Vrouwen met beenhaar, mannen met nagellak: gender wereldwijd in het Tropenmuseum

Merel Aalders
Merel Aalders
Journalist gespecialiseerd in kunst en cultuur.

Lees meer

Vorig jaar kreeg de eerste Nederlander een ‘X’ in het paspoort. Toch wordt een derde van de Nederlandse transgenders maandelijks beledigd om wie ze zijn. In vele andere culturen bestaan er echter allang meer genders dan twee. Het Tropenmuseum in Amsterdam zocht uit hoe er over de hele wereld naar gender wordt gekeken.

Er komt steeds meer aandacht voor mensen die zich niet thuis voelen in de binaire gendercategorieën ‘man’ en ‘vrouw’. Niet alleen mensen die een geslachtsverandering (willen) ondergaan of op een andere manier buiten de gebaande genderpaden treden zien de normen graag versoepelen. Ook mannen en vrouwen die zich niet per se van hun categorie hoeven te ontdoen hebben behoefte aan meer ruimte voor speling. Waarom zouden we nog moeilijk doen over vrouwen met beenhaar en mannen met nagellak?, denken zij.

Dat dacht het Tropenmuseum ook. De tentoonstelling What a genderful world tast de gendernormen in culturen over de hele wereld af, zodat bezoekers worden aangespoord tot nadenken: welke normen houd ik er zelf op na? En wat betekent het nou eigenlijk, zo’n norm?

‘Wereldwijd is er een duizelingwekkende veelheid aan ideeën over mannelijkheid, vrouwelijkheid en vele andere mogelijkheden,’ staat op het bordje bij de ingang van de tentoonstelling. ‘De omgeving waarin je opgroeit en leeft, heeft hierop invloed. Zoals op Samoa, waar mannen rokken dragen. Of India, waar een derde gender in je paspoort bestaat.’

In het Westen worden jurken en make-up door de meeste mensen gezien als iets vrouwelijks en is het tonen van spierkracht iets mannelijks. Het Tropenmuseum laat zien dat dat niet vanzelfsprekend is. Kijk maar naar andere culturen. Bij de Wajana, een inheemse groep in Suriname, zijn het bijvoorbeeld juist de mannen die hun gezicht beschilderen en zich uitdossen. En bij de Wodaabe, onderdeel van de Fulani in Niger, behoren eyeliner en lippenstift tot het mannelijke schoonheidsideaal. Mannen van de Songhai in Mali krijgen een tuniek als bruidsschat van hun vrouw, en versieren deze tijdens hun leven met borduursels.

De wil om het lichaam te versieren is dus niet inherent aan vrouwelijkheid. Sterker nog, die sterke tweedeling tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid is ook niet in alle culturen even aanwezig. Native Americans kennen naast mannen en vrouwen ook two-spirit-mensen. Two-spirit is de benaming voor het derde gender, dat een traditionele, ceremoniële rol vervult. Ook de Zapoteken, een inheemse Mexicaans volk, kennen een derde gender: muxe, mannen die vrouwelijke rollen aannemen.

Gender betekent dus in allerlei culturen iets anders, terwijl we veel dingen als vanzelfsprekend beschouwen. Waarom is het noodzakelijk deze vanzelfsprekendheid uit te dagen? Volgens Dragana Stojmenovska, researcher gender en sociale structuren aan de Universiteit van Amsterdam, zijn er twee redenen om bij gendernormativiteit stil te staan.

‘Ten eerste: genderuitingen zijn niet bij de geboorte aanwezig. Ze ontstaan door continue socialisatie en het dagelijks controleren van elkaars uitingen. Ten tweede: omdat dit vaak negatieve consequenties heeft. Denk bijvoorbeeld aan de uitdrukking ‘Boys don’t cry’. Mannen zijn niet ‘van nature’ niet in staat om te huilen, ze zijn gesocialiseerd om huilen als niet-mannelijk te beschouwen. Dit heeft veel negatieve psychosociale gevolgen voor mannen en de manier waarop ze met zichzelf en met andere mensen omgaan.’

Dingen zijn niet ‘gewoon zoals ze zijn’ volgens Stojmenovska, en dat idee maakt nu dan ook plaats voor andere denkbeelden. ‘Stel je voor dat we jongens zouden toestaan ​​en zelfs aanmoedigen om te huilen. Dat zou zo geweldig zijn voor hun geestelijke gezondheid.’

De consequenties van ideeën over wat natuurlijkerwijs vrouwelijk of mannelijk zou zijn, vinden hun hun oorsprong in beeld en taal, suggereert het Tropenmuseum. Bouquetreeksromannetjes bevestigen keer op keer het stereotype beeld van de smachtende vrouw die gered of veroverd moet worden, sprookjes gaan vaak over prinsessen die prinsen nodig hebben. Niet bepaald promotiemateriaal voor de zelfredzaamheid van de vrouw.

‘Gender is een sociaal construct, maar de gevolgen zijn zeer reëel’

Volgens Stojmenovska kan het wel waar zijn dat vrouwen gemiddeld meer van specifiek ‘vrouwelijke’ dingen houden dan mannen en omgekeerd, maar heeft dit niets met een natuurlijke neiging te maken.

