Priemen in de kern van de menselijke psyche

Foto: Zeynofilm
In het ontmenselijkte landschap van Cappadocië beschrijft de Turkse regisseur Nuri Birge Ceylan het besneeuwde pad vol goede bedoelingen dat naar Jean-Paul Sartres’ L’enfer, c’est les autres leidt. Kis uykusu (Winter sleep) is een filmisch hoogstandje, maar voor de kijker een zware beproeving, waarin Ceylan voor zijn camera gebruikt om in de kern van de menselijke psyche te priemen.

We wisten al dat Ceylan met beelden kan omgaan. Met zijn politiethriller Once upon a time in Anatolia liet hij zich opmerken op het filmfestival van Cannes in 2011. Verbluffende natuurbeelden waren toen al een klankbord voor de psychologische binnenspiegel van de personages. Met Kis uykusu ging Ceylan in Cannes met de hoofdprijs naar huis. Dit keer plaatst hij de menselijke psychologie, die zich in de wisselwerking tussen decor en dialoog ontspint, resoluut op de voorgrond.

Kis uykusu gaat over acteur op rust, meneer Aydin, die zij leven op de planken geruild heeft voor een eenzaam bestaan als hoteluitbater in gezelschap van zijn veel jongere vrouw Nihal en zijn zus Necla. De drie hoofdpersonages maken deel uit van de intellectuele toplaag van Turkije. Aydin schrijft stukken voor een lokaal blad en werkt aan een boek over de geschiedenis van het Turkse theater. Nihal probeert zich nuttig te maken als vrijwilliger in een vereniging die geld inzamelt voor de bouw van schooltjes. Aydins smaakvolle uit de rotsen gehouwen hotel, is een eiland van menselijke schoonheid te midden van het machtige onherbergzame Cappadocië, waarin de mens vooral voor troosteloosheid en nietigheid staat.

Het is daar dat de eerste laag van Ceylans drama zich ontvouwt. De personages aarden niet in de verstilde omgeving waarin ze tot zichzelf veroordeeld zijn – en tot elkaar. Grootstad İstanbul is nooit veraf: alle drie hunkeren ze naar het brandpunt van de Turkse moderniteit, waar levens als vanzelf zin en kleur krijgen. Geconfronteerd met de ledigheid van hun omgeving, versterkt door de ontluikende wintertijd, zien ze zich genoodzaakt zelf zin te creëren, een opdracht waar ze telkens in mislukken.

Aydin slaagt er niet in om uit zijn zelf gecreëerd isolement te breken. Hij is, zoals hij zelf zegt, ‘koning in zijn kleine rijk’ en doet er alles aan opdat dat rijk niet verstoord zou worden. Niet door de geldproblemen van de familie van de opvliegende en aan lager wal geraakte Ismail, Aydins huurder, niet door het clubje wereldverbeteraars van zijn vrouw en niet door de filosofische overpeinzingen van zijn zus, wier voltijdse bezigheid erin bestaat een verklaring te vinden voor haar op de klippen gelopen huwelijk.

Op die manier vormen Aydin, Necla en Nihal de polen van het spanningsveld waarin hun gemeenschappelijke zoektocht plaats vindt. In drie eindeloze dialogen confronteren de personages elkaar vlijmscherp met elkaars zwaktes. Aydin met zijn arrogantie en pretentie, Nihal met haar naïviteit en aanstellerigheid en Necla met haar luiheid en vijandigheid. Net de nabijheid van de ander maakt hun mislukking pijnlijk tastbaar en het fragiele houvast die ze aan hun bestaan gegeven hadden, wordt zonder genade gesloopt.

Traag
De tweede laag van de tragiek ligt in die ontmoeting met de ander. ‘Het pad naar de hel ligt vol goede voornemens’, zegt Aydin tegen zijn vrouw. Het onvermogen om hun leven betekenis te geven, maakt de aanblik van de ander ondraaglijk. Relaties en liefde moeten wijken voor het gebarsten eergevoel, waardoor de obsessie voor het herstel van trots en de vervreemding alleen maar groter worden.

Die drieledige symmetrie geeft epische allures aan Ceylans werk. Na de gesprekken volgt een homerische louteringstocht, waarin de personages met de waarheid achter de verwijten van de andere worden geconfronteerd.

Het resultaat is een traag, uitgebalanceerd portret van een herkenbaar relationeel conflict. Dat tegen de achtergrond van een zich emanciperend Turkije, dat zich met moeite loswrikt uit de stroefheid van zijn traditie.

Ceylan verwent de toeschouwer met een schilderachtige en zorgvuldige beeldstijl. Maar dat esthetische huzarenstukje blijkt een absolute noodzaak om de kijker door de uitzichtloze dialogen te loodsen. Ceylan stelt zijn publiek danig op de proef in een meer dan drie uur durende kijkervaring, waarin de verveling die de personages ervaren, ook op het publiek dreigt af te stralen.

Bovendien zou je je kunnen afvragen of Ceylan zijn punt had kunnen maken zonder alles in een tekstuele vorm te persen. Hij beschikt over een arsenaal aan topacteurs die je ook zonder woorden kunt laten spreken. Vooral de voice-over op het einde waarin Aydin zijn gevoelens voor Nihal uit, is een dooddoener. De spanningsboog van emoties had genoeg gehad aan de beeldtaal en was beter tot zijn recht gekomen als meer zaken onuitgesproken waren gebleven.

Voor Kis uykusu moet je je tijd nemen: zowel fysiek als geestelijk. Pas dan slaag je erin om Ceylans universum van de braakliggende ziel te betreden. Met ingehouden kracht geeft de film zijn schoonheid prijs. Of je je nu laat raken door de meesterlijke beeldvoering of de intieme diepmenselijkheid.

DELEN
Inge Poelemans
Journalist gespecialiseerd in kunst & cultuur.