Turkije als decor van trage louteringstocht

Foto: Serendipity Films
Op het Filmfestival van Gent ging afgelopen week de Vlaamse film 82 dagen in april in première. Met trage tred trekt de psychologische roadmovie een spoor door Turkije, op weg naar loutering, lichtheid en hernieuwde ontmoetingen.

In 82 dagen in april vinden een voorliefde voor reizen en voor een tweede thuisland, Turkije, een rake symbiose met universeel verlies. Een weloverwogen traagheid zet de pas en laat emoties, acteurs, (beeld)taal, muziek en Turkije toe om zich op natuurlijke, waarachtige manier te ontplooien. Een drukkende zwaarheid maakt plaats voor een zekere lichtheid en loutering.

Traagheid kenmerkt ook het project zelf. Meer dan acht jaar nam de Vlaamse regisseur en scenarist Bart van den Bempt, die eerder al enkele kortfilms regisseerde, de tijd om zijn eerste langspeler te laten rijpen. Bij de keuze van de acteurs ging het al even zorgvuldig. Karen Vanparys, bekend als Hélène in de VRT-serie Kongo, en Marc Peeters, die onder meer in Flikken speelde, zijn niet de grootste namen, maar onbetwistbaar degelijke acteurs.

Herman (Peeters) en Marie (Vanparys) zijn twee Vlaamse vijftigers. Wanneer hun zoon omkomt op een reis door Turkije, starten ze een zoektocht naar hun jongen, zijn gedachtenis, verwerking en rouw. Die brengt hen in een hoek van de wereld waar ze nooit verwacht hadden te komen. Ze reconstrueren zijn laatste tocht, volgen zijn laatste stappen, zien wat hij het laatst zag, ontmoeten de mensen die hij ontmoette.

Deelbaar verdriet
Een psychologische roadtrip. Een universeel motief dat in trage bewegingen wordt uitgelicht: de diepliggende angst dierbaren te verliezen, de onafwendbare confrontatie als het toch gebeurt. De tocht van twee individuen vertolkt op rake wijze het verdriet van miljoenen, niet het minst in buurland Syrië, dat nooit veraf lijkt.

Een andere Vlaamse film, The broken circle breakdown, raakte onlangs hetzelfde motief aan. “Verdriet kan je niet delen”, luidde daar de teneur. 82 dagen in april lijkt dezelfde weg op te gaan. De wig van opgekropt verdriet drijft Herman en Marie almaar verder uit elkaar. Hij gaat steeds fanatieker op in de rituele zoektocht naar zijn zoon. Vergeefs tracht hij zijn schaduw te grijpen, in de hotelkamers waar hij verbleef, de soep die hij dronk. Zij gaat langzaam ten onder aan de tocht die haar enkel confronteert met de leegte, het land dat haar haar zoon ontnam. “Ge gaat onze Maarten daar toch niet mee terughalen?”

Maar net die roadtrip, die letterlijke rouwtocht, geeft hen, in tegenstelling tot Elise en Didier in The broken circle breakdown, de kracht om hun eigen verdriet te grijpen en erover te stappen, opnieuw oog in oog met elkaar. Wanneer fanatisme en krampachtigheid oplossen, vinden ze hun zoon terug, maar ook elkaar. Die sprankel hoop geeft de film een enigszins verteerbare lichtheid.

Taal speelt een onmiskenbare rol in die louterende tocht. Aanvankelijk zijn de dialogen minimaal. Zinnen lopen stroef en zwaar. Woorden raken nooit de diepere emoties. Die blijven onderhuids hangen, in een blik, een beweging. Maar als de emoties zich niet langer laten onderdrukken en onbegrip eindelijk uitgesproken wordt, vinden Herman en Marie de – echte – woorden terug: herinneringen worden opgehaald, verdriet krijgt taal, tranen vermengen zich, de onbezorgdheid van de lach breekt af en toe door.