‘Er is veel wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat er geen ondersteuning is voor deze biologische hypothese. Een voorbeeld is dat mannen gemiddeld beter zijn dan vrouwen in ruimtelijke oriëntatie. De reden hiervoor is dat jongens worden aangemoedigd om verkenners te zijn vanaf jonge leeftijd, waardoor ze hun gevoel voor oriëntatie beter ontwikkelen. Het belangrijkste punt om te onthouden is dus dat gender een sociaal construct is, maar dat de gevolgen ervan wel zeer reëel zijn.’

Dat ‘de natuur’ niet zoveel doet, suggereert ook de video die aan het begin van de tentoonstelling in het Tropenmuseum wordt getoond. Courtney Act, popzanger, reality tv-persoonlijkheid en drag queen, legt daarin het verschil tussen gender en geslacht als volgt uit: ‘Gender zit tussen je oren, en geslacht zit tussen je benen.’ Daartussen spelen zich nog wat biochemische processen af, maar daar gaat het hier niet over. Wat belangrijker is, is dat de gedachteloze vermenging van gender en geslacht voor onnodige normen en hokjes zorgt, met alle gevolgen van dien.

En toch: zijn die biochemische processen niet enigszins bepalend voor hoe we ons gedragen? Iemand die wil dat we meer rekening houden met biologische factoren in sociale discussies rondom gender en geslacht, is de Vlaamse filosofe Griet Vandermassen. Op het Brainwash festival pleitte zij afgelopen zomer voor een nieuw feminisme, en kaartte daarbij een beladen onderwerp aan: de biologie. Verschillen tussen mannen en vrouwen zijn biologisch geworteld, zegt zij juist, en dat moet worden erkend.

Lange tijd was ook Vandermassen overtuigd dat meisjes meer van zorgtaken hielden omdat ze van kinds af aan steeds met poppen moesten spelen. Gaandeweg raakte ze echter meer geïnteresseerd in evolutiepsychologie, iets dat door velen als pseudowetenschap werd bestempeld. Kort gezegd verwijst ze daarmee wél naar die ‘menselijke natuur’.

Vrouwelijke schoonheid is volgens haar bijvoorbeeld helemaal geen culturele constructie. Volle lippen, grote borsten en een gave huid zijn universele tekenen van schoonheid, omdat ze op vruchtbaarheid duiden. Dat mannen deze voorkeur hebben is dus een integraal onderdeel van hun seksuele psychologie, en dat vrouwen deze uiterlijkheden nastreven is nuttig voor de voortplanting.

Dit soort ideeën zijn ook gewoon common sense, maar worden vertroebeld door ideologie, zegt Vandermassen. Volgens haar is er juist een overweldigende hoeveelheid bewijs dat de biologie een grote rol speelt in genderkwesties en sekseongelijkheid. Dat vrouwen meer geïnteresseerd zijn in ‘vrouwelijke’ activiteiten, is volgens haar evolutionair voorspelbaar.

‘Gender zit tussen je oren, en geslacht zit tussen je benen’

We vragen Stojmenovska hoe zij over het biologie-verhaal denkt. Bepaalt je geslacht je gender? ‘Ik zou eigenlijk zeggen dat het andersom is,’ zegt zij. ‘Namelijk dat gender je geslacht bepaalt. De bepaling van ‘biologische sekse’ is enorm complex. Mensen worden niet alleen geboren met XX- of XY-chromosomen, maar ook met X, XXX, XXY, XXXX, XXXY, enzovoort. Naast chromosomen zijn de factoren die geslacht bepalen hormonen, interne en externe geslachtsorganen en secundaire geslachtskenmerken. Als we naar de variaties en combinaties van al deze elementen kijken, komen we niet bij twee verschillende groepen mensen, maar eerder bij een geslachtsspectrum.’

Er zijn dan ook geen genetische tests die sekse ondubbelzinnig kunnen definiëren, zegt Stojmenokska. ‘De relatie tussen geslachtschromosomen, geslachtsdelen en genderidentiteit is complex en wordt niet volledig begrepen. Waarom hebben we dan, gezien deze complexiteit, het idee van twee geslachten?’

Tussen de evolutiepsychologie en sociologie lijkt op dit moment weinig overlap, en ergens is dat jammer. Wat niet helpt is dat er van beide kanten wordt verwezen naar ‘een grote hoeveelheid bewijs’. Een ingewikkelde kwestie, en het Tropenmuseum legt die dan ook vooral weer neer bij de bezoeker zelf. Een grote bak met verschillende soorten speelgoed is bedoeld als experiment: als kinderen zelf mogen kiezen, wat pakken ze dan? Het lijkt erop dat veel kinderen toch voor de voorspelbare auto’s en poppen gaan. Hun socialisatie is wellicht al begonnen.

De tentoonstelling What a genderful world is nog te zien tot 23 augustus 2020 in het Tropenmuseum te Amsterdam.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -