‘Ze wilden een wijze exotische vrouw, geen intellectueel’

Foto: Atlanta Black Star
‘Westerlingen verlangen iets van de Afrikaanse filosofie dat ze kunnen toepassen in hun eigen leven’, zegt Grace Ndjako. ‘Dat is oppervlakkig en op een bepaalde manier koloniaal.’

De Congolees-Nederlandse filosoof Grace Ndjako is gespecialiseerd in het Afrikaanse denken. De Kanttekening sprak haar onder meer over de filosofie van Afrika, de verschillende talen die er worden gesproken en het koloniale verleden.

Een antwoord op de vraag naar wat Afrikaans denken is blijkt lastig. ‘Wat Afrikaanse filosofie is? Dat vragen Afrikaanse filosofen zich ook af’, zegt Ndjako. Vorige week woensdag gaf ze daarover een openbare workshop in cultureel centrum Castrum Peregrini aan de Amsterdamse Herengracht. ‘Het kolonialisme heeft in Afrika een enorme impact gehad. In de meeste Afrikaanse landen wordt de taal van de voormalige kolonisator nog altijd als officiële taal gehanteerd. In Congo, waar mijn ouders vandaan komen, is er Frans onderwijs en bij de overheid is de voertaal Frans’, zegt Ndjako om aan te geven hoe groot die invloed van het Westen op het continent nog steeds is. ‘In de jaren dertig van de vorige eeuw speelde dit al. Je had de Negritude, een beweging van zwarte intellectuelen en kunstenaars uit Frankrijk en de Franse koloniën. Het was een reactie op het assimilatiebeleid dat van Afrikanen een soort Fransen probeerde te maken. Schrijvers als de Senegalese Leopold Senghor (1906-2001, red.) en de Frans-Martikaanse Aime Cesaire (1913-2008, red.) beschreven de vervreemding waar ze mee te maken hadden. Ze vroegen zich af, wie zijn wij eigenlijk en wat is de Afrikaanse cultuur?’

Wat is het antwoord op die vraag?
‘Dat is dus lastig. De invloed van Europa is groot. De kolonisten brachten hun geloof mee, de inheemse religies zagen ze als primitief en werden verboden. In veel christelijke Afrikaanse landen groeit nu de aanhang van de Pinkstergemeente. Ze geven een eigen draai aan het christelijke geloof, proberen de religie op hun eigen manier te beleven. Afrikaanse filosofen vinden dat hun denken gedekoloniseerd moet worden. Sommigen willen daarbij een bepaalde mate van Europese invloed houden. Zo zegt de Beninse filosoof Paulin Hountondji dat onze voorouders ons nu eenmaal geen eigen schrift hebben nagelaten. Dus eigenlijk moeten we onze filosofie voornamelijk gaan baseren op het westerse denken, zij hebben ons het schrift gebracht. Daarnaast zijn er filosofen als de Nigeriaanse Sophie Oluwole. Zij vindt dat er een Afrikaanse intellectuele traditie is die volkomen losstaat van de Europese cultuur. Om er achter te komen wat die is, moet je je richten op de inheemse talen. Ze ziet taal als drager van cultuur. In iedere taal zitten woorden en begrippen die moeilijk te vertalen zijn.’

Bij Afrikaanse filosofie denk ik altijd direct aan Ubuntu.
‘Dat is inderdaad een denkwijze van de Bantoe volken uit Centraal- en Zuidelijk Afrika die diep verankerd is in hun cultuur. Het is een leer waarbij niet het individu maar het samenleven centraal staat. In het Westen zeggen we sinds de Verlichting ‘ik denk dus ik besta’, bij Bantoe geldt dat je er bent, omdat wij zijn. Volgens Sophie Oluwole valt in de Afrikaanse filosofie het denken in dichotomieën weg. Europeanen denken in tegenstellingen: ratio en emotie, lichaam en geest. Heel het koloniale experiment is gebaseerd op tegenstellingen. Daarom zijn Afrikanen zwart en Europeanen wit. Het westerse denken creëert altijd die ander.’

Hoe komt dat?
‘Volgens Oyeronke Oyewumi, een Nigeriaanse filosofe, komt dat omdat voor westerlingen het zicht, de ogen, het primaire zintuig is, denk aan woorden als worldview, wereldbeschouwing. Maar dat is niet in iedere cultuur zo vanzelfsprekend. Zelf vindt ze het logischer om te spreken van worldsense. Zo zijn er meer verschillen. In Nederland wordt er steeds meer gesproken over genderneutraliteit. Veel pre-koloniale Afrikaanse culturen kennen het concept gender niet. Oyewumi behoort tot de Yoruba-bevolking in Nigeria. In de Yoruba-taal zijn er geen woorden voor zoon, dochter, jongen of meisje. Dat is ook zo in het Lingala, één van de talen die in Congo wordt gesproken. In Afrikaanse culturen is het principe van senioriteit belangrijk. Het eerste wat je doet in sociale interacties is vaststellen wie ouder en jonger is. Dat bepaalt hoe je de ander aanspreekt. Mijn oudere neven en nichten in Congo mag ik niet zomaar bij hun naam noemen. Mijn oudere nicht spreek ik aan met ya, dat oudere betekent. Dat toont mijn respect voor het feit dat zij ouder is dan ik. Ik kan in het Lingala niet zeggen dat ik een broertje en een zus heb. Daar zijn geen woorden voor. Er is alleen het woord leki dat zoiets betekent als het Engelse sibling. Stel dat je preciezer wil formuleren, dan kun je daaraan toevoegen my sibling, the female of my sibling, the male.’

Foto: de Kanttekening. Grace Ndjako (Alkmaar, 1989) is docent Niet-Westerse Wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met Antoin Deul, die onlangs is teruggetreden als directeur van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NinSee), en kunstenaars Patricia Kaersenhout en Rosa te Velde, vormt ze het bestuur van de stichting Black Renaissance. Black Renaissance, die onder meer het niet-westerse denken onder de aandacht wil brengen, organiseerde afgelopen week in Amsterdam een openbare workshop over Afrikaans denken en een lezing van de Zuid-Afrikaanse filosoof Mogobe Ramose. De Nigeriaanse filosoof Sophie Oluwole bracht vorig jaar een bezoek aan ons land op uitnodiging van Black Renaissance.

Er zijn wel twee geslachten?
‘Ja, maar de verschillen tussen mannen en vrouwen waren in de pre-koloniale cultuur alleen belangrijk voor zover ze betrekking hadden op de voortplanting. Anders dan in Europa kon een dochter net zo goed erven als een zoon. De Europese overheersers hebben het genderverschil geïntroduceerd in de Afrikaanse cultuur. In 1929 was er in Nigeria de Women’s war. Nigeriaanse vrouwen van verschillende volkeren kwamen in opstand tegen de Britse kolonisators, omdat veel van de rechten die ze hadden hen werden ontnomen. Bepaalde beroepen stonden alleen nog maar open voor mannen en ze werden uitgesloten van onderwijs. In Congo gebeurde hetzelfde. Mijn oma is niet naar school geweest, ze is analfabeet en spreekt geen Frans. Er zijn zoveel wreedheden geweest in de koloniale tijd. De Belgische koning Leopold II zag Congo als zijn privé-achtertuintje. Tijdens zijn bewind zijn zo’n tien miljoen mensen omgekomen. De bevolking werd tot slaaf gemaakt en werkten zich vaak letterlijk dood. Er waren afschuwelijke martelpartijen, er werd verkracht en gemoord. Dat is allemaal nog niet zolang geleden, Congo was tot 1960 een kolonie van België, mijn moeder is geboren in het koloniale tijdperk.’

In Afrika zijn nog steeds veel dictators aan de macht. Hoe kan dat?
‘Daar zijn geen kant-en-klare antwoorden op, er bestaan wel veel verschillende theorieën. Sommige dictators zijn door het Westen ondersteund, zoals Mobutu in Congo, omdat men bang was dat deze landen in het Sovjet-kamp terecht zouden komen. Dat soort geopolitieke belangen spelen ook een grote rol. Bovendien moet je niet vergeten dat de wij bij democratie denken aan ons model van een parlementaire democratie, met een democratisch gekozen staatshoofd. Afrikaanse denkers proberen tegenwoordig aan te tonen dat veel Afrikaanse volkeren hun eigen politieke systeem hadden met eigen democratische structuren. Een stamhoofd van een dorp kon niet zomaar zijn wil opleggen. Bij belangrijke beslissingen werden alle volwassenen in een dorp geraadpleegd, ook de vrouwen. Het kolonialisme heeft die manieren van politiek bedrijven voor een belangrijk deel weggevaagd. Afrikaanse denkers willen niet terug naar de oude pre-koloniale structuren, maar kijken naar manieren waarop je elementen ervan opnieuw kunt inzetten.’