De acteurs weten de emoties klein en beheerst te vertolken. Toch voelt de emotiewereld die achter gebaren en woorden schuilgaat, waarachtig. Dat Vanparys en Peeters, beiden ouders, beiden voor het eerst geconfronteerd met Turkije, volop ruimte kregen in hun eigen emoties te graven, lijdt geen twijfel. Dat ze vooraf intensief werkten aan de relatie tussen hun personages, evenmin. Zelfs in zijn stroefheid voelt de liefdesrelatie bijzonder natuurlijk.

Turkije
Herman en Marie komen terecht in een onbekende wereld. Hun tocht balanceert tussen zin en zinloosheid. In eerste instantie proberen ze vergeefs hun zoon terug te halen in het spoor van de laatste maanden van zijn leven. Langzaam aan breekt hun reis echter los van die functie en gaan ze ook een eigen relatie met het land aan. Turkije – zowel landschap als bevolking – wordt een voldragen derde hoofdpersonage. Het is op dat moment dat de trip zich in haar louterende functie voltooit.

De beelden zijn met bijzondere zorg gekozen. Toch zijn ze niet van een klassieke schoonheid. Wel esthetisch, niet mooi. Naar Turkse vergezichten en folkloristische taferelen is het ver zoeken. Veeleer krijgen we minder evidente gezichtspunten te zien, vaak in een wat documentaireachtige stijl. Bovendien speelt het verhaal zich af in een weerbarstig winterseizoen, waarin de schoonheid van het land zich maar mondjesmaat prijsgeeft. Niet zozeer Turkije zelf beklijft, maar de manier waarop het in beeld is gebracht.

Vaak weerspiegelen beelden de gemoedstoestand van de personages. Zo worden ze, naarmate de reis vordert, lichter en kleurrijker. De schoonheid van het land ontvouwt zich langzaam voor de ogen van de personages en de toeschouwers. Er worden vaak groothoeklenzen gebruikt. We krijgen meestal maar een stukje van het totaalbeeld te zien. Daardoor wordt elk beeld intenser. De camera toont een gefragmenteerde wereld, klampt zich vast aan details, net zoals Herman en Marie elke nieuwe plaats maar stukje bij beetje in zich kunnen opnemen. Ook de overheersende vaagheid valt op. Vaak zijn beelden uit focus, onderbelicht of zien we slechts de weerspiegeling in een ruit. Ook die melancholische toets wijst erop: de beelden van Van den Bempt willen niet zozeer laten zien, maar laten voelen.

Trage evolutie bepaalt ook de muziek, waarvoor de regisseur aanklopte bij de Noorse jazztrompettist Arve Henriksen. De wisselwerking tussen beeld en klank is voelbaar aanwezig. Het scenario ontwikkelde zich – letterlijk – op de tonen van Arves muziek en sloop de dialogen en beeldtaal binnen. Songs die later ontstonden, voedden zich aan de emoties van de louteringstocht. IJle, melancholische klanken vormen gelaagde soundscapes die de beelden dragen, van zwaarheid naar grotere lichtheid.

Tweede thuisland
“Turkije is voor mij een tweede thuisland”, zegt regisseur Bart Van den Bempt tegen deze krant over de decorkeuze voor zijn roadmovie. “Ik heb jarenlang de wereld rondgetrokken. Ik reisde vaak naar het Midden-Oosten, Iran of de Kaukasus, maar telkens probeerde ik via Turkije, over land, naar die streken te gaan. Wanneer ik terugkeerde en in Istanbul arriveerde, voelde dat een beetje als thuiskomen. Het is de stad waarmee mijn leven verbonden is, op veel verschillende manieren. Het script is ook geschreven in functie van plaatsen die ik zelf kende en waar ik zelf geweest was. Ik moet de plaatsen gezien hebben om ze te kunnen beschrijven.”

Voor Karen en hem was het echter de eerste ontmoeting met Turkije, laat acteur Marc Peeters weten. “De bevreemding en verrassing die we werkelijk voelden, konden we meenemen in de film. De tocht door het land verliep heel vlot, net zoals de samenwerking met drie lokale ploegen, die de verschillende regio’s goed kenden. “Al werden we wel geconfronteerd met de politieke spanningen in het land en de onvoorspelbaarheid van het klimaat, zoals de aardbeving in Van.”

DELEN
Inge Poelemans
Journalist gespecialiseerd in kunst & cultuur.