen vragen heel vaak: ben je Arabisch of Berbers? Maar eigenlijk stammen we allemaal af van de Berbers. Iedereen is gewoon Marokkaans.’

Vader

Na het overlijden van haar vader schreef Dainan in 2016 haar eerste boek: Veertig dagen, waarin ze op zoek gaat naar troost, haar vader probeert te begrijpen en de angst beschrijft haar roots te verliezen.

‘Ik kon pas later in mijn leven echt waarderen wat mijn vader me heeft meegegeven. Hij was heel spiritueel, hij kende de Koran uit zijn hoofd en vond het belangrijk om de religie te begrijpen, maar heeft mij verder nooit iets opgelegd. Hij zei altijd: ‘Geloof is iets tussen jou en God.’ Dus ik heb wel altijd in God geloofd, maar op mijn eigen manier.’

Dainan heeft zich ook verdiept in het soefisme, een spirituele stroming binnen de islam. ‘Die manier van geloven komt veel meer vanuit het hart en lijkt ook op hoe mijn vader geloofde, hoewel hij ook vijf keer per dag bad.’

Na drie weken heeft Dainan ook zin om terug te gaan naar Nederland. ‘Al mijn kleren zijn vies’, lacht de zangeres. ‘Maar ook voor mijn werk is het tijd om terug te gaan. In Nederland is het toch makkelijker om hard te werken en van alles te regelen.’

Dainan gaat Marokko missen, maar weet ook dat ze over een aantal maanden weer in het vliegtuig naar Marrakech zit. ‘Marokko is niet perfect, en Nederland ook niet. Ik houd van beide.’

- Advertentie -

1 REACTIE

  1. Eigenlijk is dit een heel eng blaadje. Het gaat alleen over ‘niet Nederlandse randverschijnselen’ .
    Wanneer schrijft er iemand iets over een randverschijnsel binnen de Nederlandse cultuur ?

    Nu komt men niet boven het niveau van ‘navelstaren’ uit !

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here