Heeft het kolonialisme ook in jou iets kapot gemaakt?
‘Ik ben geboren in Alkmaar, maar heb nog steeds veel familie in Congo. Ik heb het kolonialisme dus zelf niet meegemaakt. Maar de gevolgen ervan werken nog steeds door. Het is geen ver verleden dat afgesloten is. Ook de oorlog en de dictatuur van Mobutu die tot 1997 duurde, speelde enorm bij mij thuis. Mijn moeder vertelde dat ze iedere maandag op haar werk een lied moest zingen ter ere van Mobutu. Deed je dat niet, dan kwam je al gauw in de problemen. Ook werden nepverkiezingen gehouden waarbij je alleen kon kiezen tussen voor of tegen het regime. De stemming was niet anoniem. Als je tegenstemde, had dat gevolgen. Maar ook hier in Nederland word ik met het koloniale verleden geconfronteerd. Ik heb als sinds mijn vroege jeugd te maken met racisme en discriminatie. Kinderen die zeiden dat ik Zoeloe-lippen heb. Waar komt die minachting voor Zoeloe vandaan? Zoeloe is de inheemse bevolking van Zuid-Afrika, tijdens de Apartheid een tweederangs bevolking in eigen land. Het feit dat je Zoeloe als scheldwoord gebruikt, dat staat niet los van de geschiedenis die Nederland heeft met Zuid-Afrika.’

Filosoof Mogobe Ramose was vorige week te gast in Nederland. Zijn boek Ubuntu is onlangs vertaald naar het Nederlands. Vorig jaar was Oluwole op bezoek. Afrikaanse filosofie lijkt aan te slaan.
‘Dat zou je kunnen zeggen. Ik vraag me alleen af of hoe diep die interesse gaat. Er is geen werkelijk engagement met Afrika. Je zag dat duidelijk toen Sophie Oluwole vorig jaar een bezoek bracht aan Nederland. Bij het filosofisch centrum The School of Life in Amsterdam werd ze geïnterviewd over haar werk. Ik zat op de eerste rij geboeid te luisteren. Het viel me op dat er steeds meer mensen wegliepen ondanks dat ze best veel voor hun kaartje hadden betaald. Het gesprek ging over de impact van kolonialisme op de Afrikaanse cultuur. Een belangrijk onderwerp als het gaat om Afrikaanse filosofie. Die Europese invloed is er nog steeds, tot op de dag van vandaag. Het onderwerp leeft ook nog steeds bij Afrikaanse studenten. Je kunt daar niet zomaar overheen stappen. Het overwegend witte publiek zat blijkbaar niet op deze kwestie te wachten. ‘We hebben het aldoor over kolonialisme en racisme, daar ben ik niet voor gekomen, wanneer gaan we het nou hebben over Afrikaanse filosofie?’, vroeg iemand.’

Wat vind je daarvan?
‘Westerlingen verlangen iets van de Afrikaanse filosofie dat ze kunnen toepassen in hun eigen leven. Wijze inzichten die helpen om het eigen leven comfortabeler te maken of een nieuwe dimensie te geven. Dat is oppervlakkig en op een bepaalde manier koloniaal. De serieuze leer wordt eruit gehaald, een kant-en-klaar-recept voor iedereen die wil ontsnappen uit het dagelijks bestaan. The School of Life stuurde de volgende dag een mail uit met als titel ‘Sophie zegt sorry’. Ze verontschuldigden zich voor haar ingewikkelde accent. Blijkbaar hadden veel aanwezigen zich gestoord aan haar West-Afrikaanse tongval. Alleen dat al. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij jezelf, zoals de moeite nemen om een accent dat je niet kent, proberen te verstaan in plaats van direct weglopen. Sophie Oluwole voldeed niet aan de verwachtingen. Ze wilden een wijze exotische vrouw, geen intellectueel. Maar van een westerse filosoof verwacht je ook een doorwrocht verhaal. Geen prediker die je in hapklare brokken verlossing probeert te geven.’

DELEN
Mariska Jansen
Journalist gespecialiseerd in religie en filosofie.